4.3.4. Bruidsmeisjes

Deze gelijkenis vind je in Matteüs 25:1-13. Het gaat om een bruiloftstoet waarbij de bruidegom in een feestelijke optocht op weg gaat naar het huis waar de bruiloft zal worden gevierd. Daarbij ligt de focus op tien bruidsmeisjes die als taak hebben om met hun lampen (of fakkels) voor de verlichting te zorgen tijdens de wandeling. Het blijkt dat sommigen zich goed hebben voorbereid om hun taak goed uit te voeren en anderen niet. En heeft consequenties...

"Toen de vijf domme meisjes hun olielampen pakten, vergaten ze extra olie mee te nemen, maar de vijf verstandige meisjes namen behalve hun lampen ook flesjes olie mee." (Matteüs 25:3-4, GNB1996)

De bruidegom komt eraan!

Het wachten duurt de bruidsmeisjes erg lang en ze vallen allemaal in slaap. Maar dan worden ze midden in de nacht opgeschrikt door de komst van de bruidegom. Ze zijn allemaal verrast vanwege het tijdstip van zijn komst.

"Midden in de nacht klonk er luid geroep: 'Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.' Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde." (Matteüs 25:6-7, NBV2004)

De verstandige meisjes kunnen nu hun olielampen aansteken. Die geven helder licht en de meisjes zijn klaar om enkele ogenblikken later met de stoet mee te gaan. Maar de domme meisjes hebben domweg geen olie om hun lampen aan te steken. Ze raken in paniek en proberen nog iets van de anderen te krijgen, maar die kunnen echt niets missen.

"De domme meisjes zeiden tegen de verstandige: Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan uit. Maar die antwoordden: Misschien is er niet genoeg voor ons allemaal. Ga maar naar de kooplui om olie te kopen." (Matteüs 15:7-9, GNB1996)

Terwijl de domme meisjes weglopen om midden in de nacht(!) ergens olie te gaan kopen, komt de stoet bij de plaats waar de verstandige meisjes met hun lampen staan te wachten. Ze lopen met de stoet mee en met hun lampen geven ze de stoet een feestelijke aanblik. Ze mogen uiteindelijk met de bruidegom en de genodigden de feestzaal in en het feest meevieren.

Afwijzing

De gelijkenis vermeldt niet of de domme meisjes nog olie op de kop kunnen tikken of niet. Maar wat maakt het uit? Zelfs al konden ze nog wat olie bemachtigen, de stoet zou allang op de plaats van bestemming zijn. Ze komen te laat! Uiteindelijk gaan ze vol schaamte en spijt maar naar de bruiloftzaal in de hoop alsnog te worden binnen gelaten.

"Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: 'Heer, heer, laat ons binnen!' Maar hij antwoordde: 'Ik ken jullie werkelijk niet.' (Matteüs 25:11-12, NBV2004)

Ze worden NIET binnengelaten.

Die ENE taak

De reactie van de bruidegom komt op ons als lezers misschien wel erg hard over. Maar vergeet niet dat de enige taak van deze meisjes was om voor verlichting te zorgen. Zo moeilijk was dat toch niet? Doordat ze dat ene niet hadden gedaan, bleken ze 100% ongeschikt voor hun taak.

Jezus heeft aan zijn volgelingen eigenlijk maar één opdracht gegeven: een licht te zijn in de wereld voor de mensen die Jezus niet kennen (Matteüs 5:16). Precies zoals de bruidsmeisjes die licht moesten verspreiden met hun lampen toen het donker was geworden. Getuigen van Jezus door woorden en levensstijl is de meest fundamentele taak van de wereldwijde Gemeente van Jezus en van iedere individuele gelovige. Dat ligt in dezelfde lijn als de Grote Opdracht voor wereldzending die Jezus aan zijn apostelen gaf. Er zijn heel wat plaatselijke gemeenten en individuele gelovigen die in dat opzicht even laks zijn als de vijf afgewezen bruidsmeisjes. Wat heeft dat jou en mij te zeggen?

Klaar voor Jezus' wederkomst?

De bruidsmeisjes hadden niet alleen hun taak verwaarloosd, ze hadden ook de bruidegom beledigd door hun lakse houding. Jezus gaf aan waar het in de gelijkenis uiteindelijk op aankwam:

"Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt." (Matteüs 25:13, NBV2004)

Het is duidelijk dat de bruidegom een beeld is van Jezus die eenmaal zal terugkomen (zie ook Matteüs 9:15). De bruidsmeisjes stellen gelovigen voor, waarbij je aan de buitenkant niet kunt zien of ze klaar zijn om Jezus elk moment te kunnen ontmoeten of niet; dat blijkt pas als dat moment aanbreekt.

Deze gelijkenis roept wel wat vragen op, maar dat is op zich niet erg: het gaat bij gelijkenissen niet om het vinden van de geestelijke betekenis van alle details, maar om de hoofdboodschap. En dat is: wees klaar voor Jezus' komst door te leven in verbondenheid met Jezus en te doen wat Hij van je verlangt. Een andere beeldspraak van Jezus gaat over hetzelfde thema:

"Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen." (Lucas 12:35-37, NBV2004)

Wie klaar is voor de ontmoeting met Jezus zal het eeuwige leven ontvangen; wie niet klaar is, zal worden afgewezen.

Zie onderwerp 'Uitzien naar Jezus' wederkomst' in hoofdstuk 'Wederkomst van Jezus'.

Ben je klaar om te sterven?

Omdat de meeste gelovigen al gestorven zullen zijn voordat Jezus terugkomt, kan de betekenis van deze gelijkenis ook worden toegepast op het levenseinde. Het gaat dan om de vraag: ben je op dit moment klaar om te sterven en aan de overkant van het aardse leven Jezus te ontmoeten?

Zie onderwerp 'Verlangen naar de hemel' in hoofdstuk 'Hemel'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.