4.3.5. Farizeeër en tollenaar

Deze korte gelijkenis uit Lucas 18:9-14 maakt onderdeel uit van het onderwijs dat Jezus gaf over gebed. Hierbij ligt het accent op de innerlijke gebedshouding.

"Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër en de ander een tollenaar." (Lucas 18:10, HSV2010)

Farizeeër

De eerste bidder is een farizeeër die een gebed uitspreekt dat druipt van zelfgenoegzaamheid:

"De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar." (Lucas 18:11, HSV2010)

Hij STAAT DAAR, vol zelfverzekerdheid, het hoofd omhoog gericht zoals de normale gebedshouding was. In zekere zin heeft de man goede redenen om God te bedanken. Hij behoort tot de meest gerespecteerde joden en niet bij het ellendige tuig waar iedereen op neerkijkt. De Farizeeër ziet vol afkeer dat een tollenaar het tempelplein opkomt. Wat doet dat stuk vuil hier? Denkt die man werkelijk dat God naar hem luistert? O wat is hij blij dat hij niet is zoals die tollenaar en hij dankt God ervoor.

Nadat hij tegen God heeft gezegd dat hij geen slechterik is, begint hij te vertellen hoe goed hij zich aan de wet houdt:

"Ik vast tweemaal per week. Ik geef tienden van alles wat ik bezit." (Lucas 18:12, HSV2010)

Dat is geen kleinigheid. Voor het gewone volk was slechts één vastendag per jaar vereist, op de Grote Verzoendag. De farizeeër vast nota bene honderd keer per jaar! De wet van Mozes schrijft voor dat tienden moesten worden gegeven van de graanoogst (Deuteronomium 14:22). De Farizeeër geeft nauwgezet tienden van alles wat hij heeft! Jezus zei eens tegen de Farizeeën:

"... jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden..." (Lucas 11:42, NBV2004)

Kortom, de Farizeeër overtreft zelfs Gods wet, zo goed leeft hij naar Gods wil. Denkt hij...

Tussen haakjes: het gebed van de farizeeër bevat geen enkele onwaarheid. Jezus zet hier ook geen extreem gebed neer, want zulk soort gebeden hadden de mensen zo vaak gehoord wanneer farizeeën hardop stonden te bidden. Ook in de Talmud (een belangrijk joods geschrift dat een soort commentaar of uitbreiding is van wat wij kennen als het Oude Testament) komen gebeden met soortgelijke bewoordingen voor!

Tollenaar

De tweede bidder is een tollenaar, een gehaat persoon die het belastinggeld voor de Romeinse overheersers moet innen. Van tollenaars staan erom bekend dat ze veel te veel belastinggeld vragen en hun zakken vullen met het verschil. Tollenaars komen maar zelden op het tempelplein, maar deze man negeert alle afkeurende blikken van omstanders. Hij ziet de farizeeër die met opgeheven hoofd staat te bidden. Hij blijft maar op een afstand staan omdat hij zich extra slecht voelt vergeleken met die gerespecteerde, vrome man. De tollenaar staat niet fier rechtop, zoals de farizeeër, maar zijn hoofd is gebogen en hij heeft oprecht berouw van zijn zonden.

"En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig." (Lucas 18:9-13, HSV2010)

De HSV2010 is de enige Nederlandse Bijbelvertaling waarin we lezen dat de tollenaar zich DE zondaar noemt en dat is helemaal correct ook al komt het wat vreemd over. In de Griekse grondtekst worden bijna nergens lidwoorden gebruikt, maar hier wel. Dat betekent in dit verband zo ongeveer: "Ik ben niet zomaar een zondaar, ik ben door en door zondig, de ergste zondaar die bestaat." Dat is een zeer nederige, berouwvolle houding. Hij beseft dat hij God niets te bieden heeft, zoals bijvoorbeeld die vrome farizeeër even verderop, die ongetwijfeld zoveel goede dingen gedaan heeft. Nee, hij verdient geen enkele gunst van God; hij kan alleen maar hopen op genade en daar smeekt hij om.

Gods reactie op deze gebeden

De farizeeër heeft een verkeerd beeld van de tollenaar, en de tollenaar heeft een verkeerd beeld van de farizeeër. Allebei zien ze alleen de buitenkant. Maar God ziet de binnenkant en daarbij ziet Hij twee totaal verschillende innerlijke gebedshoudingen.

God luistert naar iedereen die oprecht zijn zonden belijdt waardoor zijn zonden worden vergeven en hij als een rechtvaardig man kan verder leven. Jezus zei over de tollenaar:

"Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere." (Lucas 18:14, HSV2010)

Alleen nederige mensen worden door God geaccepteerd en hun zonden worden vergeven. En zonder twijfel heeft God de tollenaar laten weten dat Hij zijn gebed verhoord heeft: met een gereinigd geweten en diepe vrede in zijn ziel gaat hij naar huis.

De farizeeër gaat ook naar huis. Zijn hart blijft onbewogen. Zijn dankgebed wordt door God afgewezen, omdat hij zichzelf rechtvaardig verklaart en meent Gods vergeving niet nodig te hebben. Hij heeft geen enkel zondebesef en realiseert zich niet dat hij, evenals elk ander mens, Gods vergeving nodig heeft, omdat ook hij zwaar tekort schiet in het opvolgen van Gods levenswet. Hij beseft niet dat hij niet gerechtvaardigd wordt door zijn eigen geloofsinspanningen, maar door Gods genade. Hij heeft het hart van de wet van Mozes niet begrepen en daardoor is hij trots geworden op zijn 'rechtvaardige daden' en minacht hij mensen die minder kansen hebben gehad.

"... God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade." (1 Petrus 5:5, NBV2004)

Nu de hamvraag: op wie lijk jij het meest in je gebeden: op de farizeeër of op de tollenaar?

Zie ook onderwerp 'Innerlijke gebedshouding' in hoofdstuk 'Omgang met God'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.