4.3.6. Goede herder

Een andere gelijkenis over het thema 'herder en kudde' is de gelijkenis van het verloren schaap.

Deze gelijkenis volgt op de uitgebreide geschiedenis van de blindgeboren man die door Jezus werd genezen (Johannes 9). Deze man werd vervolgens door de joodse leiders uit de plaatselijke joodse gemeenschap gegooid omdat hij een eenvoudig getuigenis van Jezus had gegeven. Daarmee hadden de joodse leiders getoond dat zij geen goede herders waren over de 'schapen van hun kudde'. In contrast met hun verwerpelijke gedrag laat Jezus zien dat Hij wel een goede herder is voor zijn schapen ofwel voor de gelovigen die Hem van harte volgen.

Het hoofdthema van de gelijkenis is: Jezus is voor zijn volgelingen als wat een goede schaapherder is voor zijn schapen. Het gaat daarbij over:

  1. de relatie tussen de herder en de schapen
  2. over de manier waarop de herder zorg draagt voor de schapen.

In Johannes 10 komen allerlei details naar voren, zoals een schaapskooi, een deur of ingang van de schaapskooi, rovers, dieven, wolven, huurlingen en deurwachters. Die extra elementen kunnen wel eens verwarrend zijn bij het lezen van Johannes 10, waarbij je je steeds kunt afvragen: wie of wat wordt ermee bedoeld? Daar kunnen soms verschillende interpretaties voor zijn. Maar laat je er niet teveel door afleiden: het gaat erom hoe Jezus met zijn volgelingen omgaat; al het andere is bijzaak.

Herderkoning

Jezus was naar zijn aardse afstamming een nakomeling van David, de herdersjongen die koning werd. David schreef eens een lied over God die hij beschreef als een goede herder (Psalm 23). Het werd de bekendste Psalm van alle eeuwen, die begint met de volgende woorden:

"... De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets." (Psalm 23:1, NBV2004)

Zonder het te weten beschreef David de Messias die als Zoon van God en Zoon van David op de wereld zou komen en die eenmaal tegen de mensen zou zeggen:

"Ik ben de goede herder..." (Johannes 10:10 en 14)

David en zijn nakomeling Jezus kunnen allebei gezien worden als een koning en een herder voor hun volk.

Schaapskooi

In Johannes 10 lezen we eerst over de schaapskooi. In de tijd van Jezus was dat vaak een grot, een bergkloof of een ruimte in de open lucht met een omheining, waarbij er een opening was waardoor de schapen in en uit konden gaan. De schaapskooi was vooral bedoeld om de schapen te beschermen tegen wilde dieren en dieven. De schaapherder sliep vaak bij de schapen of hij had een bewaker die 's nachts op de kudde paste.

"Waarachtig, ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen." (Johannes 10:1-2, NBV2004)

Met rovers bedoelde Jezus in de eerste plaats de satan. Dat is nog duidelijker af te leiden uit de woorden die we verderop in het hoofdstuk lezen:

"Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen..." (Johannes 10:10, NBV2004)

"Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven." (Johannes 10:28, NBV2004)

In de tweede plaats zijn rovers mensen of instanties die gelovigen bij Jezus vandaan willen trekken. Als zodanig zijn dat handlangers van de satan. Ook joodse leiders deden hun best om mensen van Jezus af te houden.

Afstemming tussen herder en schapen

Schapen weten heel goed wie hun herder is en wie niet. Ze herkennen hem aan zijn stem. Daarom is een schaapherder gewend tegen zijn schapen te praten of te roepen. Sommige herders geven namen aan hun schapen en met die namen roepen ze individuele schapen die daar op reageren. Dit beeld paste Jezus toe op Zichzelf en zijn volgelingen:

"De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten... de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen." (Johannes 10:3-5, NBV2004)

"Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij" (Johannes 10:14, NBV2004)

Het is de uitdaging voor elke volgeling van Jezus om zijn stem te leren verstaan. Dat leer je door het Woord van God te lezen, bij het ontvangen van Gods leiding en in de persoonlijke gebedsomgang. Die afstemming is van groot belang. Wie vertrouwd is met het levende Woord van God zal het ook opmerken wanneer mensen Bijbels klinkende opmerkingen maken die niet in overeenstemming zijn met wat de Bijbel werkelijk zegt en bedoelt.

Op veel plaatsen lezen we in de Bijbel dat God mensen bij hun naam kent en hen bij hun naam aanspreekt. Enkele voorbeelden:

"Abraham, Abraham!" (Genesis 22:11)

"Mozes, Mozes!" (Exodus 3:4)

"Samuël!" (1 Samuël 3:4)

"Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven." (Lucas 19:5, NBV2004)

"Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk." (Lucas 10:41, NBV2004)

"Jezus zei tegen haar: 'Maria!'..." (Johannes 20:16, HSV2010)

"... Saul, Saul, waarom vervolg je mij?" (Handelingen 9:4, NBV2004)

Het is een geweldige bemoediging te weten dat God elke gelovige bij naam kent. We zijn voor Hem geen nummer, maar Hij kent ons persoonlijk en heeft aandacht voor ieder van ons. Kijk nog eens naar het laatste stukje Bijbeltekst. Dat komt uit de bekeringsgeschiedenis van Paulus, die toen nog Saulus heette. Waarom noemde Jezus hem Saul en geen Saulus? Was dat de naam waarmee hij thuis door zijn moeder werd aangesproken? Dat zegt iets van de intieme manier waarop Jezus ons wil aanspreken...

Deur van de schaapskooi

"... Waarachtig, ik verzeker u: ik ben de deur voor de schapen." (Johannes 10:7, NBV2004)

Het woord 'deur' kan ook worden gelezen als 'toegang'. Jezus gebruikt tweemaal het woord 'waarachtig' (in vers 1 en 7) om te benadrukken hoe belangrijk het is dat mensen alleen via Hem tot God en tot het eeuwige leven kunnen komen (zie ook Johannes 14:6).

"Wie vóór mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden." (Johannes 10:8-9, NBV2004)

Het is duidelijk dat Jezus met deze woorden doelde op de joodse leiders. De geschiedenis van Johannes 9 laat zien hoe deze mensen de blindgeboren man, die door Jezus was genezen, bij Jezus vandaan wilden halen (Johannes 9:24-34).

Bescherming

De Goede Herder weet zich verantwoordelijk voor de veiligheid van de schapen, tegenover rovers en wilde dieren.

"Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Ik geef mijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen..." (Johannes 10:11-12, NBV2004)

Jezus heeft deze woorden vooral waar gemaakt door plaatsvervangend te sterven aan het kruis. Door de dood van Jezus is de mogelijkheid voor mensen ontstaan om eeuwig leven te ontvangen door geloof in Hem. De Bijbel staat vol met voorbeelden van Gods hulp en bescherming die gelovigen van Hem mogen verwachten. Het karakter van de Goede Herder steekt erg af tegen de laffe houding van huurlingen (ongeschikte geestelijke leiders) en dat van de wolf (de satan).

In Psalm 23 wordt van de Goede Herder gezegd dat Hij zijn schapen ook veilig door gevaarlijke gebieden leidt:

"Al moet ik door dalen van duisternis en dood, ik ben voor geen onheil bang, want U bent bij mij: uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed." (Psalm 23:4, WV1995)

Hiermee wordt bedoeld dat Jezus bij je is als je door moeilijke tijden gaat.

Goede zorg voor de schapen

Zoals een herder ervoor zorgt dat de schapen op goede weidegrond terechtkomen zodat ze voldoende te eten hebben, zo wil Jezus zijn volgelingen zegenen en geven wat ze nodig hebben om gelukkig te kunnen zijn. Vergelijk dat eens met wat David schreef:

"Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water." (Psalm 23:2, NBV2004)

Jezus maakte duidelijk dat Hij op een overvloedige manier voor zijn kudde zorgt:

"... Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben." (Johannes 10:10, HSV2010)

Veel Bijbeluitleggers hanteren bij dit Bijbelvers de term 'overvloedig leven' en dat is prima, zolang ze er geen welvaartsevangelie van maken. Want het gaat niet in de eerste plaats om materiële overvloed, maar om geestelijke overvloed. Nogmaals iets uit Psalm 23:

"Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven..." (Psalm 23:6, NBG1951)

Inderdaad, Jezus is de GOEDE Herder.

Zie ook onderwerp 'Gemeente als kudde' in hoofdstuk 'Gemeente'' waarin leden van een plaatselijke gemeente worden vergeleken met een kudde schapen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.