4.3.10. Nachtelijk verzoek

Een andere gelijkenis over het thema 'gebed' is de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.

Deze gelijkenis kun je vinden in Lucas 11:5-8.

"Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: 'Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.' En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: 'Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt. Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft." (Lucas 11:5-8, NBV2004)

Iemand klopt midden in de nacht bij een vriend aan omdat hij onverwacht gasten heeft gekregen en vraagt om een brood. De vriend raakt geïrriteerd en roept dat hij geen zin heeft om daarvoor uit zijn bed te komen. Maar na aanhoudend roepen van buiten komt hij er toch uit en geeft zijn vriend waar hij om gevraagd heeft.

Onwelwillend

Het probleem van de onwelwillende vriend is niet dat hij geen eten meer in huis heeft, want anders zou hij dat wel gezegd hebben. Gastvrijheid stond in de tijd van de Bijbel in Israël in hoog aanzien. Iemand de deur weigeren, zelfs op ongelegen momenten, dat deed je gewoon niet. Het onbeschaamde van de man is dat hij geen zin heeft om zijn bezoeker ter wille te zijn. Nog zwaarder telt het feit dat zijn bezoeker een vriend van hem is, die alle recht heeft op zijn hulp. De onbeschofte reactie van de man is zo absurd dat het bij de toehoorders onmiddellijk een gevoel van afkeer en verontwaardiging oproept. Het is gewoon ONDENKBAAR dat iemand ooit zo grof zou optreden!

Uitnodiging om te bidden

En om die reactie van de toehoorders was het Jezus juist te doen. Want vervolgens kwam Hij met de toepassing, die tot dusver niet voor iedereen duidelijk was.

"Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan." (Lucas 11:9-10, NBV2004)

De gelijkenis is dus een illustratie van de uitnodiging die Jezus geeft aan gelovigen om te bidden. Elk fatsoenlijk mens zal een redelijk verzoek inwilligen van iemand die in een moeilijke positie verkeert waar hij zonder hulp niet uitkomt. Hoeveel te meer zal God gebeden verhoren die passen binnen de belangen van het Koninkrijk van mensen die Hij kent, doordat ze bij Hem horen?

"Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen." (Matteüs 7:11, NBV2004)

Zie hoofdstuk 'Bidden en ontvangen'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.