4.3.11. Onbarmhartige schuldenaar

Een andere gelijkenis over het thema 'vergeving' is de gelijkenis van de verloren zoon.

Deze gelijkenis kun je vinden in Matteüs 18:23-35. Het is een gelijkenis met een ernstige boodschap over de opdracht om onze medemensen te vergeven. In de praktijk is dat soms erg moeilijk, maar ook erg noodzakelijk...

Torenhoge schuld

Een man moet een torenhoge schuld aflossen bij de koning bij wie hij in dienst is, maar hij heeft niets om de koning terug te betalen.

"Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost." (Matteüs 18:23-24, NBV2004)

Dit is de conditie van ieder mens, die vanwege zijn zonden een enorme schuld heeft opgebouwd tegenover de heilige God en Schepper. Zijn positie is hopeloos en uitzichtloos, want hij heeft niets om terug te betalen. De dienaar smeekt zijn koning om clementie:

"Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: 'Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.'" (Matteüs 18:26-27, NBV2004)

Zowel de koning als de dienaar weten dat er van terugbetalen geen sprake kan zijn. De schuldenlast is eenvoudigweg veel te hoog.

Vergeving geschonken

Maar, wat de vrijgesproken schuldenaar niet voor mogelijk had gehouden, gebeurt: De koning krijgt medelijden en scheldt hem de HELE geleende som kwijt die hij onmogelijk zou kunnen terugbetalen. Hij en zijn gezinsleden worden niet veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Iets om een gat in de lucht te springen van blijdschap.

Dit is natuurlijk een beeld van de vergeving van de zondeschuld die iemand ontvangt wanneer hij zich door geloof in Jezus tot God bekeert. Jezus heeft aan het kruis de zonden van de hele wereld gedragen. Dit wordt dan daadwerkelijk toegepast op de bekeerling: al zijn zonden worden vergeven en hij wordt rechtvaardig verklaard.

In de gelijkenis lezen we niet dat de dienaar op een of andere manier zijn dankbaarheid uitte tegenover de koning en ook niets over zijn gemoedstoestand. Het lijkt wel of het hem weinig doet. Onvoorstelbaar! Zo zijn er ook gelovigen die vergeving van hun zonden hebben ontvangen, maar geen besef hebben van het voorrecht dat ze hebben genoten. Beseffen ze wel hoe hoog hun persoonlijke schuld was tegenover God? En beseffen ze wel dat ze genade hebben ontvangen om zelf genadig te zijn tegenover anderen?

Geen vergevingsgezinde houding

We gaan verder met de gelijkenis. Als de dienaar onderweg naar huis iemand tegenkomt die hem een klein bedrag schuldig is, ziet hij een kans om toch nog wat geld te bemachtigen. De koning heeft wel zijn schuld kwijtgescholden, maar heeft geen cent in zijn portemonnee.

"Toen die dienaar buiten kwam, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: 'Betaal wat je me schuldig bent.' (Matteüs 18:28, WV1995)

Iedere toehoorder van de gelijkenis begint een diepe afkeer te krijgen van die dienaar, die zo ondankbaar was en zo onbarmhartig is tegenover de ander. Had hij dan niets geleerd van zijn eigen situatie? De andere man is ontdaan van de harde opstelling van zijn collega:

"Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: 'Heb geduld met mij, ik zal je betalen. Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. (Matteüs 18:29-30, NBV2004)

Zijn collega smeekt hem om genade, precies zoals de dienaar zelf zojuist om genade had gesmeekt bij de koning. Het interesseert hem geen zier: betalen zal hij!

Zodra we op dit punt van de gelijkenis aangekomen zijn, begint er bij ons als lezers wellicht iets van binnen te kriebelen. Bij mij als schrijver van deze woorden in ieder geval wel. Nee, deze gelijkenis is niet leuk meer. We voelen op onze klompen aan dat onze verontwaardiging over de onbarmhartige dienaar ... onze eigen veroordeling betekent. Want wat kunnen wij ons ergeren aan kleine dingen die anderen ons aandoen of waarin we ons tekort gedaan voelen. We denken er dan niet meer aan dat God onze zondeschuld heeft kwijtgescholden en kunnen alleen maar denken aan dat ene wat die ander ons heeft aangedaan. Die gelijkenis houdt ons de spiegel voor en die spiegel zegt: die onbarmhartige, onvergevingsgezinde dienaar, DAT BEN JIJ!

Zie ook onderwerp 'Lankmoedigheid' in hoofdstuk 'Vruchtdragen'.

Vergeving ongedaan gemaakt

De koning hoort wat de dienaar heeft gedaan tegenover zijn collega en wordt witheet van woede.

"Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: 'Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?' En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald." (Matteüs 18:32-34, NBV2004)

God is bereid iedereen al zijn zonden te vergeven wie zich in berouw tot Hem bekeert. Dan mag God toch verwachten dat de bekeerde persoon bereid is zijn medemensen te vergeven. De gelijkenis laat het enorme verschil zien tussen de torenhoge schuld die God de mens wil vergeven en de betrekkelijke geringe schuld die andere mensen tegenover ons kunnen hebben. Hoe duidelijker we dat verschil zien, hoe gemakkelijker het kan worden om die ander te vergeven...

Jezus was enorm vergevingsgezind. Om een paar voorbeelden te noemen: Hij vergaf de soldaten die Hem kruisigden en Hij vergaf zijn vriend Petrus, die had ontkend dat hij bij Jezus hoorde.

"Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen." (Lucas 23:34, NBV2004)

Het waren geen kleinigheden, maar zeer ernstige dingen die Hem waren aangedaan. Maar Hij vergaf ze. Jezus leefde geheel volgens de regels van Gods Koninkrijk en legde de mensen niets op wat Hij Zelf niet in praktijk bracht.

Conclusie

Jezus sluit de gelijkenis af met de volgende woorden:

"Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.'" (Matteüs 18:35, NBV2004)

En daar kunnen we het mee doen.

In het 'Onze Vader' gebed legt Jezus veel nadruk op het vergeven van anderen. Jezus weet dat dit heel belangrijk en tegelijk heel moeilijk is voor ons, vandaar die extra opmerking erna:

"Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven." (Matteüs 6:14-15, WV1995)

Het is levensgevaarlijk om niet te willen vergeven. Als God namelijk je zonden niet vergeeft omdat je het zelf niet wilt doen, dan zul je 'sterven in je zonden' en dat heeft ernstige consequenties voor in het hiernamaals.

Zie ook onderwerp 'Vergeven' in hoofdstuk 'Beproevingen'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.