4.3.12. Onkruid in de akker

Deze gelijkenis vind je in Matteüs 13:24-30, direct volgend op de gelijkenis van de zaaier. Hier volgt een ingekorte versie:

"... Het hemelse koninkrijk lijkt op iemand die goed zaad op zijn akker zaaide. Maar 's nachts toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het koren ... Zijn knechten zeiden: Wilt u dat we het onkruid ertussenuit gaan halen? Nee, zei hij, want als jullie het ertussenuit halen, trek je ook het koren mee uit. Laat het onkruid maar samen met het koren opgroeien tot de oogst. En als de oogsttijd is gekomen, zal ik tegen de maaiers zeggen: Haal eerst het onkruid bijeen en bind het tot bossen samen om het te verbranden; verzamel dan het koren en sla het op in mijn schuur.'" (Matteüs 13:24-30, GNB1996)

Goed zaad en slecht zaad

Een boer zaait goed zaad op een akker. Maar daarna komt een vijandig persoon op diezelfde akker onkruid zaaien. De arbeiders ontdekken dat er naast de goede planten ook onkruid opgroeit en stellen voor om het onkruid te verwijderen. De boer vindt dat niet goed, want hij weet dat daardoor zoveel schade zou worden toegebracht aan de goede planten, dat de oogst minder groot zou zijn. Pas bij de oogst moet het onkruid van het goede gewas worden gescheiden en verbrand.

Er komen in deze gelijkenis twee zaaiers voor en twee soorten zaad. De zaaier van goed zaad is natuurlijk God, terwijl de stiekeme onkruidzaaier de satan voorstelt. Het goed zaad stelt de gelovigen voor, die gerechtigheid doen door te leven volgens Gods leefregels. Het slechte zaad stelt de ongelovigen voor, die leven volgens de normen van de wereld en daarmee precies doen van de satan graag wil. De oogst is te vergelijken met het moment dat de eeuwige bestemming van de mensen wordt bepaald. Voor ieder mens is dat eeuwig leven of eeuwige dood.

Gelovigen te midden van ongelovigen

Deze gelijkenis beschrijft de positie van het Koninkrijk van de Hemel naast het koninkrijk van de satan, het leven van christengelovigen te midden van de wereld. Gelovigen groeien op naast ongelovigen. Dat geeft wel eens moeilijkheden en in ernstige gevallen leidt het zelfs tot geloofsvervolging. Toch blijkt in de praktijk dat gelovigen bij weerstanden of vervolging meestal meer groeien in hun geloof dan wanneer ze zulke dingen niet meemaken.

De gelijkenis roept christengelovigen op om geduldig te zijn wanneer het leven te midden van ongelovigen moeite veroorzaakt. Uiteindelijk zullen zij het leven ontvangen wanneer ze tot het einde van hun leven blijven volharden in het volgen van Jezus.

"Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid. Als die standvastigheid ook daadwerkelijk blijkt, zult u volmaakt en volkomen zijn, zonder enige tekortkoming." (Jakobus 1:2-4, NBV2004)

Afgezonderd leven?

Je kunt de vraag stellen in hoeverre het wenselijk is wanneer christengelovigen zich afzonderen uit de 'boze wereld' om alleen met geloofsgenoten op te trekken. Voorbeelden daarvan zijn de Amish in de Verenigde Staten en de kloosterorden. Ook zijn er geloofsgemeenschappen die zich vanwege vervolging terugtrekken om in afzondering een nieuw bestaan op te bouwen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.