4.3.13. Onrechtvaardige rechter

Een andere gelijkenis over het thema 'gebed' is de gelijkenis van het nachtelijke verzoek.

Je vindt deze gelijkenis in Lucas 18:1-8.

Volhardend bidden

De evangelist Lucas leidt deze gelijkenis in met de volgende woorden, waarmee het doel van de gelijkenis wordt uitgelegd:

"En Hij (=Jezus) sprak ook een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat men altijd moet bidden en niet de moed verliezen." (Lucas 18:1, HSV2010)

Het is dus een aansporing en uitdaging om volhardend te blijven bidden, ook wanneer de verhoring op zich laat wachten. De apostel Paulus schreef:

"Bid zonder ophouden." (1 Tessalonicenzen 5:17, HSV2010)

Lege handen

"Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: 'Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.' Maar lange tijd wilde hij dat niet doen..." (Lucas 18:2-4, NBV2004)

De rechter weigert botweg om haar recht te doen en de vrouw staat machteloos en ... rechteloos. De weduwe is in deze gelijkenis het symbool van hulpeloosheid. Ze heeft geen geld om de rechter te betalen. Bij zulke rechters krijg je geen voet aan de grond zonder steekpenningen. Ze heeft als weduwe ook niemand die het voor haar opneemt. In alle opzichten staat zij met lege handen.

Weduwe beweegt foute rechter om recht te spreken

Maar de weduwe heeft twee sterke punten. In de eerste plaats is ze ervan overtuigd dat ze in haar recht staat en in de tweede plaats is ze een doorzetter. Met haar (lege) handen kan ze wel op de deur van de rechter kloppen om hem herhaaldelijk te vragen recht te spreken. Als de dagen verstrijken wordt haar geklop op de deur steeds luider en indringender. Haar boze gebonk begint de rechter behoorlijk op zijn zenuwen te werken. De rechter is bang dat zij een keer zo boos wordt dat zij hem aanvliegt of in zijn gezicht gaat slaan en besluit toch maar te doen waar zij recht op heeft, ondanks dat hij een slechte rechter is.

"Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan." (Lucas 18:4-5, NBV2004)

Let op de luchtige, humoristische verteltrant van Jezus. De rechter besluit toch maar te doen waar zij recht op heeft, met als enig motief: eigenbelang. Hij wil van het gezeur af zijn. Hoe het ook zij, de foute rechter spreekt recht en de weduwe ontvangt het recht waar ze recht op heeft.

God doet meer dan die rechter

Met gebedsverzoeken van Gods kinderen is het een heel ander verhaal en wel om verschillende redenen:

  1. God is rechtvaardig.
  2. God is een helper die luistert naar de gelovigen die bij Hem horen met hun verzoeken.
  3. De gelovige bidder staat niet machteloos tegenover God omdat Jezus verhoring van gebeden heeft beloofd.
  4. De gelovige bidder heeft Jezus als Bemiddelaar naast zich staan.

Jezus heeft immers gezegd:

"Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan." (Matteüs 7:7, NBV2004)

"Als jullie Mij iets zullen vragen in mijn naam, dan zal Ik het doen." (Johannes 14:14, WV1995)

Blijf bidden dus totdat God doet wat Hij heeft beloofd. Als de slechtste mensen op den duur voor rede vatbaar zijn, hoeveel temeer onze rechtvaardige God.

Spoedige gebedsverhoring

Jezus zegt het volgende ter verduidelijking van zijn gelijkenis:

"Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? ..." (Lucas 18:7, NBV2004)

God verhoort gebeden spoedig:

"... Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen..." (Lucas 18:7-8, NBV2004)

Dat betekent niet dat God elk gebed onmiddellijk verhoort, maar wel op tijd: Op Gods tijd.

Zie ook hoofdstuk 'Bidden en ontvangen'.

Spoedige wederkomst van Jezus

Maar let op de laatste woorden die Jezus aan de gelijkenis toevoegde:

"... Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?" (Lucas 18:8, NBV2004)

Met deze woorden krijgt de gelijkenis een onverwachte wending, een extra dimensie. Jezus trekt zijn aansporing tot volhardend gebed door tot gebed om zijn wederkomst. Met het oog daarop zou Jezus later zeggen:

"Ik kom spoedig." (Openbaring 22:20)

Ook hier betekent het woord spoedig niet 'binnenkort' maar 'op tijd, zonder aarzelen'. Jezus zal terugkeren om over de aarde te heersen en er persoonlijk op toezien dat er recht zal worden gedaan: beloning voor de Godsgetrouwe mensen en straf voor Gods tegenstanders. Daarna dan zal er geen onrecht meer worden geduld en zullen er geen onrechtvaardige rechters meer zijn. Jezus heeft ons opgeroepen om God te vragen om een SPOEDIG aanbreken van die dag:

"... Amen. Kom, Heer Jezus!" (Openbaring 22:20, NBV2004)

Jezus is na 2000 jaar nog niet teruggekomen, maar zal wel op tijd komen. Op Gods tijd. De apostel Petrus schreef het volgende met het oog op de wederkomst van Jezus:

"Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag." (2 Petrus 3:8, HSV2010)

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.