4.3.17. Slechte pachters

Deze gelijkenis kun je vinden in Matteüs 21:33-41, Marcus 12:1-9 en Lucas 20:9-16. Deze gelijkenis maakt onderdeel uit van het laatste onderwijs dat Jezus op het tempelplein in Jeruzalem gaf. Zijn toehoorders waren vooral de joodse leiders.

De wijngaard wordt verpacht

Tijdens zijn geplande afwezigheid verpacht de eigenaar van een wijngaard deze aan pachters om die namens hem te beheren.

"Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen." (Matteüs 21:33-34, NBV2004)

De pachters (wijnbouwers) doen alsof de wijngaard hun eigendom is en mishandelen de personen die door de landheer worden gestuurd om de druivenoogst (of het geld dat ermee verdiend hadden) in ontvangst te nemen.

"Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: 'Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken,' en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem." (Matteüs 21:37-39, NBV2004)

De joodse leiders, die Jezus niet wilden erkennen als de door God gezonden Messias, werden vergeleken met de slechte pachters. Net als de pachters wilden zij Jezus, die God naar de aarde had gezonden, uit de weg ruimen. Het is de vraag of de joodse leiders dat op dit punt al doorhadden...

Hoe zal de landheer reageren?

Toen kwam de hamvraag die de joodse leiders voor zichzelf moesten beantwoorden:

"Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?" (Matteüs 21:40, NBV2004)

De joodse leiders antwoordden:

"... Hij zal die schurken op een vreselijke manier laten doden. En de wijngaard zal hij verpachten aan wijnbouwers die wel de oogst op tijd afleveren." (Matteüs 21:41, GB1996)

Jezus had de joodse leiders waar Hij hen wilde hebben: ze spraken een scherpe veroordeling uit over hun eigen houding tegenover Jezus de Messias. Het was terecht dat de pachters zouden worden afgestraft en dat hun leidende positie zou worden overgenomen door anderen. Jezus paste dit vlijmscherp toe op zijn toehoorders toe:

"Hebt u nooit in de Schriften gelezen: De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is de hoeksteen geworden. De Heer heeft dit gedaan; het is een wonder in onze ogen? Daarom zeg Ik u: Het koninkrijk van God zal u ontnomen worden en gegeven worden aan een volk dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt." (Matteüs 21:42-43, WV1995)

Jezus begon met een aanhaling uit Psalm 118:22-23, die de joodse leiders ongetwijfeld kenden. Ze hadden Jezus geminacht, maar God zelf had Hem aangewezen als de Hoofdpersoon van Gods Koninkrijk.

Deze gelijkenis was voor zover we weten de laatste gelijkenis die Jezus heeft uitgesproken voordat zijn lijdenstijd begon. Dit was de laatste kans die Jezus hen gaf om van gedachten te veranderen. Daarna zouden de joodse leiders met Jezus doen zoals de pachters met de zoon van de landheer. En dan zouden zij uiteindelijk hetzelfde lot ondergaan als de slechte pachters uit de gelijkenis...

De bordjes worden verhangen

Na de Pinksterdag zouden de nieuwtestamentische gelovigen de leidende rol binnen het Koninkrijk van God overnemen. Het volk Israël zou daarna meer aan de zijlijn komen te staan. De theocratie van Israël zou ophouden te bestaan, de tempel zou verwoest worden, de tempeldienst en de dagelijkse offers zouden ophouden, en de joden zouden over de hele wereld verspreid worden. Maar de joden zijn altijd Gods volk gebleven en bij de wederkomst van Jezus zullen ze hun Messias herkennen en met Hem verenigd worden.

De geestelijke les van deze gelijkenis voor nieuwtestamentische gelovigen is: gebruik je gaven en je mogelijkheden niet voor eigen gewin, maar voor het Koninkrijk van Jezus. Als christengelovige weet je dat je leven niet je persoonlijke bezit is, maar het eigendom van Jezus om daarmee God en de medemensen te dienen. Als je dat doet ben je een bruikbare 'pachter' die te zijner tijd ruimschoots zal worden beloond.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.