4.3.24. Verloren zoon

Een andere gelijkenis over het thema 'God zoekt verloren mensen' is de gelijkenis van het verloren schaap.
Een andere gelijkenis over het thema 'vergeving' is de gelijkenis van de onbarmhartige schuldenaar.

Deze gelijkenis vind je in Lucas 15:11-32.

Dit is misschien wel de meest aangrijpende en ontroerende gelijkenis van Jezus die we in de Bijbel tegenkomen. Geen gelijkenis waarin we zo'n duidelijk beeld krijgen van het vaderhart van God. De gelijkenis is een vervolg op de gelijkenissen van het verloren schaap en de verloren penning.

Twee zonen

De naam van de gelijkenis is niet helemaal correct: het gaat namelijk over een vader en TWEE zonen:

"Jezus vervolgde: 'Er was een man die twee zonen had." (Lucas 15:11, GNB1996)

Het eerste deel van de gelijkenis gaat over de jongste zoon die niet gelukkig is met de situatie thuis en bij zijn vader vandaan gaat, terwijl het tweede deel gaat over de oudste zoon die gewoon thuis zijn werk blijft doen. De jongste zoon stelt een afgedwaalde gelovige voor die via de weg van bekering nieuw leven ontvangt. De oudste zoon stelt een gelovige voor met een wettische, plichtmatige godsdienstigheid, die geen oog heeft voor Gods vergeving en zijn bereidheid om zondaars nieuw leven te geven.

De wijde wereld in

"De jongste van hen zei tegen zijn vader: 'vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb...'" (Lucas 15:12, NBV2004)

De jongste zoon heeft genoeg van de bevoogding van zijn vader en wil op eigen benen staan. Normaal gesproken werd een erfenis in Jezus' dagen pas verdeeld bij het overlijden van de vader, maar in sommige gevallen nam de vader het initiatief om bij zijn leven zijn beschikbare geld onder zijn zonen te verdelen: tweederde deel voor de oudste zoon en een derde deel te verdelen onder de jongere zonen. Het gebeurde eigenlijk nooit dat zonen erom vroegen, omdat zoiets als buitengewoon onrespectvol werd beschouwd. Maar dat is precies wat de jongste zoon WEL doet. De reactie van de vader is opmerkelijk:

"... De vader verdeelde zijn vermogen onder hen." (Lucas 15:12, NBV2004)

De vader begrijpt heel goed wat zijn jongste zoon van plan is en dat daar weinig goeds uit kan voortkomen. Merkwaardig genoeg geeft de vader zijn zoon geen preek en geeft hem de beschikking over zijn erfdeel om ermee te doen wat hij wil. Hij neemt ook geen beschermende houding aan tegenover zijn zoon, maar laat hem gewoon gaan. Dit laat zien dat God de eigen wil van de mensen respecteert zodat ze zelf hun keuze kunnen maken: of ze in afhankelijkheid van God willen leven of zelf uitmaken waar ze hun heil, hun geluk zouden zoeken.

Let ook even op de oudste zoon: ook hij krijgt de beschikking over zijn erfdeel (Lucas 15:12). Dit ontgaat veel Bijbellezers.

"En niet veel dagen daarna maakte de jongste zoon alles te gelde en reisde weg naar een ver land en verkwistte daar zijn vermogen in een losbandig leven." (Lucas 15:13, HSV2010)

De jongste zoon laat er geen gras over groeien. Hij verlangt ernaar om zo gauw mogelijk het saaie boerenbedrijf van zijn vader achter zich te laten en een vet gaaf nieuw leven te beginnen. Hij laat alles achter en gaat er vandoor. Hij gaat vooral VER bij zijn vader vandaan. Hij gaat een losbandig leven leiden, geeft handenvol geld uit en in de kortste keren is zijn geld op. Het 'mooie leven' houdt dan ook op. Wereldse genoegens leveren nu eenmaal geen blijvend geluk op en zorgen vroeg of laat ALTIJD voor een kater. Het lijkt allemaal zo mooi, maar het is schijngeluk. Wie de roddelbladen over beroemdheden leest, weet er alles van. Maar voor de jonge feestvierder komt er nog en tweede ramp overheen: een hongersnood.

"Toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden." (Lucas 15:14, NBG1951)

Inkeer

Vaak zijn er moeilijke levensomstandigheden nodig om iemand ertoe te brengen om te gaan nadenken over de leegheid en de ellende waarin hij onnodig is terechtgekomen. Hij moet een baan zoeken om aan de kost te komen, maar gemakkelijk is dat niet. Niemand zit op hem te wachten. Uiteindelijk mag hij na lang aandringen bij iemand op de varkens passen, maar de varkens krijgen beter te eten dan hij. Nota bene: varkens! Dat zijn onreine dieren zoals de wet van Mozes geschreven staat. Op zulke beesten passen is wel het meest verachtelijke baantje wat hij had kunnen bedenken.

"En hij trok er op uit en drong zich op aan een der burgers van dat land en die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden. En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, doch niemand gaf ze hem." (Lucas 15:15-16, NBG1951)

Na een leven van overdaad rondlopen met een lege maag. Dat is even slikken! Maar deze beproeving heeft een heilzame uitwerking op hem. Hij gaat nadenken over zijn jeugd, en moet vooral denken aan zijn vader die altijd het beste met hem voorhad en ervoor zorgde dat het hem aan niets ontbrak. Die hem zelfs respecteerde en hem de vrije keus gaf om eigen beslissingen te nemen. Hoe had hij zo stom kunnen zijn om dat allemaal overboord te gooien en zo ver bij zijn vader vandaan te gaan!

"Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger." (Lucas 15:17, NBV2004)

Zijn droom valt in scherven uiteen. Hij gaat de realiteit onder ogen zien en dat is heel verhelderend. Hij maakt bij zichzelf een plan om naar huis te gaan. Hij heeft het geld van zijn vader opgemaakt en heeft hem een grote schande bezorgd, dus hij kan geen rechten meer doen gelden als zijn zoon. Maar als knecht van zijn vader zou hij het veel beter hebben dan bij die krenterige varkensboer. En zo gaat hij de lange weg naar huis. Op blote voeten, als een slaaf. Nog minder dan als de zoon uit een welvarend gezin, nog minder dan een dagloner. Hij weet al precies wat hij tegen zijn vader gaat zeggen:

"... Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maak mij als één van uw dagloners." (Lucas 15:18-19, HSV2010)

Het is geen verheven motief dat hem tot die beslissing brengt. Hij doet het niet uit liefde voor zijn vader of zo, maar uit puur eigenbelang. Hij heeft gewoon honger en zit volledig aan de grond. Maar hij heeft wel zondebesef en dat is het belangrijkste.

Thuiskomst

De vader hoopte steeds dat zijn jongste zoon ooit terug zou komen, maar kon niet anders dan afwachten. Hij moet dagelijks heel wat keren naar de weg hebben getuurd om te zien of zijn zoon er misschien aankwam. Maar op een dag ziet hij zijn zoon in de verte aankomen. De vader ziet hem komen aanstrompelen en zijn hart stroomt vol van blijdschap en diepe vaderliefde.

"... En toen hij nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming bewogen en hij snelde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem." (Lucas 15:20, HSV2010)

Nog voordat de zoon iets kan zeggen wordt hij overweldigd door de oprechte liefde van zijn vader. Hij had op ernstige verwijten gerekend. Hij komt niet bij zijn vader op het matje, maar in zijn uitgestrekte armen terecht. De zoon stamelt de helft van de schuldbekentenis die hij uit zijn hoofd had geleerd; hij krijgt geen gelegenheid om zijn verhaal af te maken en zijn vader te vragen om een baantje als dagloner.

"En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. Ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maar de vader zei tegen zijn slaven: Haal het beste gewaad tevoorschijn en trek het hem aan en geef hem een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voeten. En breng het gemeste kalf en slacht het, en laten we eten en vrolijk zijn." (Lucas 15:21-23, HSV2010)

De vader heeft genoeg gehoord uit de mond van zijn zoon: woorden van oprecht berouw. Dat is genoeg. In een paar woorden zegt de vader hoe hij over zijn thuisgekomen zoon denkt:

  1. Prachtige kleren - Hij mag zijn oude kleren uittrekken, die een overblijfsel zijn van zijn oude leven. Hij krijgt niet alleen schone kleren, soortgelijke kleren als waarmee hij zijn vader had verlaten, maar 'het beste gewaad' om daarmee zijn nieuwe leven te beginnen. Duidelijker kan de vader hem niet duidelijk maken dat zijn zonden vergeven zijn en dat hij opnieuw mag beginnen. Het doet denken aan de rechtvaardigmaking bij iemands wedergeboorte.
  2. Een ring - Dit krijgt hij als symbool van het zoonschap dat hij ooit kreeg, maar nu met een nieuwe inhoud: waarschijnlijk is het een zegelring, waarmee hij namens zijn vader contracten zou kunnen bezegelen.
  3. Sandalen - Dat is een teken van waardigheid en welstand, en ook een symbool van zijn nieuwe levenswandel.
  4. Gemest kalf - Dit kalf was speciaal apart gezet voor zeer bijzondere feestelijke gelegenheden. Dit gebaar van de vader laat zien dat er iets te vieren is en dat er feest in zijn hart is vanwege een belangrijke gebeurtenis.
  5. Eten - Met de hele familie en het personeel een feestelijke maaltijd houden om de relaties te herstellen; de jongste zoon hoort er weer helemaal bij.
  6. Feest - Blijdschap. De thuiskomst van de jongste zoon moet uitbundig gevierd worden.

De vergeving van de vader is dus royaal, hartelijk en volledig. Het oude is afgesloten en vergeten, er begint een nieuwe werkelijkheid. Dit alles is een prachtig beeld van iemands wedergeboorte, de overgang tussen het oude leven ver van God en het nieuwe leven in verbondenheid met God. Dit wordt onderstreept door de reden waarom de vader alles uit de kast haalt om zijn zoon te verwelkomen:

"... want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden..." (Lucas 15:24, NBV2004)

Het is opvallend dat de vader niet zegt: "hij is teruggekomen" maar "hij is gevonden." En juist deze woordkeuze laat zien dat het hier niet gaat over een aardse vader, maar over de hemelse Vader. Want iemands wedergeboorte is niet zijn eigen werk, maar een geschenk God, ook al is hij zelf verantwoordelijk voor zijn bekeringskeuze. Dit is een van de geheimenissen van het Koninkrijk, dat wonderlijke, onnavolgbare samenspel tussen God en mens, waarbij God alle eer krijgt.

Oudste zoon

De oudste zoon komt pas later thuis van zijn werk. Hij hoort muziek uit het woonhuis komen en vraagt zich af wat het te betekenen heeft. Tekenend voor zijn afstandelijke relatie met zijn vader is dat hij niet meteen naar binnen gaat om het zelf uit te zoeken, maar dat hij een knecht vraagt om uit te zoeken wat er aan de hand is. Hij verneemt dat er feest is omdat zijn broer is thuisgekomen.

"Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen." (Lucas 15:28, WV1995)

De oudste zoon is er niet blij mee dat zijn broer is teruggekomen. Hij heeft hem zijn misstap nooit vergeven, terwijl zijn vader dat wel had gedaan. Hij kan het niet uitstaan dat zijn vader zo blij is omdat die mislukkeling terug is gekomen, die een behoorlijk deel van het familiekapitaal over de balk had gegooid. Hij voelt zich verongelijkt. Hij had zijn leven lang zijn best gedaan om de liefde van zijn vader te verdienen, en nu wijst alles erop dat zijn jongste broer de favoriet van zijn vader is geworden.

De oudste zoon staat symbool voor wettisch ingestelde kerkgangers, die trouw hun godsdienstige plichten vervullen, maar die nog niet zijn wedergeboren. Zulke mensen kunnen zich ergeren aan het enthousiasme van iemand die op een radicale manier tot bekering komt. Of ze kunnen diep in hun hart jaloers op hen worden en hen gaan bekritiseren of zelfs veroordelen. Deze houding komen we duidelijk bij de oudste broer tegen. Hij zegt tegen zijn vader:

"... Zie, ik dien u al zoveel jaren en heb nooit uw gebod overtreden en u hebt mij nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden vrolijk te zijn. Maar nu deze zoon van u gekomen is, die uw bezit met hoeren opgemaakt heeft, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht." (Lucas 15:29-30, HSV2010)

De oudste zoon erkent zijn broer niet meer, maar noemt hem 'die zoon van zijn vader'. Hij heeft zijn oordeel al over hem geveld en noemt hem een verachtelijke hoerenloper. Dat laatste detail komt niet in het verhaal voor en door dit te zeggen bevestigt hij alleen maar de hartgrondige afkeer van zijn broer. Maar zichzelf beschouwt hij als de modelzoon van zijn vader: hij heeft immers alles gedaan wat hij moest doen. Toch heeft hij maar een armetierig leven geleid, zonder veel vreugde. Hoewel zijn vader hem een tijdje terug zijn erfdeel heeft aangeboden, begint hij te mekkeren over een geitenbokje dat hij niet gekregen heeft. Dat doet me denken aan kerkmensen die aankomen met: "ja maar het moet je toch maar gegeven worden" als het gaat over het ontvangen van Gods heil. God heeft het hen al keer op keer aangereikt, maar ze pakken het niet aan, en diep in hun hart kunnen ze dan een boze en teleurgestelde houding ontwikkelen tegenover God. Ook worden ze vaak kritisch tegenover blije gelovigen die een aanraking met Jezus hebben gehad. Het diepste probleem van deze mensen is dat ze niet zijn wedergeboren omdat hen is verteld dat ze niet zelf naar God toe mogen gaan om zijn beloften aan te nemen. Dan blijven ze tobben en gebukt gaan onder de zware last van hun geloofsopvattingen.

Maar de vader houdt van zijn brave oudste zoon evenveel als van zijn jongste zoon die zo verschrikkelijk de fout in was gegaan. Hij spreekt ook hem liefdevol aan:

"... Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden." (Lucas 15:31-32, NBV2004)

Hoe ging het verder?

Hier eindigt het verhaal van Jezus. Hoe zou het verder zijn gegaan? Heeft de jongste zoon zijn leven gebeterd zodat zijn vader trots op hem kon zijn? Is hij later toch weer de fout in gegaan? En heeft de oudste zoon zich uiteindelijk toch met zijn broer verzoend en heeft ook hij een warme, persoonlijke relatie met zijn vader gekregen?

Ik denk dat Jezus hier met opzet is gestopt om de toehoorder of de lezer het verhaal met zijn eigen leven aan te laten vullen. Op wie lijk jij het meest, op de jongste of op de oudste zoon? Heb jij nieuw leven ontvangen en ken je die bruisende blijdschap in je hart omdat je de Vader kent, al of niet na een 'verloren zoon' leven? Of ben je nog aan het ploeteren zoals de oudste zoon, ben je steeds aan het proberen een goede christen te zijn, zonder te hebben ervaren wat het is om een aanraking van de Vader en een nieuw leven te hebben ontvangen?

Zie daarvoor de hoofdstukken 'Bekering' en 'Wedergeboorte'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013