4.2.4. Simeon en Anna

Naar de tempel in Jeruzalem

Volgens de Wet van Mozes lieten Jozef en Maria Jezus op de achtste dag besnijden, waarschijnlijk in Betlehem (Leviticus 12:3; Lucas 2:21). Op de veertigste dag gingen zij naar de tempel in Jeruzalem vanwege de voorgeschreven reiniging van Maria na de bevalling (Leviticus 12) en de wijding van Jezus aan God, omdat Hij de oudste zoon binnen het gezin was ( Exodus 13:2).

"Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze (=Maria en Jozef) hem (=Jezus) naar Jeruzalem om hem aan de Heer (=God) aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: 'Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.' Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven." (Lucas 2:22-24, NBV2004)

Hoewel deze inzettingen voor Jezus eigenlijk niet nodig waren omdat Hij als Zoon van God in volkomen harmonie met God de Vader was, moest Hij ze toch ondergaan. Later zou Hij zich ook door Johannes de Doper laten dopen. In elk opzicht moest Hij voldoen aan de voorschriften van de Wet van Mozes. Gedurende heel zijn leven zou Jezus zich als enige Jood volledig houden aan al Gods voorschriften.

Bij deze gelegenheid kwamen er achtereenvolgens twee oude mensen naar hen toe. Het waren allebei mensen die heel bewust uitzagen naar de komst van de Messias en ook heel dicht bij God leefden. Deze twee onopvallende mensen waren door God uitgekozen om Jezus te mogen zien en vast te houden.

Simeon

Eerst kwam de oude Simeon, die beschreven werd als een rechtvaardige man, vol van de Heilige Geest. Dat laatste is heel opmerkelijk voor iemand die leefde onder het Oude Verbond. Hij had ooit een bijzondere openbaring van God gekregen:

"Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien." (Lucas 2:26, NBV2004)

Door de Heilige Geest geleid liep Simeon naar Jozef en Maria toe, sprak hen aan en vroeg of Hij Jezus even mocht vasthouden. Toen deed hij de volgende opmerkelijke uitspraak:

"Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk." (Lucas 2:29-32, NBV2004)

Het was duidelijk dat God Simeon liet zien wie dit Kind werkelijk was: Gods geschenk, niet alleen voor Israël, maar voor de hele wereld. Dat kon hij niet anders weten dan door goddelijke openbaring. Simeon sprak een zegen uit over Jezus en zijn ouders en sprak vervolgens tegenover Maria een profetie uit die gedurende het leven van Jezus vervuld zou worden.

"... Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen." (Lucas 2:34-35, NBV2004)

Voor Maria was dit de zoveelste bevestiging van de bijzondere roeping voor haar Zoon. Keer op keer had God haar laten zien dat Hij alles met betrekking tot Jezus voortreffelijk had geregeld.

Anna

Daarna kwam Anna erbij, een oude weduwe die in de tempelgebouwen woonde. Zij was een profetes en dat was bijzonder om twee redenen:

  1. Ten eerste omdat ze een vrouw was en als profetes een belangrijke functie had in een omgeving waar voornamelijk mannen functioneerden.
  2. Ten tweede omdat er in die tijd niet veel mensen waren met profetische gaven. De wettische farizeeën waren de meest invloedrijke geestelijken en wetticisme en profetie passen niet erg goed bij elkaar. De Bijbel vermeldt ook geen joodse profeten in de tijd van Jezus' bediening, behalve Johannes de Doper.

Iets over de achtergrond van Anna:

"Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden." (Lucas 2:36-37, NBV2004)

Kortom: een buitengewoon toegewijde, trouwe vrouw. Aan de ene kant waarschijnlijk een achtergrondfiguur in de tempel, maar extreem belangrijk in Gods ogen en mogelijk de meest geestelijke persoon in het hele tempelcomplex. Ze schuifelt zo onopvallend het Bijbelverhaal binnen, maar ze verdient onze aandacht. In ieder geval kreeg ze Gods aandacht, want zij werd door God uitgekozen om een van de weinige joden te zijn die de pasgeboren Jezus te zien kregen en ... Hem herkenden als Gods Zoon!

"Juist op dit moment voegde ze zich bij hen; ze loofde God en sprak over de jongen tegen allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten." (Lucas 2:38, WV1995)

Ook deze vrouw beleefde de heerlijkste momenten van haar leven. Ook zij wist dat haar ogen de lang verwachte Messias mochten zien. Ze kon er niet over zwijgen en vertelde erover aan alle mensen die wachtten op zijn komst in de wereld.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.