Dit hoofdstuk gaat over het wezen van onze eeuwige, oneindig ontzagwekkende God.
"In het begin schiep God de hemel en de aarde." (Genesis 1:1, NBV2004)
Dat God de schepper is van alles wat bestaat is de meest fundamentele waarheid over God.
Over God zijn allerlei vragen te stellen, zoals:
In de Bijbel kunnen we tientallen hoedanigheden vinden die iets over God zeggen, zoals over Gods oneindigheid, heiligheid, liefde, rechtvaardigheid, genadigheid, trouw, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maar wat zou nu de meest kenmerkende eigenschap van God zijn? Is er één uitdrukking die alles van God omvat, voor zover Hij zich aan ons heeft bekendgemaakt? Ja, ik geloof dat die ene benaming voor God bestaat: God is ... de SCHEPPER. En dat ene woord omvat alles wat en wie God is.
Het begrip 'schepper' zit werkelijk boordevol betekenis, die ons tot verwondering en aanbidding brengt.
"Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen." (Romeinen 11:36, NBV2004)
God is het begin en het einde van alles wat bestaat, de oorsprong en het doel van de schepping. Vanaf het eerste tot het laatste hoofdstuk van de Bijbel komen we God als schepper tegen. De Bijbel begint met de oorspronkelijke schepping van de geestelijke wereld en de schepping van de aarde (Genesis 1:1) en eindigt met de laatste schepping die de huidige schepping zal vervangen: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:5).
Door naar de schepping te kijken kunnen we veel leren over de Schepper.
De schepping laat veel zien van wie God is. Dat is vooral zichtbaar in het meest geavanceerde scheppingswerk dat we kennen: de mens, het kroonjuweel van zijn schepping, die in alle opzichten een afdruk is van Hem zelf.
"Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond." (Psalm 8:6, NBG1951)
De Schepper heeft daarmee letterlijk alles uit de kast gehaald en laten zien wat voor een soort God Hij is.
Zie meer over in onderwerp 'Scheppingsdagen' in hoofdstuk 'Schepping van de aarde'.
Waarom spreken we zo weinig over God als onze schepper? Op de één of andere manier trekt die naam ons kennelijk niet zo aan. Misschien vinden we het een afstandelijke naam, omdat die het grote verschil tussen de almachtige God en ons nietige schepselen accentueert. Gods schepping straalt veel van zijn glorierijke soevereiniteit af en daarom schreef de apostel Paulus:
"God is wel onzichtbaar, maar uit alles wat Hij geschapen heeft, blijken Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid ..." (Romeinen 1:20, HB2008)
Dit alles laat zien hoe hoog God in alle opzichten is verheven boven zijn schepping. Daarom verdient de Schepper ons respect en onze bewondering, en dat kunnen we vooral uiten door Hem te erkennen als degene die recht heeft op heel ons leven, als onze God.
"U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen." (Openbaring 4:11, HSV2010)
Naarmate we God beter leren kennen vanuit de Bijbel gaan we ook steeds meer ontdekken dat God een diepgaande, zegenrijke relatie wil onderhouden met de mensen. Daardoor leren we dat onze Schepper wel oneindig hoog boven ons verheven is, maar tegelijkertijd altijd dichter bij dan we denken. Hij is de bron van ons bestaan en tegelijk de bron van ons levensgeluk.
Uit het feit dat God de schepper is van alles wat bestaat, vloeit voort dat alleen Hij precies weet wat goed en slecht voor de schepping is en dus ook voor ons als mensen. Alleen de fabrikant van een product bepaalt waar een product voor bedoeld is, hoe het gebruikt moet worden en hoe het zo nodig gerepareerd kan worden. Datzelfde geldt voor de Schepper en zijn schepping.
Omdat God onze schepper is, zijn we vanzelfsprekend zijn eigendom en Hij bepaalt dan ook hoe wij ons behoren te gedragen om tot volle ontplooiing.
"Erken het: de HEER is God, hij heeft ons gemaakt, hem behoren wij toe ..." (Psalm 100:3, NBV2004)
Voor veel mensen die God niet willen erkennen is dit het cruciale punt: zij willen zich niet onderwerpen aan welke macht dan ook die hen zegt wat ze wel en niet moeten doen. Mensen die wel het gezag van God over hun leven aanvaarden, hebben ontdekt dat de Schepper geen misbruik van hen maakt of uitbuit voor eigen voordeel. Integendeel: het leven onder het gezag van God is de beste voorwaarde voor een goed en gelukkig leven.
Het feit dat God onze schepper is, blijkt ook van belang te zijn voor de zingeving van ons leven, en dat is een diepgewortelde behoefte van elk mens.
De mensen die God hebben leren kennen vanuit de Bijbel en Hem erkennen als hun schepper:
Geloven in God betekent ook geloven in de hoogste waarden die betekenis en zin geven aan het leven. Als je beseft dat je als een evenbeeld van God bent geschapen en dat God je buitengewoon waardevol vindt, wie je ook bent, dan besef je dat je leven de moeite waard is. En dat is zingeving.
In het Oude Testament wordt God zeven keer 'vader' genoemd, meestal in de betekenis van 'verwekker' of 'schepper'. Als zodanig wordt God de vader van alles mensen genoemd:
"... Is hij niet uw vader, uw schepper? Hij heeft u gemaakt, hij riep u tot leven." (Deuteronomium 32:6, NBV2004)
"Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen? ..." (Maleachi 2:10, NBV2004)
We kunnen ons afvragen waarom God zoveel van zijn schepselen houdt en zoveel voor hen over heeft. Tussen kinderen en hun ouders bestaat een krachtige bloedband die niets te maken heeft met persoonlijke eigenschappen. Die band berust alleen op het simpele feit dat het kinderen van hun ouders zijn. Ouders hebben hun kinderen verwekt. Ze hebben hun eigen leven aan hun kinderen doorgegeven. Onder normale omstandigheden is de bloedband onverbrekelijk.
"Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet." (Jesaja 49:15, NBG1951)
Dit zijn woorden, uitgesproken door onze Schepper. Wij gaan hem buitengewoon ter harte, eenvoudigweg omdat Hij onze Verwekker is. God heeft als schepper zijn leven aan ons doorgegeven en Hij KAN NIET ANDERS DAN ONS LIEFHEBBEN.
Zie ook onderwerp 'Relatie met God als Vader' in hoofdstuk 'Relatie met God'.
De volgende uitspraken vind je in Gods Woord over Gods persoonijke betrokkenheid met jou, vanaf het begin van je leven:
"Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd ..." (Psalm 119:73, NBV2004)
"Uw ogen zagen mijn vormeloos begin ..." (Psalm 139:15-16, NBV2004)
"U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald ... bij
mijn geboorte vingen uw handen mij op,
van de moederschoot af bent u mijn
God." (Psalm 22:10-11, NBV2004)
Iedereen mag contact opnemen met zijn Schepper. Er is maar één voorwaarde:
"... om bij God te kunnen komen, moet je geloven dat God bestaat. En dat hij je zal belonen als je hem echt zoekt. (Hebreeën 11:6, BGT2012)
Voor het bestaan van de God van de Bijbel is geen wetenschappelijk bewijs te leveren, eenvoudig omdat we God niet met onze fysieke zintuigen kunnen waarnemen. Want God is een geestelijk wezen en van een hogere orde dan de mensen. En toch zijn er vele miljoenen mensen door alle eeuwen heen overtuigd van zijn bestaan en velen ervaren Hem als een levende werkelijkheid in hun leven. Gelovigen lijken er weinig moeite mee te hebben dat ze God nog nooit hebben gezien. Ze twijfelen wel eens, vooral onder moeilijke levensomstandigheden die veel vragen oproepen, maar ze blijven op Hem vertrouwen voor het heden en voor de eeuwigheid.
"Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is ..." (Hebreeën 11:3, NBG1951)
De vraag over het bestaan van God is direct gekoppeld aan de vraag hoe de wereld is ontstaan.
"... zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem zoeken." (Hebreeën 11:6, WV2012)
"Atheïsme is niet gebaseerd op zorgvuldig onderzoek van de feiten, maar op een vrijwillige blindheid." (Francis Collins)
Dit is de uitspraak van een wetenschapper (geneticus) die als overtuigd atheïst een studie heeft gemaakt van de pijlers van het atheïsme. Tot zijn verbijstering vond hij er geen pijlers waar hij op kon bouwen en toen ging hij het christelijke geloof bestuderen. Daarin vond hij geen harde bewijzen van het bestaan van God, maar wel meer dan voldoende feiten waardoor zijn bestaan zeer geloofwaardig was. Daardoor is zijn leven radicaal veranderd en is hij een blije, gelukkige christen geworden met een doel in zijn leven.
Ieder weldenkend mens weet dat zijn eigen kennis beperkt is en dat er veel meer te weten is dan dat alle mensen bij elkaar weten. Ik zou elke atheïst het volgende willen vragen: teken eens een denkbeeldige cirkel en veronderstel dat al jouw kennis binnen die cirkel is. Buiten de cirkel is dan alles wat wel te weten is, maar wat je zelf niet weet. Nu de hamvraag: Is het mogelijk dat er buiten die cirkel van jouw kennis een almachtige, intelligente God kan zijn die de hele fysieke wereld geschapen heeft? Een normaal denkend mens kan deze vraag naar mijn mening alleen maar met 'ja' beantwoorden. Een 'nee' antwoord zou immers inhouden dat iemand zichzelf als alwetend beschouwt en dat is absurd. Kortom, de stelling 'er is geen God' heeft geen enkele logische basis.
Trouwens, als er geen God zou zijn, zou er ook geen atheïsme zijn. Want wie is er nu tegen iets wat niet bestaat?
Zie ook onderwerp 'Strijd om de gedachten' in hoofdstuk 'Waarheid en leugen'
Er zijn veel redenen waarom het aannemelijker is dat God wel bestaat dan dat Hij niet zou bestaan. Hier volgen er enkele:
1. De natuur
Veel mensen hebben God leren ontdekken uit de natuur. De Bijbel zelf zegt
daar ook iets over:
"God is wel onzichtbaar, maar uit alles wat Hij geschapen heeft, blijken zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Want sinds het ontstaan van de wereld is zijn bestaan duidelijk te herkennen uit wat Hij gemaakt heeft ..." (Romeinen 1:20, HB2008)
De enorme complexiteit van het heelal en van de levende wezens wijzen op de intelligente Ontwerper, die het heelal heeft geschapen en in stand houdt. Daarvan zijn zoveel voorbeelden te geven dat het ondoenlijk is om die hier te beschrijven. De kans dat zo'n complex heelal en een aarde met zoveel bijzondere levensvormen vanzelf (dus door blind toeval) kan ontstaan is oneindig klein, zeg maar gerust: nul.
2. Universeel godsbesef
Verreweg de meeste mensen uit alle tijden en culturen geloven dat er een scheppende macht is die het heelal tot stand heeft gebracht. Dat is op
zichzelf natuurlijk geen bewijs van het bestaan van de Schepper, maar het
betekent wel dat het erg aannemelijk is.
Onder de meest primitieve volken in de meest afgelegen streken sprake kom je één of andere vorm van godsbesef tegen. En in de vroegste geschiedenissen en legendes van volken rond de hele wereld, was er altijd maar één God, die ook de schepper was. Dus waarom zouden christengelovigen moeten bewijzen dat God bestaat om anderen te overtuigen? De bewijslast ligt bij de mensen die niet in Hem willen geloven.
"De mens is ongeneeslijk religieus."
(Dorothee Sölle,
Russische godsdienstfilosoof)
3. Morele levenswet
De schrijver C.S. Lewis schreef in zijn boek 'Onversneden
christendom' wat voor hem persoonlijk het meest overtuigende 'bewijs'
was van Gods bestaan. Dat is dat er een morele
levenswet bestaat
waar alle mensen het globaal over eens zijn, namelijk wat goed en verkeerd is.
Dit is een aanwijzing dat er buiten het heelal een besturende macht en een
wetgever moet zijn.
4. Het ontstaan van leven
Er is een biologische wet die stelt dat leven alleen kan
voortkomen uit leven. Er is dus een gever van leven waaruit de levende wezens op
aarde zijn voortgekomen. Zij kunnen dus niet als vanzelf uit dode stoffen
tevoorschijn komen. Wereldwijd wetenschappelijk onderzoek, dat eind vorige
eeuw is uitgevoerd om een fysieke
verklaring van het leven te vinden door de bestudering van eiwitmoleculen, is
afgebroken. De conclusie was dat 'leven' niet te definiëren is vanuit
fysieke elementen. Daardoor is het onmogelijk is dat levende wezens
spontaan kunnen ontstaan uit 'dode stoffen' en daarmee is de evolutietheorie ook
volledig om zeep geholpen. Het uitgebreide onderzoek is wereldwijd met veel
fanfare in de dagbladen aangekondigd met de stellige verwachting dat de
wetenschap het geheim van het leven zou ontraadselen. De conclusie is volgens
mij nooit aan de grote klok gehangen. Het is wel gepubliceerd in het boekje 'de
zwarte doos van Darwin', maar niet meer verkrijgbaar. De waarheid mag kennelijk
niet openbaar worden gemaakt.
De volmaakte structuur van het heelal getuigt bovendien van een intelligent ontwerp. Voor alles wat bestaat moet er een geniaal en samenhangend plan zijn uitgevoerd om de kosmos met al zijn details tot stand te brengen. Er moet dus een ontwerper achter zitten. Het feit dat God de schepper is van alles wat bestaat is een van de belangrijkste fundamenten van het christeijk geloof.
6. Israël
Meer dan een eeuw geleden vroeg een Russische tsaar aan één van zijn naaste
adviseurs: "Hebt u een bewijs dat God bestaat?" Het antwoord was kort
en duidelijk: "Sire, de Joden!" Er is geen volk geweest in de hele
geschiedenis dat zoveel pogingen tot uitroeiing heeft overleefd. Het ontstaan
van de staat Israël in 1948 en het feit dat dit kleine landje nog steeds
bestaat, ondanks de intense haat en vijandschap en oorlogvoering van de
omringende moslimlanden (veel en veel machtiger dan het kleine Israël), is een
godswonder van de eerste orde. Het bestaan van de staat Israël is één van de
krachtigste bewijzen van het bestaan van God.
God omvat als schepper alles wat bestaat, dus op zijn minst de geestelijke wereld en de materiële wereld.
"... Zelfs de hoogste hemel kan u niet bevatten ..." (1 Koningen 8:27, NBV2004)
"... Ben ik niet overal, in de hemel en op aarde? - spreekt de HEER." (Jeremia 23:24, NBV2004)
"Niets van wat geschapen is blijft voor hem verborgen, alles is onverhuld en volkomen zichtbaar voor de ogen van hem aan wie wij rekenschap moeten afleggen. (Hebreeën 4:13, NBV2004)
En toch is God niet alleen oneindig hoog verheven boven zijn schepping, maar ook oneindig dichtbij, zoals bijvoorbeeld uitkomt in de volgende uitspraak van God zelf:
"... In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest ..." (Jesaja 57:15, NBG1951)
God omvat de meest afgelegen melkwegstelsels die zich in de uithoeken van het heelal bevinden. Hij kan ook de allerkleinste elementen waaruit alle materie van ons heelal is opgebouwd. Wij weten als mensen niet hoe groot het heelal is en wat de kleinste materiedeeltjes zijn. We kunnen er alleen maar naar raden en er theorieën over bedenken. Hoe ver we ook doordringen in de geheimen van de natuur, we komen nooit tot het punt dat we alles van A tot Z door zullen hebben. God kent als schepper natuurlijk alle geheimen van de schepping want Hij heeft die zelf bedacht.
God is de eeuwige God.
"... u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid." (Psalm 90:2, NBV2004)
God is er altijd geweest en zal altijd bestaan.
"Hij alleen is onsterfelijk en woont in een ontoegankelijk licht ..." (1 Timoteüs 6:16, NBV2004)
"Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." (Openbaring 22:13, NBV2004)
Hoelang is eeuwig? Bijbelleraar Sidney Wilson heeft het eens zo proberen uit te leggen: "Denk eens aan een vogeltje dat eens in de 1000 jaar zijn snavel slijpt aan een hoge berg. Als die berg van dat slijpen helemaal is afgesleten, dan is er één seconde van de eeuwigheid voorbij."
God is niet beperkt door tijd. Verleden, heden en toekomst zijn begrippen die bij God, die in de geestelijke wereld troont, op de één of andere manier met elkaar zijn verweven. Dat kunnen wij aardse mensen niet bevatten. Zo zal iedereen zich wel eens hebben afgevraagd: hoe kan God naar duizenden gebeden tegelijk luisteren? Ik zou dat zo willen uitleggen: op het ene moment kan God met volle aandacht naar jou luisteren, om vervolgens gewoon in de tijd terug te gaan om met evenveel aandacht naar iemand anders te luisteren, en dat kan God oneindig vaak herhalen. Of het precies zo werkt weet ik niet. Het is maar een poging om er een voorstelling van te maken dat God altijd overal tegelijk kan zijn en alle tijd heeft voor iedereen.
Hoewel we vanuit de Bijbel veel kunnen leren over God, zullen we nooit in staat zijn om zijn diepste wezen en zijn overwegingen, gedachten en motieven te peilen. Daarom zullen er altijd onbeantwoorde vragen blijven over de manier waarop de Schepper met zijn schepping omgaat. We zullen in ons denken ruimte moeten laten voor het mysterie van God. De Schepper kan de mensen volkomen doorgronden (Psalm 139:1-3). Andersom gaat God ons voorstellingsvermogen ver te boven, zoals we in dezelfde Psalm in een iets ander verband kunnen lezen:
"Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij." (Psalm 139:6, NBG1951)
Job had zichzelf afgetobd om Gods bedoelingen met zijn lijden te doorgronden. Hij kwam tot de conclusie:
"Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet ..." (Job 36:26, NBG1951)
"... Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden." (Prediker 3:11, NBV2004)
De Bijbel maakt ons duidelijk dat God alles weet wat er te weten is.
"Groot is onze Heer en oppermachtig, zijn inzicht is niet te meten." (Psalm 147:5, NBV2004)
"en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem ..." (Hebreeën 4:13, NBG1951)
God de Vader ook is de enige die volledig zicht heeft op de toekomst (Matteüs 24:36).
De Bijbel maakt op veel plaatsen duidelijk dat God almachtig is. God heeft alle kracht, alle energie, alle vermogens en alle intelligentie om alles te kunnen maken wat er in de geestelijke en de materiële wereld bestaat. God is ook in staat om alles te verplaatsen, te veranderen en zo nodig zelfs te vernietigen. Daarom spreekt het vanzelf dat Hij ook alle macht heeft over zijn schepping.
"... De HEER, jullie God, is immers een God die macht heeft in de hemel en op aarde." (Jozua 2:11, NBV2004)
"... HEER, God van onze voorouders, u bent God in de hemel en u heerst over de koninkrijken van alle volken. In uw hand liggen macht en kracht besloten, niemand kan zich tegen u verzetten." (2 Kronieken 20:6, NBV2004)
"U komt alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is." (Openbaring 4:11, NBV2004)
God heeft ook de heerschappij over de hele aarde, hoewel Hij een deel van zijn macht heeft overgedragen aan de mensheid toen Hij Adam als heerser over de aarde aanstelde. Maar niets gebeurt zonder zijn nadrukkelijke toelating en God grijpt in waar en wanneer Hij dat nodig acht.
"De HERE is Koning. Met majesteit heeft Hij Zich bekleed ..." (Psalm 93:1, NBG1951)
Zie ook:
- onderwerp 'God
is verstandig' in hoofdstuk 'Gods
wijsheid'
- hoofdstuk 'Gods
koninkrijk'.
God is oneindig in veel opzichten. Op de basisschool hebben we geleerd dat er drie trappen van vergelijking zijn: de stellende, vergrotende en overtreffende trap, zoals: groot, groter, grootst. In de Bijbel komen we nog een vierde trap tegen, die alleen voorkomt in relatie met God en waarmee het absolute summum wordt aangegeven. Voorbeelden daarvan zijn uitdrukkingen die in sommige Bijbelvertalingen zijn weergegeven als 'koning der koningen', 'Heere der heren' en het 'heilige der heiligen'. In hedendaags Nederlands kunnen we dan beter zeggen: de allerhoogste koning, de allerhoogste Heer, het allerheiligste. Zo is God het absolute toppunt van alles wat bestaat.
God is volmaakt in elk opzicht, niet met een ijzige perfectie, die afstand schept. Integendeel. God is schitterend perfect en heerlijk perfect, volmaakt in heiligheid en liefde. Het is een geweldig voorrecht Hem te mogen kennen, want God WIL graag gekend worden door de mensen. De belangrijkste ontdekking die een mens gedurende zijn leven kan doen is om Hem te leren kennen, liefhebben en dienen vanuit een toegewijd hart.
Lees Psalm 139 maar eens aandachtig door!
"Met wie wil je Mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben ik gelijk te stellen?" (Jesaja 40:25, NBV2004)
Het belangrijkste Joodse gebed is het volgende:
"Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één!" (Deuteronomium 6:4, NBG1951)
"Luister, Israël, de Heer onze God is de enige!" (Deuteronomium 6:4, NBV2004)
Deze proclamatie kan gezien worden als de hoeksteen van het Joodse geloof. Met deze woorden wil elke gelovige Jood leven en sterven. Tegelijk is het een fundamentele waarheid in het nieuwtestamentische, christelijke geloof. Jezus citeerde deze woorden in Marcus 12:29. Er is maar één God die aanbeden mag worden, de God van Abraham, Isaak en Jakob, die zich later, in de tijd van het Nieuwe Testament, ook heeft geopenbaard als God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
God zegt van zichzelf:
"... Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God." (Jesaja 44:6, NBG1951)
Omdat God de schepper is van al wat bestaat, kunnen er geen andere goden zijn in dezelfde betekenis van het woord. Alle zogenaamde goden die in de loop der tijden zijn aanbeden, zijn afgoden ofwel onechte goden. Deze alternatieve 'goden' zijn demonen of bedenksels van mensen.
Er zijn in de loop der tijd zoveel verschillende soorten goden door allerlei volken vereerd dat het ondoenlijk is om daar een overzicht van te geven. Een voorbeeld van door mensen bedachte goden zijn de Griekse en Romeinse godheden, waarbij elke god of godin een bepaald levensgebied zou beheersen. Zo was er een god van de zee, een godin van de liefde, een god van de oorlog, enzovoort. Aan deze goden werden menselijke eigenschappen toegeschreven, alleen wat extremer dan de mensen en bovendien werden ze onsterfelijk geacht. Voorbeelden van demonische godheden vinden we in de diverse andere wereldgodsdiensten, zoals hindoeïsme en animisme. In de loop van de geschiedenis zijn er ook mensen geweest die zich als God lieten aanbidden, zoals verschillende Romeinse keizers in het verre verleden tot sommige dictators van nu.
Daarnaast houdt de mens er ook allerlei onpersoonlijke afgoden op na waarvan hij zijn diepste geluk laat afhangen, zoals geld, macht, genot en dergelijke.
Soms komen we in de Bijbel uitspraken tegen die het bestaan van andere goden lijken te bevestigen, zoals het volgende Bijbelvers:
"Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe, geducht is Hij, meer dan alle goden." (Psalm 96:4, NBV2004)
Deze Bijbeltekst gaat over de tegenstelling tussen de enige echte levende God tegenover alle mogelijke veronderstelde goden. In het volgende vers lezen we:
"De goden van de volken zijn minder dan niets, maar de Heer, Hij heeft de hemel gemaakt." (Psalm 96:5, NBV2004)
God drijft de spot met deze onechte goden en de bijbehorende afgodsbeelden:
"Als een vogelverschrikker in een komkommerveld zijn zij, zij spreken niet, zij moeten beslist gedragen worden, want zij kunnen geen stap doen. Vreest voor hen niet, want zij doen geen kwaad, maar ook goeddoen is er bij hen niet." (Jeremia 10:5, NBG1951)
Zie ook onderwerp 'Geen andere goden dienen' in hoofdstuk 'Gods levenswet'.
Allah, de godheid van de Islam, is van oorsprong de maangod Habul, die werd aanbeden in het gebied waar Mohammed vandaan kwam. Mohammed heeft deze god tot DE god van de Islam gemaakt. Zoals bekend, heeft Mohammed veel elementen uit het Joodse en het christelijke geloof verwerkt in zijn nieuwe godsdienst. Ook zijn veel van de eigenschappen van de God van de Bijbel aan Allah toegeschreven, zoals het feit dat Hij de enige god zou zijn en de schepper van het heelal. Enkele uitspraken van islamitische autoriteiten:
Allah heeft in veel opzichten een andere persoonlijkheid dan de God van de Bijbel. Natuurlijk kan er maar één enige god en schepper zijn en kunnen er geen twee naast elkaar bestaan. Christenen geloven dat moslims een verkeerd beeld van de enige ware God hebben, namelijk het beeld dat Mohammed heeft geschapen toen hij zijn godsdienst vorm gaf. De moslims geloven natuurlijk het tegenovergestelde.
Tegen wie geen antwoord weet op de vraag wie van beide de ware God is (of denkt dat ze feitelijk dezelfde god zijn) zou ik zeggen: lees de Bijbel en bestudeer het leven van Jezus aan de ene kant en lees de Koran en het leven van Mohammed aan de andere kant. Laat je hart vervolgens het antwoord geven op de vraag: wie van beide is geloofwaardiger?
Enkele unieke eigenschappen van God zijn:
Deze verbazingwekkende eigenschappen van God komen we in geen enkele andere godsdienst tegen.
"Zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in Zichzelf ..." (Johannes 5:26, NBV2004)
Alleen de God van de Bijbel is de levende God, die leven in zichzelf heeft. Dat is de betekenis van de naam 'Ik ben' waarmee God zich aan Mozes bekendmaakte (Exodus 3:14) In het Hebreeuws wordt hier een drievoudige tijd gebruikt, zodat deze naam van God gelezen zou moeten worden als: 'Ik was, Ik ben en Ik zal zijn', de eeuwige God dus. Deze benaming komen we ook in het Nieuwe Testament tegen:
"... genade zij u en vrede van Hem, die is en die was en die komt, en van de zeven geesten, die voor zijn troon zijn ..." (Openbaring 1:4, NBG1951)
De levende God geeft leven aan zijn schepselen. Geen enkel schepsel heeft leven in zichzelf. Elke vorm van leven is een geschenk van God en dat leven blijft altijd het eigendom van God. Het leven zelf is misschien wel het best bewaarde geheim van God. Of is het misschien 'een deel van God'?
God is ook in andere opzichten de God van het leven, de God die leven schenkt en voor het leven de hoogst denkbare waarde is. Elk mensenleven is kostbaar voor Hem.
"... Wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen. De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen." (Psalm 49:8-9, NBV2004)
God heeft geen echte rivalen. De satan is de enige die het ooit tegen Hem heeft opgenomen. Hoe machtig deze duistere figuur ook mag zijn, hij is geen god, maar een schepsel. Een schepsel kan nooit groter zijn dan zijn Schepper. De satan is in feite niet meer dan een gedegenereerde engel die bovendien verpletterend is verslagen door Jezus, toe Hij op Golgota stierf om de mensheid met God te verzoenen. De dagen van de satan zijn geteld en zijn definitieve ondergang is door God voorzegd. Gods troon staat vast en heeft nog nooit gewankeld en zal ook nooit wankelen. De satan vormt geen wezenlijke bedreiging voor God.
In de Bijbel openbaart God zich in drie Godspersonen of verschijningsvormen van de enige God:
Christenen geloven niet in drie afzonderlijke goden, maar in een drie-eenheid van de enige ware God. Deze bestaat uit drie min of meer zelfstandig optredende Godspersonen. Of drie verschillende verschijningsvormen van één en dezelfde godheid, die tegelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het begrip drie-eenheid komt als zodanig niet in de Bijbeltekst voor. Het is een poging om de unieke relatie tussen de drie Godspersonen te beschrijven, die overigens op diverse Bijbelplaatsen wel in één adem worden genoemd:
"... toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem (=de stem van God de Vader) uit de hemel: 'Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.' " (Lucas 3:21-22, NBV2004)
"Ga er daarom op uit om alle volken tot mijn leerlingen te maken. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd." (Matteüs 28:19, HB2008)
"De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de heilige Geest zij met u allen." (2 Korintiërs 13:13, NBV2004)
Laten we eerst een paar onderscheidende kenmerken van de drie Godspersonen bekijken.
God de Vader is onzichtbaar voor mensenogen.
"Hij (=God de Vader) alleen is onsterfelijk en hij woont in een ontoegankelijk licht; geen mens heeft hem ooit gezien of kan hem zien ..." (1 Timoteüs 6:16, NBV2004)
"Niemand heeft God ooit gezien, maar de eniggeboren God, die rust aan het hart van de Vader, Hij heeft Hem doen kennen." (Johannes 1:18, WV2012)
God de Vader is pas geopenbaard toen de Zoon kwam. Want Jezus zei:
"... Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien ..." (Johannes 14:9, NBV2004)
Als hoofdpersoon van de drie-enige Godheid is het in de eerste plaats de Vader die de schepping tot stand heeft gebracht en die de schepping onderhoudt.
Gods relatie met zijn volk Israël wordt meestal geschilderd als die van een heilige God, die een goede, rechtvaardige koning is voor zijn onderdanen. Gods heerschappij en soevereiniteit komt daarin sterk naar voren. Omdat God de Vader de hoofdpersoon van de Godheid is, kunnen we het beste aan God de Vader denken wanneer we in het Oude Testament over 'God' of 'de Heer' lezen.
In het Nieuwe Testament onthult Jezus Gods vaderschap in een veel diepere zin. God is immers niet alleen Vader in de betekenis van schepper en aartsvader van de mensheid, maar in geestelijke zin ook als herschepper van mensen die via de weg van bekering en wedergeboorte kinderen van God zijn geworden. Jezus noemde God tegenover zijn discipelen 'mijn en uw Vader' (Johannes 20:17).
"Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen." (Hebreeën 1:1-3, HSV2010)
Jezus is de Zoon van God, maar geen schepsel van God. De Zoon is een verschijningsvorm van de eeuwige God en daarom kunnen we niet spreken over het 'ontstaan' of 'geboren worden' van de Zoon. Daarom kon Jezus van zichzelf zeggen:
"Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." (Openbaring 22:13, NBG1951)
"Ik en de Vader zijn Één." (Johannes 10:30, HSV2010)
Jezus is tegelijk volledig God en volledig mens. Jezus noemde zichzelf zowel Zoon van God als Mensenzoon. Als mensen hebben we moeite om daarbij de juiste balans te bewaren. Bij het lezen van de evangeliën zien sommige Bijbellezers alleen maar de Zoon van God, die alles kon omdat Hij God was. Ze gaan dan gauw voorbij aan de beperkingen van zijn menselijkheid. Andere Bijbellezers zien Hem in de eerste plaats als mens, die een goed voorbeeld gaf, en gaan voorbij aan zijn goddelijkheid. Maar Jezus heeft een goddelijke natuur en Hij is ruim tweeduizend jaar geleden op aarde geboren en heeft daar ook een volledige menselijke natuur aangenomen. En die beide naturen zal Hij altijd behouden.
Jezus is de uitvoerende machtspersoon binnen de Godheid, zodat Hij kon zeggen:
"Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven ..." (Matteüs 11:27, WV2012)
"... Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde," (Matteüs 28:18, HSV2010)
Lees meer over Jezus hoofdstuk 'Wie is Jezus?'.
God de Heilige Geest is God die zich vooral manifesteert in de geestelijke wereld. Hij is het 'innerlijk' en het creatieve 'brein' van God de Vader. In de eerste plaats was Gods Geest de uitvoerder van al Gods scheppingswerk. In Genesis 1 lezen we Gods overbekende scheppingswoorden. Maar het is de Heilige Geest die vanaf het begin op de aarde was (zie Genesis 1:2) om inhoud te geven aan Gods scheppingswoorden. God sprak de scheppingswoorden uit als opdrachten, die vervolgens door de Heilige Geest werden uitgevoerd. De Heilige Geest heeft op een onnavolgbaar creatieve manier de oorspronkelijk geschapen aarde omgevormd tot een prachtige schepping.
De Heilige Geest woont bovendien permanent in de harten van wedergeboren gelovigen waardoor zij in verbinding staan met God zelf, de bron van alle zegen en kracht. De Heilige Geest is zowel een krachtbron voor gelovigen als een aanspreekbare persoon. Als je dat moeilijk te begrijpen vindt ben je niet de enige. Als beperkte mensen weten we zo weinig van de geestelijke wereld. Laat staan dat we precies kunnen begrijpen wie de Heilige Geest van God is.
De Heilige Geest speelt de belangrijkste rol in het herscheppingsproces van de mensen en bewerkt ook hun geestelijke ontwikkeling. Daarmee verband houdend is het de taak van de Heilige Geest om namens God de Vader en namens Jezus met de gelovigen te communiceren. Daardoor kunnen mensen God ervaren en zijn stem verstaan. Ook is het de Heilige Geest die openbaringen aan mensen doorgeeft. Voorbeelden hiervan zijn het inspireren van de Bijbelschrijvers, het doorgeven van profetieën, het 'verlichten' van een mensenhart zodat hij zicht krijgt op God en Gods bedoelingen.
In Johannes 14:16-24 legt Jezus aan de discipelen uit wie de Heilige Geest is.
"En Ik zal de Vader vragen jullie een andere Helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn." (Johannes 14:16, WV2012)
Lees meer over de Heilige Geest in onderwerp 'Wie is de Heilige Geest?' in hoofdstuk 'Heilige Geest'.
De goddelijke drie-eenheid hangt samen met Gods scheppingsorde, namelijk dat Hij er voor gekozen heeft zowel een geestelijke als een materiële wereld te maken. De Heilige Geest is vooral de manifestatie van de Godheid in de geestelijke wereld. De Zoon is de manifestatie van de Godheid in de materiële wereld. God de Vader staat boven alles en iedereen, dus Hij omvat de geestelijke en de materiële wereld.
Je zou ook kunnen zeggen: de Vader is de hoofdpersoon, de Zoon is de 'buitenkant' van God en de Heilige Geest is de 'binnenkant' van God. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn dus niet elk een derde deel van de Godheid, maar elk van de Godspersonen kan als de ene, waarachtige God worden aangesproken en elk van Hen kan de totale Godheid vertegenwoordigen.
Ik wil een poging wagen om de drie-eenheid iets te verduidelijken. Evenals onze Schepper heb je als mens drie wezensaspecten: geest, ziel en lichaam. Dat zouden we de menselijke drie-eenheid kunnen noemen. Je ziel is het centrale deel van je persoonlijkheid en is vooral je bewuste leven. Daarnaast hebben we een lichaam, waarmee we op aarde functioneren en een geest om met de geestelijke wereld verbonden te zijn. Daarin zijn we een afbeelding van de goddelijke drie-eenheid.
| God | mens | ||
| Vader | voornaamste persoon van de Godheid; omvat de geestelijke en de materiële wereld | ziel | kern van de persoonlijkheid, verbonden met geest en lichaam |
| Zoon | manifesteert zich voornamelijk in de materiële wereld | lichaam | functioneert in de materiële wereld |
| Heilige Geest | manifesteert zich uitsluitend in de geestelijke wereld | geest | functioneert in de geestelijke wereld |
Menselijke drie-eenheid, afbeelding van goddelijke drie-eenheid
Je geest, ziel en lichaam vormen een onlosmakelijk geheel, en toch ... Je hebt een lichaam, maar als je droomt, beleef je dat in je geest en niet met je lichamelijke zintuigen. Als je lichaam sterft, blijft het op de aarde, maar dan gaat je ziel en je geest naar het dodenrijk (in de geestelijke wereld). Kennelijk kunnen bij mensen lichaam, ziel en geest ook tot op zekere hoogte afzonderlijk optreden, terwijl ze een onlosmakelijk geheel vormen en horen bij één en dezelfde persoonlijkheid. Daarom is het ook niet zo vreemd dat God, van wie we als evenbeelden geschapen zijn, als drie afzonderlijke Godspersonen kan optreden.
Het begrip drie-eenheid houdt niet alleen in dat er drie afzonderlijke Godspersonen zijn, maar ook dat die drie Godspersonen een EENHEID vormen. Gods unieke persoonlijkheid weerspiegelt zich in alle drie de Godspersonen. Zo lezen we dat zowel de Vader, de Zoon en de Heilige Geest betrokken zijn bij de schepping. Van alle drie de Godspersonen wordt gezegd dat ze vol liefde zijn. Sommige taken of rollen van de drie Godspersonen overlappen elkaar, zodat de 'grenzen' tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest niet precies zijn aan te geven. De onderlinge samenhang tussen de Godspersonen is belangrijker dan de onderlinge verschillen.
Sommige gelovige vinden de Vader diep in hun hart wel erg streng en Jezus een stuk vriendelijker, maar dat is een misverstand. Ze zijn beide even streng en beide even vriendelijk en ze hebben hetzelfde karakter. Jezus en de Vader zijn één, dat heeft Jezus zelf gezegd. En de Heilige Geest wordt zowel de Geest van God als de Geest van Jezus genoemd. De eenheid en harmonie tussen Vader, Zoon en Geest komt onder meer naar voren in de volgende woorden van Jezus die Hij uitsprak tegenover zijn naaste discipelen:
"... Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij..." (Johannes 14:9-11, NBV2004)
"De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat ..." (Johannes 16:13-15, NBV2004)
Zie ook de volgende onderwerpen in hoofdstuk
'Relatie
met God':
- 'Relatie met
God als Vader'
- 'Relatie met
Jezus'
- 'Relatie
met de Heilige Geest'