banner image

 

2. Schepping en zondeval

2.4. Adam en Eva

In het paradijs kozen Adam en Eva ervoor om van de verboden boom te eten. Door die keuze lieten ze zien dat ze los van God verder wilden leven. Daardoor kwam er een vloek over de aarde en over het menselijke geslacht.

2.4.1. Adam en het paradijs
2.4.2. Levensboom en doodsboom
2.4.3. Adam ontmoet Eva
2.4.4. Hoe Eva verleid werd
2.4.5. Gevallen mensen
2.4.6. Verantwoording voor de zondeval
2.4.7. Verbannen uit het paradijs
2.4.8. Ontluistering

 

2.4.1. Adam en het paradijs

Schepping van de mens

Op de laatste van de zes scheppingsdagen schiep God ... de mens, de hoogste scheppingsvorm op aarde, het kroonjuweel van de schepping.

"En God zei: Laten Wij mensen (=mensheid) maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis ... En God schiep de mens (=mensheid) naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen ..." (Genesis 1:26-27, HSV2010)

God schiep de hele mensheid in principe door de schepping van één mens:

Adam, de zoon van God (Luas 3:38)

De schepping van de eerste mens Adam was handwerk. God maakte hem met grote zorg uit aardse grondstoffen.

"Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen." Genesis 2:7, NBV2004)

De Schepper blies vervolgens zijn eigen levensadem in de mens, waardoor hij een levend wezen werd. Maar niet zomaar een levend wezen, als een bijzonder diersoort. De mens ontving namelijk niet alleen een ziel, maar ook een geest in zijn diepste innerlijk en juist dat maakte de mens zo bijzonder en meer als een afbeelding van God zelf. Daardoor ontving hij de mogelijkheid om met God, die Geest is te communiceren en een relatie te onderhouden.

"Toch hebt Gij hem (=de mens) bijna goddelijk gemaakt en hem met heerlijkheid en luister gekroond." (Psalm 8:6, NBG1951)

Paradijs, een tuin van vreugde

Ik denk dat God op de derde scheppingsdag, toen Hij het plantenrijk schiep, een prachtige tuin had aangelegd waar de eerste mensen mochten wonen.

"Ook had de Heere God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar de mens, die Hij geformeerd had. En de Heere God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijs ..." (Genesis 2:8-9, SV1977)

 'Eden' betekent: vreugde, verrukking. In Jesaja 51:3 wordt het paradijs 'Gods tuin' genoemd. God had dit mooie lustoord speciaal voor Adam klaargemaakt als woonplaats. Alleen het allerbeste was goed genoeg voor de mens, het kroonjuweel van zijn schepping.  Vervolgens bracht God zijn zoon Adam naar de paradijstuin die Hij enkele dagen eerder had aangelegd. Dat zou zijn woonplek worden.

"Toen bracht de HEER God de mens in de tuin van Eden ..." (Genesis 2:15, WV2012)

Ontwikkeling van Adam

Algemeen wordt aangenomen dat Adam is geschapen als een volwassen man. Ongetwijfeld heeft God, zijn Vader, hem allerlei praktische dingen geleerd die ouders hun kinderen leren. God heeft hem ook een taal aangeleerd, hoogstwaarschijnlijk de Hebreeuwse taal, die nog altijd de taal van God wordt genoemdl. Het ontwikkelingsproces van Adam kan jaren hebben geduurd waarbij hij van alles leerde tijdens zijn dagelijkse ontmoetingen met God. Adam was geschapen met een perfect functionerend verstand, dus hij zal een snelle leerling zijn geweest. 

Persoonlijk geloof ik dat God Adam ook wel 'in de geest' heeft meegenomen om allerlei delen van de wereld te zien. Hij was immers bestemd om over de hele aarde te heersen. Waarom deze aanname? Omdat zoiets vaker in de Bijbel beschreven is:

Het enige Bijbelse voorbeeld waarbij God Adam klaarmaakte voor zijn taak was die dag dat God hem liet kennismaken met de dierenwereld.

"... en Hij bracht die (=de dieren) bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten." (Genesis 2:19, NBV2004)

God wilde dat Adam de dieren namen gaf, om daarmee zijn heerschappij over de dierenwereld te onderstrepen. Zo ontmoetten de dieren hun koning. Wellicht moesten ze daarvoor buiten de hof van Eden zijn. Dit was de eerste keer dat God alle dieren (mannetje en vrouwtje) in een lange rij liet aantreden. Later zou God dit ook doen voor Noach, toen hij de ark klaar had.

Er is veel taalvaardigheid nodig om alle soorten dieren verschillende namen te geven die bij hen passen. Maar die had Adam inmiddels wel ontwikkeld. De kennis en ervaring die Adam onder Gods leiding had gekregen zou hij later ook aan zijn nageslacht doorgegeven. De eerste mensen waren geen primitieve schepsels, maar behoorlijk ontwikkelde mensen die wisten wie God was, hoe Hij de wereld had geschapen en nog heel veel meer. Ze waren ook toegerust om hun omgeving bewoonbaar te maken.

Ongetwijfeld heeft God met zijn zoon door de uitgestrekte tuin gewandeld. Daarbij wees God op de rivier die in Eden begon en naar beneden stroomde en zich in vier rivieren splitste. Ook wees God hem wellicht op allerlei mineralen zoals ijzererts, goud en edelgesteente, en andere grondstoffen en waarschijnlijk ook wat je ermee zou kunnen doen.

"Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. (Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx.) De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat." (Genesis 2:10-14, NBV2004)

Tuinman en beheerder

Het paradijs was geen Luilekkerland voor Adam. Er moest gewerkt worden en dat was een stuk gezonder dan een beetje rondhangen en fruit eten.

"... in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren." (Genesis 2:15, WV2012)

Adam kreeg om te beginnen de verantwoordelijkheid voor de tuin van Eden, om die in goede staat te houden. Het paradijs zou letterlijk een PROEFTUIN voor hem worden. Dit Bijbelvers zegt iets over de bestemming voor mannen: werk, desnoods zwaar werk. Daar is zijn lichaam voor ontworpen en daarin kan hij vreugde en voldoening vinden.

 

2.4.2. Levensboom en doodsboom

De aarde, zoals God die had geschapen, was volmaakt goed. En toch lag er een schaduw over de aarde: de aanwezigheid van de satan. God heeft Adam ongetwijfeld ingelicht over de zondige opstandigheid van de satan en zijn opzet om over de aarde te heersen.

Twee bijzondere bomen

In het paradijs stonden twee bijzondere bomen met een bijzondere betekenis en mogelijk ook met unieke vruchten.

"... In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad." (Genesis 2:9, NBV2004)

De vermelding dat ze allebei in het midden stonden onderstreept vooral de centrale betekenis van de beide bomen. Ze stelden als het ware de aardse ambassades voor van de beide grootmachten in de geestelijke wereld: het rijk van God en dat van de opstandige satan,  anders gezegd: het rijk van het leven en het rijk van de dood.

De twee bijzondere bomen waren de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad. De tweede boom noem ik liever de doodsboom om het contrast met de levensboom duidelijker te laten zien, en het is bovendien korter. De beide bomen waren elkaars tegenbeeld. Eten van de vruchten van de levensboom betekende een keuze voor liefdevolle toewijding aan met God. Onze Schepper weet als geen ander dat liefde niet kan worden afgedwongen en dat liefde bovenal een persoonlijke keuze is. God heeft de mens geschapen met een vrije wil, waarmee hij voor of tegen Hem kan kiezen.

Levensboom

De levensboom was Gods aanbod van leven aan de mens. De vruchten van de levensboom waren in principe niet nodig voor de mens om in leven te blijven. De mens was immers volmaakt geschapen. Zolang hij rechtvaardig leefde, zou hij nooit hoeven te sterven. In de Bijbel lezen we immers:

"Iemand die zondigt zal sterven ..." (Ezechiël 18:20, NBV2004)

Mocht de mens daarna toch zondigen, dan zou hij door het eten van de levensboom toch in leven blijven, zoals blijkt uit Genesis 3:22. De Bijbel vermeldt geen aansporing voor Adam om van de levensboom te eten. Gaf gaf hem ongetwijfeld voldoende uitleg over deze boom.

Duizenden jaren later zou er een nieuwe levensboom komen voor de in zonde gevallen mensheid: het kruis op Golgota. Door in geloof de gekruisigde Jezus aan te nemen kan men nu nieuw leven leven ontvangen bij de wedergeboorte, een leven in verbondenheid met God.

In de beschrijving van de toekomstige nieuwe aarde komen we de levensboom ook tegen in een andere vorm:

"Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat." (Openbaring 2:7, HSV2010)

"... Aan beide zijden van de rivier stonden levensbomen die twaalf keer per jaar vrucht droegen, elke maand één keer. Hun bladeren brengen de volken genezing." (Openbaring 22:2, GNB1996)

Mensen die behoren tot de Bruid van Jezus zullen vruchten van deze boom mogen eten. De bladeren zullen beschikbaar zijn voor de overige volken. Waarom zouden die op de nieuwe aarde genezing nodig hebben, terwijl ze toch op de nieuwe aarde wonen waar alles volmaakt is? Mogelijk zullen ze daar in een paradijselijke omgeving wonen, maar zijn die bladeren misschien nodig om te herstellen na zondigen.

Doodsboom (boom van kennis van goed en kwaad)

"Hij (=God) hield hem (=Adam) het volgende voor: 'Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.' " (Genesis 2:16-17, NBV2004)

Deze bijzondere boom in het paradijs beloofde kennis van goed en kwaad. Maar alleen de Schepper heeft het recht te bepalen wat goed en slecht is, en niemand anders! God waarschuwde Adam voor de gevaren van deze boom. Eten van deze boom betekende namelijk: ongehoorzaamheid aan het enige verbod dat God hem had opgelegd en God niet meer vertrouwen op zijn woorden. Dit zou gelijk staan aan opstandigheid tegenover God en dus het einde van de liefdevolle relatie met God.

Als Adam God zou afwijzen, die de bron van alle leven is, zou hij 'onherroepelijk sterven'. God had niet gezegd dat hij dan lichamelijk zou sterven, maar dat hij wel geestelijk zou sterven door de verbreking met de relatie met God. Hij zou ook lichamelijk sterfelijk worden. Door van de vruchten te eten zou hij wel ervaringskennis krijgen over het zondigen. Maar die ervaringskennis zou hen diep ongelukkig maken.

Zie meer hierover in onderwerp 'Ontluistering' verderop in dit hoofdstuk.

De doodsboom en de vruchten die er aan hingen zagen er buitengewoon aantrekkelijk uit. De doodsboom straalde een verleidelijk interessante boodschap uit: "Wees je eigen god, bepaal zelf wat goed en kwaad is, laat je leiden door je eigen verlangens, kies voor jezelf en het echte leven. Want met de Schepper is het leven maar een dooie boel en Hij verbiedt alles wat leuk is."

Het ging om dezelfde boodschap die vandaag nog luid en duidelijk wordt uitgeschreeuwd binnen onze seculiere cultuur. De doodsboom spiegelt een aantrekkelijk leven voor, maar het resultaat is verderf en ondergang. God had gelijk: de vrucht van deze boom is dodelijk. Onafhankelijkheid van God betekent immers de dood omdat de mens geen leven in zichzelf heeft. Dat heeft God alleen.

"Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader hem gegeven." (Johannes 5:26, NBV2004)

Verschillen tussen levensboom en doodsboom

Laten we de belangrijkste verschillen tussen de levensboom en de doodsboom eens op een rijtje zetten volgens de vier aspecten van de menselijke ziel:

zielsaspect levensboom doodsboom
verstand - Gods waarheid dankbaar accepteren
- Gods leefregels opvolgen
- Luisteren naar de leugens van de satan
- Zelf uitmaken wat goed en kwaad is.
gevoel - Genieten van Gods zegeningen
- Wat van God is van het hoogste belang vinden
- Toegeven aan zelfzuchtige verlangens
- Aardse zaken belangrijker vinden dan geestelijke
wil - Afhankelijk van God willen leven
- Vrijwillige, liefdevolle toewijding aan God
- Onafhankelijk van God willen leven
- Dwangmatige toewijding aan het eigen ik
gedrag - Nieuw leven, in verbondenheid met God
- Leven tot eer van de Schepper
- Leven in slavernij aan de zonde en de satan
- Degeneratie en dood

Levensboom en doodsboom

Als je de verschillen bekijkt, is het dan echt zo moeilijk om te kiezen? Wie maar een klein beetje zijn verstand gebruikt kiest toch niet voor de dood? Maar dat is het hem nu juist: we kiezen niet alleen met ons verstand. Ons gevoel speelt ook een rol, en dat gevoel staat meer open voor verleiding en voor de aantrekkingskracht van het aardse. En dat maakt het voor een mens moeilijk om te kiezen.

Onbevangen en onschuldig

Adam en Eva waren volmaakt geschapen, maar hun morele instelling was nog niet gevormd. Ze leefden in harmonie met God, maar hun hart had nog geen keus gemaakt. Ze waren nog onbevangen en zuiver. Als stamouders van het menselijke geslacht hadden ze een enorme verantwoordelijkheid. Ik denk dat de hemel met ingehouden adem toezag op wat daar in het paradijs zou gaan gebeuren. Eenmaal zouden ze immers van één van beide bomen gaan eten.

 

2.4.3. Adam ontmoet Eva

Adam gaat naar een partner verlangen

"God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper r hem maken die bij hem past." (Genesis 2:18, NBV2004)

Adam was direct a zijn schepping ongetwijfeld een gelukkig mens, maar zijn geluk was nog niet compleet. God liet hem zelf zijn behoefte aan een menselijke partner ontdekken. Dat gebeurde toen Adam de dieren namen moest geven.

Zo gaf Adam namen aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld; maar voor de mens vond hij geen hulp als iemand tegenover hem." (Genesis 2:20, HSV2010

Het viel Adam dus op dat God van elk diersoort er twee liet zien die veel van elkaar weg hadden, maar toch ook duidelijk verschillend waren. Ze gedroegen zich twee aan twee als paren, die bij elkaar hoorden en met elkaar optrokken. Ongetwijfeld gaf God Adam de nodige toelichting en uitleg over mannelijke en vrouwelijke dieren. Ook over voortplanting. En zo ontstond er een natuurlijk verlangen bij Adam naar een menselijke partner voor hemzelf.

Adams offer

Het lijkt me aannemelijk dat God Adam vervolgens verteldeop welke manier Hij een partner voor hem zou willen maken. Dat God een medische ingreep zou moeten uitvoeren om iets uit zijn lichaam weg te nemen en daaruit een partner voor hem te maken. God heeft Adam waarschijnlijk eerst gevraagd of hij dat wel voor haar over had. God laat mensen immers vrij om keuzes te maken over hun eigen leven en dringt niets aan mensen op.

Dat zou beslist een offer zijn voor Adam, want wie zou het prettig vinden als er een stuk uit zijn lichaam zou worden gehaald? Hij stond voor de keus: als hij het niet zou doen, zou hij voor altijd de enige mens op aarde blijven. Als hij het wel zou doen, moest hij er voor bloeden. Het lijkt me duidelijk welk antwoord Adam aan God moet hebben gegeven: een volmondig "Ja, ik wil!"

Schepping van Eva

"Toen liet God, de Heer, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam Hij één van zijn ribben weg; Hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de Heer, een vrouw ..." (Genesis 2:21-22, NBV2004)

Adam was de eerste mens op aarde die een offer bracht. Het kostte hem letterlijk een rib uit zijn lijf, maar hij kreeg er ook heel wat voor terug! God zorgde er als een zorgzame vader voor dat Adam geen pijn hoefde te lijden bij de operatie. Terwijl Adam 'onder narcose' was (de Bijbel noemt het een uitzonderlijk diepe slaap), maakte God een vrouw vanuit het lichaam van Adam. God nam een rib uit zijn lichaam weg en gebruikte die als materiaal om Eva te creëren. Het woord in de Hebreeuwse brontekst voor 'rib' kan ook 'deel van de zijde van de man' betekenen. Dit onderstreept de door God gewilde gelijkwaardigheid van man en vrouw.

Natuurlijk had God haar ook zonder Adams rib kunnen maken, bijvoorbeeld door haar net zo als Adam uit materiaal van de aarde te maken. Maar God wilde het op deze bijzondere manier doen om daarmee de speciale relatie tussen man en vrouw te onderstrepen. Adam moest leren dat verantwoordelijkheid voor het welzijn van je vrouw iets mag kosten. Dit doet ook denken aan de opdracht aan de man ten opzichte van zijn vrouw:

"Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en zich voor haar overgegeven heeft." (Efeziërs 5:25, NBG1951)

Maar deze bijzondere manier waarop Eva geschapen is heeft ook een ander aspect: Adam is eerder geschapen dan Eva, en Eva is uit Adam voortgekomen. De apostel Paulus noemde dit feit als een onderstreping van het door God bedoelde mannelijke leiderschap (1 Korintiërs 11:3, 8-9) dat we door heel de Bijbel van begin tot eind tegenkomen. Deze ongelijkheid is een ongemakkelijke waarheid voor christenen die het on-Bijbelse principe van gendergelijkheid omarmen.

Bovenal was Adam in dit verband een voorafschaduwing van de tweede Adam, Jezus, die net als Adam 'Zoon van God' genoemd zou worden. Jezus koos ervoor om zijn leven te geven voor zijn Bruid, bestaande uit alle ware gelovigen. Eva was uit de zijde van Adam voortgekomen. Het is opmerkelijk dat er na het sterven van Jezus ook bloed uit zijn zijdekwam: het bloed van Jezus dat heeft gevloeid om mensen met God te verzoenennieuw leven te geven, om daardoor een relatie met Godkrijgen.

Adam ontmoet zijn vrouw

Adam werd wakker uit zijn narcose.

"... en Hij (=God) bracht haar bij de mens." (Genesis 2:22, NBV2004)

Zie je het voor je? God kwam naar Adam toe en gaf hem het grootste en het mooiste aardse geschenk dat een man ooit kan krijgen: "Alsjeblieft, Adam, hier is je vrouw!!!" Net zoals vaders tegenwoordig bij veel huwelijksinzegeningen hun dochter de kerk binnenbrengen en haar symbolisch aan de bruidegom 'overhandigen'. Ik heb dit zelf viermaal mogen doen en het waren geweldige momenten.

Adam was buiten zichzelf van blijdschap en ontving zijn vrouw met grote dankbaarheid. Hij zei niet: "O, wat is ze mooi!" (ook al was ze dat natuurlijk wel) maar hij zei:

"... Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen." (Genesis 2:23, HSV2010)

In deze letterlijke vertaling wordt Eva Adams 'mannin' genoemd en niet zijn 'vrouw', zoals in de meeste andere Bijbelvertalingen. In de Hebreeuwse brontekst vind je voor man en vrouw de woorden 'is' en 'issa', die aan elkaar verwant zijn. Door deze letterlijke vertaling wordt onderstreept dat de eerste vrouw uit de eerste man is voortgekomen en dat ze aan elkaar verwant zijn. In alle andere Bijbelverzen wordt 'issa' wel met 'vrouw' vertaald.

Dat deze vrouw was voortgekomen uit Adams eigen lichaam vond hij het allermooiste. Daardoor was ze zijn naaste familielid met wie hij een bloedband had en ze zouden voor altijd bij elkaar horen! Het was de enige bevalling die ooit een man heeft gehad. Vrouwen die zelf één of meer kinderen hebben gekregen kunnen de gevoelens van Adam heel goed begrijpen: een nieuw mens dat uit je eigen lichaam komt, wat een wonder! Natuurlijk zul je daar altijd van houden!

Uit deze woorden van Adam kunnen we ook opmaken dat hij van tevoren wist wat er met hem zou gebeuren. Hoe zou hij anders op dat moment kunnen spreken over wat God gedaan had met zijn eigen gebeente en vlees?

God sluit het eerste huwelijk

Ik neem aan dat ook Eva blij was toen God haar overdroeg aan die enthousiaste man, die zo verrukt naar haar stond te kijken. En daarmee was het allereerste huwelijk tussen man en vrouw gesloten, met de Schepper als de huwelijkssluiter en getuige.

God heeft het jonge paar ongetwijfeld het één en ander verteld over de huwelijksrelatie. Het volgende Bijbelvers toont aan dat deze eerste samenvoeging van man en vrouw model staat voor alle andere huwelijkssluitingen die daarna gesloten zouden worden.

"Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt." (Genesis 2:24, NBV2004)

"Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn." (Genesis 2:24, HSV2010)

In deze vertalingen van dit Bijbelvers zien we een opmerkelijk verschil. De NBV vertaling wijst alleen op lichamelijke eenwording, maar het woord 'vlees' heeft ook betrekking op het zielenleven. Het gaat hier dus om een veel diepere, hechtere en completere eenwording. Het valt op dat de man wordt genoemd als initiatiefnemer om een huwelijk aan te gaan. Ook dat de huwelijksrelatie zwaarder weegt dan relaties met ouders en andere familieleden.

Het huwelijk tussen man en vrou is een heilige liefdesrelatie, die geen bedenksel van mensen is, maar die door God is ingesteld en diep uit het hart van God komt.

Zie ook de onderwerpen 'Huwelijksverbond' en 'Eenwording in het huwelijk' in hoofdstuk 'Relaties tussen mensen'.

Gods heerlikheid in Adam en Eva

De eerste man en vrouw waren elk op een eigen manier een afstraling van Gods heiligheid en liefde. Door hun zondeval zouden ze die goddelijke heerlijkheidlater verliezen (Romeinen 3:23) maar in het begin hadden ze die nog volledig. Dat hield in dat ze een reine onbevangenheid hadden en in volmaakte harmonie leefden met God, met elkaar, met hun omgeving en met zichzelf.

Toch hadden Adam en Eva nog niet hun uiteindelijke doel en geestelijke volwassenheid bereikt. Er lag nog een heel ontwikkelingstraject voor hen. Om te beginnen moest hun morele besef nog worden gevormd en moest hun trouw en toewijding aan de Schepper nog worden getest. Dat zou blijken uit de manier waarop ze zouden omgaan met de twee bijzondere bomen in het paradijs...

Heersen over de aarde, te beginnen bij het paradijs

We lezen in de Bijbel dat God een omvangrijke missie had voor het eerste mensenpaar:

"En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!" (Genesis 1:28, HSV2010)

Kort gezegd: de aarde vullen met nageslacht en zorg dragen voor de aarde.

Adams vrouw Eva werd ook 'met de hand' gemaakt waarbij God iets uit Adams lichaam nam en haar daaruit maakte. Het hele menselijke geslacht is uit deze twee mensen voortgekomen.

"Uit één mens heeft hij (=God) de hele mensheid gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid ..." (Handelingen 17:26, NBV2004)

Van alle geschapen wezens lijkt de mens de hoogste positie in te nemen, dus een hogere dan de engelen.

"U hebt hem weinig minder dan een god gemaakt, hem met glorie en eer gekroond. U laat hem heersen over alles wat u gemaakt hebt, alles hebt u aan zijn voeten gelegd ..." (Psalm 8:6-7, GNB1996)

Samen optrekken

Ik denk dat het huwelijk van Adam en Eva bijna direct na haar schepping is voltrokken. Maar op dat moment was er een groot verschil in ontwikkeling tussen Adam en Eva. Adam had al een hele tijd met God opgetrokken en veel van Hem geleerd en hij had ook ervaring met het dagelijkse bestaan in het paradijs, terwijl Eva letterlijk nog maar net kwam kijken.

Om te beginnen moest Eva leren praten en de taal heeft ze ongetwijfeld van Adam geleerd. Ook zij was volmaakt geschapen met een uitstekend functionerend verstand, dus dat zal geen probleem zijn geweest. Adam heeft haar natuurlijk van alles verteld over wat hij met God had meegemaakt en wat hij van Hem had geleerd. Ze deden samen steeds meer ontdekkingen in hun leefomgeving. Want Eva zag natuurlijk dingen die Adam nooit waren opgevallen. Ze konden genieten van elkaars verschillen en vulden elkaar op een prachtige manier aan.

Zie ook onderwerp 'Roeping van man en vrouw' in hoofdstuk 'Karakter en geloof'.

 

2.4.4. Hoe Eva verleid werd

Op weg naar de doodsboom

We kunnen ons afvragen waarom Adam en Eva op die bewuste dag zo dicht bij die doodsboom kwamen. Waren ze nieuwsgierig naar die geheimzinnige boom? Ze wisten heel goed dat God hen ertegen gewaarschuwd had. Ik kan me niet voorstellen dat ze er per ongeluk bij in de buurt kwamen. Niemand had Adam of Eva ertoe aangespoord om bij de doodsboom te gaan kijken, God niet en de satan ook niet.

We denken vaak dat verleiding van buitenaf komt, maar de Bijbel leert duidelijk dat die in het eigen hart begint.

"Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept." (Jakobus 1:14, NBV2004)

Verleiding begint meestal vat op een mens te krijgen als hij ervoor kiest om zich onnodig dicht bij de plaats van verleiding te wagen. Op één of andere manier was er een verlangen in hun hart ontstaan waardoor ze uit eigen vrije wil naar de doodsboom gingen. Tegelijk moet het hen ook een spannend gevoel hebben gegeven om dicht bij die geheimzinnige, griezelige boom te komen.

Bij de verboden boom

Toen ze bij de verboden boom kwamen werden Adam en Eva tot hun verrassing verwelkomd door een prachtig dier. Ze wisten waarschijnlijk niet dat het een verschijningsvorm van de satan was. Over het uiterlijk van de satan lezen we in het Bijbelboek Ezechiël:

"... Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen ..." (Ezechiël 28:12-13, NBV2004)

Hieruit kunnen we op zijn minst concluderen dat het slangachtige dier, dat de satan vertegenwoordigde, fabelachtig mooi moet zijn geweest.

"Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst ..." (Genesis 3:1, NBV2004)

De satan vertoonde zich daar in de belichaming van een slangachtig dier (zie ook Openbaring 12:9). Niet zo'n verwonderlijke keuze voor zo'n glibberige gladjanus van een verleider. Laten we het dier maar een 'serpent' noemen, in navolging van Engelse Bijbelvertalingen. Dat klinkt erg negatief en dat is ook de bedoeling. Hij werd het sluwste dier genoemd en dat betekent dat zijn intelligentie de geur van verleiding en zonde met zich mee droeg.

De kunst van het verleiden

De satan is de absolute kampioen in de hogere verleidingstechnieken. In zijn rol als verleider oefent hij geen enkele dwang uit. Nee, hij speelt een veel subtieler spel. Hij doet niets anders dan vriendelijk aansporen om je verstand uit te schakelen en je gevoel te volgen en je aan te raden om een bepaalde behoefte te bevredigen.

De satan heeft in het paradijs gebruik gemaakt van een eenvoudige maar doeltreffende verleidingstechniek, waarmee hij niet alleen in het paradijs, maar ook later over de hele wereld bij miljoenen mensen succes heeft gehad. Wees gewaarschuwd: dezelfde trucs gebruikt hij ook op jou en ze zijn lastig te herkennen. De kern van deze verleidingstechniek komt in het kort op het volgende neer:

  1. een waarheid tot leugen verklaren
  2. een leugen als waarheid aanprijzen

Dit wordt ook benoemd in het volgende Bijbelgedeelte:

"Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad,
die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht,
die van zoet bitter maken en van bitter zoet." (Jesaja 5:20, NBV2004)

Deze verleidingstechniek werd door het serpent met de volgende stappen uitgevoerd:

  1. de zwakste plek bij het doelwit opzoeken
  2. twijfel zaaien over Gods goedheid
  3. een waarheid tot leugen verklaren
  4. een leugen tot waarheid verklaren
  5. een behoeftebevrediging aanbieden
  6. wachten tot het doelwit toehapt

Stap 1 - De zwakste plek bij het doelwit opzoeken

Bij elke strijd is het belangrijk te weten wat de zwakste plek van je tegenstander is. Bij de mens is dat het gevoel, dat van binnenuit wordt aangestuurd door innerlijke behoeften en verborgen verlangens. De satan wist heel goed dat een vrouw zich van nature meer laat leiden door haar gevoel dan een man en dat zij daardoor ontvankelijker voor verleiding is dan de man.

Er was nog een andere reden dat de satan Eva aansprak. Adam was een hele tijd eerder geschapen dan Eva en hij had al veel meer met God gesproken. Hij was ook de natuurlijke leider van het echtpaar (1 Timoteüs 2:12-13) en de initiatiefnemer (Genesis 2:24). Door Eva aan te spreken spoorde de satan haar aan om het voortouw te nemen en dat versterkte haar behoefte aan onafhankelijkheid ten opzichte van Adam. Door dit alles ontstond ongetwijfeld verwarring, zowel bij Eva als bij Adam, en dat hoorde bij de verleidingstactiek van de satan.

In deze tijd en in de komende tijd maken we een sterke ontwikkeling van het gendergelijkheidsdenken mee. Dat leidt sluipenderwijs tot verwarring in huwelijken en gezinnen en ook tot veel emotionele schade en gebroken huwelijksrelaties. In Genesis 3 zien we uit welke koker deze manier van denken uiteindelijk vandaan komt.

Stap 2 - Twijfel zaaien over Gods goedheid

Heel subtiel ging de satan Eva's gedachten afleiden van de zegeningen, de toekomstperspectieven en de enorme vrijheid die God aan hen beiden had gegeven. Hij probeerde hun aandacht te richten op dat ene wat God hen niet had toegestaan: het eten van die ene boom. Daarbij ging hij Gods waarheid zo verdraaien dat dit verbod erg onredelijk leek:

"... Dit dier (het serpent) vroeg aan de vrouw: 'Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van GEEN ENKELE BOOM in de tuin mogen eten?' " (Genesis 3:1, NBV2004)

Let goed op: achter elke verleiding staat een leugen. Maar de satan vermengt zijn leugens bijna altijd met een beetje waarheid en dat is erg verraderlijk. In dit geval was het waar dat God het eten van één boom verboden had, omdat de vruchten ervan dodelijk waren. Was dat dan slecht? Eva was even beduusd door deze manier van spreken en werd ogenblikkelijk in de verdediging gedwongen:

"We mogen van de vruchten van alle bomen eten ... behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dit toch, dan zullen we sterven." (Genesis 3:2-3, NBV2004)

Eva zette Gods waarheid er wel netjes tegenover, maar toch was de twijfel aan Gods goedheid en voorzienigheid in haar hart gezaaid. En dat was precies waar het serpent op uit was.

Twijfel aan Gods goedheid is de eerste leugen die de satan ook jou en mij probeert aan te praten, vooral bij tegenslag. Hoe gemakkelijk ga je dan denken: "Als God goed is, waarom laat Hij mij dit dan overkomen?" Laat je NOOIT verleiden om te twijfelen aan Gods goedheid, wat je ooit meemaakt!!!

Door zijn sluwe en toch ook wel redelijk klinkende opening werd Eva letterlijk van haar stuk gebracht: ze stond niet meer stevig op het fundament van Gods waarheid. Misschien was het verbieden van die ene boom toch wel onredelijk van God en een beperking van haar vrijheid.

Stap 3 - Gods waarheid tot leugen verklaren

Daarna ging de satan een stapje verder:

"Jullie zullen helemaal niet sterven ..." (Genesis 3:4, NBV2004)

Openlijk verklaarde hij Gods waarheid tot leugen. Of misschien ook niet? Het is maar net wat je onder sterven verstaat. De satan wist natuurlijk dat Adam en Eva niet ineens dood op de grond zouden vallen na het eten van de vruchten en daarom was zijn opmerking toch nog een beetje waar ook. Ja, hij wist het goed te brengen. God bedoelde met sterven dat ze in geestelijke zin zouden sterven en dat hun lichamen sterfelijk zouden worden. Dat moet op zijn minst Adam hebben geweten.

Eva was al gaan twijfelen of het wel redelijk van God was om hen te verbieden van deze bijzondere boom te eten. En dan is het maar een kleine stap om ook de andere woorden van God, over dat sterven, in twijfel te trekken. Zo werkt het.

Stap 4 - De leugen tot waarheid verklaren

De satan gaf Eva geen tijd om over het vorige na te denken, want meteen haalde hij zijn derde verleidingstechniek tevoorschijn en ging hij zijn eigen leugen als waarheid verkopen:

"Jullie zullen helemaal niet sterven, zei de slang. Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad." (Genesis 3:4-5, NBV2004)

De satan spiegelde Eva voor dat zij door te eten veel gelukkiger zou worden. Want door onafhankelijk van God te worden zou zij even belangrijk en wijs worden als God en de hoogste vorm van zelfrealisatie bereiken! God had gezegd dat het eten van de doodsboom tot de dood zou leiden, maar de satan schilderde het kennen van goed en kwaad juist voor als de meest aantrekkelijke manier van leven.

"God is streng. Hij gunt je geen pleziertjes. Alles wat leuk is heeft Hij verboden. God maakt je tot slaven. Wees vrij en kies voor jezelf. Het geluk komt alleen naar je toe als je voor jezelf opkomt." Die boodschap krijgen we vandaag in allerlei vormen te horen, in de media en in de steeds meer seculiere samenleving. Het is in wezen precies dezelfde boodschap als die van het serpent in het paradijs en die toen de dood tot gevolg had: op korte termijn de geestelijke dood en op langere termijn ook de lichamelijke dood.

Verleid

Daar stond Eva. Haar gevoel werd overspoeld door een zelfzuchtig verlangen naar de wijsheid en de onafhankelijkheid die het serpent haar voorspiegelde. Haar verstand werd bedwelmd met een mix van waarheid en leugen. De verleiding zette haar onder een enorme druk om meteen te beslissen. Het kwam niet in haar op om met Adam te overleggen, ook al was hij eindverantwoordelijk voor hen beiden en had hij meer met God gesproken dan zij. Nee, dit was háár ding en ze zou het afmaken ook.

Toegeven aan verleiding is gemakkelijk: het gaat eigenlijk vanzelf. Maar het weerstaan van verleiding kost innerlijke strijd en dat is vermoeiend. Een verleiding schreeuwt altijd om impulsieve, snelle beslissingen.

"... als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort." (Jakobus 1:15, NBG1951)

In die paar momenten groeide bij Eva een sluimerende behoefte tot een verlangen, en van een verlangen tot een sterke begeerte. En al kijkend naar die aantrekkelijke vruchten werd die begeerte, bevrucht, zodat het de dodelijke zonde voortbracht:

"(1) De vrouw keek naar de boom. (2) Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. (3) Ze plukte een paar vruchten (4) en at ervan ..." (Genesis 3:6, NBV2004)

En daarmee werd het lot van de mensheid bezegeld.

Zie ook hoofdstuk 'Verleidingen'.

 

2.4.5. Gevallen mensen

Eva gevallen

Eva moet onmiddellijk hebben aangevoeld dat ze een verkeerde beslissing had genomen, maar het was helaas te laat. Ze kreeg onprettige gevoelens in haar binnenste die ze nooit eerder had gehad. Gevoelens van schuld, schaamte en onvrede. Ze wist dat er nu een diepe verwijdering was ontstaan tussen haar en God, en ook tussen haar en Adam. Haar man was nog puur en onschuldig, maar over haar leven was een donkere schaduw gevallen. Daardoor was ook de vanzelfsprekende eenheid tussen haar en Adam verbroken.

"... Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan." (Genesis 3:6, NBV004)

Toen zondigde Eva voor de tweede keer: ze haalde Adam over om ook te eten, zodat ze samen weer op één lijn zouden komen. In plaats van hem te waarschuwen en om hulp te vragen sleepte ze hem mee in haar val. Het was een daad van zelfzucht. Er was geen spoor van loyaliteit tegenover God en liefdevol respect voor haar man. Ze handelde uit puur eigenbelang.

Zonde heeft de neiging zich te verspreiden. Iemand die zelf verleid wordt, is er vaak op uit om ook anderen te verleiden. Zo zie je bijvoorbeeld vaak dat rokers, drinkers en drugsgebruikers anderen proberen over te halen om met hen mee te doen, zogenaamd voor de gezelligheid of om bij de groep te horen. Eva was verleid en werd meteen zelf een verleidster, in navolging van haar nieuwe meester (de satan). Zo sleepte ze haar man mee in het verderf.

Adam gevallen

"... en ook hij at ervan." (Genesis 3:6, NBV004)

En toen maakte Adam hetzelfde mee als zijn vrouw: gevoelens van schuld, schaamte en onvrede. Ook hij wist nu dat er een diepe verwijdering was ontstaan tussen hem en God.

Ook Adam had een hele serie ernstige fouten gemaakt:

  1. Hij was samen met Eva te dicht bij de boom gekomen. Op dat moment had hij moeten beseffen dat dit gevaarlijk was.
  2. Hij liet toe dat Eva het woord voerde met het serpent, terwijl hij als hoofdverantwoordelijke het gesprek had moeten overnemen.
  3. Hij liet toe dat Eva het voortouw nam en de fatale beslissing nam om van de verboden vruchten te eten.
  4. Hij had haar moeten beschermen tegen het doodsgevaar! Hij deed niets om haar tegen te houden.
  5. Toen Eva hem een verboden vrucht had aangereikt, luisterde hij naar haar aanbeveling, pakte hij de vrucht aan en at ervan.

En daarmee was Adam, de koning van de aarde, ook ontrouw geworden aan zijn God en schepper. Hij had zich onderworpen aan de macht van Gods tegenstander en zijn koningschap verkwanseld. Dieper had  hij niet kunnen vallen!

Besef van naaktheid: verloren onschuld

Toen alles nog goed was, droegen Adam en Eva geen kleding en geen van beiden vond dat vreemd. Ze leefden in volmaakte harmonie met elkaar en ze hadden geen geheimen voor elkaar.

"Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar." (Genesis 2:25, NBV2004)

De kennis van goed en kwaad, die Adam en Eva bij de doodsboom hadden opgedaan, zorgde ook voor een bijwerking: hun volmaakte harmonie was gebroken. Wellicht gingen ze elkaar verwijten maken over de verkeerde keuze die ze hadden gemaakt. Ze voelden ze zich gekwetst door elkaar en ze gingen zich schamen voor elkaar.

"Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van." (Genesis 3:7, NBV2004)

Adam en Eva werden zich bewust van hun naaktheid. Niet omdat ze het ineens gek vonden om in hun blootje rond te springen, maar omdat ze zich ineens zo vreemd kwetsbaar voelden. Voor die tijd waren ze voor het oog ongekleed, maar wel hadden ze een uitstraling van Gods heerlijkheid. We zouden dat een soort geestelijk kledingstuk kunnen noemen. We weten uit het Bijbelboek Openbaring dat de mensen er in de hemel niet naakt bij lopen, maar dat ze bekleed zijn met witte (geestelijke) kleding (Openbaring 3:4-5,18; Openbaring 4:4). Dat is een teken van hun verkregen reinheid en waardigheid. In de hemel is kleding er niet voor om iemands naaktheid te bedekken, maar om iemands geestelijke rijkdom te openbaren.

Toen Gods heerlijkheid als geestelijk kledingstuk van Adam en Eva was weggevallen, stonden ze 'in hun hemd'. Alleen hun kale naaktheid bleef over en dat gaf een natuurlijk schaamtegevoel dat hoort bij verloren onschuld. Daardoor kwamen ze al snel op het idee om van grote bladeren iets als schorten te maken. Kennelijk voelden ze instinctief aan wat ze moesten bedekken om er minder bloot uit te zien. Wilden ze de 'schaamte' over lichaamsdelen toedekken vanwege de innerlijke schaamte over hun innerlijk?

Wegkruipen voor God

Adam en Eva gingen zich niet alleen schamen tegenover elkaar, maar ook tegenover hun Schepper. In de avond, toen het tijd was voor hun avondwandeling met God,  hoorden ze dat God naar hen toe kwam. Adam en Eva kropen Adam verschrikt weg tussen de bomen en struiken. Dat kwam natuurlijk voort uit hun schuldgevoel en het angstige besef van de verwijdering die er tussen God en hen was ontstaan.

"Toen de mens en zijn vrouw God, de Heer, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor Hem tussen de bomen." (Genesis 3:8, NBV2004)

 

2.4.6. Verantwoording voor de zondeval

Adam waar ben je?

Adam en Eva hadden zich verborgen voor God. Dachten ze echt dat God hen niet kon zien tussen de bomen, ook al hadden ze zich gecamoufleerd met vijgenbladeren?

"... Maar God, de Heer, riep de mens: Waar ben je? Hij antwoordde: 'Ik hoorde U in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.' " (Genesis 3:9-10, NBV2004)

Adam reageerde onbeholpen op de roepstem van God, waarin boosheid en verdriet klonk: "Ik kruip weg omdat ik naakt ben." Adam wist heel goed dat het daar niet om ging, maar om de zonde die hij bedreven had. Oprechte schuldbelijdenis is moeilijk, dat weten we allemaal. God zei onmiddellijk waar het om ging:

"Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?" (Genesis 3:11, NBV2004)

God wilde dat Adam vrijwillig zijn zonde zou opbiechten. God wilde het uit Adams eigen mond horen.

"De mens antwoordde: 'De vrouw die U hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten." (Genesis 3:12, NBV2004)

Adam gaf de verantwoordelijkheid voor zijn rampzalige keuze niet toe, maar probeerde zich achter Eva te verschuilen. "Ik kon het niet helpen. De vrouw, die U me hebt gegeven, heeft me verleid." Horen we daarin ook een toon van verwijt aan God, dat Hij hem hem een vrouw had gegeven die niet deugde? In het Bijbelboek Job wordt dit voorval aangehaald:

"... indien ik als Adam mijn overtreding bedekt heb, door mijn schuld in mijn boezem te verbergen." (Job 31:33, NBG1951)

Daarna richtte God zich tot Eva.

" 'Waarom heb je dat gedaan?' vroeg God, de Heer, aan de vrouw. En zij antwoordde: 'De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten'." (Genesis 3:13, NBV2004)

Ook zij gaf haar schuld niet toe maar verschool zich onmiddellijk achter het serpent: "Ik kon het niet helpen. Dat beest heeft me verleid!"

Serpent

God stelde het serpent geen vragen. Hij wist dat hij de spreekbuis was van de satan, de tegenstander van God. Hieruit blijkt dat de satan niets heeft in te brengen tegen wat God beslist.

"Toen zei de HERE God tegen de slang: 'Ik zal je hiervoor straffen. Je zult vervloekt zijn onder alle dieren op aarde, je hele verdere leven zul je op je buik door het stof kruipen.' " (Genesis 3:14, HB2008)

Het serpent kwam niet met excuses. Hij was ongetwijfeld tevreden omdat hij zijn doel had bereikt. Maar het ellendige beest zou het voortaan zonder pootjes moeten doen en stof moeten happen bij het kruipen over de grond. Gods vervloeking van het serpent was vooral een flinke vernedering voor de satan, die juist dat intelligente dier als zijn logo had uitgekozen. Het serpent werd een slang. Het is bepaald niet eervol om geïdentificeerd te worden met een ... door het stof kruipende slang! In onze taal hebben we de uitdrukking 'door het stof gaan' om daarmee een diepe vernedering aan te duiden. Misschien is die uitdrukking ontleend aan dit Bijbelgedeelte.

In Bijbelboek Openbaring komen we het serpent dat slang geworden was ook tegen:

"... de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen." (Openbaring 9:12, HSV2010)

Eva

"Na die woorden zei God tegen de vrouw: Met veel pijn en moeite zul je kinderen krijgen. Je zult verlangen naar je man en hij zal over je heersen!" (Genesis 3:16, HB2008)

Eva werd door God aangesproken op haar eigen verantwoordelijkheid voor haar zondige keuze door van de verboden vruchten te eten. Daarmee had ze laten zien dat ze onafhankelijk van God wilde zijn. Bovendien had ze het woord gevoerd met het serpent in plaats van Adam de keus te laten maken. Door haar overtreding zou haar nageslacht moeten lijden onder de vloek over het menselijke geslacht. Nu zou Eva ook pijn moeten lijden als zij kinderen ter wereld zou brengen. En door haar toedoen zouden alle vrouwen na haar pijnlijke bevallingen moeten meemaken. Bedankt, Eva!

Eva had een grote fout gemaakt door de beslissing niet aan haar man over te laten. Daarom benadrukte God aan Eva dat haar man haar meester zou zijn en over haar heersen. De leidende rol van Adam werd benadrukt, misschien ook versterkt. Dit zou moeten zorgen voor een stuk bescherming van haar kwetsbare natuur. Ook vanwege haar grotere kwetsbaarheid tegenover verleidingen. In alle culturen over de hele wereld heeft altijd het besef geheerst dat de man verplicht is om zijn vrouw te beschermen.

"En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen." (1 Timoteüs 2:14, NBG1951)

Maar het gevolg was ook dat door de eeuwen heen vrouwen veel treurige vormen van onderdrukking door mannen hebben ondergaan. Dat was natuurlijk nooit Gods bedoeling geweest. De genoemde uitspraak van God kan onmogelijk een excuus zijn voor autoritair of gewelddadig gedrag van mannen tegenover hun vrouw.

Zie ook onderwerp 'Leiderschap en liefde' in hoofdstuk 'Relaties tussen mensen'.

Adam

"Tegen Adam zei Hij: 'Omdat je naar je vrouw hebt geluisterd en ondanks mijn waarschuwing toch van de boom hebt gegeten, zal ik de aardbodem vervloeken. Voortaan zul je hard moeten werken om in leven te blijven. Er zullen dorens en distels groeien en van de wilde planten zul je eten. Tot de dag van je dood zul je zwetend het land bewerken om te kunnen leven. Dan zal je lichaam vergaan tot het stof van de aarde. Want uit stof ben je gemaakt en tot stof zul je weer worden'." (Genesis 3:17-19, HB2008)

God nam het Adam zeer kwalijk dat hij naar zijn vrouw had geluisterd en niet naar God die het eten van de doodsboomvruchten had verboden. Adam had haar niet tegengehouden toen zij van de doodsboom ging eten.

Adam onderging een nog grotere vernedering dan Eva: vanwege hem zou voortaan de aardbodem vervloekt zijn, met alle gevolgen van dien. Bedenk wel van welke enorme hoogte hij was gevallen: eerst was hij koning over de aarde namens God, bekleed met Gods heerlijkheid en macht en nu moest hij in de grond wroeten om zijn eten bij elkaar te schrapen. Wat een afgang!

Nog erger was de laatste opmerking van God over het feit dat hij (en met hem alle aardbewoners) sterfelijk zouden zijn en kwetsbaar voor ziekten en kwalen. Bedankt Adam!

Nieuwe fase in de kosmische strijd

Nu richtte God zich weer tot het serpent en het was duidelijk dat Hij daarbij direct de satan aansprak:

"En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen." (Genesis 3:15, HSV2010)

Met die woorden verklaarde God de oorlog aan de satan, de geestelijke macht achter het serpent, de satan zelf. Deze had de mensheid in zijn macht gekregen, maar Adam en Eva zouden nakomelingen krijgen, waar hij het knap moeilijk mee zou krijgen. De satan zou hen maar beperkte schade kunnen toebrengen (de hiel vermorzelen), terwijl het hemzelf de kop zou gaan kosten. Uiteindelijk zou de satan, evenals het serpent, geen poot meer hebben om op te staan!

In het bovenstaande Bijbelgedeelte hebben de HSV vertalers het woord 'nageslacht' met een hoofdletter weergegeven. Met dat woord heeft God waarschijnlijk ook op Jezus gezinspeeld die aan het kruis de overwinning over de satan zou behalen:

"Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd." (Kolossenzen 2:15, HSV2010)

Tenslotte denken we ook aan de Gemeente van Jezus, die geestelijke strijdvoering tegen zijn rijk zou gaan voeren en die hem zou gaan overwinnen in Jezus' naam:

"En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren ..." (Romeinen 16:20, HSV2010)

"En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood." (Openbaring 12:11, NBG1951)

Zie ook:
- onderwerp 'Geschiedenis van Gods koninkrijk' in hoofdstuk 'Gods koninkrijk'
- hoofdstuk 'Geestelijke strijd'

 

2.4.7. Verbannen uit het paradijs

Naamgeving van Eva

Nadat het mensenpaar tot verantwoording werden geroepen door God gaf Adam zijn vrouw haar naam 'Eva'.

"En Adam gaf zijn vrouw de naam Eva, omdat zij moeder van alle levenden is." (Genesis 3:20, HSV2010)

Sommige Bijbeluitleggers lezen hierin dat hieruit blijkt dat Adam zijn heerschappij over Eva wilde benadrukken. Dat begrijp ik niet want hij was ook voor de zondeval al de leider. Nee, Adam dacht aan de belofte van nakomelingen waarover God gesproken had. Eva was uit Adams lichaam voortgekomen, maar hun nakomelingen zouden door vrouwen op de wereld worden gebracht. Eva zou de stammoeder van hun wereldwijde nakomelingschap zijn. Door deze naamgeving gaf Adam haar een erenaam: moeder van alle levenden!

Sterfelijkheid en geestelijke dood

"... want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven." (Genesis 2:17, HSV2010)

"Het loon van de zonde is de dood ..." (Romeinen 6:23, NBV2004)

Adam en Eva moesten na de zondeval nog meer incasseren, namelijk het 'loon op de zonde', de royale beloning van de satan aan zijn loyale onderdanen: de dood. De aartsleugenaar werd ontmaskerd. De dood deed zijn intrede in Gods mooie schepping. De lichamen van Adam en Eva waren vanaf dat moment onderworpen aan ziekte, verderf en dood. De dood als 'loon van de zonde' betekent ook een geestelijke dood die ontstaat door verwijdering van de God van het leven. Vooral met het oog op deze geestelijke dood had God gezegd dat ze zouden sterven.

Het mensenpaar had gekozen voor de doodsboom en dus voor de dood. Buiten God is er geen leven, alleen de dood blijft dan over. De vanzelfsprekende harmonie met God, met elkaar en met zichzelf werd verbroken. Ze wilden zo graag onafhankelijk van God zijn. Ze ontvingen wat ze begeerd hadden en zouden het dus ook zonder Gods heerlijkheid moeten doen waarmee zij geschapen waren. Na deze degeneratie waren zij extra kwetsbaar geworden voor de verleidingen van hun eigen begeerten. Al hun nakomelingen zouden met diezelfde degeneratieverschijnselen geboren worden, zodat ze uit zichzelf onvoldoende verweer zouden hebben tegen verleidingen tot zonde.

Zie meer hierover in onderwerp 'Erfzondigheid' in hoofdstuk 'Omgaan met zonden'.

Kleding voor Adam en Eva

"God, de Heer, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan." (Genesis 3:21, NBV2004)

God maakte persoonlijk een fatsoenlijk stel kleren voor Adam en Eva, van dierenvellen. Daarvoor moesten er dieren (runderen of schapen?) worden gedood om de mensen van kleding te voorzien zodat ze hun naaktheid konden bedekken.

Let op hoe zorgzaam God met Adam en Eva omging. Hij legde de kleding niet voor hen neer, zodat ze zichzelf konden aankleden. Nee, Hij deed persoonlijk hun nieuwe kledingstukken aan, zoals een moeder een klein kind aankleedt. Door deze daad liet God hen zien dat Hij hen niet alleen zou laten, ondanks de zondeval.

Dierenoffer

Ongetwijfeld heeft God Adam daarbij geleerd hoe hij later zelf ook dierenoffers zou kunnen brengen om daarmee de relatie met God te onderhouden. In de Bijbel lezen we verderop dat zijn zonen Kaïn en Abel later ook aan God zouden offeren. Daaruit blijkt dat God Adam vertrouwd had gemaakt met dierenoffers.

De kleding, gemaakt van dierenhuiden, zou hun schaamte bedekken. Dat was tegelijk een symbool van het bedekken van hun zonden. Die kleding vertelde hen ook iets over de ernst van de zonde, omdat er bloed moest vloeien van onschuldige dieren om hun lichamelijke schaamte EN hun innerlijke schaamte te bedekken.

Later zou God aan het volk Israël de opdracht geven om allerlei dierenoffers te brengen om de relatie met God goed te houden. Die offerrituelen zouden een voorafschaduwing zijn van het definitieve offer: Gods eigen Zoon. Daardoor gaf God de mogelijkheid aan de mensen om hun zonden te laten bedekken en 'bekleed te worden met Jezus'.

"Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed." (Galaten 3:27, WV2012)

Verbannen

Het ergste voor Adam en Eva was de verwijdering die er was ontstaan ten opzichte van God. Het mensenpaar had gekozen voor de doodsboom en had de levensboom links laten liggen. Daardoor moest hen voorgoed de toegang tot de levensboom worden ontzegd. Je kunt maar van één van de twee bomen eten. Je kunt kiezen voor het leven of voor de dood, niet voor allebei.

"Toen dacht God, de Heer: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde Hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen. En nadat Hij hem had weggejaagd, plaatste Hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken." (Genesis 3:22-24, NBV2004)

Daar gingen Adam en Eva, steeds verder weg van de levensboom, steeds verder weg van God. Enkele cherubs zouden de levensboom bewaken met een vlammend zwaard als teken van Gods rechtvaardige toorn over de zonde. Niemand mocht meer bij de levensboom komen om door het eten van de vruchten onsterfelijk te blijven. De toegang tot Gods troon, tot herstel van de relatie met God, tot het verkrijgen van goddelijk, geestelijk eeuwigheidsleven, was versperd. Een tweede kans was er niet voor Adam en Eva. Het was voorbij.

 

2.4.8. Ontluistering

"De kroon is van ons hoofd gevallen. Wee ons, wij hebben gezondigd!" (Klaagliederen 5:16, NBV2004)

Gods schepping is het toppunt van creativiteit, waarmee Hij voorwaarden heeft geschapen voor leven, maximale vreugde, genot en schoonheid. De schepping is gebaseerd op rechtvaardigheid en liefdevolle verbondenheid tussen Schepper en schepping. Door de zondeval van Adam en Eva is het mechanisme van dood en verderf in werking getreden. Een diepgaande ontluistering!

Gods heerlijkheid en de ontluisterde aarde

Adam en Eva hadden gezondigd.

  1. tegenover God - Ze waren tegenover God in opstand gekomen doordat ze ervoor gekozen hadden om onafhankelijk van God, hun eigen god te willen zijn, op advies van de satan.
  2. tegenover elkaar - Eva verleidde Adam tot zonde en Adam weerhield Eva niet van de zonde. Het kan niet anders of ze maakten elkaar daar achteraf hevige verwijten over.
  3. tegenover het nageslacht - Al hun nakomelingen zouden geboren worden met een gedegenereerde vorm van leven op een vervloekte aarde.
  4. tegenover de aarde - Dood, verderf en misvorming waren ook doorgedrongen tot de natuur.

Voor de zondeval rustte Gods heerlijkheid en zegen op de schepping. Na de zondeval rustte de vloek op de schepping. De zegen was het gevolg van Gods aanwezigheid op de aarde. Deze vloek hangt samen met Gods afwezigheid en de aanwezigheid van de satan als de nieuwe wereldheerser.

"Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf ..." (Romeinen 8:20-21, HSV2010)

De wereld gaat als het ware gebukt onder de slavernij van zonde, verval, ziekte en dood.

Ontluisterde mensheid

"Wij weten dat ... de hele wereld in het boze ligt." (1 Johannes 5:19, HSV2010)

De mens, die door God was aangesteld om als koning namens God over de aarde te heersen (Genesis 1:26-28), kwam in opstand tegen God. Hij leverde zichzelf (en daarmee in principe de hele mensheid) over aan de satan, waarmee deze de heerschappij over de aarde verwierf. En nog steeds is de satan de 'God van deze eeuw' (2 Korintiërs 4:4) en hij zal dat blijven totdat Jezus zal terugkomen om over de hele aarde te regeren. Ieder mens is een slaaf van de zonde vanaf zijn geboorte totdat hij bij zijn bekering wordt wedergeboren.

"Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid." (Romeinen 6:17-18, NBV2004)

Ontluisterde natuur

Evenals dood, verderf en disharmonie bij de mensen hun intrede deden na de zondeval, zo vond er op de vervloekte aarde ook iets dergelijks plaats in de plantenwereld. Ook de planten verloren hun glorie en zouden verdorren en uiteindelijk afsterven. Ook lezen we in de Bijbel dat er na de zondeval onaangename plantensoorten ontstonden, zoals doornen en distels, die daarvoor vast niet bestaan hebben.

"En tegen Adam zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u geboden had: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven; dorens en distels zal hij voor u laten opkomen ..." (Genesis 3:17-18, HSV2010)

Ook in het dierenrijk moeten drastische veranderingen hebben plaatsgevonden. Het eerste dier dat veranderd werd was het serpent, dat het voortaan zonder pootjes moest doen. Dit was een bewuste aanpassing die de Schepper heeft aangebracht. Ik veronderstel dat ook de andere dieren allerlei veranderingen ondergingen onder de nieuwe omstandigheden. Ook in het dierenrijk heeft de ontluistering hard toegeslagen. In de vrije natuur leven de meeste dieren voortdurend in angst om door een ander diersoort te worden opgegeten.

Van de oorspronkelijke harmonie in de schepping is maar weinig overgebleven. Later, na de wederkomst van Jezus zal de natuur weer in harmonie worden gebracht met haar Schepper. Over die tijd lezen we:

"... in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe, en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot waterbronnen ..." (Jesaja 35:6-7, NBG1951)

"Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro ..." (Jesaja 65:25, NBV2004)

Inderdaad, de plantenwereld en de dierenwereld zullen weer hersteld worden tot minstens de glorie die ze bij de schepping hadden.

"omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt." (Romeinen 8:21, NBV2004)

Zie ook hoofdstuk 'Omgaan met zonden'.