God heeft de aarde geschapen met alles erop en eraan en eromheen. Dat is niet te bewijzen, maar wel veel aannemelijker dan het alternatief dat alles vanuit blind toeval zou zijn ontstaan. Het één of het ander is uiteindelijk een kwestie van geloof.
God was er al vóór het begin van de tijd. Maar ook de tijd is een verschijnsel dat door God is ontworpen. Kijk eens naar het volgende Bijbelgedeelte:
"Door geloof komen we tot het inzicht dat het heelal door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare." (Hebreeën 11:3, NBV2004)
Maar het woord "heelal" geeft niet goed weer wat er in de Griekse brontekst staat, namelijk het woord "aionen" ofwel wereldtijdperken. In de Naardense Bijbel is dit woord wel letterlijk vertaald:
"In geloof verstaan wij dat de wereldtijden zijn gesticht door het spreken van God, zodat wat waarneembaar is niet is ontstaan uit zichtbaarheden." (Hebreeën 11:3, NB2024)
Kortom: God schiep vanuit de geestelijke wereld (die grenzenloos en tijdloos is) eerst een tijdplan voor de schepping die Hij in gedachten had. In dat tijdplan komen we diverse aionen tegen. Momenteel leven we in de aioon die begon bij de komst van de Heilige Geest en zal binnenkort eindigen bij de wederkomst van Jezus.
"In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed..." (Genesis 1:1-2, HSV2010)
Dee benaming van 'God' (Elohim) heeft in de Hebreeuwse brontekst een meervoudsvorm en daarmee wordt Gods grootheid en almacht aangeduid (majesteits-meervoud). Tegelijk kunnen we er ook de Gods drie-eenheid erin lezen.
De schepping is niet vanzelf ontstaan, maar door een bewuste daad van een intelligent, persoonlijk Opperwezen buiten de materiële wereld. Het ontstaan van God wordt niet genoemd, want God is er altijd geweest: Hij is de Eeuwige, de 'Ik ben', de God die er altijd was, die er nu is, en die er altijd zal zijn.
Deze eerste tekst van de Bijbel is de basis van elk theologisch inzicht. Hoewel het scheppingsgeloof uitstekend is te onderbouwen vanuit de bestudering van de natuur, blijft het een zaak van geloof.
In Genesis 1:1 lezen we twee werelden die door God geschapen zijn:
Niets in de geestelijke wereld is meetbaar voor onze aardse meetinstrumenten, maar wel waarneembaar met het hart. Wie kennis gemaakt heeft met de God van de Bijbel en Hem betrouwbaar genoeg heeft geacht om zich in geloof aan Hem over te geven, zal weinig moeite hebben om Hem te aanvaarden als zijn schepper. In de liefdevolle verbondenheid met Hem ligt het hoogste geluk verborgen dat God heeft aangeboden aan de mensen die Hij heeft geschapen.
De materiële wereld is geschapen vanuit de geestelijke wereld en daaruit blijkt dat de geestelijke wereld er eerder was dan onze materiële wereld. En ook dat de materiële wereld van een lagere orde is dan de geestelijke wereld. Het is een soort afbeelding van de geestelijke wereld, zodat er in de materiële wereld veel van de geestelijke wereld te herkennen is.
Ik geloof dat alles gebeurd is zoals beschreven in Genesis 1 en 2 en dat deze hoofdstukken een feitelijke weergave geven van wat er is gebeurd. Het belangrijkste van deze hoofdstukken is de boodschap dat de aarde in haar huidige vorm niet is ontstaan door toevallige, willekeurige ontwikkelingsprocessen, maar:
In het scheppingsverhaal lezen we bij elke scheppingsdag dat God iets zei en dat er toen een scheppingswonder plaatsvond. In één van de Psalmen komen we de volgende uitspraak tegen:
"Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er." (Psalm 33:9, NBG1951)
De meeste christenen geloven dat het spreken van God een scheppingsdaad was, dus dat God alleen door het uitspreken van een scheppingswoord de schepping uit het niets deed ontstaan. Maar dat zou betekenen dat God alles op de aarde tevoorschijn heeft getoverd zoals tovenaars in sprookjesverhalen dat doen. Daar heb ik grote moeite mee. God is geen tovenaar!
Hoe dan wel? In Genesis 1:2 kunnen we lezen dat vóór de eerste scheppingdag al Iemand op de aarde was:
"De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water." (Genesis 1:2, HSV2010)
Wat deed de Heilige Geest daar precies? Diverse Bijbeluitleggers zeggen dat het woord voor zweven in de Hebreeuwse brontekst eigenlijk 'broeden' betekent en in de kanttekeningen van de Statenbijbel staat dat ook. Broeden is het opwekken van leven. De Heilige Geest is ook degene die leven doet ontstaan.
Persoonlijk denk ik dat de herschepping van de duistere, vormloze aarde tot stand is gekomen in samenwerking tussen God de Vader EN de Heilige Geest. Dus: God de vader sprak op elke scheppingsdag een opdracht uit en de Heilige Geest voerde die opdracht vervolgens uit. De Heilige Geest is werkzaam op het raakvlak van de geestelijke wereld en de materiële wereld.
"Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt
U het gelaat van de aardbodem." (Psalm 104:20, HSV2010)
Deze gedachte wordt ook door het volgende ondersteund. Het Hebreeuwse woord 'bara' (=scheppen) in de brontekst van het Oude Testament wordt alleen gebruikt in relatie tot God. Dit woord betekent niet zozeer 'iets uit het niets doen ontstaan', maar 'vorm geven aan iets bestaands'.
In de Romeinenbrief lezen we het volgende over het ontstaan en de bestemming van Gods schepping:
"Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen ..." (Romeinen 11:36, NBG1951)
Wat lezen we hier? Alles is UIT God geschapen. God is niet alleen de schepper, maar ook de bron van de schepping. Dat betekent volgens mij dat God de schepping niet uit het niets heeft geschapen, maar uit zichzelf! Alle benodigde energie en al het basismateriaal voor de schepping komt op één of andere manier uit God, die alles omvat.
"Hij (=Jezus) bestaat VOOR alles en alles bestaat in hem." (Kolossenzen 1:17, NBV2004)
"Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij ... Uit hem komen ook wij voort." (Handelingen 17:28, NBV2004)
Buiten God is er niets en alles bestaat als het ware 'in' God en zo heeft Hij de hele schepping uit zichzelf gemaakt. We zijn deel van Hem. We zijn als schepselen letterlijk uit onze Schepper voortgekomen.
Dat geldt natuurlijk ook voor de dieren, de planten en de levenloze dingen. Als we dit beseffen, moeten we de natuur met groot respect behandelen. Alles wat God geschapen heeft laat iets van God zien. Maar niets van de schepping mogen we 'goddelijk' noemen, zoals bij diverse religies en spirituele stromingen wel gebeurt.
De aarde is naar schatting ongeveer 6000 jaar geleden geschapen door de Eeuwige God van Abraham, Isaak, Jacob, die de God van de joden en van de christenen is. In de meeste religies gelooft men eveneens dat de Aarde is geschapen door een goddelijke macht.
In de Bijbel lezen we drie verslagen van ingrijpende gebeurtenissen waardoor de aarde is geworden zoals die nu is:
Vanuit de wetenschap komen allerlei aannames dat de aarde veel langer zou hebben bestaan dan de ongeveer 6000 jaar vanaf Adam. Vooral door de zondvloed moeten de condities van de aarde drastisch zijn veranderd! Maar daar gaan de meeste wetenschappers bewust aan voorbij. Want wat gebeurde er bijvoorbeeld met levende organismen toen de zonde en de sterfelijkheid in de wereld kwamen? En welke aardverschuivingen, klimaatveranderingen, veranderingen in de atmosfeer, veranderingen in het aardmagnetisme of andere veranderingen in de natuur hebben plaatsgevonden in de tijd van de zondvloed?
De evolutietheorie is een theorie voor het ontstaan van het leven en van levende organismen op aarde. Dit wordt door wetenschappers gehanteerd als denkmodel om de ontstaansgeschiedenis van bijvoorbeeld levende organismen te bestuderen en in kaart te brengen, onder meer door geologische vondsten, fossielen en ouderdomsbepalingen. Maar er nog steeds geen sluitend bewijs geleverd dat de evolutietheorie klopt. Vooral het ontbreken van tussenvormen maakt de theorie onwaarschijnlijk. Het is erg misleidend wanneer die theorie dan toch op grote schaal als vanzelfsprekende waarheid wordt genoemd en onderwezen op onze scholen.
Eind vorige eeuw is er een wereldwijde wetenschappelijke task force uitgevoerd door veel wetenschappers uit divese landen om uit te vinden wat de oorsprong van het leven is. Uit dat onderzoekt is gebleken dat het leven niet is uit te drukken in termen van van stoffelijke elementen. Dus uit stoffelijke elementen kan geen leven zijn ontstaan. Dit is uitvoerig beschreven in het boek 'De zwarte doos van Darwin'. Kortom: de evolutietheorie kan in de prullebak.
De belangrijkste reden dat zoveel mensen toch in de evolutietheorie geloven is het feit dat ze er in WILLEN geloven. Daarmee is het ongewild een religie geworden, een godloze religie wel te verstaan. Mensen hangen een religie aan als ze menen dat ze er baat bij hebben. Welnu, de evolutietheorie geeft mensen iets waar hun hart naar hunkert: vrijheid, los van de banden van God, los van betuttelende regels die hen zeggen hoe ze wel en niet moeten leven.. Als ze geloven dat ze door een reeks toevalligheden zijn ontstaan en niet door de schepping van God, zijn ze immers aan God geen verantwoording schuldig voor hun daden. Dat is de dodelijke vrijheid die Adam en Eva zochten toen ze van de doodsboom in het paradijs aten. Het is dus bovenal een morele vrijheid.
Vanaf de tijd van het ontstaan van de evolutietheorie ging de strijd ten diepste over het al of niet erkennen van het bestaan van God. De discussie over schepping of evolutie gaat over diezelfde vraag: is er een God als schepper van het universum of niet? Maar alles wijst erop dat de aarde (en alles wat op de aarde is te vinden) is ontstaan volgens een intelligent ontwerp en niet op dom, toeval. En de ontwerper is God, de schepper van hemel en aarde.
De Bijbel zegt heel duidelijk dat God de soorten heeft geschapen. Dat wordt wel driemaal genoemd in Genesis 1. De evolutietheorie gaat uit van geleidelijke processen van miljarden jaren waardoor de soorten min op meer spontaan uit elkaar zouden zijn ontstaan in een eindeloze cyclus van leven, voortplanten en afsterven. Wie niet gelooft in een schepping door God heeft dus weinig anders over dan geloof in toeval.
En hoe ontstond het eerste levende organisme? De wetenschap weet niet eens wat leven is, dus de grote vragen over het ontstaan van levensvormen kunn ze niet beantwoorden beantwoorden.
"Waarom zou een stelletje atomen het vermogen hebben om na te denken? ... Niemand, en zeker niet de darwinist zelf, lijkt hier een antwoord op te hebben ... Het punt is dat er geen wetenschappelijk antwoord is." (Michael Ruse, UK, darwinistisch filosoof)
Het geloof in God als schepper is voor veel mensen niet op te brengen. Met geloven in blind toeval lijken diezelfde mensen geen moeite te hebben. Waar blijft het logische denken? Wie een berekening probeert uit te voeren over de kans dat door willekeurige samenvoegingen van moleculen ooit een complex, levend mechanisme ontstaat raakt al snel zo ontmoedigd dat hij het opgeeft. Een mens is zo complex dat hij nog niet in miljarden jaren zou kunnen ontstaan en zelfs niet in een aantal jaren van honderden cijfers. Geloven in toeval als uitgangspunt voor een ontstaanstheorie vind ik oneindig onwaarschijnlijk. Daar is veel meer geloof (BLIND geloof!) voor nodig dan om in de Schepper te geloven.
Geloven dat de mensheid bij toeval is ontstaan door een samenklontering van bepaalde moleculen levert geen al te positief mensbeeld op. Als je jezelf alleen maar ziet als een biologische toevalligheid of een geëvolueerde aap, wat ben je dan nog waard?
De Bijbel laat zien dat God de mens met zorg heeft geschapen als een evenbeeld van Hem zelf. En elk mens is een uniek evenbeeld van zijn Schepper met aangeboren eigenschappen die afbeeldingen zijn van Gods prachtige eigenschappen. En deze Schepper wil een diepgaande relatie met jou hebben zodat je Hem je Vader mag noemen. Zoveel ben je waard voor je Schepper. En dat levert een extreem positief zelfbeeld op.
Het scheppingsverhaal dat in Genesis 1:1 begint, wordt afgesloten met de woorden:
"Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen ..." (Genesis 2:4, NBV2004)
Daarmee is de vraag al meteen beantwoord. Geschiedenis dus. Geschiedenis van een proces dat niet door mensen is waargenomen, dat vanuit de geestelijke wereld is uitgevoerd en daardoor niet is te vergelijken met enige andere gebeurtenis op aarde. Laat het ons dan niet verbazen dat de scheppingsgeschiedenis ons hier en daar voor raadsels stelt.
Er is geen aanduiding in de tekst dat het als poëzie bedoeld is of als een allegorisch verhaal. Niets van dat alles. Tegelijk kan niet ontkend worden dat er in de volgorde en de systematiek van de scheppingsdagen wel degelijk veel symboliek is te ontdekken.
De Joodse jaartelling begint bij het jaar waarin God de schepping van de aarde voltooid heeft. Dat is geschat op 3761 na Christus. Dus volgens die berekening is de aarde ongeveer 6000 jaar geleden geschapen.
De Schepper is de enige die er bij was toen de kosmos ontstond. God heeft ervoor gezorgd dat alle gegevens over de schepping correct in de Bijbel zijn vermeld.
"Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft ..." (Exodus 20:11, NBV2004)
Er is geen reden om aan te nemen dat met deze zes dagen iets anders wordt bedoeld dan zes gewone dagen van 24 uur. God was in staat om de aarde te scheppen in zes miljard jaar, in zes dagen van 24 uur of in zes seconden. Eenmaal zal God een nieuwe aarde scheppen. Hoelang zal God daar over doen? Ik moet er niet aan denken dat alle mensen na het laatste oordeel, wanneer de bestaande aarde verdwenen zal zijn, miljarden jaren moeten wachten totdat God eindelijk een nieuwe aarde klaar heeft. Nee natuurlijk niet. Dus God had er in het begin ook niet zoveel tijd voor nodig!
"In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte, groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten ..." (Genesis 2:4, NBV2004)
In Genesis 2:4 verandert de stijl van schrijven ten opzichte van de scheppingsgeschiedenis van Genesis 1-2:3. Het lijkt op een alternatief scheppingsverhaal waarbij sommige gebeurtenissen in een verschillende volgorde hebben plaatsgevonden.
De verschillen tussen Genesis 1 en 2 worden door Bijbelcritici aangegrepen om de Bijbelse boodschap onbetrouwbaar te achten. Zij suggereren dat er twee tegengestelde scheppingsverhalen in de Bijbel staan en dat 'dus' minstens één van de beide verhalen als symbolisch moet worden opgevat en dat je 'dus' het totale scheppingsverhaal niet als feitelijke waarheid kan aannemen.
Opmerkelijk is in dit Bijbelgedeelte vooral dat er vanaf Genesis 2:4 een andere benaming voor God wordt gebruikt. In onze Bijbelvertalingen lezen we de toevoeging HEERE, HERE of HEER als het over God gaat. Dat is niet zo vreemd, want deze benaming wordt vooral gebruikt waar het gaat om het aspect 'verbondenheid tussen God en mens'. En dat is in dit gedeelte ook aan de orde. Genesis 1 is een feitelijk verslag van de schepping in grote lijnen, terwijl in Genesis 2 de geschiedenis van de mensheid begint en hoe de betrokkenheid van God met de mens is begonnen.
De Bijbel richt in Genesis 2 de schijnwerper op de mens, die op de zesde scheppingsdag werd geschapen. In Genesis 1:26-28 wordt de schepping van man en vrouw genoemd, terwijl uit Genesis 2 blijkt dat eerst de man en daarna de vrouw is geschapen. Dat is een verdere uitwerking van de zesde scheppingsdag, hoewel er wel een korte of lange tijd is verstreken tussen de schepping van Adam en die van Eva. Als in Genesis 1 had gestaan dat God alleen de man had geschapen op de zesde dag, dan zou er iets ontbreken aan het totaalplaatje van Genesis 1, dus is het terecht dat de vrouw er bij werd genoemd. Genesis 1 geeft ons dus een globaal overzicht, terwijl er in Genesis 2 enkele details nader worden uitgewerkt.
Bij het lezen vanaf Genesis 2:4 kun je als lezer (afhankelijk van de gebruikte Bijbelvertaling) de indruk krijgen dat God:
Bedenk dat Genesis 2 is geschreven vanuit de schepping van de mens en niet in de tijdsvolgorde zoals in Genesis 1!
Dat lijkt dus een andere volgorde dan die je in Genesis 1 tegenkomt. Dat komt doordat in veel vertalingen de werkwoorden in de ONVOLTOOID verleden tijd staan, terwijl ze met evenveel recht de VOLTOOID verleden tijd hadden kunnen weergeven, zoals die ook terecht(!) in de oude Statenvertaling zijn weergegeven. Vergelijk de vertalingen maar en let op de onderstreepte tijdsvormen:
| God | NBV2004 vertaling | Statenvertaling (editie 1977) |
| Genesis 2:7 | Toen maakte God, de HEER, de mens ... | En de HEERE God had de mens geformeerd... |
| Genesis 2:8 | God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. | Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar de mens, die Hij geformeerd had. |
| Genesis 2:9 | Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten ... | En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijs ... |
| Genesis 2:19 | Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven ... | Want toen de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou. |
Tijdsvormen in Genesis 2
Er is dus geen reden om te beweren dat de scheppingsverhalen van Genesis 1 en 2 elkaar tegenspreken vanwege een verschillende scheppingsvolgorde.
Wetenschappers hebben aangetoond dat in de loop van de afgelopen eeuwen kleine veranderingen binnen de soorten planten en dieren hebben plaatsgevonden. Dat wordt ook wel eens micro-evolutie genoemd waarbij de soort niet is veranderd, maar hooguit andere varianten van dezelfde soort zijn ontstaan. Maar de Bijbel zegt nadrukkelijk dat God de soorten planten en dieren afzonderlijk heeft geschapen, terwijl dit door de aanhangers van de evolutietheorie wordt tegengesproken:
"En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:11-12, HSV2010)
"En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort ... En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort ..." (Genesis 1:21,25, HSV2010)
Sommige mensen hebben moeite met de volgorde van wat God in de zes achtereenvolgende dagen heeft geschapen. Die moeite ontstaat doordat ze hun eigen logica als maatstaf nemen voor de aannemelijkheid van de geschiedenis. Er is een eenvoudige oplossing voor dit probleem: verklaar Genesis 1 tot een symbolisch verhaal, dan ben je van alle problemen af. Maar dan moet je ook een verklaring vinden voor het volgende Bijbelvers:
"Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen." (Genesis 2:4, NBV2004)
Een andere manier om Genesis 1 te ontkrachten is te beweren dat het is geschreven naar het wereldbeeld van die tijd en dat we het dus niet letterlijk kunnen nemen. Verwacht je echt dat je later in de hemel te horen zal krijgen dat God zo'n belangrijk verslag als dat van de schepping in de vorm van een simpel verhaaltje voor simpele zielen in de Bijbel heeft laten schrijven, terwijl de werkelijkheid heel anders was?
Ook kunnen Bijbellezers moeite hebben met het feit dat God op de eerste dag het licht schiep en op de vierde dag de zon. De meeste Bijbellezers staan er niet bij stil dat het licht van de eerste scheppingsdag van een heel andere aard moet zijn geweest dan dat van de zon.
Zie meer hierover in onderwerp 'Scheppingsdagen' in dit hoofdstuk.
Sommige Bijbellezers vragen zich af of Genesis 1 wel klopt omdat daar de aarde als het centrum van de kosmos wordt voorgesteld. Wat is er voor bijzonders aan dit onbeduidende planeetje dat om een niet al te grote ster draait, die deel uitmaakt van één van de vele sterrenstelsels? Onze Schepper heeft het recht om er een heel andere logica op na te houden dan dan die van ons. De Bijbel maakt duidelijk dat God zelf het centrum van de schepping is.
Het zou ons niet hoeven te verbazen dat de aarde binnen het heelal een unieke plaats inneemt en de enige planeet is waar menselijk leven voorkomt. Het tegendeel is nog nooit bewezen, hoe hard wetenschappers ook hun best doen. Het ontdekken van leven buiten de aarde lijkt één van de belangrijkste doelstellingen van ruimtevaartmissies te zijn. Kosten noch moeiten worden gespaard om te kunnen aantonen dat leven overal vanzelf kan ontstaan. Denk aan de ruimtevaart missies die gericht zijn op de planeet Mars en de recente pogingen van astronomen om ergens in ons melkwegstelsel planeten te ontdekken met condities die lijken op die van de aarde. Het gaat steeds weer over die ene vraag: wat is de oorsprong van het leven? Kennelijk heeft de mensheid astronomische bedragen over voor zelfs het kleinste glimpje hoop op de ontdekking van leven dat spontaan ontstaan is. De mensheid zoekt eigenlijk naar een bewijs dat er geen Schepper is.
"... De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God ..." Psalm 14:1, NBG1951)
Door al die discussies over het ontstaan van de aarde zouden we bijna vergeten om ons te verwonderen over de grootsheid van het feit dat God hemel en aarde heeft geschapen. Daarbij kunnen we onder meer aan het volgende denken:
"In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed ..." (Genesis 1:1-2, HSV2010)
De Schepper gebruikte een chaotische, rommelige planeet als basismateriaal om er een volmaakt geschapen aarde te maken, met alles erop en eraan. In het scheppingsproces kunnen we twee fasen onderscheiden:
In het volgende overzicht is een logische structuur te ontdekken in de beide scheppingsfasen van drie dagen, waarin 2x4 scheppingsdaden zijn verricht:
| voorbereiding | verdere invulling | ||
| 1 | licht | 4 | hemellichten |
| 2a | lucht | 5a | luchtdieren |
| 2b | water | 5b | waterdieren |
| 3a | vasteland | 6a | landdieren |
| 3b | planten (eerste levensvorm) |
6b | mens (hoogste levensvorm) |
Scheppingsdagen
Uit de schepping kunnen we veel leren over onze Schepper. God heeft veel van zichzelf uitgedrukt in alles dat Hij heeft gemaakt. Fotografen hebben doorgaans een portfolio met hun mooiste foto's om aan hun potentiële klanten te laten zien. Deze fotografen hopen natuurlijk dat de mensen daardoor vertrouwen hebben in hun bekwaamheden en hen een opdracht gunnen. De schepping is Gods portfolio en geeft een duidelijk blijk van zijn oneindige creativiteit, zijn uitbundige gevoel voor schoonheid, zijn oog voor details en nog veel meer van God.
"Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar ..." (Romeinen 1:19-20, NBV2004)
"En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag." (Genesis 1:3-5, HSV2010)
Het licht van scheppingsdag 1 moet een ander soort licht zijn dan dat van de hemellichamen, die op scheppingsdag 4 zijn geschapen. Ik geloof dat God op de eerste scheppingsdag met zijn eindeloze bron van energie naar de aarde kwam om vandaar uit al het overige op de aarde te maken volgens zijn plan. We hebben het hier over hetzelfde soort licht als wat we op veel plaatsen in de Bijbel tegenkomen als licht met een bovennatuurlijke oorsprong. Hier zijn enkele voorbeelden:
"De HEER ging voor hen uit om hun de weg te wijzen, overdag in een wolkkolom, ’s nachts in een lichtende vuurzuil. Zo konden ze dag en nacht verder trekken." (Exodus 13:21, NBV2004)
"En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen en zij werden zeer bevreesd." (Lucas 2:9, HSV2010)
In de verre toekomst zal God zelf de enige lichtbron zijn op de nieuwe aarde. Daarvan lezen we in het allerlaatste hoofdstuk van de Bijbel:
"Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn ..." (Openbaring 22:5, NBV2004)
Ik geloof dat het licht van het laatste hoofdstuk van de Bijbel (Openbaring 22) hetzelfde licht is als dat van het eerste hoofdstuk (Genesis 1): het licht van Gods aanwezigheid ofwel het licht dat de afstraling is van Gods heerlijkheid en de bron van alle energie.
Zie meer hierover in onderwerp 'Gods heerlijkheid vanaf het begin' in hoofdstuk 'Gods heerlijkheid'.
"En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water! En God maakte dat gewelf en maakte scheiding tussen het water dat onder het gewelf is, en het water dat boven het gewelf is. En het was zo. En God noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo. En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was." (Genesis 1:6-10, HSV2010)
In dit Bijbelgedeelte wordt eerst gesproken over het scheiden water en waterdamp, door de warmtestraling van het licht van scheppingsdag 1. Ik ga ervan uit dat God op deze dag de totale atmosfeer rondom de aarde in orde gebracht heeft. De laagste luchtlaag boven de aarde werd geschikt gemaakt voor de planten, de dieren en de mens die daarna zouden worden geschapen.
Maar dat 'water boven het gewelf' moet meer betekenen dan de bewolking zoals we die nu kennen. Waarschijnlijk was er een hogere luchtlaag met veel waterdamp die voor een soort broeikaseffect zorgde, waardoor er over de hele aardbol een aangenaam, lenteachtig klimaat heerste. Daarvan getuigen fossielen van planten over de hele aardoppervlakte. Die grote hoeveelheid waterdamp verklaart ook de enorme hoeveelheid water die bij de zondvloed naar beneden kwam. Ook waren er nog geen seizoenen, want die waren er pas na de zondvloed (Genesis 8:22). Ook regende het in die tijd niet:
"... de Here God had het niet op de aarde doen regenen ... maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem." (Genesis 2:5-6, NBG1951)
Pas na de zondvloed was er voor het eerst een regenboog te zien (Genesis 9:13-17). Ook dat bevestigt dat het nooit eerder had geregend.
Het vasteland ontstond ongetwijfeld doordat er veel water was verdampt en dus onttrokken uit het oppervlaktewater van de aarde. Scheppingsdagen 2 en 3a zijn met elkaar verweven en in zekere zin vormen ze één geheel. Mogelijk is het daarom dat we aan het einde van de tweede scheppingsdag niet het bekende refrein tegenkomen: "God zag dat het goed was." Het scheidingsproces van scheppingsdagen 2 en 3a (lucht, water en vasteland) was pas op scheppingsdag 3 voltooid.
"En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:11-12, HSV2010)
Nadat God had gezorgd voor lucht, water en vaste grond was er een leefklimaat ontstaan dat geschikt was voor allerlei levensvormen. Vooral op de vaste grond is een weelderige plantengroei ontstaan. Natuurlijk maakte God ook de waterplanten, maar de scheppingsgeschiedenis tekent alleen enkele hoofdlijnen zonder details te noemen.
Planten mogen dan de eenvoudigste levende organismen zijn, toch kunnen ze heel intelligent reageren op hun omgeving. Hun bladeren richten zich bijvoorbeeld naar het licht en planten groeien recht tegen de zwaartekracht in. En hoe weet een plant dat het tijd is om vruchten voort te brengen?
De veelzijdigheid van de plantenwereld laat ook iets van God zien. Planten worden in de Bijbel gebruikt om geestelijke waarheden uit te beelden. Enkele voorbeelden:
"En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot tekenen, en tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren! En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo. (Genesis 1:14-15, HSV2010)
Op deze dag schiep God de lichtdragers: zon, maan en sterren. Vanaf deze scheppingsdag wordt de tijd aangegeven door de zon en de maan. De lengte van de dag wordt bepaald door de draaiing van de aarde om haar denkbeeldige as. De lengte van een jaar wordt bepaald door de tijdsduur van de omwenteling van de aarde om de zon.
Onze aarde is maar een kleine planeet die draait om één van de 200-400 miljard sterren, die met elkaar ons sterrenstelsel vormen. En er zijn nog minstens enkele honderdduizenden andere sterrenstelsels ontdekt. De kosmos is zo uitgestrekt dat geen mens weet hoe groot die is. Het heelal lijkt een overdaad van scheppingswonderen te bevatten. Zelfs met optische telescopen en radiotelescopen kunnen we nog lang niet alles waarnemen. Maar in plaats van de Schepper van het indrukwekkende universum te respecteren, lijken de meeste sterrenkundigen zich tegenwoordig vooral bezig te houden met het krampachtig zoeken naar een verre planeet waar spontaan leven is ontstaan. Hun belangrijkste wetenschappelijke doel is kennelijk om te bewijzen dat God niet de schepper van het leven is. Zonde van al die vergeefse moeite!
"... De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God ..." Psalm 14:1, NBG1951)
En dan nog dit: Is onze aarde het middelpunt van Gods schepping? Heeft God eerst de aarde geschapen en vervolgens alle andere objecten erom heen? Dat klinkt dwaas en onlogisch, maar er zijn geen grenzen aan Gods scheppingskracht en de manier waarop God dingen doet gaat vaak in tegen onze menselijke logica.
"En God zei: Laat het water wemelen van wemelende levende wezens; en laten er vogels boven de aarde vliegen, langs het hemelgewelf! En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:20-21, HSV2010)
"En God zei: Laat de aarde levende wezens naar hun soort voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo. En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:24-25, HSV2010)
Sommige vogels worden in de Bijbel genoemd om daarmee geestelijke begrippen af te beelden. Denk maar aan de adelaar, een diersoort waarin een belangrijk aspect van Gods eigen karakter (wijsheid) is afgebeeld. De duif is een beeld van de Heilige Geest. Zo kwam bij Jezus' doop de Geest als een duif op Hem (Matteüs 3:16). De duif is ook het welbekende beeld van oprechtheid (Matteüs 10:16, HSV2010).
God heeft enorm veel soorten waterdieren geschapen, waarvan de vissen de meest bekende zijn. Sommige soorten leven aan de oppervlakte van het water, andere weer dieper, sommige soorten leven zo diep, dat er geen mens bij kan komen zonder duikersuitrusting. Al die soorten met elkaar tekenen een beeld van Gods eindeloze veelzijdigheid en de peilloze diepgang van Gods persoonlijkheid en creativiteit. Voor zover bekend is de aarde de enige planeet met vloeibaar water.
Ook bij de landdieren zien we een enorme variatie in levensvormen: grote en kleine dieren, sterke en snelle dieren, kruipende en springende dieren, en noem maar op. Elke diersoort heeft unieke eigenschappen die afbeeldingen zijn van Gods eigenschappen. Denk maar aan de leeuw, die het beeld is van Gods kracht en het rund dat een beeld is van Gods zorgzaamheid. Omdat vooral de zoogdieren een hoge ontwikkelingsvorm hebben is het niet verwonderlijk dat we bij deze dieren gedragingen tegenkomen die we ook bij mensen zien. Denk maar aan de zorg van zoogdieren voor hun jongen om een voorbeeld te noemen.
Als laatste schiep God de mens, de hoogste scheppingsvorm op aarde, het kroonjuweel van de schepping.
"En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis ... En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen." (Genesis 1:26-27, HSV2010)
De mens is meer dan enig ander geschapen wezen een evenbeeld van God. Doordat de mens een lichaam en een geest heeft, is hij ontworpen om zowel in de materiële wereld als in de geestelijke wereld te kunnen functioneren. En juist de geest van de mens maakt hem uniek ten opzichte van de dieren en plaatst hem op een onvergelijkbaar hoger niveau.
"Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen." Genesis 2:7, NBV2004)
Alle andere levende wezens zijn collectief tot stand gekomen door het spreken van God. De schepping van het lichaam van de eerste mens Adam was handwerk. Hij werd met grote zorg gemaakt met aardse grondstoffen. Maar het onstoffelijke deel van de mens (zijn ziel en geest) ontving de mens rechtstreeks van God. De Schepper blies zijn eigen levensadem in de mens. En juist dat maakte de mens zo bijzonder en zozeer een afbeelding van God zelf.
Adams vrouw Eva werd ook 'met de hand' gemaakt waarbij God iets uit Adams lichaam nam en haar daaruit maakte. Het hele menselijke geslacht is uit deze twee mensen voortgekomen.
"Uit één mens heeft hij (=God) de hele mensheid gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid ..." (Handelingen 17:26, NBV2004)
Van alle geschapen wezens lijkt de mens de hoogste positie in te nemen, dus een hogere dan de engelen.
"U hebt hem weinig minder dan een god gemaakt, hem met glorie en eer gekroond. U laat hem heersen over alles wat u gemaakt hebt, alles hebt u aan zijn voeten gelegd ..." (Psalm 8:6-7, GNB1996)
Zie ook de volgende onderwerpen:
- 'Doel
en roeping van de mens' in hoofdstuk 'Wie
ben je als mens?'
- 'Adam ontmoet Eva' in hoofdstuk 'Adam en Eva'
Het menselijke geslacht heeft dus een buitengewoon grote waarde voor God. We zijn op aarde neergezet als beelddragers van onze Schepper en wel in de volgende opzichten:
"Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk." (Genesis 2:2-3, NBV2004)
De zevende scheppingsdag was de dag nadat God zijn scheppingswerk op de aarde had voltooid, waarop de vreugde van de Schepper zijn hoogtepunt bereikte. Van scheppingsdag 7 worden twee dingen gezegd:
Tegelijk staat deze dag symbool voor de voltooiing van:
Dan zal alles volmaakt zijn en zal de vreugde van God en de mensen een blijvend hoogtepunt bereiken.
De Joodse sabbatdag (Exodus 20:8-11) is door God ingesteld om zijn volk het heilzame voorrecht te geven om één dag per week (de zevende dag van de week) niet te werken. Deze sabbatdag heeft alles te maken met de zevende dag van de scheppingsweek.
"Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken ... Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard." (Exodus 20:8-11, NBV2004)
God weet dat een wekelijkse rustdag goed is voor de mensen die Hij geschapen heeft. Maar die dag is bovenal bedoeld om rust te vinden in de dankbare verbondenheid met God en te genieten van de verbondenheid met gezinsleden en geloofsgenoten.
Dit is ook de kern van de nieuwtestamentische versie van de Joodse sabbatdag: de viering van de zondag, die gekoppeld is aan de opstanding van Jezus op de eerste dag van de week. In de meeste kerkelijke kringen onthoudt men zich op zondag zoveel mogelijk van dagelijkse werkzaamheden om van de dag te kunnen genieten, en bezoekt men één of twee kerkdiensten.
Zie meer hierover in onderwerp 'Van sabbat naar zondag' in hoofdstuk 'Gemeente'.
Het woord 'rust' roept bij veel mensen associaties op met 'saai' of iets voor het verzorgingshuis voor ouderen, dat vroeger 'rusthuis' werd genoemd. Het Bijbelse begrip 'rust' heeft vooral te maken met het bereiken van je bestemming, van het doel dat God met je leven heeft. Rust is een toestand van volkomen harmonie met God, waarbij je geen innerlijke strijd hoeft te leveren en waarin je als mens volledig mens kunt zijn zoals de Schepper dat bedoeld had.
Toen het volk Israël in de woestijn verbleef na de uittocht uit Egypte, was het op weg naar het beloofde land. Dat was het doel van hun reis en hun eindbestemming. God noemde dit ook de 'rust' waarnaar het volk onderweg was. Helaas wareen veel Israëlieten opstandig zodat God verhinderde dat zij die eindbesemming zouden bereiken. Daarom lezen we in de Bijbel teksten als deze:
"... In mijn toorn heb ik gezworen: 'Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust' ..." (Hebreeën 4:3, NBV2004)
Dat betekent dat christengelovigen worden gewaarschuwd om niet te verslappen in het geloof, omdat ze anders het mooie doel zullen bereiken dat God hen in het vooruitzicht had gesteld. Zorg ervoor dat je goed eindigt.
De meeste Israëlieten die met Mozes de woestijnreis hebben meegemaakt, hebben het beloofde land niet bereikt (Hebreeën 3:14-19). Laten we niet te snel denken dat het in ons geloofsleven vanzelf wel goed zal blijven gaan. Het Nieuwe Testament bevat ook waarschuwingen om te volharden in het geloof, zoals de volgende teksten:
"Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen." (1 Korintiërs 15:1-2, NBV2004)
"Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen." (Hebreeën 10:36, HSV2010)
De diepere betekenis van de zevende scheppingsdag is dat God wil dat mensen gaan ontdekken dat zij pas tot hun doel, tot hun bestemming komen als zij in harmonie komen met Hemzelf.
"Kom weer tot rust, mijn ziel, de HEER is je te hulp gekomen." (Psalm 116:7, NBV2004)
De rust die God geeft heeft betrekking op drie fasen in je leven als christengelovige: