Een hooggeplaatste engel kwam in opstand tegen God en werd zo Gods tegenstander: de satan, die in alle opzichte het tegenbeeld van God is.
Over de oorsprong van de satan geeft de Bijbel nauwelijks rechtstreekse informatie. Wel weten we dat hij door God geschapen is als een hooggeplaatste engel. Verder zijn er profetieën waardoor een tipje van de sluier wordt opgelicht. In Ezechiël 28 lezen we een klaaglied over de ondergang van de trotse vorst van Tyrus. De meeste Bijbeluitleggers zien hierin ook een figuurlijke beschrijving van de zondeval van de satan:
"... Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen ... Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg ... Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt ..." (Ezechiël 28:12-17, NBV2004)
Op grond van dit Bijbelgedeelte lijkt het erop dat de satan in het begin een cherub is geweest, mogelijk zelfs de machtigste, en dat hij eerst een onberispelijke levenswandel had. De profeet Jesaja beschrijft een vergelijkbare profetie over een andere trotse vorst: de koning van Babel.
"O morgenster, zoon van de dageraad ... Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon ... ik evenaar de Allerhoogste." (Jesaja 14:12-14, NBV2004)
De term 'ster' wordt in de Bijbel wel meer gebruikt waar het over hemelse wezens gaat (Job 38:7). In dit Bijbelgedeelte zien we een symbolische beschrijving van de torenhoge ambities van de satan, namelijk dat hij uiteindelijk zelf Gods heerschappij over de schepping wilde overnemen. Hij had wel lef!
De satan werd trots en besloot dat hij onafhankelijk van God wilde leven en voor zichzelf wilde beginnen. Toen was er voor hem geen plaats meer in de hemel, het centrum van de goddelijke macht. De heilige God en de onheilige satan konden immers niet naast elkaar bestaan op dezelfde locatie. Er ontstond een hevig conflict in de hemel. Het resultaat was dat een aanzienlijke minderheid van de engelen partij koos voor de satan, terwijl de overige engelen God trouw bleven. Dit kun je concluderen uit één van de visioenen van de apostel Johannes:
"Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak (=de satan), met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. ..." (Openbaring 12:3-4, NBV2004)
Er werd oorlog gevoerd tussen Gods engelen en de engelen van de satan (demonen). Dat was een buitengewoon ernstige situatie. De strijd werd in het nadeel van de satan beslist. Gods vijand en zijn demonen werden hardhandig uit de tegenwoordigheid van God verwijderd. Dit was de zondeval in de geestelijke wereld: de zonde van opstandigheid tegenover God en onafhankelijk van God willen zijn. Het gevolg daarvan was wat hij van tevoren had kunnen weten: het verlies van zijn hoge positie in de hemel en een vernederende val.
"Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak (=de satan). De draak en zijn engelen boden weerstand maar werden verslagen: sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer." (Openbaring 12:7-8, NBV2004)
In Job 1-2 lezen we dat de satan wel de mogelijkheid bleef houden om in de hemel bij God te verschijnen. We kunnen op grond van de bovengenoemde Bijbeltekst concluderen dat de satan na de oorlog in de hemel wel toegang, maar geen macht meer heeft in de hemel.
Ik veronderstel dat de satan een gebied in de geestelijke wereld kreeg toegewezen om te vertoeven, ver van de troon van God. Dat werd de geestelijke verblijfplaats voor de satan en zijn demonen. Hierover schreef de apostel Paulus het volgende:
"Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten." (Efeziërs 6:12, HSV2010)
Er zijn dus allerlei gewesten of gebieden in de geestelijke wereld. Een of meer van die gebieden vormen de thuisbasis van alle duistere machten.
De 'allerdiepste put' (uit Jesaja 14:15) is een benaming voor de thuisbasis van de satan. Je kunt het zien als de laagste hemelsfeer, als tegenhanger van de hoogste hemel, waar God troont. In Openbaring 9:11 wordt de satan de 'engel van de afgrond' genoemd. De begrippen 'hoog' en 'laag' zijn in de eerste plaats morele begrippen, zoals we dat ook kennen in ons dagelijkse spraakgebruik. We spreken bijvoorbeeld over hoogstaande en laaghartige personen.
"De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid." (Openbaring 12:9, NBV2004)
De satan en zijn demonen hebben dus geen machtsbasis meer in de hemel, maar hen werd wel toegestaan om op de aarde een poging te doen om hun macht uit te oefenen. Op zijn zachtst gezegd was dat een grote vernedering en een gevoelige degradatie. De aarde is immers van een lagere orde dan de hemel. Het eerder aangehaalde Bijbelgedeelte uit Jesaja over Babel vertoont veel overeenkomst met de satan:
"O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon ... ik evenaar de Allerhoogste, Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put." (Jesaja 14:12-15, NBV2004)
De hemel als woonplaats van God was dus gezuiverd van de invloed van de satan. Het strijdterrein van de kosmische oorlog werd verplaatst van de hemel naar de aarde die intussen geschapen was. De satan had de strijd in de hemel verloren en de troon van het heelal bleef onveranderlijk in Gods handen. De satan moest met een nieuwe strategie komen: via de aarde een poging doen om de hemel te veroveren. Dus richtten de satan en zijn demonen hun aandacht geheel op de aarde als hun prooi en uitvalsbasis.
Helaas heeft de satan op een bepaald moment een groot succes behaald door Adam en Eva, de stamouders van het hele menselijke geslacht te verleiden tot dezelfde opstandigheid tegenover God. Daardoor zou hij de aarde in zijn macht krijgen en de geestelijk heerser van de wereld worden (Johannes 12:31).
Zie onderwerp 'Geschiedenis van Gods koninkrijk' in hoofdstuk 'Gods koninkrijk' voor een overzicht van de strijd tussen Gods koninkrijk en het koninkrijk van de satan door alle eeuwen heen.
Het woord 'satan' betekent letterlijk 'tegenstander'. Datzelfde woord komen we in de Hebreeuwse brontekst bijvoorbeeld tegen in de geschiedenis van Bileam.
De benaming 'duivel' is een andere naam voor de satan en is van oorsprong een Grieks woord (diabolos) en betekent letterlijk door-elkaar-gooier, ook in de betekenis van scheidingveroorzaker, lasteraar, haatzaaier. Het woord 'duivel' wordt in het Nieuwe Testament vaker gebruikt dan 'satan'. De duivel en de satan stellen dezelfde persoon voor.
"... de draak, de slang van weleer, die ook duivel of satan wordt genoemd ..." (Openbaring 20:2, NBV2004)
De satan is geschapen als een engel, en hij is dus een geestelijk wezen zonder lichaam.
God heeft de mens zo gemaakt, dat hij alleen normaal functioneert in verbondenheid met Hemzelf, door de inwoning van de Heilige Geest in de geest van de wedergeboren mens. Door de Heilige Geest ervaart de gelovige in zijn gemoed de gezegende aanwezigheid van God en het vermogen om God lief te hebben en te dienen. Juist in het dienen van God ligt de sleutel tot het hoogste levensgeluk van de mens.
De satan probeert ook gebruik te maken van de menselijke geest, door demonische beïnvloeding, met bezetenheid als uiterste vorm van gebondenheid aan de demonische wereld. De gevolgen zijn geestelijke slavernij, psychische stoornissen, ziekte, angst en wanhoop, haat tegenover alles wat waarde voor God heeft, vooral tegenover Gods kinderen. Hoe meer iemand zich door de satan tot zonde laat verleiden en hoe sterker zijn geestelijke verbondenheid met de satan is, hoe dieper een mens wegzakt in een moeras van zonde en ellende.
De satan is in veel opzichten Gods tegenbeeld en ook Gods na-aper. Daarom is het niet verwonderlijk dat de satan ook een soort drie-eenheid in zich heeft. In het volgende Bijbelvers komen we drie manifestaties tegen van de satan:
"En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn ...." (Openbaring 20:10, HSV2010)
Deze drie verschijningsvormen van de satan (draak, beest en valse profeet) kunnen we tot op zeker opzicht vergelijken met de drie Godspersonen (Vader, Zoon en Heilige Geest).
| functie | Godspersoon | satanspersoon |
| hoogste gezag | Vader | draak (de satan) |
| focus op de materiële wereld | Zoon | beest (wereldlijke, antichristelijke macht) |
| focus op de geestelijke wereld | Heilige Geest | valse profeet (leugenachtige, religieuze macht) |
Satanische drie-eenheid, vergeleken met Goddelijke drie-eenheid
De DRAAK is een symbolische benaming voor de satan, het hoofd van de duivelse machten in de geestelijke wereld. Hij heeft vele demonen onder zich: de gevallen engelen die de satan zijn gevolgd in zijn opstand tegen God. In het Bijbelboek Openbaring wordt de satan ook vaak de 'draak' genoemd.
"... een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien horens. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde ..." (Openbaring 12:3-4, HSV2010)
De zeven koppen en tien kronen zijn een symbolische illustratie van zijn macht. Ook de satan heeft een 'koninkrijk' (zie bijvoorbeeld Matteüs 12:26). Het tweede deel van dit bovengenoemde Bijbelgedeelte doet denken aan de zondeval van de satan, waarbij een deel van de engelen (=sterren) de kant van de satan kozen en daarna 'gevallen engelen' of demonen genoemd worden.
Het BEEST wordt in het Bijbelboek Openbaring beschreven als satans vertegenwoordiging op aarde in de vorm van demonisch geïnspireerde antichristelijke wereldmachten door de eeuwen heen. In Openbaring 13:1-10 lezen we dat hij evenals de draak (=satan) een monster is met zeven koppen en tien horens. Net zoals Jezus het evenbeeld van God de Vader is, zo is het beest de aardse verschijningsvorm van de satan zelf. Het beest is een tegenbeeld van het 'Lam van God' (=Jezus).
Het beest kenmerkt zich door wreedheid, onderdrukking van alle onderdanen, vervolging van gelovigen en godslastering. Het is niet moeilijk om wereldlijke machten in onze recente geschiedenis aan te wijzen met die kenmerken. Denk maar aan dictators als Hitler in Duitsland, Stalin in de voormalige Sovjet-Unie en Kim-Il-Sung in Noord-Korea. Het beest vertegenwoordigt alle antichristelijke regimes en dictators van alle tijden.
Veel Bijbelgedeelten over antichristelijke machten doen ook denken aan één toekomstige antichristelijke wereldleider die meer macht zal hebben dan al zijn voorgangers. Die wordt meestal 'de antichrist' genoemd.
De VALSE PROFEET wordt in het Bijbelboek Openbaring beschreven als de leugenprofeet van de satan. Deze leugenprofeet is de tegenhanger van de Heilige Geest, die ook wel 'Geest van de waarheid' wordt genoemd (Johannes 14:17). De valse profeet is er door de eeuwen heen op uit om de mensheid te misleiden, God en godsdienst belachelijk te maken, mensen te weerhouden om God te kennen en te dienen, en gelovigen tot zonde te verleiden. Kijk bijvoorbeeld maar naar de eeuwenoude, irrationele haat van grote groepen mensen tegenover Joden, christenen en alles wat met beide godsdiensten te maken heeft.
De valse profeet wordt in Openbaring 13:11-17 ook vergeleken met een beest. Daarvan is onder meer te lezen:
"Toen zag ik een tweede beest, dat opkwam uit de aarde. Het had twee horens, net als een lam, en het sprak als een draak. Voor de ogen van het eerste beest oefende het heel diens macht uit. Het dwong de aarde en alle mensen die erop leefden het eerste beest ... Het verrichtte indrukwekkende tekenen, het liet voor de ogen van de mensen zelfs vuur uit de hemel neerdalen op de aarde. Het wist de mensen die op aarde leven te misleiden door de tekenen die het voor de ogen van het eerste beest kon verrichten ..." (Openbaring 13:11-14, NBV2004)
Deze beschrijving laat zien dat de satan in diepste wezen een sluwe verleider is en dat hij mensen vooral door verleiding in zijn macht krijgt of houdt.
"en allen die verloren zullen gaan, zal hij met zijn kwaadaardigheid verleiden. Want ze hebben de liefde voor de waarheid, die hen had kunnen redden, niet aanvaard. Daarom treft God hen met verblinding, zodat ze dwalen en de leugen geloven. Zo zal iedereen die de waarheid niet gelooft maar behagen schept in onrecht, worden veroordeeld." (2 Tessalonicenzen 2:10-12, NBV2004)
Het is zaak om dicht bij God te blijven en ook vol van zijn Woord en zijn Geest te zijn. Alleen dan kun je de antichristelijke machten van vandaag herkennen.
Zie ook onderwerp 'Antichrist' in hoofdstuk 'Wederkomst van Jezus'
De satan was geschapen met een vrije wil en hij kon dus ook voor of tegen God kiezen. Hij heeft als eerste in de geestelijke wereld vanuit zijn zucht naar onafhankelijkheid en macht gekozen om in opstand te komen tegen God. Daarmee deed hij in zijn overmoed een greep naar de troon.
De satan wist natuurlijk dat God veel machtiger was dan hij zelf. Zijn enige mogelijkheid om een echte rivaal van God te worden was om precies het tegenbeeld van God te zijn. Doordat hij zelfstandig wilde zijn en dus los van God zou moeten leven, koos hij daarbij in feite voor de dood als een alternatieve vorm van leven. In Gods koninkrijk vinden we gerechtigheid en leven. In het rijk van de satan vinden we zonde en dood. De satan was beslist niet gek en had goed denkwerk verricht. Hij moet zichzelf 100% kans van slagen hebben gegeven, anders was hij er nooit aan begonnen.
Toch moeten we de satan niet zien als een soort anti-god, want hij is niet meer dan een door God geschapen wezen. Hij wordt in de Bijbel wel 'god van deze eeuw' genoemd (2 Korintiërs 4:4, NBG1951), maar de term 'god' wordt wel vaker gehanteerd voor geschapen wezens (bijvoorbeeld in Exodus 4:16; Psalm 82:1) maar dan in de betekenis van gezagspersoon. Nee, een echte god is de satan niet, omdat God nadrukkelijk stelt dat Hij de enige God is en dat er buiten Hem geen goden zijn. De satan is een opstandige engel, niet meer en niet minder. Onderschat hem niet, maar overschat hem ook niet.
In de Bijbel lezen we dat Jezus de macht van de satan erkent en het feit dat hij een soort koninkrijk heeft, dat vijandig staat tegenover Gods koninkrijk. De satan heerst over een groot aantal demonen (gevallen engelen) en sinds de zondeval van de mens heeft hij ook de heerschappij over de aarde en zijn bewoners. Maar mensen die door Jezus zijn gered, zijn onttrokken aan zijn machtsgebied:
"Hij heeft ons ontrukt aan de macht van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon." (Kolossenzen 1:13, WV2012)
Toen de satan Jezus bij zijn verzoekingen in de woestijn alle koninkrijken van de aarde aanbod als Hij hem zou aanbidden, sprak Jezus zijn bevoegdheid niet tegen (Matteüs 4:8-10). De satan heeft wel degelijk macht over de aarde, maar wel binnen de beperkingen die de almachtige God hem oplegt.
Terwijl God gekozen had voor waarheid en gerechtigheid als het fundament voor zijn troon, kon de satan niets anders dan kiezen voor leugen en ongerechtigheid. Jezus zei over hem:
"Gerechtigheid en recht zijn het fundament van Uw (=Gods) troon ..." (Psalm 89:15, HSV2010)
"... Wanneer hij (=de satan) de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen." (Johannes 8:44, HSV2010)
Het rijk van de satan kan alleen daarom al niet standhouden. Er ligt een ingebouwde tijdbom onder zijn troon. Een rijk dat vol is van leugen. En het kwade richt zichzelf te gronde door gebrek aan verstandig beleid en structuur. Dat rijk is dan ook de meest chaotische organisatie die er bestaat. Vooral in de eerste boeken van Frank Peretti komen we geromantiseerde beschrijvingen tegen van de demonische wereld. Daarin worden de demonische machthebbers beschreven als een stelletje individualisten, die allemaal op eigen macht uit zijn, die elkaar voortdurend wantrouwen en als het even kan elkaar de hersens inslaan. Dat kon in grote lijnen wel eens een juiste beschrijving zijn. De hemel is vol van gehoorzaamheid, harmonie en vrede. Doordat bij de satan alles precies andersom gaat, mogen we er van uit gaan dat er in het duistere rijk van de satan sprake is van ongehoorzaamheid, brute macht, disharmonie en slaande ruzie. Het enige wat de machten van de hel samenbindt is de gemeenschappelijke afkeer van God en vooral van Jezus, die door zijn plaatsvervangend sterven aan het kruis de macht van de satan een dodelijke slag heeft toegebracht.
De macht van de satan en zijn demonen is dus begrensd en niet te vergelijken met de almacht van God. Vooral uit het Bijbelboek Job kunnen we daar iets over leren:
Vooral in het Bijbelboek Openbaring kunnen we op veel plaatsen lezen dat de satan alleen kan optreden binnen de grenzen die God hem toestaat. Zo vreselijk zelfstandig is hij dus ook weer niet. Het feit DAT God hem toestaat een bepaalde macht uit te oefenen is een onderdeel van Gods ondoorgrondelijke handelswijze. We moeten er op vertrouwen dat God daarbij geen fouten maakt.
Het doel van de satan is altijd geweest om God van zijn troon te stoten en zelf de heerser van de hele schepping te worden. Om dat doel te bereiken zou hij een groot aantal invloedrijke volgelingen nodig hebben. Uit Bijbelse gegevens kunnen we afleiden dat hij tot nu toe heel wat pogingen gedaan heeft om dit voor elkaar te krijgen:
In Openbaring 20 lezen we dat uiteindelijk, als de bestaande hemel en aarde verdwenen zullen zijn, er nog maar één troon over zal zijn: die van onze Schepper. De satan en zijn demonen zullen dan genoegen moeten nemen met de meest vernederende positie: de hel in de vuurpoel, de ultieme plaats van dood en verderf. God zal dan ZITTEN op zijn troon zoals altijd, en dat is een aanduiding van zijn macht. De satan zal uiteindelijk in de vuurpoel GEWORPEN worden, een aanduiding van zijn totale onmacht. Wat een vernedering voor zo'n trots personage!
Zie onderwerp 'Geschiedenis van Gods koninkrijk' in hoofdstuk 'Gods koninkrijk' voor een overzicht van de strijd tussen Gods koninkrijk en het koninkrijk van de satan door alle eeuwen heen.
De satan is het tegenbeeld van God, in zo ongeveer alle opzichten. Het zal ons dan ook niet verbazen dat het karakter van de satan volledig tegengesteld is aan het karakter van God. Laten we gaan zien hoe zijn weerzinwekkende karakter precies het tegenovergestelde is van het volmaakte karakter van onze Schepper.
Gods wijsheid leidt tot harmonie, gerechtigheid en vrede. Wat de satan bedenkt en de ideeën die hij overbrengt zorgen voor verwarring, zonde, schuld en onvrede.
"... Wanneer hij (= de satan) liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen." (Johannes 8:44, NBV2004)
"... de satan zelf vermomt zich als een engel van het licht." (2 Korintiërs 11:14, WV2012)
Gods vriendelijkheid zorgt voor een sfeer van liefde, blijdschap en vrede. De satan zorgt voor een sfeer van haat, vrees en onrust. De satan belooft het meeste, maar geeft het minste.
"Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here." (Romeinen 6:23, NBG1951)
Gods kracht, macht en majesteit gebruikt Hij voor het welzijn van zijn schepping en om de vrijheid van mensen te waarborgen. De satan gebruikt zijn macht om de schepping te vernietigen. Hij zet mensen aan om te zondigen (1 Kronieken 21:1) en wil hen door demonische beïnvloeding en bezetenheid van hun vrijheid beroven.
"Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd." (Romeinen 6:17, NBV2004)
God zorgzaamheid staat er garant voor dat zijn schepping alles krijgt alles wat nodig is; de satan trakteert de mensheid op onheil en ellende. God is de levende God die leven geeft. Maar de satan heeft de dood als symbool en jaagt mensen de dood in.
"... Hij (=Jezus) trok weldoende rond en genas allen die in de macht waren van de duivel, want God was met Hem." (Handelingen 10:38, WV2012)
"Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden." (1 Petrus 5:8, NBG1951)
Dit is samengevat in de volgende tabel:
| Gods karaktereigenschappen | karaktereigenschappen van de satan |
|
| wijs | verstandig | sluw |
| rechtvaardig | leugenaar | |
| creatief | ontluisteraar | |
| vriendelijk | bewogen | opstandeling |
| relatiegericht | onderdrukker | |
| ruimhartig | vernietiger | |
| krachtig | eigenmachtig | verleider |
| gezagvol | tweedrachtzaaier | |
| daadkrachtig | aanklager | |
| zorgzaam | trouw | onberekenbaar |
| dienstbaar | onheilbrenger | |
| werkzaam | chaoot | |
Karaktereigenschappen van God en de satan
Kortom: de satan is in alles het tegenbeeld van God en als je al zijn eigenschappen op een rijtje zet dan kom je al gauw tot de conclusie dat hij het meest miserabele schepsel is van het hele heelal en dat hij werkelijk nog minder dan niets heeft te bieden. Hoe is het mogelijk dat hij dan toch zoveel invloed heeft op de mensheid en dat zijn dodelijke producten zo gretig aftrek vinden op aarde?
We kunnen spreken over diverse satansmachten waardoor de mensheid in bedwang wordt gehouden:
Zie meer hierover in
hoofdstukken:
- 'Waarheid en leugen'
- 'Omgaan met zonden'
- 'Bevrijding'
Deze satansmachten liggen in elkaars verlengde, zoals blijkt uit de volgende voorbeelden:
De satan en zijn demonen zijn op de aarde actief in onder meer:
De satan en zijn demonen spannen zich in om zoveel mogelijk mensen buiten het bereik van Gods invloed te houden en hen de eeuwige dood in te sleuren. Hij heeft het vooral gemunt op Joden en christenen omdat die volken van God zijn.
"Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden." (1 Petrus 5:8, NBG1951)
Zie meer hierover in hoofdstuk 'Geestelijke strijd'.