Jezus heeft zijn volgelingen opgedragen om het evangelie over de hele aarde bekend te maken en mensen tot volgelingen van Jezus te maken. Dan kan op veel verschillende manieren gebeuren, dichtbij of ver weg.
Kort voordat Jezus naar de hemel zou gaan, gaf hij zijn 'Grote Opdracht' aan de apostelen:
"Ga er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen te maken. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd." (Matteüs 28:19, HB2008)
Enkele kanttekeningen:
Jezus heeft Gods licht laten schijnen toen Hij zo'n 2000 jaar geleden op aarde leefde. Jezus heeft God laten zien aan de mensen, door zijn onderwijs en zijn levenswandel. Jezus heeft in eerste instantie zijn twaalf discipelen geroepen om zijn eigen rol als godsgetuige over te nemen zodra Hij naar de hemel zou zijn gegaan. Zij werden als apostelen (=uitgezondenen) de wereld in gestuurd:
"... Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie." (Johannes 20:21, WV2012)
Zie ook onderwerp 'Uitzending van de apostelen' in hoofdstuk 'Opstanding van Jezus'.
Het was de bedoeling om dichtbij huis te beginnen en vervolgens steeds verder weg te gaan om tenslotte de hele aarde te bereiken met het goede nieuws van Jezus.
"... en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde." (Handelingen 1:8, HSV2010)
Het begon zo goed en het evangelie verspreidde zich als een prairievuur. Maar na enkele eeuwen bleef het steken en het zou vele eeuwen duren voordat de wereldzending weer op gang kwam.
Wist je trouwens dat Coca Cola, dat nog maar 100 jaar bestaat, al bekend is over alle landen van de wereld? En dat na 2000 jaar christendom nog steeds een derde deel van de wereld het evangelie nog niet heeft gehoord? Wat betekent Coca Cola vergeleken met het levende water van het evangelie? Hoe kunnen we dit aan de gever van de Grote Opdracht uitleggen?
In het Nieuwe testament lezen we hoe de gelovigen begonnen met de uitvoering van de Grote Opdracht om alle volken voor Jezus te winnen. De eerste zendelingen waren:
Zodra Paulus (toen nog Saulus) tot geloof was gekomen ging hij het evangelie doorgeven:
"... en ging onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is." (Handelingen 9:20, NBV2004)
Jaren later prees Paulus de pas gestichte gemeente in Filippi vanwege hun reactie op de evangelieboodschap. Daardoor werd bevestigd dat ze het evangelie echt hadden begrepen:
"... omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie." (Filippenzen 1:5, NBV2004)
In dit opmerkelijke Bijbelvers zien we het volgende over evangelieverkondiging:
Wat een verschil met zoveel naar binnen gerichte kerken van vandaag! Nergens lezen we in het Nieuwe Testament een opdracht om imposante kerkgebouwen of kathedralen te bouwen, wel om het evangelie uit te dragen. Het doorgeven van de bevrijdende boodschap van het evangelie is de kerntaak van de Gemeente van Jezus. Sterker nog: daaraan ontleent de Gemeente van Jezus haar bestaansrecht! Jezus heeft gezegd:
"... Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen." (Marcus 16:15, WV2012)
Evangelisatiewerk dichtbij of zendingswerk veraf kan natuurlijk niet worden uitgevoerd door mensen die niet zijn wedergeboren. Om Jezus te kunnen vertegenwoordigen moet je eerst in zijn koninkrijk worden ingelijfd, anders kun je zijn ambassadeur niet zijn. Toch heb ik gesproken met een onbekeerde zendeling die naar Afrika was uitgezonden. Natuurlijk had hij nooit uitgezonden mogen worden, maar er gebeurde iets bijzonders. In Afrika kwam hij tot geloof na ontmoetingen met inheemse gelovigen. Echte gelovigen wel te verstaan. Wat een humor van God!
Gelovigen die niet vol zijn van Jezus, kunnen beter geen zendings- of evangelisatiewerk gaan doen. Er is meer nodig:
"... maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde." (Handelingen 1:8, WV2012)
Eerst vol zijn van Jezus dus, eerst de kracht van de Heilige Geest ontvangen door met Hem vervuld te worden. Daarna de Grote Opdracht uitvoeren. Vooral als het gaat om veeleisende taken, is een krachtige vervulling met Gods Geest van groot belang.
"onze verkondiging aan u overtuigde immers niet alleen door onze woorden, maar ook door de overweldigende kracht van de heilige geest..." (1 Tessalonicenzen 1:5, NBV2004)
Evangelieprediking zonder begeleidend onderwijs is niet compleet. Voor mensen die tot geloof zijn gekomen en gedoopt, geldt ook het derde onderdeel van de Grote Opdracht:
"... Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd." (Matteüs 28:19, HB2008)
De basis voor een krachtig geloofsleven wordt gelegd door een gedegen kennis van de Bijbel. Verder moeten nieuwe gelovigen leren deze kennis toe te passen in hun persoonlijke levenssfeer. Pastorale zorg is nodig om hen op het juiste spoor te houden en hen zo nodig te corrigeren.
"U kunt getuigen, en God zelf, hoe toegewijd, hoe oprecht en zuiver we bij u, die tot geloof gekomen bent, hebben geleefd. U weet dat we voor ieder van u waren als een vader voor zijn kinderen. We hebben u aangespoord en bemoedigd en u op het hart gedrukt zo te leven dat u God eer bewijst ..." (1 Tessalonicenzen 2:10-12, NBV2004)
Zie ook onderwerp 'Gemeente als leerschool' in hoofdstuk 'Gemeente'.
Bij de uitvoering van de Grote Opdracht kunnen we weerstanden verwachten van de satan, die niet wil dat zijn machtgebied daardoor wordt bedreigd. De Grote Opdracht is immers een frontale aanval op zijn heerschappij over de wereld. In het Bijbelboek Handelingen lezen we enkele voorbeelden van weerstanden die de apostel Paulus heeft ervaren bij zijn evangelisatiecampagnes:
Lees ook 2 Korintiërs 6:3-10 waarin Paulus een samenvatting geeft van de moeiten die hij allemaal heeft meegemaakt. Dit is het slechte nieuws. Maar het goede nieuws is dat deze gebeurtenissen steeds deuren openden naar volgende mogelijkheden om het evangelie te verspreiden.
De Bijbel zelf geeft aan dat het evangelie weerstanden oproept. Het evangelie blijft namelijk hoe dan ook een dwaasheid voor heidenen en aanstootgevend voor de Joden (1 Korintiërs 1:23). Het evangelie is goed nieuws, maar geen boodschap die lekker in de markt ligt. Nog steeds worden Jezus' volgelingen vervolgd, gemarteld, in gevangenissen gegooid of gedood omdat ze het evangelie van Jezus aan anderen doorgeven.
Zie meer hierover in hoofdstuk 'Geloofsvervolging'.
Toen Jezus op aarde was en onder de mensen leefde, deed Hij veel goeds. Veel mensen hielden ervan om in de buurt van Jezus te zijn. Ze genoten van zijn vriendelijke gezelschap en nodigden Hem uit in hun huizen. Waarom?
"Het Woord (=Jezus) is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid ..." (Johannes 1:14, NBV2004)
Jezus verkondigde de waarheid aan de mensen. Maar het woord 'waarheid' kunnen we tegelijk ook lezen als 'echtheid'. Jezus hield van de mensen en Hij was echt en authentiek. Hij veroordeelde de mensen niet, maar accepteerde hen, of ze nu veel of weinig zonden deden. En daarom accepteerden zoveel mensen wat Hij zei. Dat was de aantrekkingskracht van Jezus.
Vandaag vinden veel ongelovigen het niet altijd prettig om met christenen om te gaan. Wat hen het meest tegenstaat in christenen is dat ze vaak juist NIET vol van goedheid en echtheid zijn:
In de eerste eeuwen na Christus ging de wervende kracht van het christendom vooral uit van de levensstijl van de christenen. Ze onderscheidden zich van anderen door hun liefde en hulpbetoon, ondersteuning van armen, weduwen en wezen, omzien naar de zwakkeren en zieken, slaven en gevangenen. In hun navolging van Jezus spraken hun daden een duidelijke taal en dat maakte meer indruk dan grote woorden die voor buitenstaanders vaak zo weinig betekenis hebben.
Ook de christenen van die tijd hadden te maken met verdorven culturen om hen heen, maar ze stelden zich niet wereldvreemd op. En in de loop der jaren kregen de mensen, en ook de overheden, steeds meer respect voor christenen.
"Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel." (Matteüs 5:16, NBV2004)
Het is nog altijd zo dat vriendelijkheid, behulpzaamheid en medeleven een grote getuigende waarde hebben. Jezus was zo en ook jij wordt opgeroepen om zijn voorbeeld te volgen. De wereld herkent dat. Lees maar eens de volgende opmerkelijke uitspraak van een bekende hindoe uit de vorige eeuw:
"De wereld heeft geen behoefte aan meer christendom, maar aan meer van Christus." (Mahatma Ghandi)
Zie ook onderwerp 'Gemeente als licht' in hoofdstuk 'Gemeente'.
Jezus zei:
"Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt." (Matteüs 5:13, NBV2004)
Gods kinderen zijn geroepen om een positieve invloed te hebben in hun leefomgeving. De inspiratie die christengelovigen opdoen uit Gods Woord hoort te leiden tot een goede levensstijl die aanstekelijk werkt, omdat die levensstijl de samenleving harmonieuzer en gelukkiger maakt. Om de beeldspraak van Jezus nog iets verder door te voeren: zout is niet alleen een smaakmaker, het is ook bederfwerend. Het houdt het voortwoekeren van zondige levenspraktijken tegen. Als gelovigen net zo gaan leven als ongelovigen, houdt het 'zout van de aarde' op smaakmakend en bederfwerend te zijn. Het dient dan nergens meer voor.
Zie ook onderwerp 'Zoutend zout' in hoofdstuk 'Gelijkenissen van Jezus'.
Ongelovigen letten heel goed op of onze levenswandel overeenkomt met onze woorden en opvattingen. Verschillen worden haarscherp opgemerkt. We moeten niet denken dat we hen voor de gek kunnen houden. Er wordt vooral gekeken hoe we omgaan met tegenslagen, want dan laat elk mens zien wat er in hem zit.
Jarenlang heb ik bij Akzo Nobel samengewerkt met een collega, met wie ik een kantoorruimte deelde. We hadden plezierig contact met elkaar en zo af en toe konden we ook een goed gesprek hebben over het geloof. Hij was Rooms-katholiek en beleefde niet veel steun vanuit zijn kerkelijke achtergrond. Enige tijd nadat mijn eerste vrouw was overleden leek het of we meer diepe gesprekken konden voeren en toonde hij oprechte belangstelling naar de Bijbel, en een keer gingen we tijdens de lunchpauze de stad in om een Bijbel voor hem uit te zoeken. Sindsdien zag ik hem elke dag tijdens de lunchpauze zijn Bijbel lezen, en ik merkte aan zijn houding dat hij de Heer was gaan liefhebben. Hij vertelde me wat de doorslag had gegeven. Hij had gezien dat ik kracht van boven had gekregen bij de rouwverwerking en dat zette bij hem de knop om en hij opende zich voor de Heer ...
Er zijn wel mensen die zeggen "Getuig van de Heer met je daden, desnoods ook met woorden." Dat is een waardevolle opmerking die we goed ter harte moeten nemen. Maar die uitspraak mag niet gebruikt worden als excuus om niet te getuigen, want de Bijbel leert ons:
"Geloven is dus een gevolg van horen en dat horen vindt plaats bij de verkondiging van Christus." (Romeinen 10:17, GNB1996)
Het getuigen van Jezus én de goedheid van Jezus laten zien, horen onlosmakelijk bij elkaar.
Van wie zouden we meer kunnen leren over evangelisatie dan van de Heer zelf, die de eerste evangelist en prediker was?
"Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." (Matteüs 4:17, HSV2010)
Deze boodschap was niet gericht aan heidenen, maar aan gelovige Joden. Evangelisatie begint met een oproep om totaal anders te gaan denken en leven, want dat is de grondbetekenis van het woord 'bekeren'. Jezus wekte de mensen op om te denken vanuit de hemel en zich met hart en ziel aan God toe te wijden.
Zie ook onderwerp 'Jezus de prediker en leraar' in hoofdstuk 'Wie is Jezus?'.
Tegenover de menigten sprak Hij meestal in begrijpelijke gelijkenissen, waarin Hij bepaalde principes van het koninkrijk illustreerde. Aan de meer geïnteresseerde toehoorders gaf Hij diepgaand onderwijs. De evangelist Matteüs begint met het vermelden van een belangrijk stuk van dat diepgaande onderwijs, die bekend staat als de Bergrede (Matteüs 5-7). Diepgaand betekent bij Jezus niet dat het een hoog intellectueel gehalte heeft, geschikt voor diepgravende Schriftkenners, maar dat het onderwijs het diepste van het mensenhart aanraakt.
Om zijn boodschap geloofwaardig te maken en bovendien te bewijzen dat Hij door God gezonden was, deed Jezus meer wonderen dan alle profeten en andere Godsmannen daarvoor ooit hadden gedaan.
"Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden." (Johannes 21:25, NBV2004)
De meest voorkomende soorten wonderen waren:
Let wel: eerst begon Jezus met verkondiging van het 'goede nieuws', vervolgens werd deze boodschap ondersteund met wonderen.
Jezus verzamelde een groep van twaalf discipelen die Hem na zijn hemelvaart moesten opvolgen als apostelen. Minstens eenmaal heeft Jezus zijn twaalf discipelen uitgezonden (en later ook ongeveer 70 anderen) om een kortdurende evangelisatieactie uit te voeren. Let daarbij op de opdrachten die ze kregen:
"Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen." (Matteüs 10:1, NBV2004)
"... als u op weg gaat, predik dan: Het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets." (Matteüs 10:7-8, HSV2010)
De discipelen voerden de opdrachten van Jezus uit en bemerkten dat God hen de autoriteit en kracht had gegeven om ook wonderen te doen.
"Ze gingen op weg en riepen de mensen op om tot inkeer te komen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen." (Marcus 6:12-13, NBV2004)
"De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: 'Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.' " (Lucas 10:17, NBV2004)
Samenvattend werden de evangelisten opgeleid om de volgende taken uit te voeren:
De Bijbel vermeldt niet of ze ook daadwerkelijk doden hebben opgewekt. Maar in ieder geval had Jezus wel duidelijk gemaakt dat het opwekken van doden ook behoorde tot de mogelijkheden van een evangelist van Jezus.
Jezus gaf hen dus de volmacht om hun prediking met wonderen te ondersteunen, dezelfde wonderen als die Jezus zelf gewend was te doen. Waarom hebben de meeste werkers in Gods koninkrijk vandaag alleen het eerste geleerd en weten ze geen raad met het overige?
Direct na zijn opstanding uit de dood sprak Jezus al over de uitzending van de apostelen. Hij sprak de opmerkelijke woorden:
"... Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit." (Johannes 20:21, NBV2004)
De taken die Jezus de apostelen opdroeg bij hun uitzending waren dan ook vergelijkbaar met wat Jezus had gedaan en wat ze zelf tijdens hun stageopdracht hadden gedaan:
"... Gaat heen in de gehele wereld, verkondig het evangelie aan de ganse schepping ... Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken zal hen hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden." (Marcus 16:15-18, NBG1951)
Het evangelie van Marcus eindigt met de vermelding dat deze wondertekenen inderdaad hebben plaatsgevonden.
"En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen." (Marcus 16:20, NBV2004)
Dat gebeurde volop nadat de apostelen waren vervuld met de Heilige Geest. In het Bijbelboek Handelingen is dit te lezen.
En ook in onze tijd vinden tal van wonderen plaats, vooral waar gelovigen anderen van Jezus vertellen. Wonderen en tekenen zijn het meest krachtige getuigenis van God waardoor mensen tot geloof komen. Zo is het bijvoorbeeld bekend dat de laatste tientallen jaren de meeste mensen in China tot geloof zijn gekomen nadat ze genezingswonderen van God hadden ontvangen.
Evangeliste Corrie ten Boom sprak eens over dit onderwerp waarbij ze deze teksten uit het Marcus evangelie aanhaalde. Na afloop ontving zij een kritische opmerking van een toehoorder: "Is het u niet bekend dat de aangehaalde teksten tussen haken staan, dus dat we niet zeker kunnen zijn of ze wel bij het oorspronkelijke evangelie van Marcus horen?" Waarop Corrie antwoordde: "Wat is God toch machtig dat Hij zelfs beloften waarmaakt die tussen haken staan." Tegen zoveel praktische wijsheid had de man weinig in te brengen.
Zie ook de onderwerpen:
- 'Jezus
en zijn discipelen' in hoofdstuk 'Ontmoetingen
met Jezus'
- 'Uitzending
van de apostelen' in hoofdstuk 'Opstanding
van Jezus'
- 'Opdracht tot
genezing' in hoofdstuk 'Bevrijding'
Evangelisatie en zending zijn in principe niet verschillend van elkaar. Bij evangelisatie denken we aan het verkondigen van het evangelie in de eigen leefomgeving. Bij zending denken we vooral aan uitzending naar verre landen. Maar het wonen en werken in het buitenland vergt veel meer voorbereiding, aanpassingsvermogen en inleveren van comfort en geriefelijkheid.
Jezus heeft zijn apostelen opgedragen om in hun eigen leefomgeving te beginnen met het uitdragen van het evangelie, vervolgens in het gebied er omheen om uiteindelijk de hele wereld als arbeidsterrein te kiezen:
"... en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde." (Handelingen 1:8, HSV2010)
Bij het woord evangelisatie denken veel mensen aan speciale kerkdiensten voor belangstellenden, speciale acties, folders uitdelen en gesprekken aanknopen in de winkelstraten, verspreiding van lectuur of iets dergelijks. Er zijn natuurlijk nog veel andere manieren om de mensen in je omgeving te bereiken met het evangelie. In de praktijk blijkt evangeliseren vanuit een persoonlijke relatie met mensen effectiever is dan het voeren van acties. Maar acties kunnen wel helpen om de naambekendheid van Jezus te vergroten en mensen groepsgewijs te laten kennismaken met de dingen van God.
In deze tijd is de werkplek het belangrijkste evangelisatieterrein voor veel mensen. Een christengelovige kan tot veertig uur per week aan zijn collega's laten zien wat het betekent om Jezus te volgen. Dat begint gewoon door bijvoorbeeld open, vriendelijk, eerlijk en betrouwbaar te zijn. Lunchpauzes kunnen ook goede kansen bieden om te vertellen wat het belangrijkste in je leven is geworden. Ook als meningen worden uitgewisseld over allerlei onderwerpen kun je vaak het één en ander kwijt. Het voordeel van getuigen tegenover collega's is dat ze het verband zien tussen je woorden en de manier waarop je bij hen overkomt. Uiteraard moeten die met elkaar in overeenstemming zijn.
Het komt wel voor dat mensen spontaan tot geloof komen, bijvoorbeeld door het lezen van de Bijbel, door dromen of visioenen. Maar voor het merendeel geldt dat ze Jezus vinden nadat ze een echte gelovige hebben ontmoet in wie Jezus woont. En ook al zijn christengelovigen verre van volmaakt, voor de wereld zijn ze wel het venster waardoor Jezus zichtbaar gemaakt wordt.
Jezus kwam op aarde als een kwetsbaar mens. Als een eenvoudig, dienend persoon ging Hij naast de mensen staan, niet boven hen. En dat was één van de geheimen van zijn grote aantrekkingskracht. Daarom luisterden de massa's liever naar Hem dan naar de schriftgeleerden: Jezus stond naast hen, terwijl de schriftgeleerden zich boven hen stelden.
Het is van belang te weten waar de belangstelling van de ander naar uitgaat, zodat je kunt inhaken op zijn belevingswereld. Ook Paulus deed dat, toen hij in Athene een toespraak hield voor een aantal mensen. Zijn toehoorders waren filosofen, die leefden in een cultuur waarin veel verschillende goden werden aanbeden. Hij begon zijn toespraak met het noemen van het standbeeld voor de onbekende god, dat hij in Athene had gezien. Aan de hand daarvan sprak hij over de onzichtbare, almachtige God. In zijn toespraak gebruikte hij citaten van Griekse dichters om daarmee de taal van de toehoorders te spreken (Handelingen 17:22-31).
Wat bezielt de ongelovige mens van vandaag?
Het is goed om daarvan bewust te zijn.
Het is zinvol om te weten hoe je boodschap het beste overkomt en welke benadering het beste past bij degene met wie je wilt spreken. In zijn boek 'Zo word je een aanstekelijk christen' noemt Bill Hybels een aantal verschillende manieren om te getuigen. Hier volgen vier manieren die aansluiten bij de vier karakteraspecten die in Herschepping worden gehanteerd:
Afhankelijk van je eigen temperament zal de ene benadering je beter liggen dan de andere. Dit geldt zowel voor het temperament van degene die de boodschap BRENGT als voor degene wie de boodschap ONTVANGT. Ieder mens communiceert het gemakkelijkst met iemand die ongeveer hetzelfde temperament heeft als hij zelf. Tegenover iemand met een ander temperament dan jezelf moet je goed rekening houden met de stijl die bij de ander het beste past, anders kon de boodschap wel eens niet goed overkomen.
Dit wordt in het volgende overzicht samengevat:
| karakteraspect | heeft behoefte aan ... | meest passende benaderingswijze | vooral geen ... |
| verstandelijk | kennis, diepgang | uitleggen wat het christelijk geloof inhoudt (overtuigingskracht) | ervaringsverhalen zonder diepere inhoud |
| gevoelsmatig | stimulerende ervaringen, relaties | getuigende benadering (ook de relatie met God benadrukken) | dogmatische of theologische verhalen |
| wilskrachtig | uitdagingen, actie | confronterende benadering (ook de uitdagingen van het geloof benadrukken) | emotionele verhalen |
| evenwichtig | zekerheid, veiligheid | dienende benadering (ook de zekerheid van het geloof en de hoop op behoud benadrukken) | aandringen of aansporen om onmiddellijk iets te doen |
Natuurlijk pleit ik niet voor een manier van evangeliseren die gebaseerd is op psychologische effecten, alsof die doorslaggevend zouden zijn. Er is namelijk niets belangrijker dan de geloofskracht die de getuigende christen in zich heeft. Ongelovigen denken meestal dat het bij een godsdienst gaat om het geloven in bepaalde waarheden en het zich houden aan voorgeschreven gedragsregels. Een wedergeboren persoon straalt kracht van de Heilige Geest uit, die hem uittilt boven zijn levensomstandigheden. Dat is een kenmerk van echtheid dat sterker spreekt dan een zorgvuldig geformuleerde evangelieboodschap. Bij dat alles is het niet de getuigende christen, maar de Heilige Geest die iemands hart kan aanraken. Pogingen om te overtuigen levert bijna nooit blijvend resultaat op.
Ook belangrijk is de oprechte liefde en bewogenheid van de gelovige voor de persoon met wie hij spreekt.
"Evangelisatie is de belangrijkste cursus voor naastenliefde." (J.J. Packer)
Verder is het belangrijk dat een evangeliserende kerkelijke gemeente de liefde van Jezus uitstraalt. Jezus zei hierover:
"Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt." (Johannes 13:35, HSV2010)
De Samaritaanse vrouw, die eens een bijzondere ontmoeting met Jezus had en waarbij Hij haar de weg tot God had uitgelegd, ging terug naar haar woonplaats en nodigde iedereen uit om naar Jezus te gaan. Het gevolg was dat velen Hem aannamen (Johannes 4:39-42). Veel mensen staan voor zo'n benadering open. Een opinieonderzoek van George Barna in Amerika wees uit dat 25% van de volwassen Amerikanen naar de kerk zou gaan als ze daarvoor werden uitgenodigd. Dat is meer dan de meeste mensen denken! Kortom, laten we deze benadering ook niet vergeten.
Gods kinderen zijn niet geroepen om te getuigen van hun geloof, maar om getuigen van Jezus te zijn. Dat is een belangrijk verschil. Getuigen van Jezus wil zeggen: aan andere mensen vertellen wat Jezus in je leven heeft gedaan (dus niet zozeer wat je allemaal weet over de Bijbel!) met als doel hen dichter bij Hem te brengen. Let op. Veel gelovigen menen dat ze getuigen als ze hun geloofsovertuiging proberen uit te leggen aan een ongelovige, maar dat is nu net NIET wat getuigen is. Getuigen bij een rechtszitting hebben maar één taak: te zeggen wat ze hebben gezien, gehoord en meegemaakt. Hetzelfde geldt voor christenen die van Jezus willen getuigen.
Een van de manieren om te vertellen wat Jezus in je leven heeft gedaan is het 'geven van een getuigenis'. Daarmee bedoel ik het volgende: met zo weinig mogelijk woorden zo begrijpelijk mogelijk uitleggen wat Jezus in je leven heeft gedaan en waarom dat ook voor de ander van belang is.
Een voorbeeld van een getuigenis is een denkbeeldige advertentie over een vermageringskuur. Je kent ze wel, paginagrote verhalen die bedoeld zijn om mensen zo gek te krijgen om hun geld uit te geven aan meestal waardeloze vermageringsproducten. In zulke advertenties kun je zo ongeveer het volgende tegen komen (lichtelijk overdreven):
Dit onzinnige verhaal is een leerzaam voorbeeld over de manier waarop je als gelovige kan getuigen van wat Jezus in je leven heeft gedaan. De vier genoemde onderdelen kunnen zo worden overgenomen bij het getuigen van Jezus:
1. Hoe het was:
2. Verandering:
3. Uitwerking:
4. Uitnodiging:
In de Bijbel komen we enkele voorbeelden van een getuigenis tegen. Het bekendste is dat van Paulus voor Agrippa in Handelingen 26. Als je dat hoofdstuk doorleest, dan kom je de genoemde vier onderdelen van een getuigenis ook tegen:
| Inleiding | Handelingen 26:2-3 | |
| 1. Hoe het was | Handelingen 26:4‑11 | Opgegroeid als serieuze gelovige en vooraanstaande Joodse leider; vervolger van christenen. |
| 2. Verandering | Handelingen 26:12‑18 | Zijn reis naar Damascus, de verschijning van Jezus aan hem, zijn roeping om het evangelie bekend te maken en zijn acceptatie van Jezus' boodschap. |
| 3. Uitwerking | Handelingen 26:19‑23 | Gehoorzaamheid aan Jezus' roeping, ondanks de haat die het bij de Joden heeft opgewekt. |
| 4. Uitnodiging | Handelingen 26:26‑29 | Aansluitend bij het begrip van Agrippa van het Joodse geloof: een uitnodiging om ook een volgelinge van Jezus te worden. |
Getuigenis van Paulus
Nu je op dit punt bent aangekomen wil ik je vragen om je eigen getuigenis op papier te zetten als je dat nog nooit eerder hebt gedaan. Gebruik daarbij het genoemde model met de vier genoemde punten. Denk nou niet: dat doe ik niet want een getuigenis moet spontaan zijn. Het is namelijk een leerzame oefening voor iedereen, ook voor jou, waar je in de praktijk veel aan zal hebben.
Je getuigenis kan het beste kort zijn, zodat het op één zijde van een A4-tje past. Daardoor dwing je jezelf om alleen het allerbelangrijkste te vermelden en er geen lange preek van gaat maken. Neem er ruim de tijd voor, want het is echt niet zo gemakkelijk om in een paar zinnen te schrijven wat je belangrijk vindt. Als je ermee klaar bent heb je een goed overzicht van wat je getuigenis zou kunnen zijn en dit zal je helpen zodra de gelegenheid zich voordoet. Natuurlijk vertel je het in de praktijk elke keer weer anders, rekening houdend met de achtergrond van degene(n) die je aanspreekt. Maar als je een eerder gemaakt getuigenis in je achterhoofd hebt zitten, is dat beslist een steun in de rug.
Als je een getuigenis geeft, let dan op het volgende:
Het doel van je getuigenis is om mensen te laten zien wat God in je leven heeft gedaan. Je hoopt natuurlijk dat je meer van het evangelie mag uitleggen, maar veel gelovigen zijn net iets te gretig om te veel ineens te willen bereiken. Vertrouw erop dat jouw getuigenis een schakeltje is in het plan van God voor de ander. Als die door jouw getuigenis een stapje dichter bij Jezus is gekomen, is dat iets om blij en dankbaar voor te zijn. Mogelijk dat God iemand anders gebruikt om de ander zo ver te brengen dat hij Jezus als zijn Heer aanvaardt. Wees dus beschikbaar om van Hem te getuigen, maar stel je bescheiden op ten opzichte van Gods plan met het leven van anderen en ga er niet krampachtig mee om, alsof alles van JOU afhangt.
Getuigen van wat Jezus in jouw leven heeft gedaan is eigenlijk een onderdeel van je wedergeboorte. Dat blijkt uit het volgende Bijbelgedeelte:
"Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered." (Romeinen 10:9-10, NBV21)
Getuigen van Jezus laat zien dat je geloof echt is en een onmisbaar onderdeel van je leven. Andersom ook: Niet getuigen laat een gebrek aan echtheid zien.
"Wie zich schaamt voor Mij en Mijn woorden zal merken dat de Mensenzoon [ik] Zich ook voor hem schaamt, wanneer Hij komt in de stralende luister die Hemzelf, de Vader en de heilige engelen omgeeft." (Lucas 9:26, NBV21)
Jezus heeft veel weerstanden ondervonden tijdens zijn bediening op aarde. Daarom begrijpt Hij dat jij ook weerstanden zult tegenkomen wanneer je getuigt van je geloof in Hem. Jezus zei hierover tegen zijn naaste discipelen:
“Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze Mij [Jezus] eerder haatte dan jullie. Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want Ik heb jullie uit de wereld weggeroepen. Daarom haat ze jullie.” (Johannes 15:18-19, NBV21)
Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen." (Johannes 16:33, NBV21
Veel mensen deinzen terug voor begrippen als zending en evangelisatie. Zij vinden dat ze daarvoor ongeschikt zijn en kijken hoog op tegen fulltime werkers in Gods koninkrijk en laten het uitdragen van het evangelie dus maar liever over aan de 'specialisten'. Tegelijk vergeten ze dat die 'specialisten' even menselijk zijn als zijzelf met evenveel beperkingen en zwakheden. Je wordt bijvoorbeeld geen zendeling door bepaalde voortreffelijke kwaliteiten, maar eenvoudigweg door beschikbaar te willen zijn om een klein stukje van de Grote Opdracht van de koning uit te voeren. Niet meer en niet minder. Een uitspraak van evangeliste Corrie ten Boom:
"God wil graag mensen inschakelen in zijn koninkrijk. Daarvoor ben je nooit te klein, wel soms te groot."
Het uitvoeren van de Grote Opdracht begint dicht bij huis. De apostelen moesten destijds in Jeruzalem beginnen, waar de mensen hen kenden, om vervolgens het werkgebied uit te breiden.
"Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie ... van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.' (Handelingen 1:8, NBV2004)
Sommigen zijn de meeste tijd in Jeruzalem gebleven, zoals Petrus, omdat daar nog veel werk te doen was. Anderen zijn verder gegaan, zoals Paulus, die de hele wereld afreisde. Ieder op zijn eigen plek.
We gaan nu even rekenen. Stel dat jij een bekende evangelist zou zijn en de gelegenheid kreeg om zeven dagen per week ergens een evangelieboodschap te brengen. Laten we aannemen dat daarbij 100 mensen per dag tot geloof zouden komen. Dat zou toch geweldig zijn, nietwaar? Dat is dan liefst 36500 nieuwe gelovigen per jaar!
Maar hoe lang zou het dan duren voordat je de hele wereldbevolking zou hebben bereikt? Uitgaande van een wereldbevolking van zes miljard zou je daar meer dan 160.000 jaar voor nodig hebben! Ik ben bang dat de wereld daar niet op kan wachten. Ook vrees ik dat je het zelf ook niet zo lang volhoudt, vooral als je al die mensen ook nog wat nazorg wilt geven! Bovendien heeft elke nieuwe discipel van Jezus meestal meer nodig dan één enkele evangelieboodschap!
We gaan nu volgens een heel ander principe te werk, namelijk het vermenigvuldigprincipe van Paulus, dat hij aanreikte aan Timoteüs:
"En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen." (2 Timoteüs 2:2, HSV2010)
We zien hier vier generaties van discipelen:
We weten dat de aanpak van Paulus behoorlijk grondig was en dat hij aan iedereen veel persoonlijke tijd besteedde:
"... herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen." (Handelingen 20:31, NBG1951)
Door het vermenigvuldigprincipe toe te passen is één man, Paulus, door Gods kracht in staat geweest om het evangelie te verspreiden over een groot deel van de toenmalig bekende wereld.
De stichter van de evangelisatiebeweging 'Navigators', Dawson Trotman, heeft dit principe enkele tientallen jaren geleden weer onder de aandacht gebracht. We gaan zijn rekenvoorbeeld hierna uitwerken, zodat je kunt zien hoe het getalsmatig werkt.
We beginnen bij één gelovige, die een half jaar met één andere persoon optrekt, waarbij die persoon tot geloof komt, en waarbij hij die persoon intensief begeleidt en opleidt om zelf een nieuwe discipel van Jezus te maken. Na een half jaar zijn ze dan met zijn tweeën. Elk van beide maakt één andere persoon tot een discipel van Jezus, dus na een jaar zijn ze met zijn vieren. Nu weer de vraag: hoe lang duurt het tot de hele wereldbevolking uit discipelen van Jezus bestaat? We gaan het even doorrekenen:
Als je nog niet eerder zo'n berekening hebt gezien sta je waarschijnlijk perplex van het resultaat. Er is nog geen 17 jaar nodig om de hele wereld te bereiken als het vermenigvuldigprincipe wordt toegepast. Wat een verschil met de eerder berekende tijd van 1,6 miljoen jaar voor een evangelist, die per dag 100 mensen tot de Heer mag leiden! Het zijn natuurlijk maar rekenvoorbeeldjes, maar ik denk dat het principe zo wel duidelijk is.
Dat het vermenigvuldigingsprincipe in de praktijk ook werkt heeft de kerk van China laten zien. Een bekende Chinese evangelist schreef hier het volgende over:
"Veel van de huisgemeenten in zuidelijk Henan en Anhui kwamen in beweging voor de Heer. Een bepaalde groep riep een 'Evangeliemaand Beweging' in het leven. Tussen Kerstmis en het Chinese Nieuwjaar moesten alle leden van die gemeente minstens drie mensen tot Christus leiden. Het evangelie verspreidde zich op deze manier razendsnel. Na de eerste Evangeliemaand werden er 13.000 nieuwe gelovigen gedoopt! Vervolgens werden er nieuwe christenen getraind en uitgedaagd om deel te nemen aan de Evangeliemaand van het volgende jaar. Aan het einde daarvan, slechts twee jaar na het ontstaan van deze beweging, werden er 123.000 mensen gedoopt! Ook in de jaren daarna was er sprake van spectaculaire groei, 'maar men hield op te tellen, want er was geen tellen meer aan' (Genesis 41:49)" (uit 'De hemelse man', broeder Yun)
In de praktijk blijkt dat vriendschapsevangelisatie, ofwel getuigen van Jezus door persoonlijke relaties, verreweg de beste resultaten oplevert. Denk daarbij vooral ook aan collega's op je werk. Het werpt meer vruchten af dan alle andere evangelisatievormen bij elkaar. Bij vriendschapsevangelisatie gaat het om het doorgeven van de boodschap tegen de achtergrond van oprechte liefde en welgemeende belangstelling voor de ander, en om tijd te investeren in zijn leven.
Het vermenigvuldigprincipe sluit hier volledig bij aan. Het gaat uit van intensieve begeleiding van elke nieuwe discipel door een ervaren discipel. Gedurende een ruime periode ga je dan samen met de ander de Bijbel bestuderen, samen bidden, samen worstelen over levensproblemen, samen ervaringen uitwisselen en vriendschap opbouwen. Vergeet nooit dat veel tijd investeren in één enkele persoon veel effectiever kan zijn dan Bijbelonderwijs geven aan grote groepen.
Is dat te moeilijk voor een willekeurige gelovige? Ik denk het niet. Je zou eens kunnen bidden of God één persoon op je weg wil brengen, iemand die nog zoekend is of iemand die kortgeleden tot geloof gekomen. Die zou je een tijdlang als een discipelmentor kunnen begeleiden. Dat ligt vast wel binnen je mogelijkheden. Neem je de uitdaging aan?
Bij wereldzending denken we vooral aan taken als:
Evangelisatie en gemeentestichting wordt steeds vaker door lokale mensen gedaan. Buitenlanders worden tegenwoordig meer ingezet om lokale werkers te trainen en te ondersteunen op gebieden waar ze onvoldoende expertise hebben.
Wereldzending is de uitvoering van de Grote Opdracht die Jezus zijn volgelingen heeft gegeven. Omdat het een zeer hoge prioriteit heeft in Gods koninkrijk, is wereldzending een verantwoordelijkheid van alle individuele gelovigen. Niet iedereen kan worden uitgezonden (hoewel, zeg niet te snel dat JIJ niet kunt worden uitgezonden ...) maar iedereen kan wel een belangrijke bijdrage leveren aan dit werk.
Zendingswerkers, vooral degenen die naar het buitenland worden uitgezonden, kunnen niet functioneren zonder een ondersteunend thuisfront. Iedere gelovige kan worden ingeschakeld om het volgende te doen afhankelijk van de persoonlijke mogelijkheden:
Paulus, de meest actieve zendeling van alle apostelen deed het volgende gebedsverzoek in verband met het brengen van het evangelie:
"Bid ook voor mij, bid dat God mij de juiste woorden in de mond legt om vrijmoedig het geheim bekend te maken van het evangelie, waarvoor ik een gezant ben, zij het in boeien. Bid dat ik er vrijmoedig over kan spreken zoals mijn plicht is." (Efeziërs 6:19-20, GNB1996)
Zendingswerkers kunnen niet zonder extra gebedsondersteuning. Laten we hen niet op een voetstuk zetten, waarop staat: 'buitengewoon geestelijke heiligen'. Het zijn ook mensen van vlees en bloed die ook strijd kennen en het soms niet meer zien zitten. Beschouw hen als soldaten in de frontlinie waar de strijd het felst is. Voor hen mag je zelf een stukje thuisfront zijn. Hier volgen enkele suggesties waarvoor je zou kunnen bidden, afhankelijk van hun omstandigheden.
Persoonlijke leefomstandigheden:
Taken en bedieningen:
Jezus heeft eens de volgende gebedsoproep uitgegeven:
"... De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om zijn oogst binnen te halen." (Matteüs 9:37-38, NBV2004)
In Matteüs 10 (dus direct volgend op deze woorden van Jezus) zond Hij zijn twaalf discipelen uit om twee aan twee een evangelisatiecampagne uit te voeren.
In het aangehaalde Bijbelgedeelte spoort Jezus ons aan tot gebed om gelovigen te roepen om de 'oogst van de wereld' binnen te halen. Dit is een opdracht, die we serieus moeten nemen. Bedenk wel dat het een heel gevaarlijk gebed is. God mocht jou eens op het oog hebben om je eigen gebed te verhoren!
In de wereld zijn meer mensen klaar om het evangelie te ontvangen dan dat er christenen zijn die bereid zijn om hen het evangelie te brengen.
De Grote Opdracht van Jezus was: "GA". Niet 'ga zitten' of 'ga er over nadenken', maar 'ga naar de mensen toe'. Wacht niet tot ze naar je toe komen, want normaal gesproken gebeurt dat niet.
Veel toegewijde gelovigen worstelen met de vraag: wat wil God met mijn leven? Wil God misschien dat ik fulltime in binnen- of buitenland ga werken met een zendingsorganisatie of hulporganisatie? Als dat verlangen in je hart is gegroeid, ben je al een heel eind op weg om in Gods werk te worden ingeschakeld. Veel gelovigen vragen God om een duidelijke roeping en dat is een heel goede zaak. Zulke belangrijke stappen zet je niet graag zonder bevestiging dat het Gods uitdrukkelijke wil is. Er zijn ook gelovigen de zending in gegaan die zeggen: ik hoef niet geroepen te worden, want door de Bijbel is iedere gelovige al geroepen. Dit is voor hen voldoende motivatie om concrete plannen te gaan maken.
Er is de laatste jaren een verschuiving van fulltime werkers naar kortverbanders. Dat is een negatieve trend, ook al betekent dat niet dat kortverbanders nergens nuttige dingen kunnen doen. Bij kortstondige bouwprojecten of andere ondersteunende diensten kunnen ze natuurlijk wel ingezet worden. Maar bij het 'echte' werk, waarbij het contact met de lokale bevolking voorop staat, zijn korte uitzendingen niet zinvol, alleen leerzaam als persoonlijke ervaring. In de meeste situaties is een paar jaar eenvoudigweg te kort om zinvol bezig te zijn. Een ervaren zendeling schreef hierover eens:
"Het eerste jaar is omschakelen, het tweede jaar is oriëntatie, het derde jaar is proeven en het vierde jaar is klaarmaken voor vertrek. De uitgezondene heeft dan een prachtige exotische ervaring, maar de lokale bevolking heeft weinig rendement gezien. Over het algemeen kan er pas na drie jaar verblijf sprake zijn van enige substantiële hulp. We zullen onszelf tijd moeten geven om tot bloei te komen."
In plaats van te wachten totdat God je gedetailleerde aanwijzingen geeft over de zendingsorganisatie en het soort werk dat je mag gaan doen, zou je kunnen beginnen je te oriënteren op het hele gebied van zending en hulpverlening. De meeste organisaties hebben websites waar je veel informatie kan vinden. Bij de wat grotere christelijke evenementen kun je vaak stands vinden waar organisaties hun werk presenteren en waar je alle nodige informatie kan krijgen of vragen kan stellen aan zendingswerkers.
Bij het motief om de zending in te gaan moet niet de mens, maar Jezus centraal staan. De Argentijnse predikant Juan Ortiz heeft dit goed verwoord:
"Zelfs bij motivering van de evangelieprediking staat de mens centraal. Ik weet nog dat ik op de Bijbelschool ettelijke keren gehoord heb: 'Studenten, denk toch aan al die verloren zielen. Ze komen om. De arme stakkers gaan naar de hel. Worden jullie daar nou niet beroerd van?' En dan schoot ons gemoed vol. We zeiden: 'Arme stakkers! Laten we ze maar gaan redden'. Kijk - we gingen niet ter wille van Jezus, maar ter wille van die verloren zielen. Dat mag heel aardig klinken, maar het is verkeerd, omdat bij alles Christus onze drijfveer moet zijn. We moeten niet gaan preken tegen verloren zielen omdat ze verloren zijn. We moeten Gods koninkrijk verkondigen omdat God dat zegt, en Hij is de Heer." (Juan Ortiz in 'De discipel')
Ik las eens een advies van een zendeling die in Guinee Bissau heeft gewerkt:
"Je gaat niet naar het zendingsveld om daar een machtig werk voor de Heer te doen, maar je gaat voor de Heer, zodat Hij een machtig werk IN jou kan doen. En als Hij je bediening ook nog zegent, is dat meegenomen." (Hans Frinsel)