Dit hoofdstuk is een inleiding op het thema 'eindtijd'. Het gaat dan over de tijd
vanaf de komst van de Heilige
Geest tot en met de tijd van de
nieuwe hemel en en de nieuwe aarde.
De Bijbel bevat veel informatie over ingrijpende gebeurtenissen, die zullen plaatsvinden voor de tijd.
"... waarover God van oudsher bij monde van zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld." (Handelingen 3:21, NBV2004)
Al die toekomstige gebeurtenissen bij elkaar (vanaf de wederkomst van de Jezus tot en met de schepping van de nieuwe aarde) noemen we de eindtijd. Het thema 'eindtijd' is één van de moeilijkste onderwerpen uit de Bijbel wat uitleg betreft.
"... ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt." (1 Korintiërs 13:9, NBV2004)
Ongeacht het inzicht dat we menen te hebben, denk ik dat we allemaal verrast zullen worden wanneer al die voorspelde gebeurtenissen in de eindtijd in het echt gaan gebeuren.
Bij de te verwachten gebeurtenissen gedurende de eindtijd gaat het om:
Ik betwijfel of God een gedetailleerd eindtijdscenario heeft klaarliggen en dat dit vanuit de hemel nauwgezet wordt uitgeregisseerd. Ik denk eerder dat God een aantal grote lijnen heeft uitgezet tot een ruw plan en dat de details later worden uitgewerkt, tijdens de uitvoering. In de Bijbel lezen we ook diverse keren dat God het menselijk handelen en de gebeden van gelovigen bij de uitvoering van zijn plannen betrekt. Soms verandert God plannen in antwoord op gebed.
"Ik zag een andere machtige engel uit de hemel neerdalen ... Hij hield een kleine boekrol geopend in zijn hand ... daarna lieten de zeven donderslagen hun stem horen. Ik wilde opschrijven wat ze gezegd hadden, maar een stem uit de hemel zei tegen mij: 'Wat de zeven donderslagen gezegd hebben, moet je geheimhouden. Schrijf het niet op.' ... Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.' " (Openbaring 10:1-7, NBV2004)
Dit gedeelte uit een visioen van de apostel Johannes gaat volgens de meeste Bijbeluitleggers over Gods verborgen plannen over de eindtijd. De Bijbel geeft veel informatie over de toekomst, maar lang niet alles. God is en blijft Heer van de geschiedenis EN van de toekomst.
Bij het bestuderen van de Bijbelse gegevens over de eindtijd lijkt het me goed om het volgende te bedenken:
Deze uitdrukking wordt in de Bijbel gebruikt waar het gaat over diverse gebeurtenissen die in de toekomst zullen plaatsvinden:
Daarom denk ik dat we het begrip 'dag van de Heer' het beste kunnen omschrijven als het totaal van deze gebeurtenissen en de tussenliggende tijd. Het woord 'dag' kunnen we soms met evenveel recht lezen als 'tijdperk'.
In de Bijbel wordt talloze malen gesproken over 'de dag' van de Heer. In de Bijbel wordt het begrip 'dag' vaak gebruikt om een bepaald tijdperk of keerpunt in de geschiedenis aan te duiden. Toen de apostel Johannes verbannen was op het eiland Patmos ontving hij bijzondere visioenen. Hij schreef:
"Ik raakte in geestvervoering op de dag van de Heer ..." (Openbaring 1:10, WV2012)
Veel uitleggers en Bijbelvertalers lezen hierin dat dit op een zondag gebeurde, hoewel het oorspronkelijke woord (Grieks: kuriakos) nergens anders in het Nieuwe Testament met deze betekenis voorkomt. Sommige uitleggers lezen deze woorden op de volgende manier: Johannes werd in de geest verplaatst naar de periode van de ontknoping van de wereldgeschiedenis waarin Jezus als overwinnaar zichtbaar zal worden. Dit zou dan in zijn geheel de 'dag van de Heer' kunnen worden genoemd.
Een onderdeel van de 'dag van de Heer' is de wederkomst van Jezus om christengelovigen te bevrijden uit hun onderdrukking en vervolging, en de Joodse staat Israël te bevrijden van haar vijanden. Op die dag zal Jezus zich verenigen met zijn Bruid en strafgerichten uitvoeren over zijn vijanden. Deze ingrijpende gebeurtenissen hoeven niet langer te duren dan één dag. Voor alle wereldbewoners zal het de meest spectaculaire dag van hun leven zijn. De Bijbel zegt er het volgende over:
"Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over hem weeklagen. Ja, amen." (Openbaring 1:7, NBV2004)
"Op die ene dag, die alleen de HEER kent, zal er geen onderscheid zijn tussen dag en nacht. Pas tegen het vallen van de avond zal er weer licht gloren." (Zacharia 14:7, NBV2004)
Hoe vreemd het ook klinkt, in de Bijbel komen we verschillende eindtijdvisies tegen, die elkaar in sommige opzichten tegenspreken. Dat heeft te maken met het voortschrijdende inzicht dat gelovigen hebben ontvangen in de loop der tijd. Dat heeft geleid tot belangrijke verschillen tussen eindtijdvisies die we vandaag de dag onder christenen tegenkomen. We gaan die verschillen op een rijtje zetten.
Er zijn veel oudtestamentische profetieën over gebeurtenissen in de eindtijd te vinden in de Bijbelboeken van de profeten. Een greep hieruit:
In deze profetieën worden twee categorieën mensen benoemd: (1) het volk Israël en (2) de overige volken. Dat er ook een volk van God uit de andere volken zou ontstaan (de Gemeente van Jezus) was voor hen onbekend.
Johannes de Doper verwachtte dat Jezus direct zou overgaan op het uitvoeren van strafgerichten over goddeloze mensen en dat vervolgens het nieuwe tijdperk zou aanbreken, waarin de wereld zou worden geregeerd door de messias. Daarom waarschuwde hij de mensen zich tot God te bekeren om niet door Gods strafgerichten verteerd te worden.
"De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen." (Matteüs 3:10, NBV2004)
"Zijn (=van Jezus) wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen en Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden." (Matteüs 3:12, HSV2010)
Johannes moet verbaasd zijn geweest dat Jezus niet optrad als bestrijder van de Romeinen, maar als een soort dienaar van het volk. Toen Johannes in de gevangenis terecht was gekomen, ondernam Jezus zelfs geen poging om hem, zijn wegbereider, vrij te krijgen. En toen wist hij helemaal niet meer wat hij van Jezus kon verwachten. Hij ging twijfelen aan Jezus en misschien ook aan zijn eigen roeping.
Toen de twaalf discipelen een jaar of drie met Jezus hadden opgetrokken, verwachtten ze dat Hij zichzelf binnenkort aan het Joodse volk zou presenteren als hun redder, om vervolgens de Romeinen het land uit te jagen en zijn nieuwe koninkrijk op te starten. Ze droomden van een toekomst waarin zij, als zijn trouwe volgelingen, ministers zouden worden in zijn kabinet. En niet zonder reden, want Jezus had gezegd:
"... Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël." (Matteüs 19:28, NBV2004)
Maar toen Jezus gekruisigd was, vielen de toekomstverwachtingen van de discipelen in scherven. Jezus was gestorven en met Hem waren hun toekomstdromen in één klap verdwenen. En toen stond Jezus tot hun verrassing na enkele dagen weer op uit het graf. Jezus was weer terug en alles zou weer doorgaan zoals voorheen. Goed, Jezus was gestorven om door zijn dood de wereld met God te verzoenen, maar dan zou nu de weg toch vrij zijn voor het koningschap? Nu Jezus uit de dood was opgestaan, zou heel Israël natuurlijk in Hem gaan geloven! Die vraag hield hen natuurlijk bezig.
"Zij die bijeengekomen waren (=apostelen), vroegen hem: 'Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?' Hij antwoordde: 'Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.' " (Handelingen 1:6-8, NBV2004)
En weer moesten de discipelen een grote omslag in hun toekomstvisie meemaken. Nu ging Jezus naar de hemel en moesten ze ZELF het koninkrijk van de hemel gestalte geven op aarde. Geen aards koninkrijk, maar een geestelijk koninkrijk.
Zie meer hierover in onderwerp 'Uitzending van de apostelen' in hoofdstuk 'Opstanding van Jezus'.
Toen de Heilige Geest was gekomen, kregen de apostelen meer zicht op hun bediening en raakten ze gewend aan de gedachte dat Jezus op een gegeven moment zou terugkomen, en DAN zijn eeuwige koninkrijk op een nieuwe aarde zou vestigen. In 2 Petrus 3 lezen het volgende over de eindtijd:
"Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden ... bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur." (2 Petrus 3:7, NBV2004)
"... Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. " (2 Petrus 3:10, HSV2010)
"... Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg. Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont." (2 Petrus 3:12-13, NBV2004)
Uit deze Bijbelgedeelten komt de volgende eindtijdvisie naar voren:
Petrus heeft hiermee de indruk gewekt dat al deze gebeurtenissen min of meer tegelijk zullen plaatsvinden bij de wederkomst van Jezus. Het is begrijpelijk dat veel gelovigen na het lezen van deze Bijbelgedeelten eerder bang zijn voor de wederkomst van Jezus dan dat ze ernaar uitzien. Kort samengevat komt het immers hierop neer: als Jezus terugkomt, vergaat de wereld.
In deze eindtijdvisie is geen ruimte voor een messiaans vrederijk, dat voorafgaat aan het laatste oordeel en de schepping van de nieuwe hemel en aarde. Verder kun je zien dat deze visie van Petrus sterk lijkt op die van Johannes de Doper. Vergeet niet dat Petrus een discipel van Johannes de Doper was voordat hij Jezus ontmoette.
De apostel Paulus had een bredere visie dan Petrus. Hij schreef onder meer over de opkomst van antichristelijke machten, de opname van christengelovigen, de wederopstanding van gelovigen en het herstel van Israël.
Paulus heeft het in zijn tweede brief aan de Tessalonicenzen over een Antichrist figuur die over de hele wereld zal regeren voordat Jezus terugkomt:
"... Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet." (2 Tessalonicenzen 2:3-4, HSV2010)
Ook beschrijft Paulus enkele belangrijke gebeurtenissen rondom Jezus' wederkomst: de eerste opstanding en de opname van de Gemeente:
"Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn." (1 Tessalonicenzen 4:15-17, NBV2004)
Dit 'Woord van de Heer' kan een aanhaling zijn van wat Jezus zo aan zijn discipelen heeft verteld, maar wat niet in de evangeliën is opgenomen, ofwel een directe openbaring van God. Dit geeft ons weer een nieuw inzicht over de eindtijd:
In Romeinen 10-11 heeft de apostel Paulus uitvoerig uitgelegd dat het volk Israël na het ontstaan van de Gemeente van Jezus over de hele wereld is verstrooid en in een achtergrondpositie is terechtgekomen. Maar ook dat Gods plan met zijn volk Israël daarmee niet is afgelopen, want hij verwacht dat het hele volk in de eindtijd tot geloof in Jezus zal komen (Romeinen 11:25-32). Deze visie van Paulus loopt parallel met de vele oudtestamentische profetieën over het herstel van Israël.
In 1 Korintiërs 15 geeft Paulus uitvoerig uitleg over de opstanding van Jezus en in het verlengde daarvan: de opstanding van gelovigen in de toekomst. Daarin noemt Paulus een zestal gebeurtenissen die in deze taalkundige vorm niet in tijdsvolgorde zijn aangegeven. De cijfers 1-6 geven de werkelijke tijdsvolgorde aan.
"Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus
allen levend worden gemaakt. Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd:
(1) Christus
als eerste
(2) en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren.
(5) En dan komt het
einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader,
(4) nadat hij alle
heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
(3) Want hij moet koning zijn
totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’.
(6) De laatste vijand die
vernietigd wordt is de dood." (1 Korintiërs 15:22-26, NBV2004)
Paulus noemt in dit Bijbelgedeelte de volgende gebeurtenissen die achtereenvolgens zullen plaatsvinden na de wederkomst van Jezus:
Paulus benoemt het messiaanse vrederijk niet letterlijk in dit Bijbelgedeelte, maar deze opsomming van gebeurtenissen sluit goed aan bij het meest bekende Bijbelgedeelte over het messiaanse vrederijk: Openbaring 20:1-6.
Uit de eindtijdvisioenen van Johannes kunnen we opmaken dat er na de wederkomst van Jezus niet één maar twee tijdperken (aionen) zullen zijn: eerst een duizendjarig vrederijk, vervolgens het laatste oordeel. In Openbaring 20:1 tot en met Openbaring 21:1 lezen we gebeurtenissen in de tijd na de wederkomst van Jezus die duidelijk in een concrete tijdsvolgorde zijn geplaatst. Door deze godsopenbaringen kreeg Johannes een meer uitgebreide eindtijdvisie dan die we in de brieven van Petrus lezen. In dat Bijbelgedeelte lezen we namelijk:
Door deze visoenen van de apostel Johannes hebben we een veel completer toekomstbeeld ontvangen, waardoor de vorige visies als verouderd en incompleet beschouwd mogen worden.
Er ontstaan problemen en hevige verschillen tussen (1) gelovigen die de eindtijdvisie van Petrus als uitgangspunt hebben en (2) gelovigen die de eindtijdvisie van Johannes in het Bijbelboek Openbaring als uitgangspunt hebben. Omdat we ervan uitgaan dat de Bijbel de volle waarheid spreekt, kunnen we er kennelijk moeilijk mee omgaan dat de ene Bijbelse visie verouderd is en vervangen is door een nieuwere.
Laten we uitgaan van het principe van voortschrijdend inzicht bij de opeenvolgende Bijbelschrijvers. We hebben er toch geen moeite mee dat de visie van Johannes de Doper niet compleet was, omdat Jezus op een verrassende manier optrad, anders dan wat iedereen had verwacht van de messias? Laten we dan ook niet moeilijk doen over de verschillen tussen de eindtijdvisie van Petrus en de nog latere openbaringen aan de apostel Johannes. Wat wel belangrijk is dat de visie van Paulus goed aansluit bij die van Johannes.
In Herschepping wordt uitgegaan van de eindtijdvisies van Paulus en Johannes.
Er zijn tegenwoordig verschillende eindtijdvisies in omloop bij christenen. De belangrijkste verschilpunten hebben te maken met uitgangspunten over het messiaanse vrederijk en de positie van het volk Israël in de eindtijd. En die uitgangspunten zijn ook weer verwant aan de verschillende eindtijdvisies die we in de Bijbel tegenkomen.
Over het duizendjarige messiaanse vrederijk lezen we in het Bijbelboek Openbaring:
"Toen zag ik een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. Hij greep de draak, de oude slang - dat is de duivel, de satan - en hij boeide hem voor duizend jaren, en wierp hem in de afgrond, die hij grendelde en verzegelde boven zijn hoofd, opdat hij de volkeren niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voorbij waren. Daarna moet hij voor korte tijd worden losgelaten. Ik zag tronen en zij namen daarop plaats en aan hen werd het oordeel gegeven. Ik zag de zielen van hen die onthoofd waren vanwege het getuigenis van Jezus en het woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en het merkteken niet hadden aangenomen op hun voorhoofd en in hun hand. Zij werden weer levend en heersten met Christus, duizend jaren lang ... Dit is de eerste opstanding." (Openbaring 20:1-5, WV2012)
De belangrijke rol die dit duizendjarige rijk (millennium) speelt in de diverse eindtijdvisies blijkt wel uit de namen die aan de meest voorkomende visies zijn gegeven. Dit zijn:
Gedurende de eerste tijd van het christendom was de algemene verwachting dat Jezus binnenkort zou terugkomen en dat Hij vanaf die tijd vanuit Jeruzalem over de gehele aarde zou regeren (het messiaanse vrederijk). Ook Joodse gelovigen hebben altijd die Messiasverwachting aangehouden.
Vooral de kerkvader Origines (195-254) is begonnen met het vergeestelijken van het messiaanse vrederijk. Hij verkondigde dat het vrederijk (zoals beschreven in Openbaring 20:1-5) was aangebroken op de eerste pinksterdag en dat de christelijke Kerk vanaf die tijd in geestelijke zin over de aarde regeert. Nu is het heel merkwaardig dat de meeste van zijn leerstellingen later door de kerk zijn verworpen. Maar zijn leer over het vrederijk werd blijvend overgenomen! Mede geïnspireerd door zijn denkbeelden ging de christelijke Kerk steeds meer naar wereldlijke macht streven. Zowel in de rooms-katholieke kerk als in de later ontstane protestantse kerken bleef deze eindtijdvisie gehandhaafd.
De argumenten voor deze eindtijdvisie zijn naar mijn mening erg zwak. Het is moeilijk te verkopen dat wij al bijna 2000 jaar leven in een 1000-jarig vrederijk, waarbij de satan gebonden is en wereldwijd vrede en gerechtigheid heerst. Door zijn kruisdood heeft Jezus de satan overwonnen, maar dat betekent niet dat hem zijn macht over de wereld is afgenomen (Efeziërs 6:10-12). Hij is dus nog steeds niet verbannen van de aarde. In de Bijbel lezen we wel over het 'met Jezus regeren' van gelovigen, maar daarbij wordt steeds gesproken over de toekomst, niet over de huidige tijd. En de Bijbel geeft opvallend veel informatie over de toekomstige rol van Israël in de eindtijd.
Wel moeten we bedenken dat deze eindtijdvisie het beste aansluit bij eindtijdvisie van Petrus die afwijkt van wat we lezen in Openbaring 20. Om de verschillen tussen deze eindtijdgegevens te verzoenen kiezen aanhangers van het a-millenianisme ervoor om Openbaring 20:1-6 te vergeestelijken of te verklaren tot symbolische taal. Het is naar mijn mening beter om te erkennen dat Bijbelboek Openbaring eenvoudigweg een completere eindtijdvisie weergeeft dan die van Petrus (die Openbaring 20 nog niet had gelezen).
Zie meer hierover in het vorige onderwerp 'Eindtijdvisies in de Bijbel'.
Later kwamen Bijbeluitleggers vanuit verschillende achtergronden toch weer terug bij de opvatting over een messiaans vrederijk. Vanouds is de oudtestamentische periode op ongeveer vierduizend jaar geschat. We weten dat zowel de Engelse bisschop James Ussher (1581-1656) als ook Luther en Melanchton al uitkwamen op ongeveer dezelfde berekening. Laten we de periode vanaf de geboorte van Christus tot aan zijn wederkomst op ongeveer tweeduizend jaar schatten. Een duizendjarig vrederijk zou dan het sluitstuk kunnen zijn van een overzichtelijk verdeelde periode van 7000 jaar, een getal dat in alle opzichten een soort volheid oplevert.

Wat verstaan we onder pre-millianisme? Dat de beschrijving van het messiaanse vrederijk in Openbaring 20:1-5 letterlijk moet worden opgevat. Het vrederijk begint dan bij de wederkomst van Jezus. Dan vindt de opname van de Gemeente plaats en de eerste opstanding van de gelovigen. Jezus zal dan regeren, samen met zijn Bruid die bestaat uit alle ware gelovigen uit Israël en de Gemeente van Jezus. Daarnaast zal ook Israël worden bevrijd van haar vijanden en als natie hersteld worden. Jezus zal als vredevorst over de hele aarde heersen vanuit het huidige Jeruzalem als hoofdstad. Gedurende het messiaanse vrederijk zal de satan geen invloed kunnen uitoefenen op aarde. Aan het einde van die periode van 1000 jaar (dit getal hoeft niet letterlijk te worden opgevat!) wordt de satan losgelaten en dan probeert hij de mensheid te verleiden tot een opstand tegen de regering van Jezus. De satan en zijn aanhangers worden dan verslagen. Pas na het vrederijk volgt volgens deze eindtijdvisie het laatste oordeel en de schepping van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Zie meer hierover in hoofdstuk 'Messiaans vrederijk'.
Er zijn genoeg redenen om een messiaans vrederijk te verwachten na de wederkomst van Jezus. Openbaring 20 spreekt nadrukkelijk over twee verschillende opstandingen: (1) de eerste opstanding aan het begin van het vrederijk (en volgens 1 Tessalonicenzen 4:13-17 ongeveer gelijktijdig met de wederkomst van Jezus) en (2) de tweede opstanding ná het messiaanse vrederijk. In Openbaring 20-21 worden even nadrukkelijk twee verschillende toekomstige perioden beschreven: eerst een vrederijk op aarde, daarna het laatste oordeel en tenslotte een eeuwigheid met de nieuwe hemel en aarde.
Deze eindtijdvisie wordt in Herschepping aangehouden omdat die volgens mij de sterkste Bijbelse basis heeft.
Deze visie is in 1830 gepubliceerd door John Darby, de oprichter van de Plymouth brethren (in Nederland bekend met de naam 'Vergadering van Gelovigen'). Het is een uitgebreidere versie van het klassieke pre-millianisme. De meest opvallende toevoeging is dat de wederkomst van Jezus wordt gezien als een proces dat zeven jaar duurt en waarin het volgende zal gebeuren:
Deze eindtijdvisie is vooral in brede kring populair geworden door de uitgaven van stichting 'het zoeklicht', de boeken van Hal Lindsey (vooral 'De planeet die aarde heette') en de romanserie 'De laatste bazuin' van Tim LaHaye over de eindtijd (gedeeltelijk ook verfilmd).
Het grote bezwaar van deze eindtijdvisie is dat het Bijbelse fundament erg zwak is, omdat het uitgaat van omstreden interpretaties van enkele Bijbelgedeelten (Vooral 1 Tessalonicenzen 4:13-17 over de opname; en 2 Tessalonicenzen 2:5-8 over de 'weerhouder'). Doordat deze eindtijdvisie erg gedetailleerd is beschreven en er veel Bijbelgedeelten zijn die de visie lijken te ondersteunen, lijkt het een grondig doordachte, waterdichte en onbetwistbare visie. Maar veel mensen hebben niet door dat het fundament zo zwak is.
Deze visie leidt tot een aantal on-Bijbelse conclusies. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat de christengelovigen zullen ontkomen aan de zware geloofsvervolgingen (de 'grote verdrukking') door de 'opname van de Gemeente', terwijl de Bijbel duidelijk zegt dat christengelovigen tot aan de wederkomst van Jezus zware vervolgingen kunnen verwachten (zie bijvoorbeeld 2 Tessalonicenzen 1:7). Misschien is deze visie vooral zo populair omdat die leert dat christengelovigen zullen ontsnappen aan de ergste tijd van vervolgingen. Dat voelt een stuk beter dan andere visies, maar het is niet wat de Bijbel zegt!
Zie ook onderwerpen 'Eindtijd voor de Gemeente' en 'Opname van de Gemeente' in hoofdstuk 'Wederkomst van Jezus'.
Gedurende de eindtijd, vanaf de wederkomst van Jezus tot en met de tijd van de nieuwe hemel en aarde zal de Bruid van Jezus een belangrijke positie innemen. De Bruid van Jezus is Gods volk dat na Jezus' wederkomst voortdurend in de nabijheid van Jezus zal zijn om Hem bij te staan in zijn koningschap, tot zegen van de overige volken.
Onder christenen zijn de meningen verdeeld over wie de Bruid is. Sommigen zeggen dat de Bruid de Gemeente van Jezus is, anderen dat de Bruid het volk Israël is. Persoonlijk geloof ik dat de Bruid bestaat uit de trouwe gelovigen van zowel het volk Israël als de Gemeente van Jezus.
De Gemeente van Jezus, waartoe alle wedergeboren christengelovigen behoren, wordt vaak de 'Bruid' genoemd. Deze beeldspraak komt onder meer naar voren in de volgende woorden van de apostel Paulus:
"... Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen." (2 Korintiërs 11:2, HSV2010)
De uiteindelijke relatie tussen Jezus en de Gemeente is te vergelijken met een huwelijk tussen man en vrouw:
"Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven ... opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn." (Efeziërs 5:25-27, HSV2010)
"Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente." (Efeziërs 5:31-32, HSV2010)
Voor alle duidelijkheid: niet alle christenen behoren tot de Bruid, ook wordt dat nogal eens gesuggereerd. Onder de mensen die zich christen noemen zijn nu eenmaal mensen die wel en die niet wedergeboren zijn.
We moeten goed beseffen dat Jezus niet in de eerste plaats naar de aarde is gekomen om zoveel mogelijk mensen in de hemel te krijgen (en later op de nieuwe aarde). Jezus verliet zijn hemelse Vader om naar de aarde te gaan ... om een Bruid voor Zichzelf te vinden. Tijdens zijn leven op aarde is Jezus nooit getrouwd geweest. Hij had steeds die andere Bruid in gedachten: een volk dat bestaat uit mensen die Hem van harte liefhebben en dat laten zien door hun liefdevolle toewijding en trouw.
De schrijver van een oud kerklied heeft het goed begrepen. Daarin komt het volgende voor:
"Om haar als bruid te werven,
kwam Hij ten hemel af.
Hij was 't, die door zijn sterven
aan haar het leven gaf."
(uit LvK Gezang 112:1)
Alleen al dat woord 'Bruid' maakt ons duidelijk dat het Jezus gaat om de meest diepgaande en de meest vreugde gevende relatie met mensen die mogelijk is. Dat is het allerhoogste doel dat God bereikbaar heeft gemaakt voor mensen. Daarvoor zijn ze geschapen. Gelovigen die persoonlijk hebben geproefd hoe goed het is om met Jezus te leven, kunnen niet anders dan verlangen naar die volkomen zuivere volmaking van hun relatie met Hem.
Voor veel christenen zal het een verrassing zijn als ze in de Bijbel lezen dat Israël al eeuwen eerder Gods Bruid werd genoemd en wel door God zelf! Kennelijk zijn christengelovigen niet de enige Bruidsmensen.
"Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid. In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen." (Hosea 2:18-19, HSV2010)
"Ik zal je voorgoed tot mijn vrouw maken, ik zal je hecht aan mij verbinden, door liefde en ontferming. Mijn vrouw zul je zijn, want ik beloof je trouw, en jij zult de HEER toegewijd zijn." (Hosea 2:21-22, NBV2004)
De profeten van het Oude Testament hebben diverse uitspraken van God opgeschreven, waarin Hij het volk Israël zijn vrouw noemde. Wanneer het volk vreemde goden ging nalopen, noemde God dat 'overspel'. Maar God strekte zich uit naar zijn volk, want Hij wilde Israël opnieuw tot zijn Bruid maken.
En precies dat zal op een geheel nieuwe manier plaatsvinden wanneer Jezus terugkomt om de staat Israël te verlossen van de volken die haar willen vernietigen. Dan zal het volk Israël (binnen de staat Israël en daarbuiten) tot geloof komen in Jezus als de messias van God en verenigd worden met hun messias en Heer.
Evenals niet alle christenen Bruidsmensen zijn, geldt dit ook voor de Joden. Binnen het Joodse volk heb je mensen die wel of niet 'besneden van hart' zijn, met andere woorden: die wel of niet God dienen met liefdevolle toewijding. De apostel Paulus zei hierover:
"Jood is men niet door zijn uiterlijk, en de besnijdenis is geen lichamelijke besnijdenis. Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet, dus wie innerlijk een Jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God." (Romeinen 2:28-29, NBV2004)
Ook in het Oude Testament komen we die gedachte tegen:
"Besnijd dan de voorhuid van uw hart en wees niet langer halsstarrig. " (Deuteronomium 10:16, HSV2010)
Stefanus, de eerste christelijke martelaar, paste deze woorden toe toen hij zich verdedigde tegenover de Joodse leiders die hem kort daarna zouden stenigen:
"Halsstarrigen! U bent besneden, maar niet van hart en oren. Altijd verzet u zich tegen de heilige Geest, uw voorouders deden dat en u niet minder." (Handelingen 7:51, GNB1996)
In het Oude Testament lezen we veel eindtijdprofetieën over de eenwording van God en zijn volk Israël en het herstel van het Joodse land. De meeste eindtijdprofetieën in het Nieuwe Testament lijken uitsluitend over de eenwording tussen Jezus en zijn Gemeente te gaan. Maar in Romeinen 11 lezen we dat Gods plan met zijn volk Israël niet is afgelopen toen de Gemeente van Jezus ontstond bij de komst van de Heilige Geest. In sommige Nederlandse Bijbelvertalingen is dat minder duidelijk omdat de Bijbelvertalers daar heel anders over dachten.
Het komt bij de meeste christenen niet in hun hoofd op dat de Bruid van Jezus niet alleen uit christenen bestaat, maar dat er 'ook' Joden bij horen. Sterker nog: de Bruid is in de eerste plaats Joods en pas in de tweede plaats zijn er ook christenen bijgekomen. En nog sterker: zelfs de Bruidegom (Jezus) is geen christen, maar vanaf zijn geboorte op aarde was Hij Joods en zal dat altijd blijven. We moeten als christenen onze plaats kennen en beseffen dat Israël Gods éérst uitverkoren volk was en altijd zal zijn.
Kortom: alle ware gelovigen uit het Oude en Nieuwe Verbond vormen samen die ene Bruid, Gods eigen volk dat verenigd zal worden met Jezus, die de messias van zijn volk Israël is en de Heer van zijn Gemeente. Het Nieuwe Jeruzalem uit Openbaring 21-22 is een zinnebeeldige voorstelling van de Bruid van Jezus. De poorten zijn naar de stammen van Israël genoemd en de grondstenen (of fundamenten) naar de apostelen van het Nieuwe Testament. Israël en de Gemeente zijn dus samen de Bruid, het totale volk van God. De apostelen zijn allemaal zowel Joden als christenen en passen dus heel goed bij gelovigen uit zowel het Oude als het Nieuwe Verbond. Ik denk niet dat ze tot één geheel zullen samensmelten waarbij hun eigenheden zullen verdwijnen. Gods Oude en Nieuwe Verbond hebben allebei een eeuwige geldigheidsduur en hebben allebei hun plaats binnen het eeuwige plan van God.
In Openbaring 14 lezen we het volgende over de Bruidsmensen:
"... Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam." (Openbaring 14:4, HSV2010)
Het zijn de meest trouwe volgelingen van Jezus. Het volgen van Jezus kan zowel op het verleden als op de toekomst betrekking hebben. Ze worden eerstelingen genoemd en dat betekent dat ze in de eeuwige toekomst een vooraanstaande plaats zullen innemen ten opzichte van de andere mensen die eeuwig leven zullen ontvangen. Van hen wordt ook gezegd dat zij met Jezus zullen regeren over de aarde.
De eenwording van man en vrouw was het eerste verbond dat op aarde is gesloten, een verbond dat God heeft ingesteld. Daarover zegt de Bijbel:
"Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn." (Genesis 2:24, HSV2010)
En zo zal het allerlaatste verbond ook een man/vrouw karakter hebben, namelijk het eeuwigdurende huwelijk tussen Jezus en zijn Bruid. Na de wederkomst van Jezus zal de eenwording van Jezus en zijn trouwe volgelingen plaatsvinden. Dit wordt symbolisch beschreven als de huwelijkssluiting van Jezus en zijn Bruid:
"Laat ons verheugd zijn en juichen en Hem eer bewijzen: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het lam, zijn bruid heeft zich al klaargemaakt. Haar is het vergund zich te kleden in linnen, wit en smetteloos, want het linnen symboliseert de goede daden van de heiligen." (Openbaring 19:7-8, WV2012)
Het is opvallend dat Jezus hier niet als koning genoemd wordt. Zou het niet geweldig zijn voor de Bruid om te trouwen met een machtige vorst, uitgedost in een schitterend tenue? En dan ziet de allerhoogste Heer, de allerhoogste koning er op zijn eigen trouwdag uit als een ... lam. Is dat niet een beetje vreemd? Vergeet niet dat het een HEMELSE huwelijkssluiting zal zijn. Jezus zal dan zijn mooiste sieraden dragen, de innerlijke sieraden van zijn hart. Het zijn de littekens van zijn lijden en sterven die de liefde van zijn hart zichtbaar maken. En daarom zal Jezus er als een lam uitzien op zijn trouwdag. Wie heeft een grootser bewijs van zijn liefde voor zijn Bruid getoond dan koning Jezus, die zich als een lam liet doden om haar? Dat is iets om even heel stil van te worden.
Hoe vreemd het ook klinkt, de Bruidegom treedt dan op de achtergrond en schuift de Bruid naar voren. Het is de vreugde van de Bruidegom dat zijn Bruid straalt, niet Hijzelf. Daarin toont de Bruidegom zijn ware karakter en zijn grenzeloze grootheid. De apostel Paulus zei dat met de volgende woorden:
"... evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft ... en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel ..." (Efeziërs 5:25-27, NBG1951)
Naar mijn mening zal dat misschien wel de grootste verrassing van de eeuwigheid zijn: dat oogverblindende stralen van de Bruid. Wie had dat durven verwachten? En die glorie van de Bruid zal de diepste vreugde brengen in het hart van de Bruidegom, de hoogste Heer van hemel en aarde.
En zij leven nog lang en gelukkig. En dit is GEEN sprookje, maar zal werkelijkheid worden. zul je erbij zijn?
Hier volgt een kort overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen die naar mijn mening plaats zullen vinden in de eindtijd. Dus vanaf de tijd voorafgaande aan de wederkomst van Jezus tot en met het bevolken van de nieuwe aarde. Een meer gedetailleerde uitwerking vind je in de volgende drie hoofdstukken.
Wellicht het grootste godswonder van de vorige eeuw was de stichting van de Joodse staat Israël in 1948. Die gebeurtenis bewees overduidelijk dat Gods plan met zijn uitverkoren volk Israël niet was afgelopen. We kunnen het zien als een inleiding op de vervulling van de Bijbelse profetieën over het herstel van Israël.
Toenemende afkeer van de Joden en de staat Israël:
"... God, blijf niet langer afzijdig. Want zie hoe uw vijand zich roert, hoe verwaand uw haters de kop opsteken ... Ze zeggen: 'Vooruit, dood dat volk en niemand rept nog van Israëls naam.' Hoe spannen zij samen, eensgezind, tegen uzelf tot een verdrag verbonden." (Psalm 83:2-6, WV2012)
Aanval van een internationale legermacht tegen de staat Israël:
"Zie, Ik maak van Jeruzalem een bedwelmende beker voor alle omwonende volken; maar bij het beleg van Jeruzalem zal het ook tegen Juda gaan. Op die dag zal Ik van Jeruzalem een zwaar te tillen steen voor alle volken maken; al degenen die hem optillen zullen zich eraan snijden. Tegen hem zullen alle volkeren van de aarde samenspannen." (Zacharia 12:2-3, WV2012)
"Ik zal alle volken samenbrengen - zegt de HEER - om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid." (Zacharia 14:2, NBV2004)
Jezus strijdt tegen de legers die Israël aanvallen:
"Daarna zal de HEER uittrekken en de strijd tegen die volken aanbinden, net als weleer. Die dag zal hij zijn voeten op de Olijfberg planten, ten oosten van Jeruzalem. De Olijfberg zal in tweeën splijten: de ene helft glijdt weg naar het noorden en de andere naar het zuiden, zodat er een breed dal ontstaat van oost naar west." (Zacharia 14:3-4, NBV2004)
Joden zien de messias en ontdekken dat het Jezus is.
"Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben ..." (Openbaring 1:7, NBV2004)
"Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen Hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind ..." (Zacharia 12:10, NBG1951)
Het volk Israël zal zich bekeren tot God, die dan zal reageren vanuit zijn onbeperkte vergevingsgezindheid om de relatie met zijn volk te herstellen:
"Op die dag zal er een bron ontspringen waarin de nakomelingen van David en de inwoners van Jeruzalem hun zonde en onreinheid kunnen afwassen." (Zacharia 13:1, NBV2004)
"... en in één enkele dag zal ik dit land reinigen van alle schuld." (Zacharia 3:9, NBV2004)
Lees meer hierover in hoofdstuk 'Wederkomst van Jezus'.
Toenemende christenvervolging:
"Dan zullen ze jullie prijsgeven aan onderdrukking en jullie vermoorden, en je zult gehaat zijn bij alle volkeren vanwege mijn naam. Dan zullen velen ten val gebracht worden, elkaar uitleveren en haten." (Matteüs 24:9-10, WV2012)
"Wie gevangenschap moet verduren, zal in gevangenschap gaan. En wie door het zwaard moet sterven, zal sterven door het zwaard. Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen." (Openbaring 13:10, NBV2004)
Massale kerkverlating:
"... De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd ..." (2 Tessalonicenzen 2:3, NBV2004)
De antichristelijke wereldmacht maakt het leven van christengelovigen steeds moeilijker:
"Verder liet het (beest) bij alle mensen, jong en oud, rijk en arm, slaaf en vrije, een merkteken zetten op hun rechterhand of op hun voorhoofd. Alleen mensen met dat teken ... konden iets kopen of verkopen." (Openbaring 13:16-17, NBV2004
"... Ik zag de zielen van hen die onthoofd waren vanwege het getuigenis van Jezus en het woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en het merkteken niet hadden aangenomen op hun voorhoofd en in hun hand ..." (Openbaring 20:4, WV2012)
De opname van de Gemeente, wederopstanding (met een nieuw lichaam en de mogelijkheid om in de geestelijke wereld te functioneren) en de ontmoeting met Jezus in de geestelijke wereld op weg naar de aarde.
"... wij zullen niet allemaal eerst sterven - toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt ..." (1 Korintiërs 15:51-52, NBV2004)
"omdat de Heer zelf op een bevel, bij de stem van een
aartsengel en een bazuin van God, zal neerdalen van de hemel; en de doden in
Christus zullen éérst opstaan; daarna zullen wij, de levenden die achterblijven,
tegelijk met hen in wolken worden weggevoerd de Heer tegemoet ... en zó zullen
wij altijd
samen met de Heer zijn. (1
Tessalonicenzen 4:16-17, NB2014)
Lees meer hierover in hoofdstuk ' Wederkomst van Jezus'.
Er zullen strafgerichten plaatsvinden voor ongelovige mensen voor, tijdens of direct volgend op de wederkomst van Jezus:
"Ze riepen de bergen en de rotsen toe: 'Val op ons neer! Verberg ons voor het oog van hem die op de troon zit en voor de toorn van het lam! Want nu is de grote dag van hun toorn aangebroken, en wie kan die doorstaan?' " (Openbaring 6:16-17, NBV2004)
"Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister." (Matteüs 24:29-30, NBV2004)
Iedere aardbewoner zal de plotselinge wederkomst van Jezus meemaken en zien:
"Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien ... Alle volken op aarde zullen over hem weeklagen ..." (Openbaring 1:7, NBV2004).
"Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen." (Matteüs 24:27, NBV2004)
Ondergang van de antichristelijke wereldmacht:
"Dan zal de wetteloze zich openbaren; en de Heer Jezus zal hem doden met de adem van zijn mond en hem machteloos maken door de schittering van zijn komst." (2 Tessalonicenzen 2:8, WV2012)
Lees meer hierover in hoofdstuk 'Wederkomst van Jezus'.
Wanneer Jezus terugkomt wordt de satan gevangen gezet in de 'afgrond' (de meest duistere en godverlaten plek in de geestelijke wereld) zodat hij de mensen op aarde niet kan verleiden tot opstandigheid tegenover Jezus, de vredevorst.
"Toen zag ik een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. Hij greep de draak, de oude slang - dat is de duivel, de satan - en hij boeide hem voor duizend jaren, en wierp hem in de afgrond, die hij grendelde en verzegelde boven zijn hoofd, opdat hij de volkeren niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voorbij waren..." (Openbaring 20:1-3, WV2012)
De eerste opstanding vindt plaats, wellicht samenvallend met de opname van de Gemeente.
"Ik zag tronen en zij namen daarop plaats en aan hen werd het oordeel gegeven. Ik zag de zielen van hen die onthoofd waren vanwege het getuigenis van Jezus en het woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en het merkteken niet hadden aangenomen op hun voorhoofd en in hun hand. Zij werden weer levend en heersten met Christus, duizend jaren lang ... Dit is de eerste opstanding." (Openbaring 20:4-5, WV2012)
De staat Israël zal worden hersteld en vanuit Jeruzalem zal Jezus over de wereld regeren.
"Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: 'Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.' Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER. Hij zal rechtspreken tussen de volken ..." (Jesaja 2:2-4, NBV2004)
Alle volken op de aarde zullen Jezus erkennen en genieten van zijn koninkrijk van vrede en gerechtigheid
"Dan zal de gerechtigheid vrede stichten, ze brengt rust en vertrouwen voor altijd. Mijn volk zal wonen in een oase van vrede, een veilige woonplaats, een oord van ongestoorde rust." (Jesaja 32:17-18, NBV2004)
"De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren." (Zacharia 14:16, NBV2004)
Aan het einde van deze periode zal de satan weer worden losgelaten en een opstand tegen koning Jezus organiseren.
"Wanneer de duizend jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. Dan gaat hij eropuit om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden. Hij brengt hen voor de strijd bijeen, een menigte zo talrijk als zandkorrels aan de zee. Ze trekken op, over de hele breedte van de aarde, en omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad ..." (Openbaring 20:7-9, NBV2004)
Dan vindt er een definitieve afrekening plaats met de satan en zijn demonen.
"En de duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel gegooid, bij het beest en de valse profeet. Daar zullen ze dag en nacht worden gepijnigd, tot in eeuwigheid." (Openbaring 20:10, NBV2004)
Lees meer hierover in hoofdstuk 'Messiaans vrederijk'.
Bij de tweede opstanding staan alle mensen op, behalve de mensen die behoren bij de Bruid van Jezus. Want die hebben immers de eerste opstanding meegemaakt.
"De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af ..." (Openbaring 20:13, NBV2004)
Het laatste oordeel vindt plaats voor al deze mensen.
"Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden." (Openbaring 20:12, NBV2004)
De bestaande hemel en aarde worden vernietigd en God schept een nieuwe hemel en aarde.
"... De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op ..." (2 Petrus 3:10, NBV2004)
"Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer." (Openbaring 21:1, NBV2004)
Evenals tijdens het messiaanse vrederijk zal de Bruid met Jezus heersen over de nieuwe aarde. De Bruid wordt symbolisch beschreven als een nieuw Jeruzalem.
"Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht." (Openbaring 21:2, NBV2004)
Ook de mensen die zijn begenadigd bij het laatste oordeel zullen de nieuwe aarde bevolken:
"En de volken zullen bij haar licht (=het licht van Jeruzalem, de Bruid) wandelen ..." (Openbaring 21:24, NBG1951)
De mensen die bij het laatste oordeel zijn veroordeeld, komen in de vuurpoel terecht. Daarmee is definitief afgerekend met al het kwaad.
"Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid." (Openbaring 20:15, NBV2004)
"Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.' (Openbaring 21:8, NBV2004)
Lees meer hierover in hoofdstuk 'Nieuwe wereld'.