Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

1.7.3. Gods heerlijkheid in Israël

 

- Roeping van Mozes
- Israëlieten maken kennis met Gods heerlijkheid
- Gods heerlijkheid bij de wetgeving
- Mozes vraagt om Gods heerlijkheid te mogen zien
- Gods heerlijkheid als dreigement
- God deelt zijn heerlijkheid met mensen
- Ark van het verbond

 

In dit onderwerp worden enkele voorbeelden gegeven uit de tijd van Mozes waarbij Gods heerlijkheid zichtbaar werd.

 

Roeping van Mozes

Vele jaren na de zondvloed besloot God om uit alle volken één volk uit te kiezen om zijn persoonlijke volk te zijn. Hij riep Abraham om de stamvader van dat volk te worden. De nakomelingen van Abraham groeiden in de loop van ruim vier eeuwen uit tot een talrijk volk: het volk Israël. Op een zeker moment riep God Mozes om de leider van het volk te worden. De manier waarop God voor het eerst zijn heerlijkheid aan hem openbaarde was een vuur dat brandde vanuit een doornstruik. Mozes had al snel door dat dit niet normaal was: dat moest een bovennatuurlijk verschijnsel zijn!

"Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd ... 'Kom niet dichterbij,' waarschuwde de HEER, 'en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.' Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken." (Exodus 3:2,5-6, NBV2004)

Dat was de manier waarop Mozes kennismaakte met God. Met het vuurverschijnsel wilde God hem in de eerste plaats doordringen van zijn heiligheid.

Voor een uitgebreide karakterstudie over de roeping en het leven van Mozes, zie hoofdstuk 'Karakter van Mozes'.

 

Israëlieten maken kennis met Gods heerlijkheid

Nadat God het volk Israël had bevrijd uit Egypte, was Hij voortdurend zichtbaar aanwezig tijdens de omzwervingen van het volk door de woestijn en wel in de wolk van Gods heerlijkheid.

"De HEER ging voor hen uit om hun de weg te wijzen, overdag in een wolkkolom, 's nachts in een lichtende vuurzuil. Zo konden ze dag en nacht verder trekken. Overdag ging de wolkkolom het volk voortdurend voor, en 's nachts de vuurzuil." (Exodus 13:21-22, NBV2004)

Op deze manier wees God het volk de weg en waarschijnlijk beschermde deze bovennatuurlijke wolk het volk ook tegen de hete woestijnzon. Als ze 's nachts voortgingen hadden ze voldoende verlichting om hun weg te kunnen vervolgen. Gods heerlijkheid heeft immers alles te maken met licht, omdat God zelf licht is (Openbaring 21:23).

 

Gods heerlijkheid bij de wetgeving

Toen het volk enkele weken later de tenten had opgeslagen bij de berg Sinaï besloot God zijn heerlijkheid op een krachtige manier te openbaren bij de wetgeving. Dit was één van de belangrijkste gebeurtenissen die in het Oude Testament beschreven zijn. Gods heerlijkheid werd als volgt waargenomen:

"En de berg Sinaï stond geheel in rook, omdat de HERE daarop nederdaalde in vuur; de rook daarvan steeg op als de rook van een oven, en de gehele berg beefde zeer." (Exodus 19:18, NBG1951)

Deze manifestaties waren duidelijk bedoeld om Gods volk te overtuigen van zijn heiligheid en ontzagwekkendheid, zodat het God op een heilzame manier zou 'vrezen' met diep ontzag. Het was een vertoon van Gods majesteit en kracht.

Zie ook onderwerp 'Pinksteren in het Oude Testament' in hoofdstuk 'Heilige Geest'.

Later stond God Mozes en een aantal vooraanstaande mensen toe om de berg te beklimmen en een bijzondere ontmoeting met Hem te hebben, waarbij God iets van zijn heerlijkheid liet zien. Het is één van de vergeten geschiedenissen uit de Bijbel.

"Hierna ging Mozes de berg op, samen met Aäron, Nadab, Abihu en zeventig oudsten van het volk, en zij zagen de God van Israël. Onder zijn voeten was er iets als een plaveisel van saffier, helder stralend als de hemel zelf. Deze vooraanstaande Israëlieten werden niet door God gedood: zij zagen hem, en zij aten en dronken." (Exodus 24:9-11, NBV2004)

Waarschijnlijk had God dit georganiseerd om de leiders van de Israëlieten persoonlijk met Hem kennis te laten maken zodat ze beter in staat waren om de mensen te leren God te eerbiedigen.

 

Mozes vraagt om Gods heerlijkheid te mogen zien

Mozes had geleerd dicht bij God te leven en was vertrouwd met de uitstraling van zijn heerlijkheid. Eenmaal waagde hij het om God de volgende vraag te stellen:

"... Doe mij toch uw heerlijkheid zien." (Exodus 33:18, NBG1951)

God was daartoe bereid, maar vertelde Mozes dat zelfs hij dat maar ten dele zou kunnen verdragen:

"... Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. Maar ... mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven." (Exodus 33:19-20, NBV2004)

Het is opvallend hoe God zijn heerlijkheid aan Mozes openbaarde: met een intensiteit die hij maar net kon verdragen vanwege Gods heiligheid. God ging Mozes niet imponeren met zijn onbeperkte kracht en gezag, maar ... God opende zijn hart voor Mozes en liet zien wat diep in zijn hart was: genade en barmhartigheid, uitingen van Gods diepgewortelde liefde.

En toen ging God zichtbaar langs Mozes en ... Mozes kon Hem ZIEN. Niet Gods gelaat, maar toch, hij mocht Hem ZIEN. We zouden natuurlijk graag willen weten wat Mozes toen precies zag, maar dat heeft hij niet opgeschreven: te heilig en te intiem voor woorden.

 

Gods heerlijkheid als dreigement

Eenmaal ontstond er tijdens de woestijnperiode van het volk Israël een ernstige crisis en Mozes en Aäron werden met de dood bedreigd. Toen kwam God hen te hulp tegenover het volk met een vertoon van zijn heerlijkheid:

"Toen de hele gemeenschap hen wilde stenigen, verscheen de heerlijkheid van de HEER voor alle Israëlieten boven de tent van samenkomst (=de tabernakel)." (Numeri 14:10, WV2012)

De Bijbel beschrijft niet wat het volk zag. Maar Gods heerlijkheid verscheen op een dreigende manier aan het volk, dat de boodschap onmiddellijk begreep: als ze Mozes kwaad zouden doen, zou God schuldige mensen uit het volk doden. Iets dergelijks gebeurde tijdens de opstand van Korach, Datan en Abiram:

"Toen Korach heel de gemeenschap bij de tent van samenkomst bijeengebracht had, zagen zij de heerlijkheid van de HEER." (Numeri 16:19, WV2012)

 

God deelt zijn heerlijkheid met mensen

Als Mozes een ontmoeting met God had gehad, bleek dat God zoveel van zijn heerlijkheid op Mozes had gelegd, dat de Israëlieten het aan hem konden zien. Ze deinsden vol ontzag terug voor Mozes:

"Toen Aäron en de andere Israëlieten de glans op Mozes' gezicht zagen, durfden zij niet naar hem toe te gaan ..." (Exodus 34:30, NBV2004)

Later, toen Mozes de leiding over het volk aan Jozua overdroeg, was dat niet alleen een overdracht van het door God gegeven gezag, maar ook een overdracht van God heerlijkheid:

"... en leg op hem van uw heerlijkheid, opdat de gehele vergadering der Israëlieten het hore." (Numeri 27:20, NBG1951)

 

Ark van het verbond

De ark van het verbond, die Mozes op Gods aanwijzingen moest maken voor de eredienst, was in het bijzonder de plaats van ontmoeting met God.

"Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang." (Exodus 25:22, NBV2004)

Bij de inzegening van de tabernakel verscheen God daar bij de ark. Ook nu weer in een bovennatuurlijke wolk.

"En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des HEREN vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des HEREN vervulde de tabernakel. Wanneer de wolk zich verhief van boven de tabernakel, braken de Israëlieten op, op al hun tochten. Maar indien de wolk zich niet verhief, dan braken zij niet op tot de dag, dat zij zich verhief. Want op de tabernakel rustte des daags de wolk des HEREN, en des nachts was er een vuur in voor de ogen van het gehele huis Israël, op al zijn tochten." (Exodus 40:34-38, NBG1951)

Ook later, toen de ark in de tempel te Jeruzalem kwam te staan, was Gods heerlijkheid daar zichtbaar (1 Koningen 8:11).

 Volgend onderwerp: 1.7.4. Gods heerlijkheid in Jezus 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- Geloofsvragen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter' (nieuw)

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.2.