Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

2.4.6. Schuld, schaamte en angst

 

- Naakt: verloren onschuld
- Wegkruipen voor God

 

 

Naakt: verloren onschuld

De kennis van goed en kwaad, die Adam en Eva bij de doodsboom hadden opgedaan, zorgde ook voor een bijwerking: ze gingen zich schamen voor elkaar.

"Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van." (Genesis 3:7, NBV2004)

Adam en Eva werden zich bewust van hun naaktheid. Niet omdat ze het ineens gek vonden om in hun blootje rond te springen, maar omdat ze zich ineens zo vreemd kwetsbaar voelden. Voor die tijd waren ze voor het oog ongekleed, maar wel hadden ze een uitstraling van Gods glorie. We zouden dat een soort geestelijk kledingstuk kunnen noemen. We weten uit het Bijbelboek Openbaring dat de mensen er in de hemel niet naakt bij lopen, maar dat ze bekleed zijn met witte (geestelijke) kleding (Openbaring 3:4-5,18; Openbaring 4:4). Dat is een teken van hun verkregen reinheid en waardigheid. In de hemel is kleding er niet voor om iemands naaktheid te bedekken, maar om iemands geestelijke rijkdom te openbaren.

Toen Gods heerlijkheid als geestelijk kledingstuk van Adam en Eva was weggevallen, stonden ze 'in hun hemd'. Ja nog erger: alleen hun kale naaktheid bleef over en dat gaf een natuurlijk schaamtegevoel, dat hoort bij verloren onschuld. Daardoor kwamen ze al snel op het idee om van grote bladeren iets als schorten te maken. Kennelijk voelden ze instinctief aan welke lichaamsdelen ze moesten bedekken om er minder bloot uit te zien. De intimiteit tussen Adam en Eva was verstoord en mogelijk ontstonden er seksuele gevoelens waar ze geen raad mee wisten. Ze schaamden zich tegenover elkaar en kregen een aandrang om zich voor elkaar te verbergen.

 

Wegkruipen voor God

Adam en Eva gingen zich niet alleen schamen voor elkaar, maar ook voor hun Schepper.

"Toen de mens en zijn vrouw God, de Heer, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor Hem tussen de bomen." (Genesis 3:8-9, NBV2004)

In de avond, toen het tijd was voor hun avondwandeling met God en ze hoorden dat God naar hen toe kwam, kropen Adam en Eva verschrikt weg tussen de bomen en struiken. Dat kwam natuurlijk voort uit hun schuldgevoel en het angstige besef van de verwijdering die er tussen God en hen was ontstaan. De prachtige band tussen God en Adam en Eva was verbroken en ze wisten niet hoe ze met de nieuwe situatie moesten omgaan. Ze zochten God niet op, ze kropen gewoon weg omdat ze geen mogelijkheid zagen om het met God weer in orde te maken. God had gezegd dat ze zouden sterven. Adam en Eva bereidden zich voor op het ergste. Wat zou God met hen gaan doen?

Daar kwam God aan en zijn stem klonk vreemd tussen de bomen door:

"... Adam, waar ben je?" (Genesis 3:9, HB2008)

 Volgend onderwerp: 2.4.7. Verantwoording voor de zondeval 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.