Bijbelstudies Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

2.4.2. Adam

 

- Schepping van Adam
- Ontwikkeling van Adam
- Rondwandelen door Eden
- Tuinman en beheerder

 

 

Schepping van Adam

Op de laatste scheppingsdag schiep God als laatste ... de mens, de hoogste scheppingsvorm op aarde, het kroonjuweel van de schepping.

"En God zei: Laten Wij mensen (=mensheid) maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis ... En God schiep de mens (=mensheid) naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen (alle individuele mensen)." (Genesis 1:26-27, HSV2010)

Dit Bijbelgedeelte leest niet gemakkelijk vanwege het gebruik van enkelvoud en meervoud.

  • God schiep de mensheid in principe door de schepping van één mens: Adam.
  • Vanuit Adam schiep God Eva, en al hun nakomelingen.
  • Elk mens is op een unieke manier een afbeelding van God. Daarom hebben alle mensen dezelfde hoge waardigheid.
  • God schiep twee typen mens: mannen en vrouwen met verschillende eigenschappen.

De schepping van de eerste mens Adam was handwerk. God maakte hem met grote zorg uit aardse grondstoffen. Alle andere levende wezens waren collectief geschapen.

"Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen." Genesis 2:7, NBV2004)

De Schepper blies vervolgens zijn eigen levensadem in de mens, waardoor hij een levend wezen werd. Maar niet zomaar een levend wezen, als een bijzonder diersoort. Nee, hij ontving niet alleen een ziel, maar ook een geest in zijn diepste innerlijk en juist dat maakte de mens zo bijzonder en zozeer een afbeelding van God zelf. Daardoor ontving hij de mogelijkheid om met God, die Geest is te communiceren en een relatie te onderhouden.

"Toch hebt Gij hem (=de mens) bijna goddelijk gemaakt en hem met heerlijkheid en luister gekroond." (Psalm 8:6, NBG1951)

"... Adam, de zoon van God." (Lukas 3:38, HSV2010)

Vervolgens bracht God zijn zoon Adam naar de paradijstuin die Hij enkele dagen eerder had aangelegd. Dat zou zijn woonplek worden.

"Toen bracht de HEER God de mens in de tuin van Eden ..." (Genesis 2:15, WV2012)

 

Ontwikkeling van Adam

Algemeen wordt aangenomen dat Adam is geschapen als een volwassen man. Ongetwijfeld heeft God, zijn Vader, hem allerlei praktische dingen geleerd die ouders hun kinderen leren. God heeft hem ook een taal aangeleerd, hoogstwaarschijnlijk de Hebreeuwse taal. Het ontwikkelingsproces van Adam kan jaren hebben geduurd waarbij hij van alles leerde tijdens zijn dagelijkse ontmoetingen met God. Adam was geschapen met een perfect functionerend verstand, dus hij zal een snelle leerling zijn geweest. 

Persoonlijk geloof ik dat God Adam ook wel 'in de geest' heeft meegenomen om allerlei delen van de wereld te zien. Hij was immers bestemd om over de hele aarde te heersen. Waarom deze aanname? Omdat zoiets vaker in de Bijbel beschreven is:

  • God liet Mozes het hele gebied Kanaän zien, net voordat Hij hem uit het aardse leven wegnam (Deuteronomium 34:1)
  • God liet de profeet Ezechiël, terwijl hij in ballingschap was, zien wat er in de tempel in Jeruzalem gebeurde (Ezechiël 8-10).
  • Jezus ontving van de satan (!) een rondleiding over de aarde bij één van zijn verzoekingen in de woestijn.

Het enige Bijbelse voorbeeld waarbij God Adam klaarmaakte voor zijn taak was die dag dat God hem liet kennismaken met de dierenwereld.

"... en Hij bracht die (=de dieren) bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten." (Genesis 2:19, NBV2004)

God wilde dat Adam de dieren hun namen gaf, om daarmee zijn heerschappij over de dierenwereld te onderstrepen. Zo ontmoetten de dieren hun koning. Wellicht moesten ze daarvoor buiten de hof van Eden zijn. Dit was de eerste keer dat God alle dieren (mannetje en vrouwtje) in een lange rij liet aantreden. Later zou God dit ook doen voor Noach, toen hij de ark klaar had.

Er is veel taalvaardigheid nodig om alle soorten dieren verschillende namen te geven die bij hen passen. Maar die had Adam inmiddels wel ontwikkeld. De kennis en ervaring die Adam onder Gods leiding had gekregen zou hij later ook aan zijn nageslacht doorgegeven. De eerste mensen waren geen primitieve schepsels, maar behoorlijk ontwikkelde mensen die wisten wie God was, hoe Hij de wereld had geschapen en nog heel veel meer. Ze waren ook toegerust om hun omgeving bewoonbaar te maken.

 

Rondwandelen door Eden

Ongetwijfeld heeft God met zijn zoon door de uitgestrekte tuin gewandeld. Daarbij wees God op de rivier die in Eden begon en naar beneden stroomde en zich in vier rivieren splitste. Ook wees God hem op allerlei mineralen zoals ijzererts, goud en edelgesteente, en andere grondstoffen en waarschijnlijk ook wat je ermee zou kunnen doen.

"Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. (Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx.) De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat." (Genesis 2:10-14, NBV2004)

Ook liep God met Adam langs allerlei soorten vruchtbomen met heerlijk fruit. Daarbij wees God Adam speciaal op twee bijzondere bomen die Hij persoonlijk in het paradijs geplant had, twee bomen met een geheim:

"... In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad." (Genesis 2:9, NBV2004)

Die bomen vertegenwoordigden de aanwezigheid twee geestelijke machten: die van God en die van de satan, de vijand van God. Zodra je vruchten van één van de beide bomen at, zou je jezelf identificeren met God ofwel met de satan. God heeft Adam daar vast voldoende over verteld zodat hij dat goed begreep. Over die tweede boom gaf God aan Adam een strenge waarschuwing die van levensbelang was:

"... Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven." (Genesis 2:16-17, NBV2004)

 

Tuinman en beheerder

Het paradijs was geen Luilekkerland voor Adam. Er moest gewerkt worden en dat was een stuk gezonder dan een beetje rondhangen en fruit eten.

"... in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren." (Genesis 2:15, WV2012)

Adam kreeg om te beginnen de verantwoordelijkheid voor een klein stukje van de immens grote aarde: de tuin van Eden, om die in goede staat te houden. Het paradijs zou letterlijk een PROEFTUIN voor hem worden. Dit Bijbelvers zegt iets over de bestemming voor mannen: werk, desnoods zwaar werk. Daar is zijn lichaam voor ontworpen en daarin kan hij vreugde en voldoening vinden.

Het zegt ook iets over de verantwoordelijkheid van de hele mensheid om uit respect voor de Schepper goed met de natuur om te gaan. God heeft de natuur duurzaam geschapen, zodat de aarde bij normale bewoning zichzelf voor onbepaalde tijd in stand kan houden. We weten vandaag de dag beter dan ooit dat de uitputting van de aarde enorme gevolgen heeft. En toch blijven we het doen...

 Volgend onderwerp: 2.4.3. Levensboom en doodsboom 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright
- Uitleg Herschepping site

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- Geloofsvragen
- PDF bestanden downloaden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter' (nieuw)

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.3.