|
Helpdesk Site info Zoeken Extra
|
2.3.1. Geloven in de schepping
Inhoud:
- God schiep de wereldtijdperken
- God schiep de hemel en de aarde
- Geestelijke wereld en materiële wereld
- Hoe heeft God de aarde geschapen?
- Uit God ontstaan
God schiep de wereldtijdperken
God was er al vóór het begin van de tijd. Maar ook de tijd is een verschijnsel dat door God is ontworpen. Kijk eens naar het volgende Bijbelgedeelte:
"Door geloof komen we tot het inzicht dat het heelal door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare." (Hebreeën 11:3, NBV2004)
Maar het woord "heelal" geeft niet goed weer wat er in de Griekse brontekst staat, namelijk het woord "aionen" ofwel wereldtijdperken. In de Naardense Bijbel is dit woord wel letterlijk vertaald:
"In geloof verstaan wij dat de wereldtijden zijn gesticht door het spreken van God, zodat wat waarneembaar is niet is ontstaan uit zichtbaarheden." (Hebreeën 11:3, NB2024)
Kortom: God schiep vanuit de geestelijke wereld (die grenzenloos en tijdloos is) eerst een tijdplan voor de schepping die Hij in gedachten had. In dat tijdplan komen we diverse aionen tegen. Momenteel leven we in de aioon die begon bij de komst van de Heilige Geest en zal binnenkort eindigen bij de wederkomst van Jezus.
God schiep de hemel en de aarde
"In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed..." (Genesis 1:1-2, HSV2010)
Dee benaming van 'God' (Elohim) heeft in de Hebreeuwse brontekst een meervoudsvorm en daarmee wordt Gods grootheid en almacht aangeduid (majesteits-meervoud). Tegelijk kunnen we er ook de Gods drie-eenheid erin lezen.
De schepping is niet vanzelf ontstaan, maar door een bewuste daad van een intelligent, persoonlijk Opperwezen buiten de materiële wereld. Het ontstaan van God wordt niet genoemd, want God is er altijd geweest: Hij is de Eeuwige, de 'Ik ben', de God die er altijd was, die er nu is, en die er altijd zal zijn.
Deze eerste tekst van de Bijbel is de basis van elk theologisch inzicht. Hoewel het scheppingsgeloof uitstekend is te onderbouwen vanuit de bestudering van de natuur, blijft het een zaak van geloof.
Geestelijke wereld en materiële wereld
In Genesis 1:1 lezen we twee werelden die door God geschapen zijn:
- de geestelijke wereld - Deze is voor ons onzichtbaar, tijdloos en onbegrensd. Het is de woonplaats van God en de engelen. De geesten van miljarden gestorven mensen verblijven in het dodenrijk en dat behoort ook tot de geestelijke wereld..
- de materiële wereld - Deze is voor ons waarneembaar. Dit is het universum waar onze aarde deel van uitmaakt.
Niets in de geestelijke wereld is meetbaar voor onze aardse meetinstrumenten, maar wel waarneembaar met het hart. Wie kennis gemaakt heeft met de God van de Bijbel en Hem betrouwbaar genoeg heeft geacht om zich in geloof aan Hem over te geven, zal weinig moeite hebben om Hem te aanvaarden als zijn schepper. In de liefdevolle verbondenheid met Hem ligt het hoogste geluk verborgen dat God heeft aangeboden aan de mensen die Hij heeft geschapen.
De materiële wereld is geschapen vanuit de geestelijke wereld en daaruit blijkt dat de geestelijke wereld er eerder was dan onze materiële wereld. En ook dat de materiële wereld van een lagere orde is dan de geestelijke wereld. Het is een soort afbeelding van de geestelijke wereld, zodat er in de materiële wereld veel van de geestelijke wereld te herkennen is.
Hoe heeft God de aarde geschapen?
Ik geloof dat alles gebeurd is zoals beschreven in Genesis 1 en 2 en dat deze hoofdstukken een feitelijke weergave geven van wat er is gebeurd. Het belangrijkste van deze hoofdstukken is de boodschap dat de aarde in haar huidige vorm niet is ontstaan door toevallige, willekeurige ontwikkelingsprocessen, maar:
- God heeft de aarde geschapen en heeft de aarde GOED geschapen.
- De schepping vond plaats op een ordelijke manier, volgens een meesterlijk ontwerpplan.
In het scheppingsverhaal lezen we bij elke scheppingsdag dat God iets zei en dat er toen een scheppingswonder plaatsvond. In één van de Psalmen komen we de volgende uitspraak tegen:
"Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er." (Psalm 33:9, NBG1951)
De meeste christenen geloven dat het spreken van God een scheppingsdaad was, dus dat God alleen door het uitspreken van een scheppingswoord de schepping uit het niets deed ontstaan. Maar dat zou betekenen dat God alles op de aarde tevoorschijn heeft getoverd zoals tovenaars in sprookjesverhalen dat doen. Daar heb ik grote moeite mee. God is geen tovenaar!
Hoe dan wel? In Genesis 1:2 kunnen we lezen dat vóór de eerste scheppingdag al Iemand op de aarde was:
"De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water." (Genesis 1:2, HSV2010)
Wat deed de Heilige Geest daar precies? Diverse Bijbeluitleggers zeggen dat het woord voor zweven in de Hebreeuwse brontekst eigenlijk 'broeden' betekent en in de kanttekeningen van de Statenbijbel staat dat ook. Broeden is het opwekken van leven. De Heilige Geest is ook degene die leven doet ontstaan.
Persoonlijk denk ik dat de herschepping van de duistere, vormloze aarde tot stand is gekomen in samenwerking tussen God de Vader EN de Heilige Geest. Dus: God de vader sprak op elke scheppingsdag een opdracht uit en de Heilige Geest voerde die opdracht vervolgens uit. De Heilige Geest is werkzaam op het raakvlak van de geestelijke wereld en de materiële wereld.
"Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt
U het gelaat van de aardbodem." (Psalm 104:20, HSV2010)
Deze gedachte wordt ook door het volgende ondersteund. Het Hebreeuwse woord 'bara' (=scheppen) in de brontekst van het Oude Testament wordt alleen gebruikt in relatie tot God. Dit woord betekent niet zozeer 'iets uit het niets doen ontstaan', maar 'vorm geven aan iets bestaands'.
Uit God ontstaan
In de Romeinenbrief lezen we het volgende over het ontstaan en de bestemming van Gods schepping:
"Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen ..." (Romeinen 11:36, NBG1951)
Wat lezen we hier? Alles is UIT God geschapen. God is niet alleen de schepper, maar ook de bron van de schepping. Dat betekent volgens mij dat God de schepping niet uit het niets heeft geschapen, maar uit zichzelf! Alle benodigde energie en al het basismateriaal voor de schepping komt op één of andere manier uit God, die alles omvat.
"Hij (=Jezus) bestaat VOOR alles en alles bestaat in hem." (Kolossenzen 1:17, NBV2004)
"Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij ... Uit hem komen ook wij voort." (Handelingen 17:28, NBV2004)
Buiten God is er niets en alles bestaat als het ware 'in' God en zo heeft Hij de hele schepping uit zichzelf gemaakt. We zijn deel van Hem. We zijn als schepselen letterlijk uit onze Schepper voortgekomen.
Dat geldt natuurlijk ook voor de dieren, de planten en de levenloze dingen. Als we dit beseffen, moeten we de natuur met groot respect behandelen. Alles wat God geschapen heeft laat iets van God zien. Maar niets van de schepping mogen we 'goddelijk' noemen, zoals bij diverse religies en spirituele stromingen wel gebeurt.
Volgend onderwerp:
