Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

2.3.4. Scheppingsdagen

 

- Scheppingsproces
- Wat God van zichzelf laat zien in de schepping
- Dag 1 - Licht
- Dag 2-3a - Scheiding van lucht, water en vasteland
- Dag 3b - Planten
- Dag 4 - Hemellichten
- Dagen 5-6a - Luchtdieren, waterdieren en landdieren
- Dag 6b - Mens

 

De Bijbel zegt hier het volgende over, waaruit blijkt dat het Gods eigen woorden zijn:

"Toen sprak God deze woorden:" (Exodus 20:1, NBV2004)

"... in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij ..." (Exodus 20:11, NBV2004)

De scheppingsdagen uit Genesis 1 zijn dus niet verzonnen door iemand die er een mooi, dichterlijk verhaal van wilde maken, maar geven het werkelijke scheppingsproces weer. God de schepper heeft deze scheppingsvolgorde niet zomaar gekozen, maar moet er zijn eigen bedoelingen mee hebben gehad.

 

Scheppingsproces

"In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed ..." (Genesis 1:1-2, HSV2010)

De Schepper gebruikte een chaotische, rommelige planeet als basismateriaal om er een volmaakt geschapen aarde te maken, met alles erop en eraan. In het scheppingsproces kunnen we twee fasen onderscheiden:

  1. voorbereiding (scheppingsdagen 1-3)
    De eerste fase was een soort scheidingsproces, waarbij scheiding werd gemaakt tussen (1) licht en donker, (2) water en atmosfeer en (3) water en vasteland. God schiep ook de eerste levensvormen op aarde: de planten.
  2. verdere invulling (scheppingsdagen 4-6)
    Tijdens de tweede serie van drie dagen wordt lucht, water en vasteland met allerlei soorten dieren gevuld. Tenslotte wordt de hoogste levensvorm op aarde gemaakt: de mens.

In het volgende overzicht is een logische structuur te ontdekken in de beide scheppingsfasen van drie dagen, waarin 2x4 scheppingsdaden zijn verricht:

voorbereiding verdere invulling
1 licht 4 hemellichten
2a lucht 5a luchtdieren
2b water 5b waterdieren
3a vasteland 6a landdieren
3b planten
(eerste levensvorm)
6b mens
(hoogste levensvorm)

Scheppingsdagen

 

Wat God van zichzelf laat zien in de schepping

Uit de schepping kunnen we veel leren over onze Schepper. God heeft veel van zichzelf uitgedrukt in alles dat Hij heeft gemaakt. Fotografen hebben doorgaans een portfolio met hun mooiste foto's om aan hun potentiële klanten te laten zien. Deze fotografen hopen natuurlijk dat de mensen daardoor vertrouwen hebben in hun bekwaamheden en hen een opdracht gunnen. De schepping is Gods portfolio en geeft een duidelijk blijk van zijn oneindige creativiteit, zijn uitbundige gevoel voor schoonheid, zijn oog voor details en nog veel meer van God.

"Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar ..." (Romeinen 1:19-20, NBV2004)

 

Dag 1 - Licht

"En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag." (Genesis 1:3-5, HSV2010)

Het licht van scheppingsdag 1 moet een ander soort licht zijn dan dat van de hemellichamen, die op scheppingsdag 4 zijn geschapen. Ik geloof dat God op de eerste scheppingsdag met zijn eindeloze bron van energie naar de aarde kwam om vandaar uit al het overige op de aarde te maken volgens zijn plan. We hebben het hier over hetzelfde soort licht als wat we op veel plaatsen in de Bijbel tegenkomen als licht met een bovennatuurlijke oorsprong. Hier zijn enkele voorbeelden:

"De HEER ging voor hen uit om hun de weg te wijzen, overdag in een wolkkolom, ’s nachts in een lichtende vuurzuil. Zo konden ze dag en nacht verder trekken." (Exodus 13:21, NBV2004)

"En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen en zij werden zeer bevreesd." (Lucas 2:9, HSV2010)

In de verre toekomst zal God zelf de enige lichtbron zijn op de nieuwe aarde. Daarvan lezen we in het allerlaatste hoofdstuk van de Bijbel:

"Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn ..." (Openbaring 22:5, NBV2004)

Ik geloof dat het licht van het laatste hoofdstuk van de Bijbel (Openbaring 22) hetzelfde licht is als dat van het eerste hoofdstuk (Genesis 1): het licht van Gods aanwezigheid ofwel het licht dat de afstraling is van Gods heerlijkheid en de bron van alle energie.

Zie meer hierover in onderwerp 'Gods heerlijkheid vanaf het begin' in hoofdstuk 'Gods heerlijkheid'.

 

Dag 2-3a - Scheiding van lucht, water en vasteland

"En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water! En God maakte dat gewelf en maakte scheiding tussen het water dat onder het gewelf is, en het water dat boven het gewelf is. En het was zo. En God noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo. En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was." (Genesis 1:6-10, HSV2010)

In dit Bijbelgedeelte wordt eerst gesproken over het scheiden water en waterdamp, door de warmtestraling van het licht van scheppingsdag 1. Ik ga ervan uit dat God op deze dag de totale atmosfeer rondom de aarde in orde gebracht heeft. De laagste luchtlaag boven de aarde werd geschikt gemaakt voor de planten, de dieren en de mens die daarna zouden worden geschapen.

Maar dat 'water boven het gewelf' moet meer betekenen dan de bewolking zoals we die nu kennen. Waarschijnlijk was er een hogere luchtlaag met veel waterdamp die voor een soort broeikaseffect zorgde, waardoor er over de hele aardbol een aangenaam, lenteachtig klimaat heerste. Daarvan getuigen fossielen van planten over de hele aardoppervlakte. Die grote hoeveelheid waterdamp verklaart ook de enorme hoeveelheid water die bij de zondvloed naar beneden kwam. Ook waren er nog geen seizoenen, want die waren er pas na de zondvloed (Genesis 8:22). Ook regende het in die tijd niet:

"... de Here God had het niet op de aarde doen regenen ... maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem." (Genesis 2:5-6, NBG1951)

Pas na de zondvloed was er voor het eerst een regenboog te zien (Genesis 9:13-17). Ook dat bevestigt dat het nooit eerder had geregend.

Het vasteland ontstond ongetwijfeld doordat er veel water was verdampt en dus onttrokken uit het oppervlaktewater van de aarde. Scheppingsdagen 2 en 3a zijn met elkaar verweven en in zekere zin vormen ze één geheel. Mogelijk is het daarom dat we aan het einde van de tweede scheppingsdag niet het bekende refrein tegenkomen: "God zag dat het goed was." Het scheidingsproces van scheppingsdagen 2 en 3a (lucht, water en vasteland) was pas op scheppingsdag 3 voltooid.

 

Dag 3b - Planten

"En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:11-12, HSV2010)

Nadat God had gezorgd voor lucht, water en vaste grond was er een leefklimaat ontstaan dat geschikt was voor allerlei levensvormen. Vooral op de vaste grond is een weelderige plantengroei ontstaan. Natuurlijk maakte God ook de waterplanten, maar de scheppingsgeschiedenis tekent alleen enkele hoofdlijnen zonder details te noemen.

Planten mogen dan de eenvoudigste levende organismen zijn, toch kunnen ze heel intelligent reageren op hun omgeving. Hun bladeren richten zich bijvoorbeeld naar het licht en planten groeien recht tegen de zwaartekracht in. En hoe weet een plant dat het tijd is om vruchten voort te brengen?

De veelzijdigheid van de plantenwereld laat ook iets van God zien. Planten worden in de Bijbel gebruikt om geestelijke waarheden uit te beelden. Enkele voorbeelden:

 

Dag 4 - Hemellichten

"En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot tekenen, en tot aanduiding van vaste tijden  en van dagen en jaren! En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo. (Genesis 1:14-15, HSV2010)

Op deze dag schiep God de lichtdragers: zon, maan en sterren. Vanaf deze scheppingsdag wordt de tijd aangegeven door de zon en de maan. De lengte van de dag wordt bepaald door de draaiing van de aarde om haar denkbeeldige as. De lengte van een jaar wordt bepaald door de tijdsduur van de omwenteling van de aarde om de zon.

Onze aarde is maar een kleine planeet die draait om één van de 200-400 miljard sterren, die met elkaar ons sterrenstelsel vormen. En er zijn nog minstens enkele honderdduizenden andere sterrenstelsels ontdekt. De kosmos is zo uitgestrekt dat geen mens weet hoe groot die is. Het heelal lijkt een overdaad van scheppingswonderen te bevatten. Zelfs met optische telescopen en radiotelescopen kunnen we nog lang niet alles waarnemen. Maar in plaats van de Schepper van het indrukwekkende universum te respecteren, lijken de meeste sterrenkundigen zich tegenwoordig vooral bezig te houden met het krampachtig zoeken naar een verre planeet waar spontaan leven is ontstaan. Hun belangrijkste wetenschappelijke doel is kennelijk om te bewijzen dat God niet de schepper van het leven is. Zonde van al die vergeefse moeite!

"... De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God ..." Psalm 14:1, NBG1951)

En dan nog dit: Is onze aarde het middelpunt van Gods schepping? Heeft God eerst de aarde geschapen en vervolgens alle andere objecten erom heen? Dat klinkt dwaas en onlogisch, maar er zijn geen grenzen aan Gods scheppingskracht en de manier waarop God dingen doet gaat heel vaak in tegen onze menselijke logica.

 

Dagen 5-6a - Luchtdieren, waterdieren en landdieren

"En God zei: Laat het water wemelen van wemelende levende wezens; en laten er vogels boven de aarde vliegen, langs het hemelgewelf! En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:20-21, HSV2010)

"En God zei: Laat de aarde levende wezens naar hun soort voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo. En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:24-25, HSV2010)

Sommige vogels worden in de Bijbel genoemd om daarmee geestelijke begrippen af te beelden. Denk maar aan de adelaar, een diersoort waarin een belangrijk aspect van Gods eigen karakter (wijsheid) is afgebeeld. De duif is een beeld van de Heilige Geest. Zo kwam bij Jezus' doop de Geest als een duif op Hem (Matteüs 3:16). De duif is ook het welbekende beeld van oprechtheid (Matteüs 10:16, HSV2010).

God heeft enorm veel soorten waterdieren geschapen, waarvan de vissen de meest bekende zijn. Sommige soorten leven aan de oppervlakte van het water, andere weer dieper, sommige soorten leven zo diep, dat er geen mens bij kan komen zonder duikersuitrusting. Al die soorten met elkaar tekenen een beeld van Gods eindeloze veelzijdigheid en de peilloze diepgang van Gods persoonlijkheid en creativiteit.

Ook bij de landdieren zien we een enorme variatie in levensvormen: grote en kleine dieren, sterke en snelle dieren, en noem maar op. Elke diersoort heeft unieke eigenschappen die afbeeldingen zijn van Gods eigenschappen. Denk maar aan de leeuw, die het beeld is van Gods kracht en het rund dat een beeld is van Gods zorgzaamheid. Omdat vooral de zoogdieren een hoge ontwikkelingsvorm hebben is het niet verwonderlijk dat we bij deze dieren gedragingen tegenkomen die we ook bij mensen zien. Denk maar aan de zorg van zoogdieren voor hun jongen om een voorbeeld te noemen.

 

Dag 6b - Mens

Als laatste schiep God de mens, de hoogste scheppingsvorm op aarde, het kroonjuweel van de schepping.

"En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis ... En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen." (Genesis 1:26-27, HSV2010)

De mens is meer dan enig ander geschapen wezen een evenbeeld van God. Doordat de mens een lichaam en een geest heeft, is hij ontworpen om zowel in de materiële wereld als in de geestelijke wereld te kunnen functioneren. En juist de geest van de mens maakt hem uniek ten opzichte van de dieren en plaatst hem op een onvergelijkbaar hoger niveau.

"Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen." Genesis 2:7, NBV2004)

Alle andere levende wezens zijn collectief tot stand gekomen door het spreken van God. De schepping van het lichaam van de eerste mens Adam was handwerk. Hij werd met grote zorg gemaakt met aardse grondstoffen. Maar het onstoffelijke deel van de mens (zijn ziel en geest) ontving de mens rechtstreeks van God. De Schepper blies zijn eigen levensadem in de mens. En juist dat maakte de mens zo bijzonder en zozeer een afbeelding van God zelf.

Adams vrouw Eva werd ook 'met de hand' gemaakt waarbij God iets uit Adams lichaam nam en haar daaruit maakte. Het hele menselijke geslacht is uit deze twee mensen voortgekomen.

"Uit één mens heeft hij (=God) de hele mensheid gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid ..." (Handelingen 17:26, NBV2004)

Van alle geschapen wezens lijkt de mens de hoogste positie in te nemen, dus een hogere dan de engelen.

"U hebt hem weinig minder dan een god gemaakt, hem met glorie en eer gekroond. U laat hem heersen over alles wat u gemaakt hebt, alles hebt u aan zijn voeten gelegd ..." (Psalm 8:6-7, GNB1996)

Zie ook de volgende onderwerpen:
- 'Doel en roeping van de mens' in hoofdstuk 'Wie ben je als mens?'
- 'Eerste echtpaar Adam en Eva' in hoofdstuk 'Adam en Eva'

Het menselijke geslacht heeft dus een buitengewoon grote waarde voor God. We zijn op aarde neergezet als beelddragers van onze Schepper en wel in de volgende opzichten:

  1. De mens is het enige geschapen wezen dat zowel in de geestelijke als in de materiële wereld kan functioneren. Engelen zijn 'slechts' dienaren van God en zijn alleen geestelijke wezens.
  2. God is een drie-enig God (Vader, Zoon en Geest) terwijl de mens ook een drie-enige persoonlijkheid heeft (ziel, lichaam, geest).
  3. Menselijke karaktereigenschappen zijn afbeeldingen van Gods karaktereigenschappen.
  4. Man en vrouw zijn elk op een speciale manier geschapen om iets van Hem zelf af te beelden: de man als beeld van Gods heiligheid, de vrouw als beeld van Gods liefde.

 Volgend onderwerp: 2.3.5. Rust op de zevende dag 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- Geloofsvragen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter' (nieuw)

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.2.