Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

2.2.1. Opstand en val van de satan

 

- Zelfverheffing en zondeval
- Conflict in de hemel
- Satan moet uitwijken naar de aarde

 

 

Zelfverheffing en zondeval

Over de oorsprong van de satan geeft de Bijbel nauwelijks rechtstreekse informatie. Wel weten we dat hij door God geschapen is als een hooggeplaatste engel. Verder zijn er profetieën waardoor een tipje van de sluier wordt opgelicht. In Ezechiël 28 lezen we een klaaglied over de ondergang van de trotse vorst van Tyrus. De meeste Bijbeluitleggers zien hierin ook een figuurlijke beschrijving van de zondeval van de satan:

"... Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen ... Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg ... Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt ..." (Ezechiël 28:12-17, NBV2004)

Op grond van dit Bijbelgedeelte lijkt het erop dat de satan in het begin een cherub is geweest, mogelijk zelfs de machtigste, en dat hij eerst een onberispelijke levenswandel had. Deze beschrijving stijgt uit boven het niveau van aardse machthebbers, zodat de vergelijking met de satan voor de hand ligt. De profeet Jesaja beschrijft een vergelijkbare profetie over een andere trotse vorst: de koning van Babel.

"O morgenster, zoon van de dageraad ... Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon ... ik evenaar de Allerhoogste." (Jesaja 14:12-14, NBV2004)

De term 'ster' wordt in de Bijbel wel meer gebruikt waar het over hemelse wezens gaat (Job 38:7). In dit Bijbelgedeelte zien we een symbolische beschrijving van de torenhoge ambities van de satan, namelijk dat hij uiteindelijk zelf Gods heerschappij over de schepping wilde overnemen. Hij had wel lef!

 

Conflict in de hemel

De satan werd trots en besloot dat hij onafhankelijk van God wilde leven en voor zichzelf wilde beginnen. Toen was er voor hem geen plaats meer in de hemel, het centrum van de goddelijke macht. De heilige God en de onheilige satan konden immers niet naast elkaar bestaan op dezelfde locatie. Er ontstond een hevig conflict in de hemel. Het resultaat was dat een aanzienlijke minderheid van de engelen partij koos voor de satan, terwijl de overige engelen God trouw bleven. Dit kun je concluderen uit één van de visioenen van de apostel Johannes:

"Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak (=de satan), met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. ..." (Openbaring 12:3-4, NBV2004)

Er werd oorlog gevoerd tussen Gods engelen en de engelen van de satan (demonen). Dat was een buitengewoon ernstige situatie. De strijd werd in het nadeel van de satan beslist. Gods vijand en zijn demonen werden hardhandig uit de tegenwoordigheid van God verwijderd. Dit was de zondeval in de geestelijke wereld: de zonde van opstandigheid tegenover God en onafhankelijk van God willen zijn. Het gevolg daarvan was wat hij van tevoren had kunnen weten: het verlies van zijn hoge positie in de hemel en een vernederende val.

"Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak (=de satan). De draak en zijn engelen boden weerstand maar werden verslagen: sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer." (Openbaring 12:7-8, NBV2004)

In Job 1-2 lezen we dat de satan wel de mogelijkheid bleef houden om in de hemel bij God te verschijnen. We kunnen op grond van de bovengenoemde Bijbeltekst concluderen dat de satan na de oorlog in de hemel wel toegang, maar geen macht meer heeft in de hemel.

Ik veronderstel dat de satan een gebied in de geestelijke wereld kreeg toegewezen om te vertoeven, ver van de troon van God. Dat werd de geestelijke verblijfplaats voor de satan en zijn demonen. Hierover schreef de apostel Paulus het volgende:

"Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten." (Efeziërs 6:12, HSV2010)

Er zijn dus allerlei gewesten of gebieden in de geestelijke wereld. Een of meer van die gebieden vormen de thuisbasis van alle duistere machten.

De 'allerdiepste put' (uit Jesaja 14:15) is een benaming voor de thuisbasis van de satan. Je kunt het zien als de laagste hemelsfeer, als tegenhanger van de hoogste hemel, waar God troont. In Openbaring 9:11 wordt de satan de 'engel van de afgrond' genoemd. De begrippen 'hoog' en 'laag' zijn in de eerste plaats morele begrippen, zoals we dat ook kennen in ons dagelijkse spraakgebruik. We spreken bijvoorbeeld over hoogstaande en laaghartige personen.

 

Satan moet uitwijken naar de aarde

"De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid." (Openbaring 12:9, NBV2004)

De satan en zijn demonen hebben dus geen machtsbasis meer in de hemel, maar hen werd wel toegestaan om op de aarde een poging te doen om hun macht uit te oefenen. Op zijn zachtst gezegd was dat een grote vernedering en een gevoelige degradatie. De aarde is immers van een lagere orde dan de hemel. Het eerder aangehaalde Bijbelgedeelte uit Jesaja over Babel vertoont veel overeenkomst met de satan:

"O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon ... ik evenaar de Allerhoogste, Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put." (Jesaja 14:12-15, NBV2004)

De hemel als woonplaats van God was dus gezuiverd van de invloed van de satan. Het strijdterrein van de kosmische oorlog werd verplaatst van de hemel naar de aarde die intussen geschapen was. De satan had de strijd in de hemel verloren en de troon van het heelal bleef onveranderlijk in Gods handen. De satan moest met een nieuwe strategie komen: via de aarde de hemel veroveren. Dus richtten de satan en zijn demonen hun aandacht geheel op de aarde als hun prooi en uitvalsbasis.

Helaas heeft de satan op een bepaald moment een groot succes behaald door Adam en Eva, de stamouders van het hele menselijke geslacht te verleiden tot dezelfde opstandigheid. Daardoor zou hij de aarde in zijn macht krijgen en de geestelijk heerser van de wereld worden (Johannes 12:31).

Zie onderwerp 'Geschiedenis van Gods koninkrijk' in hoofdstuk 'Gods koninkrijk' voor een overzicht van de strijd tussen Gods koninkrijk en het koninkrijk van de satan door alle eeuwen heen.

 Volgend onderwerp: 2.2.2. Wie is de satan? 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.