Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.5.7. Farizeeër en tollenaar

 

- Farizeeër
- Tollenaar
- Gods reactie op deze gebeden
- Herken je iets van jezelf in de farizeeër?
- Gespreksvragen

 

Deze korte gelijkenis uit Lucas 18:9-14 maakt onderdeel uit van het onderwijs dat Jezus gaf over gebed. De aanleiding tot deze gelijkenis lezen we hier:

"Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis." (Lucas 18:9, NBV2004)

In de evangeliën lezen we verschillende keren dat veel farizeeën trots waren op hun superieure geestelijke status en neerkeken op mensen die zich niet zo goed aan de wet van Mozes hielden als zij zelf. Jezus laat in deze gelijkenis het contrast zie tussen twee uitersten:

"Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër en de ander een tollenaar." (Lucas 18:10, HSV2010)

 

Farizeeër

De eerste bidder is een farizeeër die een gebed uitspreekt dat druipt van zelfgenoegzaamheid:

"De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar." (Lucas 18:11, HSV2010)

Hij STAAT DAAR, zelfverzekerd, het hoofd omhoog gericht. In zekere zin heeft de man goede redenen om God te bedanken. Hij behoort tot de meest gerespecteerde Joden. De farizeeër kijkt vol afkeer naar een tollenaar die een eindje verderop staat te bidden. Wat doet dat stuk vuil hier? Denkt die man werkelijk dat God naar hem luistert? O wat is hij blij dat hij niet is zoals die tollenaar en hij dankt God ervoor.

Nadat hij tegen God heeft gezegd dat hij geen slechterik is, begint hij te vertellen hoe goed hij zich aan de wet houdt:

"Ik vast tweemaal per week. Ik geef tienden van alles wat ik bezit." (Lucas 18:12, HSV2010)

Dat is geen kleinigheid. Voor het gewone volk was maar één vastendag per jaar vereist: de Grote Verzoendag. De farizeeër vast nota bene honderd keer per jaar! De wet van Mozes schrijft voor dat tienden moesten worden gegeven van de graanoogst (Deuteronomium 14:22). De farizeeër geeft nauwgezet tienden van alles wat hij heeft! Jezus zei eens tegen de farizeeën:

" ... jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden ..." (Lucas 11:42, NBV2004)

Kortom, de farizeeër overtreft zelfs Gods wet, zo goed leeft hij naar Gods wil. Denkt hij.

Tussen haakjes: het gebed van de farizeeër bevat geen enkele onwaarheid. Jezus zet hier ook geen ongewoon gebed neer, want zulk soort gebeden hadden de mensen zo vaak gehoord wanneer farizeeën hardop stonden te bidden. Ook in de Talmud (een belangrijk Joods geschrift dat een soort commentaar of uitbreiding is van wat wij kennen als het Oude Testament) komen gebeden met soortgelijke bewoordingen voor!

 

Tollenaar

De tweede bidder is een tollenaar, een gehaat persoon die het belastinggeld voor de Romeinse overheersers moet innen. Tollenaars staan erom bekend dat ze te veel belastinggeld vragen en hun zakken vullen met het verschil. Tollenaars komen maar zelden op het tempelplein, maar deze man negeert alle afkeurende blikken van omstanders. Hij ziet de farizeeër die met opgeheven hoofd staat te bidden. Hij blijft maar op een afstand staan omdat hij zich extra slecht voelt vergeleken met die gerespecteerde, vrome man. De tollenaar staat niet fier rechtop, zoals de farizeeër, maar zijn hoofd is gebogen en hij heeft oprecht berouw van zijn zonden.

"En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig." (Lucas 18:13, HSV2010)

De HSV is de enige Nederlandse Bijbelvertaling waarin we lezen dat de tollenaar zich DE zondaar noemt en dat is helemaal correct, ook al komt het misschien wat vreemd over. In de Griekse brontekst worden bijna nergens lidwoorden gebruikt, maar hier wel. Dat betekent in dit verband zo ongeveer: "Ik ben niet zomaar een zondaar, ik ben DE zondaar, de ergste zondaar die bestaat." Dat is een zeer nederige, berouwvolle houding. Hij beseft dat hij God niets te bieden heeft, zoals bijvoorbeeld die vrome farizeeër even verderop. Nee, hij verdient geen enkele gunst van God. Hij kan alleen maar hopen op genade en daar smeekt hij om.

 

Gods reactie op deze gebeden

De farizeeër heeft een verkeerd beeld van de tollenaar, en de tollenaar heeft een verkeerd beeld van de farizeeër. Allebei zien ze alleen de buitenkant. Maar God ziet de binnenkant en daarbij ziet Hij twee totaal verschillende innerlijke gebedshoudingen.

God luistert naar iedereen die oprecht zijn zonden belijdt waardoor zijn zonden worden vergeven en hij als een rechtvaardig man kan verder leven. Jezus zei over de tollenaar:

"Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere ..." (Lucas 18:14, HSV2010)

Alleen nederige mensen worden door God geaccepteerd en hun zonden worden vergeven. En zonder twijfel heeft God de tollenaar laten weten dat Hij zijn gebed verhoord heeft: met een gereinigd geweten en diepe vrede in zijn ziel gaat hij naar huis.

De farizeeër gaat ook naar huis. Zijn hart blijft onbewogen. Zijn dankgebed wordt door God afgewezen, omdat hij zichzelf rechtvaardig verklaart. Hij heeft geen zondebesef en realiseert zich niet dat hij, evenals elk ander mens, Gods vergeving nodig heeft, omdat ook hij zwaar tekort schiet in het opvolgen van Gods levenswet. Hij beseft niet dat hij niet gerechtvaardigd wordt door zijn eigen geloofsinspanningen, maar door Gods genade. Hij heeft het hart van de wet van Mozes niet begrepen en daardoor is hij trots geworden op zijn 'rechtvaardige daden' en minacht hij mensen die minder kansen hebben gehad.

Jezus beëindigde de gelijkenis met de conclusie:

"... Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden." (Lucas 18:14, NBV2004)

Zie ook onderwerp 'Innerlijke gebedshouding' in hoofdstuk 'Gebed'.

 

Herken je iets van jezelf in de farizeeër?

Misschien ben je wel een oprechte gelovige maar herken je toch iets van die farizeeër in je eigen hart? Want, of je het wilt horen of niet, in elke christen zit wel iets van een farizeeër, die bij gelegenheid de kop opsteekt. Dat gebeurt vooral als je je verheft boven ongelovigen of mensen die naar jouw mening minder goede gelovigen zijn dan jezelf. Het gebeurt ook als je God probeert te behagen door je uit te sloven met allerlei christelijk werk of als je een ongenadig oordeel hebt over andere mensen als ze iets verkeerd doen. Laten we vooral geduldig en vergevingsgezind zijn voor anderen, zoals God genadig en vergevingsgezind is.

 

Gespreksvragen

  1. Een veel gehoorde uitspraak van niet-christenen is: "Christenen vinden zichzelf beter dan ons en kijken op ons neer." Hoe zou dat komen?
  2. Houdt Jezus meer van christenen dan van niet-christenen?
  3. Welke zondige grondhouding zie je bij de farizeeër?
  4. Herken je iets van de farizeeër in jezelf?
  5. Wat valt je op bij de houding van de tollenaar?
  6. Heb je God wel eens benaderd zoals de tollenaar? Kun je daar iets over vertellen?
  7. Wat denk je dat het begrip geestelijke hoogmoed betekent (één van de ergste zonden voor een gelovige)?
  8. Hoe kunnen we niet-christenen benaderen zodat ze zich bij ons geaccepteerd en gelijkwaardig voelen?

 Volgend onderwerp: 3.5.8. Genodigden voor een feestmaal 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.