Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.5.8. Genodigden voor een feestmaal

 

- Stoelendans om de beste plaatsen aan tafel
- Wie nodig je uit?
- Uitnodiging voor een feestmaal
- De genodigden willen niet komen
- Andere mensen worden uitgenodigd
- Matteüs versie: een koninklijk bruiloftsfeest
- Het loopt slecht af met de genodigden
- Gespreksvragen

 

Deze gelijkenis vind je in Matteüs 22:1-13 en Lucas 14:15-24. In beide weergaven van de gelijkenis kom je verschillende details tegen.

  • In de Lucas versie gaat het over een willekeurig persoon die een maaltijd aanrichtte voor een groot aantal genodigden.
  • In de Matteüs versie gaat het over een koning die vooraanstaande mensen uitnodigde voor een feestmaal ter gelegenheid van het huwelijk van zijn zoon.

In dit onderwerp concentreren we ons eerst op de Lucas versie, terwijl de verschillende details in de Matteüs versie later aan bod komen.

 

Stoelendans om de beste plaatsen aan tafel

In Lucas 14:1 lezen we dat Jezus deze gelijkenis vertelde bij een maaltijd op sabbat, die was georganiseerd door een vooraanstaande farizeeër. Toen iedereen aan tafel ging viel het Jezus op dat verschillende mensen zo dicht mogelijk bij de gastheer wilden 'aanliggen'. Want hoe dichter je bij de gastheer zit, hoe meer aanzien je geniet. Jezus gaf deze mensen een klein lesje in bescheidenheid en raadde hen aan om liever een bescheiden plekje op te zoeken:

"Wanneer u door iemand op een bruiloft uitgenodigd bent, ga dan niet aanliggen op de ereplaats, opdat niet misschien iemand die voornamer is dan u, door hem uitgenodigd is, en hij die u en hem uitgenodigd heeft, tegen u zal komen zeggen: Geef hem die plaats. U zou dan tot uw schande de laatste plaats beginnen in te nemen. Maar wanneer u uitgenodigd bent, ga er heen en ga op de laatste plaats aanliggen, opdat, als hij komt die u uitgenodigd heeft, hij tegen u zal zeggen: Vriend, kom hoger op. Dan zal dat u tot eer zijn in de ogen van allen die met u aanliggen. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden." (Lucas 14:8-11, HSV2010)

 

Wie nodig je uit?

Daarna ging Jezus iets zeggen over het uitnodigen van gasten. De meeste mensen nodigen hun vrienden en bekenden uit voor hun maaltijden, maar Jezus daagde de mensen uit om eens heel andere mensen uit te nodigen: mensen die nooit ergens worden uitgenodigd. Jezus zei tegen degene die hem had uitgenodigd:

"Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen." (Lucas 14:12-14, NBV2004)

Dit is: geven zonder dat je er iets voor terugkrijgt. Dat is het principe van de zegenende liefde die hoort bij het koninkrijk van de hemel. En om deze gedachte te illustreren begon Jezus aan zijn gelijkenis over genodigden voor een feestmaal.

 

Uitnodiging voor een feestmaal

Een vooraanstaand persoon nodigt mensen enige tijd van tevoren uit voor een feestmaal. In Jezus' dagen was het dan de gewoonte om twee uitnodigingen te sturen: de eerste keer zodat de mensen de datum alvast in hun agenda konden zetten, de tweede keer om aan te geven dat ze konden komen.

"... Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. " (Lucas 14:16, NBV2004)

De uitnodiging voor het feestmaal heeft betrekking op de uitnodiging van Jezus om Hem te volgen en daardoor deel te hebben aan het (nieuwe) koninkrijk van de hemel. Deze uitnodiging was gericht aan de Joden, vanwege hun eeuwenlange relatie met God via het Oude Verbond.

De gastheer organiseert het feestmaal zoals gepland en dan volgt de tweede uitnodiging:

"En hij stuurde zijn dienaar eropuit tegen de tijd van de maaltijd om de genodigden te zeggen: Kom, want alle dingen zijn nu gereed." (Lucas 14:17, HSV2010)

 

De genodigden willen niet komen

De genodigden van de gelijkenis hebben allerlei excuses, die geen van alle geldig zijn:

"En zij begonnen zich allen eensgezind te verontschuldigen. De eerste zei tegen hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet er nodig op uit om die te bekijken. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen." (Lucas 14:18-20, HSV2010)

Het zijn overduidelijk smoesjes omdat ze niet WILLEN komen. De evangelist Johannes omschrijft de weigering van de meeste Joden om Jezus te erkennen als de messias op de volgende manier:

"Hij (=Jezus) kwam tot het zijne (=Joodse volk), en de zijnen hebben Hem niet aangenomen." (Johannes 1:11, NBG1951)

 

Andere mensen worden uitgenodigd

In de Lucas versie sluit Jezus het eerste deel van de gelijkenis af met de volgende woorden:

"Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven." (Lucas 19:24, NBV2004)

De gelijkenis gaat in beide versies verder met een alternatief plan om het feestmaal toch door te laten gaan. De dienaren krijgen de volgende opdracht:

"... Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.' Toen de dienaar hem kwam melden: 'Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,' zei de heer tegen hem: 'Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn." (Lucas 14:21-23, NBV2004)

Deze gelijkenis heeft Jezus vooral verteld om zijn toehoorders iets duidelijk te maken over het koninkrijk van de hemel dat ook wordt opengesteld voor heidenen (=niet-Joden) uit alle delen van de wereld.

Volgelingen van Jezus hebben de belofte van eeuwig leven aangegrepen en hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging voor de eenwording met Jezus, nu en in het hiernamaals. Het gaat om een uitnodiging voor een FEEST. Jezus belooft een leven vol vreugde en overvloed, waar tijdens het aardse leven al veel van kan worden ervaren, zelfs onder moeilijke omstandigheden. Maar die feestvreugde zal zijn hoogtepunt pas bereiken in het hiernamaals.

"Laat ons verheugd zijn en juichen en Hem eer bewijzen: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het lam, zijn bruid heeft zich al klaargemaakt." (Openbaring 19:7, WV2012)

"... Gelukkig zijn zij die uitgenodigd zijn voor het bruiloftsmaal van het lam ..." (Openbaring 19:9, WV2012)

Er zijn kerkmensen die niet echt warm lopen voor het koninkrijk. Zij zijn blijven steken in uiterlijke godsdienstigheid. Evenals de oorspronkelijk genodigden in de gelijkenis, vinden zij hun eigen bezigheden belangrijker dan de dingen van God en blijven in hun hart ver bij God vandaan. Ook zij dreigen geen deel te zullen hebben aan het bruiloftsfeest van het Lam.

Gods hart staat wijd open voor mensen die zich onaanzienlijk weten en zich onwaardig vinden om eregasten van koning Jezus te zijn. En niet alleen voor nette, succesvolle mensen, maar ook voor mensen die overal buiten staan en hunkeren naar een nieuw bestaan. Als zij wel op de uitnodiging van het evangelie ingaan en Jezus aannemen als hun Heer, zullen zij deelhebben aan de zegeningen van het koninkrijk. Er is voldoende plaats bij God voor veel van zulke mensen:

"... want mijn huis moet vol zijn." (Lucas 14:23, NBV2004)

 

Matteüs versie: een koninklijk bruiloftsfeest

De Matteüs versie werd uitgesproken op het tempelplein in Jeruzalem in de laatste week voor de lijdenstijd van Jezus. De situatie was toen erg gespannen en de Joodse leiders wilden niets liever dan Jezus zo snel mogelijk uit de weg ruimen. In deze versie gaat de gelijkenis over een koning die vooraanstaande mensen uitnodigde voor een feestmaal ter gelegenheid van het huwelijk van zijn zoon.

"Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de bruiloftsgasten uit te nodigen ... Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: 'Zeg tegen de genodigden: Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!' " (Matteüs 22:2-4, NBV2004)

De genodigden reageerden behoorlijk onverschillig en lieten uit hun houding blijken dat ze wel tijd hadden om deel te nemen aan de feestmaaltijd, maar er gewoon geen zin in hadden en door wilden gaan met hun eigen dingen.

"Maar zij (=genodigden) trokken zich er niets van aan; iedereen ging weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel." (Matteüs 22:5, GNB1996)

Sommige genodigden maakten het nog bonter en mishandelden of doodden de dienaren van de koning.

"weer anderen grepen de dienaars vast, mishandelden hen en doodden hen." (Matteüs 22:6, GNB1996)

Met deze woorden zinspeelde Jezus op de plannen van de Joodse leiders om Hem te doden. Jezus was immers door God gezonden om de Joden uit te nodigen voor het koninkrijk van de hemel.

 

Het loopt slecht af met de genodigden

Deze reactie van de genodigden van de gelijkenis was te grof voor woorden en zoiets kon natuurlijk niet ongestraft blijven.

"De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken." (Matteüs 22:7, NBV2004)

Deze woorden zijn eigenlijk een verkapte profetie over de stad Jeruzalem. Jezus wist dat deze stad enkele tientallen jaren later zou worden belegerd en verwoest door de Romeinen. Dit oordeel liet God niet over de Joodse natie komen als straf voor de kruisiging van Jezus, maar omdat de meesten (en vooral hun leiders) Jezus hadden afgewezen en die Hem na zijn opstanding ook bleven afwijzen. Door hun dode godsdienstigheid waren ze blind voor het aanbod van Jezus om het eeuwige leven te ontvangen. Sommigen negeerden Hem, anderen gedroegen zich ronduit vijandig tegenover Hem. Jezus had kort voor zijn lijden en sterven de volgende woorden gesproken over Jeruzalem, het centrum van de Joodse godsdienst:

"Zag u op deze dag maar de weg naar de vrede; maar die is verborgen voor uw ogen. Er zal een tijd komen dat uw vijanden een wal tegen u opwerpen, u omsingelen en u van alle kanten insluiten. Ze zullen u tegen de grond slaan en ook uw kinderen, en ze zullen van u geen steen op de andere laten, omdat u, toen God naar u omkeek, dat niet hebt onderkend" (Lucas 19:42-44, WV2012)

 

Gespreksvragen

  1. Heb je je wel eens geërgerd bij een vergadering of een feestelijk diner omdat je op een minder aanzienlijke plek kwam te zitten dan je had gewild?
  2. Hoe vind je het wanneer er 'vreemden' op jouw favoriete plek in de kerk zitten?
  3. Waarom doen we liever iets voor vrienden dan voor anderen?
  4. Wat vind je van de redenen van de genodigden om niet op de uitnodiging in te gaan?
  5. Wat is de geestelijke betekenis van de uitnodiging in deze gelijkenis?
  6. Voor welke mensen was deze gelijkenis in de eerste plaats bedoeld?
  7. Wat kunnen we als christenen van deze gelijkenis leren over het uitnodigen van mensen bij ons thuis?

 Volgend onderwerp: 3.5.9. Goede herder 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.3.