Zie Lucas 15:4-32.
"Steeds weer kwamen er allemaal tollenaars en zondaars naar Jezus luisteren. De Farizeeën en de schriftgeleerden zeiden geërgerd: 'Die man gaat met zondaars om en eet met hen.' Maar Jezus hield hun deze gelijkenis voor:" (Lucas 15:1-3, GNB1996)
Hierna vertelde Jezus hen drie gelijkenissen die samen één geheel vormen. Daarin wilde Jezus aan deze zéér godsdienstige Joden iets vertellen over het vaderhart van God. De drie gelijkenissen zijn:
In elk van de drie gelijkenissen wordt gevonden wat verloren was en dat zorgt voor grote Vreugde. Op het eind heeft de herder al zijn schapen weer, de vrouw heeft al haar geld weer en de vader heeft de jongste van zijn twee zonen terug maar ... het lijkt erop dat hij zijn oudste zoon kwijtraakt. En dat laatste, daar ging het Jezus om in deze gelijkenissen. Jezus liet de farizeeën en de schriftgeleerden iets zien van het vaderhart van God dat naar alle mensen uitgaat ook naar HEN. Jezus hield hen de spiegel voor: "Jullie gedragen je net zo koppig en afwijzend als die oudste zoon in de derde gelijkenis. Maar Gods vaderhart klopt ook voor jullie. Kom tot inkeer, want jullie zijn behoorlijk de weg kwijt!"
Er zit een dubbele climax in de drie gelijkenissen:
Jezus was vooral naar de aarde gekomen om verloren mensen te zoeken: mensen die zijn afgedwaald van God en die zich verloren weten. In dat verband zei Jezus eens:
"... Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars." (Marcus 2:17, NBV2004)
Een voorbeeld van de manier waarop Jezus verloren zondaars zoekt is ook de geschiedenis van de tollenaar Zacheüs. Na zijn bekering zei Jezus:
"De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was." (Lucas 19:10, NBV2004)
De eerste korte gelijkenis spreekt voor zich.
"Iemand van u heeft honderd schapen en één ervan is hij kwijtgeraakt. Zal hij dan niet die negenennegentig andere in de woestijn alleen laten en naar dat ene schaap op zoek gaan, net zolang tot hij het vindt? En als hij het vindt, neemt hij het blij op zijn schouders. En wanneer hij thuiskomt, roept hij zijn vrienden en buren om zijn Vreugde te delen. Want, zegt hij, het schaap dat ik kwijt was, heb ik teruggevonden." (Lucas 15:4-6, GNB1996)
De vreugde over het gevondene heeft alles te maken met de Vreugde die er in de hemel is over elke zondaar die zich bekeert en nieuw leven ontvangt.
"Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer Vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig mensen die zo rechtvaardig zijn dat ze niet tot inkeer hoeven te komen." (Lucas 15:7, GNB1996)
"Of veronderstel dat een vrouw, in het bezit van tien zilveren munten, er één verliest. Zal ze dan geen lamp aansteken, het hele huis aanvegen en zoeken tot ze hem vindt? En als ze hem vindt, roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen om haar Vreugde te delen. Want, zegt zij, het zilverstuk dat ik kwijt was, heb ik teruggevonden." (Lucas 15:8-9, GNB1996)
En weer benadrukte Jezus de vreugde van het teug vinden van wat verloren was
"Zo ook, zeg ik u, zal er bij de engelen van God blijdschap zijn over één zondaar die tot inkeer komt." (Lucas 15:10, GNB1996)
Na deze twee inleidende gelijkenissen begint Jezus met de derde en meest uitgebreide gelijkenis: die van de twee zonen, beter bekend onder de naam 'de verloren zoon'. Die naam is helemaal niet slecht, want aan het eind van de gelijkenis was de vader nog steeds één van zijn twee zonen kwijt. Het is de meest aangrijpende en ontroerende gelijkenis van Jezus die we in de Bijbel tegenkomen.
Eigenlijk bestaat deze derde gelijkenis ook weer uit drie afzonderlijke gelijkenissen, een soort trilogie, elk met een verschillend thema: