banner image

 

3.3.6. Herders van Betlehem

Een van de wonderlijkste details van het kerstevangelie is dat alleen een paar herders op de hoogte waren van de geboorte van Jezus. De magiërs uit het oosten kwamen pas een tijdje later.

Herders bij de schaapstoren van Betlehem

"In de omgeving daar waren herders die buiten de nacht doorbrachten om de wacht te houden bij hun kudde." (Lucas 2:8, GNB1996)

In de tijd van Jezus waren er twee soorten herders. De meeste herders zwierven met hun kudden door het land, steeds op zoek naar plaatsen met voldoende gras. Het waren ruwe kerels die bekend stonden om hun asociale gedrag. Ze mochten niet in de tempel komen en ook niet getuigen in een rechtszaak. En dat zegt genoeg over hun reputatie!

Maar in de omgeving van Jeruzalem waren ook herders die op schapen pasten die bestemd waren voor de offerdiensten in de tempel. Dat waren eerbare mensen, die onder toezicht van de rabbijnen hun werk met grote zorgvuldigheid deden. De offerdieren mochten immers geen enkel gebrek en geen verwondingen hebben. Zij lieten hun schapen grazen op de beste weiden in het heuvelland rondom Betlehem. 's Nachts sliepen de schapen binnen een omheining waarbij de herders de wacht hielden.

De herders uit Lucas 2 behoorden bijna zeker tot de laatstgenoemde categorie herders. Deze gedachte wordt bevestigd door de Griekse brontekst, want daarin staat letterlijk dat de herders 'de bewaakplaats bewaakten'. Die bewaakplaats is in de meeste Bijbelvertalingen weggelaten. Volgens de Joodse traditie zou de messias in Betlehem geboren worden (Micha 5:1) en bovendien bij Migdal Eder (letterlijk: de toren van de kudde) een plek waar kennelijk een soort uitzichttoren was die diende om te overzien waar de schapen zich bevonden.

"En u, Schaapstoren, Ofel van de dochter van Sion, naar u zal gaan, ja, naar u zal komen de heerschappij van vroeger, het koningschap van de dochter van Jeruzalem." (Micha 4:8, HSV2010)

Migdal Eder lag langs de weg tussen Jeruzalem en Betlehem, niet ver van de plaats waar aartsvader Jakob zijn vrouw Rachel heeft begraven (Genesis 35:19-21). Betlehem ligt ongeveer tien kilometer ten zuiden van de oude stad Jeruzalem.

Het waren dus goede herders en ze waren waakzaam. Ze wisten ongetwijfeld dat de messias juist in hun omgeving zou verschijnen. Ze zullen daar in hun nachtelijke gesprekken vast wel eens met elkaar over gesproken hebben. Ze konden niet vermoeden dat de messias diezelfde nacht vlakbij geboren zou worden en dat Hij zichzelf eenmaal de goede herder zou noemen. Ook David heeft in diezelfde omgeving op zijn schapen gepast en zijn beroemde Psalm 23 geschreven over God, die ook ZIJN herder was! Het is dus niet toevallig dat juist herders de EERSTEN waren die Jezus zagen!

Een engel verschijnt bij de herders

"Opeens stond er een engel van de Heer voor hen, en de glorie van de Heer omstraalde hen. Ze werden verschrikkelijk bang, maar de engel zei: 'Wees niet bang! Want luister, ik breng u een blijde tijding, die voor het hele volk bestemd is. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren: Christus, de Heer. Dit zal voor u het teken zijn: u zult een kind vinden dat in doeken gewikkeld is en in een voederbak ligt." (Lucas 2:9-12, GNB1996)

Geen wonder dat de schaapherders zich lam schrokken. Maar ze begrepen de boodschap goed en toen de engel het had over een voederbak wisten ze precies waar ze heen moesten gaan. Waarschijnlijk was het de voederbak waar ze hun eigen schapen lieten drinken.

Zoals eerder gezegd verwachtten de herders waarschijnlijk dat de messias als volwassen persoon in het land zou verschijnen. Maar dat Hij als een gewone baby geboren zou worden, wie zou zoiets ooit kunnen bedenken?

Engelenleger

Jezus, de erfgenaam voor de troon van de hele wereld, werd bij zijn komst op aarde op een koninklijke manier verwelkomd door een engelenleger.

"En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: ..." (Lucas 2:13, HSV2010)

De engelen waren niet aan komen vliegen, evenmin als de eerste engel, die de geboorte van Jezus aankondigde. Engelenvleugels zijn ook menselijke bedenksels. Alleen de cherubs en serafs in de hemelsferen worden in de Bijbel beschreven als hemelwezens met vleugels. Deze militaire engelen kwamen gewoon vanuit de geestelijke wereld bij de herders staan en werden zichtbaar voor hen. Die engelen waren ook geen zangkoor dat naar de aarde gestuurd was om mooi te zingen. In het Lucas evangelie lezen we dat de engelen een lofprijzing UITSPRAKEN, niet zongen. Misschien in een soort spreekkoor. Van alles is bedacht om het kerstverhaal mooier te maken. De krachtige hemelse strijders proclameerden de komst van de Messias en ook het doel van zijn komst met een krachtige, kernachtige boodschap:

"Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft." (Lucas 2:14, WV2004)

Deze woorden bevatten een enorm gewichtige boodschap: De allerhoogste God heeft een brug geslagen tussen de hemel en de aarde. God is mens geworden om de mensheid met God te verzoenen zodat mensen de gelegenheid krijgen met God in verbinding te komen. Vrede is het resultaat van verzoening, het herstel van de relatie met God.

De verkondiging van vrede en verzoening was in de eerste plaats voor het volk Israël. De engel had immers gezegd: "Ik breng u een blijde tijding, die voor HET HELE VOLK bestemd is", en dat is het volk Israël. Maar later zou die vrede ook wereldwijd worden verkondigd. De apostel Paulus schreef hierover:

"En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was en vrede aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader." (Efeziërs 2:17-18, WV2012)

Wanneer Jezus als vredevorst zal terugkomen om over de aarde te heersen, zal Hij ook door engelen worden begeleid, misschien wel door hetzelfde engelenleger:

"... Dan komt hij in een vlammend vuur en omringd door engelen door wie hij zijn macht manifesteert ..." (2 Tessalonicenzen 1:7, NBV2004)

Kraambezoek

Zodra de herders van de schrik bekomen waren en met open mond hadden geluisterd naar de krachtige lofprijzing van het engelenleger, gingen ze direct op pad.

"Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: 'Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.' Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag." (Lucas 2:15-16, NBV2004)

Het moet een wonderlijke ontmoeting zijn geweest. Wie Jozef en Maria op kraambezoek hadden verwacht, toch zeker geen groep herders. Toen hun bezoekers vertelden over de engelen moet dat hun hart hebben verwarmd. Wat een krachtige bevestiging van Gods kant dat het kindje dat zojuist geboren was, toch echt niemand anders kon zijn dan de Zoon van de allerhoogste God!

"Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. " (Lucas 2:17-19, NBV2004)

Wel kunnen we ons afvragen wie er bedoeld waren met 'allen die het hoorden'. Waren er nog andere mensen bijgekomen die iets van de engelenverschijning hadden waargenomen? We lezen dat deze mensen zich verbaasden, omdat alles zo vreemd, heftig en indrukwekkend was. Ze konden het nog geen plaats geven. Behalve Maria: zij besloot het nooit te vergeten. Later heeft ze al die herinneringen doorgeven aan de evangelist Lucas, zodat wij ook weten wat er die nacht gebeurd is.

"De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd." (Lucas 2:20, NBV2004)

Waarschijnlijk hebben de herders wel aan andere mensen verteld wat ze hadden meegemaakt. Ook die zullen zich wel verbaasd hebben.

Gespreksvragen

  1. Waaruit blijkt dat God alle details rond het geboortemoment van Jezus zorgvuldig gepland en geregeld heeft?
  2. Voor welke mensen was de blijde tijding van Jezus' geboorte bedoeld?
  3. Wat houdt de vrede op aarde in waarover de engelen spraken?
  4. Waaruit blijkt dat het geen zangkoor van engelen was, maar een spreekkoor?
  5. Ben je de stal, de os en de ezel tegengekomen in de Bijbel?