3.3.7. Simeon en Hanna

Besnijdenis en reinigingsoffer

Zoals was voorgeschreven in de wet van Mozes lieten Jozef en Maria Jezus op de achtste dag besnijden (Leviticus 12:3), waarschijnlijk in Betlehem.

"Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen." (Lucas 2:21, NBV2004)

Toen baby Jezus veertig dagen oud was gingen ze naar de tempel in Jeruzalem. Betlehem ligt ongeveer tien kilometer ten zuiden van Jeruzalem, dus dat was niet zo ver. Ze gingen naar de tempel vanwege de voorgeschreven reiniging van Maria na de bevalling (Leviticus 12) en de wijding van Jezus aan God, omdat Hij de oudste zoon van Jozef en Maria was (Exodus 13:2).

"Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze (=Maria en Jozef) hem (=Jezus) naar Jeruzalem om hem aan de Heer (=God) aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: 'Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.' Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven." (Lucas 2:22-24, NBV2004)

Hoewel Jezus natuurlijk geen gewone baby was, leefden Jozef en Maria nauwgezet volgens de wet van Mozes.

Er kwamen achtereenvolgens twee oude mensen naar hen toe. Het waren allebei mensen die heel bewust uitzagen naar de komst van de Messias en ook dicht bij God leefden. Deze twee onopvallende mensen waren door God uitgekozen om Jezus te mogen zien en vasthouden.

Simeon

"En zie, er was een man in Jeruzalem, van wie de naam Simeon was, en die man was rechtvaardig en godvrezend. Hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem." (Lucas 2:25, HSV2010)

Eerst kwam de oude Simeon, die in de Bijbel een rechtvaardige man wordt genoemd, en dat de Heilige Geest op hem was. Dat laatste lezen we in het Oude Testament ook van Mozes en enkele oudsten van het volk Israël:

"Toen daalde de HEERE neer in de wolk en sprak tot hem, en Hij zonderde een deel af van de Geest Die op hem was, en droeg dat over op de zeventig mannen, die oudsten. En het gebeurde, toen de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer." (Numeri 11:25, HSV2010)

In dit Bijbelgedeelte gaat het over het ontvangen van een gave van profetie. Dat gold dus ook voor Simeon, want hij  had ooit een openbaring van God gekregen:

"Door de heilige Geest was hem geopenbaard dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Messias van de Heer had gezien. Door de Geest geleid ging hij naar de tempel ..." (Lucas 2:26-27, WV2012)

Simeon kwam op het tempelplein en verwachtte waarschijnlijk een volwassen man te ontmoeten waaraan je kon zien dat hij de messias zou kunnen zijn. Maar hij werd naar Jozef en Maria geleid en zag de Baby die ze bij zich droegen. Toen bevestigde Gods Geest dat dit de beloofde messias was. Hij sprak de ouders aan en vroeg of hij het Kind even mocht vasthouden. Toen deed hij de volgende opmerkelijke uitspraak:

"Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk." (Lucas 2:29-32, NBV2004)

Het was duidelijk dat God Simeon had laten zien wie dit Kind werkelijk was: Gods geschenk, niet alleen voor Israël, maar voor de hele wereld. Dat kon hij niet anders weten dan door goddelijke openbaring. Simeon sprak een zegen uit over Jezus en zijn ouders. Vervolgens sprak hij tegenover Maria een profetie uit die gedurende de bediening van Jezus vervuld zou worden.

"... Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen." (Lucas 2:34-35, NBV2004)

Voor Maria was dit de zoveelste bevestiging van de bijzondere roeping voor haar Zoon. Keer op keer had God haar laten zien dat Hij alles met betrekking tot Jezus voortreffelijk had geregeld. Vele jaren later stond Maria bij het kruis waaraan haar Zoon de marteldood stierf. Toen werden de laatste woorden van Simeon op een pijnlijke manier werkelijkheid.

Hanna

Daarna kwam Hanna erbij, een oude weduwe die in het tempelcomplex woonde. Zij was een profetes en dat was bijzonder om twee redenen:

  1. Ze was een vrouw in een omgeving waar voornamelijk mannen functioneerden.
  2. Er waren in die tijd niet veel mensen met profetische gaven. De wettische farizeeën waren de meest invloedrijke geestelijken. Wetticisme en profetie passen niet erg goed bij elkaar. De Bijbel vermeldt ook geen Joodse profeten in de tijd van Jezus' bediening, behalve Johannes de Doper.

Iets over de achtergrond van Hanna:

"... Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden." (Lucas 2:36-37, NBV2004)

Kortom: een buitengewoon toegewijde, trouwe vrouw. Aan de ene kant waarschijnlijk een achtergrondfiguur in de tempel, maar bijzonder belangrijk in Gods ogen en mogelijk de meest geestelijke persoon in haar omgeving. Ze schuifelt zo onopvallend het Bijbelverhaal binnen, maar ze verdient onze aandacht. In ieder geval kreeg ze Gods aandacht, want zij werd door God uitgekozen om één van de weinige Joden te zijn die de pasgeboren Jezus te zien kregen en ... Hem herkenden als Gods Zoon!

"Juist op dit moment voegde ze zich bij hen; ze loofde God en sprak over de jongen tegen allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten." (Lucas 2:38, WV2012)

Ook deze vrouw beleefde de heerlijkste momenten van haar leven. Ook zij wist dat haar ogen de lang verwachte Messias hadden gezien. Ze kon er niet over zwijgen en vertelde erover aan alle mensen die wachtten op zijn komst in de wereld.

Gespreksvragen

  1. Waarom moest Jezus besneden worden? Als Zoon van God had Hij zoiets toch niet nodig?
  2. Wat was het bijzondere van Hanna?
  3. Wat moet het bezoek van Simeon en Hanna voor Jozef en Maria betekend hebben in die verwarrende tijd rondom de geboorte van Jezus?