Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.3.10. Jezus en zijn familie

 

- Jozef
- Verhuizing naar Kafarnaüm
- Maria en haar volwassen Zoon
- Halfbroers en -zussen van Jezus
- Judas en Jakobus
- Gespreksvragen

 

 

Jozef

Jozef, de pleegvader van Jezus, komt over als een stille man. In de Bijbel lezen we dan ook geen enkele uitspraak van hem. Hij lijkt te hebben geleefd in de schaduw van Maria, die de draagmoeder van Jezus was. God was door de Heilige Geest de enige Verwekker van Jezus. God was de Vader, de enige Ouder van Jezus. Daardoor was Maria evengoed de pleegmoeder van Jezus als dat Jozef zijn pleegvader was. In de Bijbel wordt Jozef een rechtschapen man genoemd, een rechtvaardige en dat is een groot compliment.

Toen Jozef er achter was gekomen dat Maria in verwachting was en de engel hem aanspoorde om toch met Maria te trouwen, cijferde hij zijn eigenbelang weg en gehoorzaamde hij God. Dat was een groot offer en daar moest hij heel wat voor inleveren. Daarmee zou hij tegenover zijn dorpsgenoten toegeven dat Hij de zwangerschap van Maria had veroorzaakt en dus voorechtelijke seks met haar had gehad, iets wat de wet van Mozes duidelijk afwees. Hij nam dus de schande op zich die anders door Maria zou worden gedragen. Want het echte verhaal, dat Maria zwanger was geworden door de Heilige Geest, zou natuurlijk geen mens geloven!

Bij alle gelegenheden nam Jozef zijn verantwoordelijkheid. Hij nam het initiatief om samen met Maria naar Betlehem te gaan voor de inschrijving (Lucas 2:4). Toen een engel hem in een droom de opdracht gaf om naar Egypte te vluchten vanwege een geplande moordaanslag van koning Herodes, gehoorzaamde hij onmiddellijk (Matteüs 2:13-14) en ook toen het tijd was om Egypte te verlaten deed hij direct wat de engel hem had opgedragen (Matteüs 2:19-20). Hij was een betrouwbare man, die alles deed wat hij behoorde te doen. Hij is een voorbeeld voor ons allemaal vanwege zijn bereidheid om zijn eigen dromen ondergeschikt te maken aan het plan van God.

Jozef was waarschijnlijk veel ouder dan zijn vrouw Maria. Hij wordt wel genoemd in de geschiedenis van Jezus als twaalfjarige jongen in de tempel. Maar bij alle latere gebeurtenissen wordt alleen Maria vermeld, terwijl Jozef steeds opvallend afwezig was (zoals bij de bruiloft te Kana en bij de kruisiging van Jezus). De conclusie ligt voor de hand dat Jozef in die tijd al gestorven was van ouderdom. Hij was immers een oprechte, godvrezende man. Onder het Oude Verbond is het normaal dat zo iemand de zegen ontvangt van een hoge leeftijd. In Marcus 6 wordt Jezus niet de zoon van de timmerman Jozef genoemd, maar de timmerman. Waarschijnlijk had Jezus het timmerbedrijf na het overlijden van zijn vader overgenomen. De inwoners van Nazaret zeiden:

"Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ ..." (Marcus 6:3, NBV2004)

 

Verhuizing naar Kafarnaüm

"Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week hij uit naar Galilea. Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea ..." (Matteüs 4:12-13, NBV2004)

Als oudste zoon in het gezin nam Jezus de verantwoordelijkheid voor het hele gezin op zich, zoals dat de gewoonte was als de vader oud was of gestorven was. Op een gegeven moment verhuisde Jezus met zijn gezinsleden naar Kafarnaüm, een stadje aan het meer van Galilea. Mogelijk had deze verhuizing te maken met de afwijzing die Jezus had meegemaakt in de synagoge van Nazaret.

 

Maria en haar volwassen Zoon

Moeder Maria moest er aan wennen dat Jezus' loyaliteit in de eerste plaats uitging naar zijn hemelse Vader en dat Hij zich gedurende zijn bediening niet door haar liet aansturen. De Bijbel laat ons twee voorvallen zien die dit illustreren. Het eerste voorval vond plaats tijdens een bruiloft in Kana, dichtbij Nazaret, waar Jezus en ook zijn moeder als gasten aanwezig waren. Toen de wijn voortijdig op bleek te zijn gaf Maria Jezus een hint: "de wijn is op!" Jezus wilde niet dat zijn moeder Hem zou vertellen wat Hij moest doen, omdat Hij steeds handelde vanuit zijn verbondenheid met de Vader. (Zie Johannes 2:3-4)

Ik denk dat moeder Maria wel eens moeite had met al die massa's mensen die naar Jezus toe kwamen in hun huis. Zoals die ene keer dat Maria en de andere kinderen niet eens met elkaar thuis konden gaan eten omdat hun huis weer eens was volgestroomd met bezoekers.

"Hij (=Jezus) ging terug naar huis, en weer verzamelde zich een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te gaan eten." (Marcus 3:20, NBV2004)

Voor de gezinsgenoten van Jezus waren de rapen gaar. Volgens hen was Jezus niet goed bij zijn hoofd. Ze wilden Hem (desnoods hardhandig) naar buiten brengen, zodat zijn bezoekers Hem achterna gingen en zij zelf in huis konden komen om te eten. Dat leek hen een goed plan.

"Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had hij zijn verstand verloren." (Marcus 3:21, NBV2004)

Maria en de kinderen konden het overvolle huis niet binnenkomen, dus vroegen ze iemand anders zich naar binnen te wurmen en Jezus te vragen om naar buiten te komen: zijn familieleden hadden Hem iets te zeggen. Maar Jezus vond het niet nodig om te onderbreken waar Hij mee bezig was. Ook in dat geval moesten zijn familieleden leren dat ze Jezus niet moesten voorschrijven wat Hij moest doen.

"Intussen waren zijn moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.’ Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’" (Marcus 3:31-35, NBV2004)

In die laatste woorden proef ik ook een zeker verwijt in de richting van zijn familieleden. Ze keerden zich tegen Jezus die in gehoorzaamheid aan zijn Vader handelde. Tegelijk wilde Jezus aan iedereen duidelijk maken dat familiebanden ondergeschikt zijn aan de relaties tussen gehoorzame gelovigen binnen het koninkrijk van de hemel. Dat blijkt ook uit wat Jezus bij een andere gelegenheid zei:

"Terwijl hij (=Jezus) dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen hem: 'Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!' Maar hij zei: 'Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.' " (Lucas 11:27-28, NBV2004)

 

Halfbroers en -zussen van Jezus

Jozef en Maria kregen samen verscheidene zonen en dochters. Vier zonen zijn in de Bijbel met name vermeld:

"Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? ..." (Matteüs 13:55-56, NBV2004)

In het begin geloofden zijn familieleden niet in Jezus en zetten grote vraagtekens bij zijn manier van optreden.

"Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest, en daarom spoorden Jezus' broers hem aan: 'Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan zien ook je leerlingen het werk dat je doet. Niemand doet toch iets in het geheim als hij bekend wil worden. Als je dit soort dingen doet, laat je dan zien aan de wereld.' Ook zijn broers geloofden namelijk niet in hem." (Johannes 7:2-5, NBV2004)

Net als de meeste tijdgenoten van Jezus konden zij moeilijk wennen aan het feit dat Jezus niet ging voor het koningschap, maar dat Hij eerst de grootste barrière voor zijn koningschap moest bestrijden: de macht van de satan. Na zijn opstanding hadden zijn familieleden pas door wie Jezus werkelijk was en wat zijn aardse roeping was geweest. Zij voegden zich toen ook bij de groep getrouwe volgelingen van Jezus die na zijn hemelvaart wachtten op de komst van de Heilige Geest:

"Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers." (Handelingen 1:14, NBV2004)

 

Judas en Jakobus

Verder hebben twee broers van Jezus meegewerkt aan het Nieuwe Testament: Jakobus en Judas. Dat zegt veel over de veranderde relaties!

Deze Jakobus was lange tijd zelfs de leider van de christengemeente te Jeruzalem (zie bijvoorbeeld Handelingen 15:13, Handelingen 21:18). Paulus beschouwde hem zelfs als een van de apostelen (zie Galaten 1:19)!

 

Gespreksvragen

  1. Waaruit blijkt dat Maria haar volwassen Zoon nog wilde bemoederen? Op welke manier reageerde Jezus daarop?
  2. Wat vind je van Jezus' uitspraak in Marcus 3:31-35. Wat dat niet te verwijtend tegenover zijn familie?
  3. Wat vind je van de ontwikkeling in de levens van de halfbroers van Jezus?

 Volgend onderwerp: 3.3.11. Doop van Jezus 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.3.