Bijbelstudies Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.8.11. Judas ontmaskerd

 

Inhoud:
- Jezus spreekt over zijn uitlevering
- Jezus vertelt het aan Johannes
- Judas neemt afstand van Jezus

 

 

Jezus spreekt over zijn uitlevering

Direct na de voetwassing zei Jezus:

" '... Jullie zijn dus rein - maar niet allemaal.' Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren." (Johannes 13:10-11, NBV2004)

Ongeveer bij het begin van de pesachmaaltijd vertelde Jezus zijn discipelen dat één van hen Hem zou verraden en uitleveren.

"Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: 'Waarachtig, ik verzeker jullie: één van jullie zal mij verraden.' " (Johannes 13:21, NBV2004)

Het woord 'waarachtig' (of 'voorwaar, voorwaar' volgens de HSV vertaling) geeft aan dat Jezus deze woorden met grote nadruk uitsprak. Die mededeling sloeg in als een bom.

"Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: 'Ik toch niet, Heer?' " (Matteüs 26:22, NBV2004)

Uit de reactie van de discipelen blijkt dat geen van hen wist wie de verrader zou kunnen zijn, behalve de verrader zelf natuurlijk. Ze waren waarschijnlijk allemaal bang dat ze het zelf zouden doen als ze ertoe gedwongen werden. Jezus ging verder en vertelde dat over zijn uitlevering al eeuwen geleden was geprofeteerd.

"Zelfs mijn beste vriend, die mijn vertrouwen had en met mij het brood deelde, zelfs hij heeft zich tegen mij gekeerd." (Psalm 41:10, GNB1996)

Deze Bijbeltekst uit Psalm 41 slaat op Achitofel, de belangrijkste raadgever en vertrouweling van koning David. Achitofel liet David in de steek en koos partij voor Absalom toen die in opstand kwam tegen zijn vader David. Ongetwijfeld dacht Jezus op dat moment aan de overeenkomt tussen Achitofel en Judas.

"... Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was. (Matteüs 26:23-24, NBV2004)

Judas had er natuurlijk alle belang bij dat de anderen er nog niet achter zouden komen dat hij het was. Dus deed hij net of hij van niets wist:

"Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: 'Ik ben het toch niet, rabbi?' Jezus antwoordde: 'Jij zegt het.' " (Matteüs 26:25, NBV2004)

Deze woorden sprak Jezus natuurlijk zo uit dat alleen Judas die kon verstaan. Judas wist nu dat Jezus op de hoogte was van zijn plannen. Maar waarom deed Jezus dan nog steeds zo vriendelijk tegenover hem? Waarom had Jezus met liefde ook ZIJN voeten gewassen? Die liefde moet hem toch wel hebben geraakt. Maar niet genoeg om hem van zijn slechte plan te weerhouden.

 

Jezus vertelt het aan Johannes

Johannes, met wie Jezus een speciale band had en die naast Jezus aan tafel lag, vroeg Jezus of Hij hem wilde vertellen wie hem zou verraden en uitleveren.

"Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: 'Wie, Heer?' 'Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop,' zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot." (Johannes 13:25-26, NBV2004)

Johannes was ongetwijfeld geschokt door wat Jezus hem had toevertrouwd en hij vertelde het niet door aan Petrus. Jezus wilde Judas niet ter plekke ontmaskeren omdat dan de hele pesachmaaltijd stuk zou zijn. Er zou ongetwijfeld een gevecht zijn uitgebroken. Judas zou er ongenadig van langs krijgen van de anderen en Petrus zou hem misschien wel vermoord hebben. Gedurende de laatste uren voorafgaande aan zijn gevangenneming wilde Jezus niet dat het verraad van Judas de boventoon zou voeren.

 

Judas neemt afstand van Jezus

Jezus had Judas dus een stukje brood gegeven en dat zorgde voor een kort maar hevige strijd in het hart van Judas. Hij wist nu zeker dat Jezus hem doorhad en hem toch nog een kans gaf om bij Hem te blijven. Nu moest hij snel een keus maken: bij Jezus blijven of zijn Meester verraden die hem toch nog zo liefdevol had aangekeken. Hij maakte de fatale keuze en stond op.

"Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: 'Doe maar meteen wat je van plan bent.' Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven." (Johannes 13:27-29, NBV2004)

Op een dramatische manier kwam er een einde aan Judas' discipelschap. Let op die laatste woorden: 'het was nacht'. Judas verdween in de nacht en werd opgeslokt door een duisternis die donkerder was dan de donkerste nacht. Jezus had ook Judas liefgehad tot het einde (Johannes 13:1). Jezus gaf hem geen trap na, want Hij beschouwde Judas nog steeds als zijn vriend. Jezus keek hem diepbedroefd na. Niet om wat Judas Hem zou aandoen, maar om wat Judas zichzelf aandeed.

 Volgend onderwerp:  3.8.12. Instelling Heilig Avondmaal 

 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright
- Uitleg Herschepping site

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- Geloofsvragen
- PDF bestanden downloaden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter' (nieuw)

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.3.