Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.8.18. Jezus naar Pilatus

 

- Het Sanhedrin heeft haast
- Beschuldigingen
- Pilatus stelt vragen over Jezus' koningschap

 

 

Het Sanhedrin heeft haast

" 's Ochtends in alle vroegte kwamen de hogepriesters, de oudsten en de schriftgeleerden en het hele Sanhedrin in vergadering bijeen. Na Jezus geboeid te hebben, brachten ze hem weg en leverden hem over aan Pilatus." (Marcus 15:1, NBV2004)

De Joodse leiders wilden Jezus ter dood laten brengen, maar het moest allemaal wel voorbij zijn voordat de avond inviel en een belangrijke sabbatdag begon. Daarom kwamen ze op een ongebruikelijk vroeg tijdstip bij de Romeinse prefect of gouverneur Pilatus aan. Waarschijnlijk had Pilatus nog nooit zo vroeg zoveel mensen bij zich op de stoep gehad met een aanklacht.

"Jezus werd van Kajafas naar het pretorium (=gerechtsgebouw) gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal." (Johannes 18:28, NBV2004)

Een interessant detail is dat de Joodse leiders niet het gebouw binnen gingen omdat ze zich niet wilden verontreinigen waardoor ze 's avonds het pesachmaal niet zouden kunnen eten (Johannes 18:28). Wat waren ze toch aandoenlijk trouw aan de wet van Mozes. Ze beseften niet dat ze het 'echte' Pesach Lam bij zich hadden dat zichzelf had overgegeven om te worden geslacht.

 

Beschuldigingen

Pilatus kwam naar buiten en vroeg de Joodse leiders waarvoor ze de geboeide Jezus veroordeeld wilden hebben.

"Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg: 'Waarvan beschuldigt u deze man?' Ze antwoordden: 'Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u uitgeleverd hebben.' Pilatus zei: 'Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.' Maar de Joden wierpen tegen: 'Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.' " (Johannes 18:29-31, NBV2004)

Nu kwamen de Joodse leiders met hun beschuldigingen naar voren:

"... We hebben vastgesteld dat (1) deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en (2) de mensen ervan weerhoudt belasting aan de keizer te betalen en (3) dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn." (Lucas 23:2, NBV2004)

De eerste beschuldiging was gewoon een leugen. Wat de tweede beschuldiging betreft, had Jezus de mensen juist aangeraden om wel belasting te betalen, met de woorden:

"... Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort." (Lucas 20:25, NBV2004)

Met het grootste gemak overtraden de Joodse leiders hiermee het negende van de tien geboden uit de wet van Mozes: "leg over een ander geen vals getuigenis af." Dat waren woorden die ze uit hun hoofd kenden. Op de derde beschuldiging zou Pilatus later terugkomen.

 

Pilatus stelt vragen over Jezus' koningschap

"Op de beschuldigingen die door de hogepriesters en oudsten tegen Hem ingebracht werden, antwoordde Hij niets. Toen zei Pilatus tegen Hem: 'Hoort U niet waar ze U allemaal van beschuldigen?' Hij gaf hem nergens antwoord op, zodat de gouverneur zeer verbaasd stond." (Matteüs 27:12-14, WV2012)

Pilatus nam Jezus mee naar binnen. Hij was natuurlijk blij dat die schreeuwerige Joodse leiders op de stoep bleven staan, zodat hij Jezus even onder vier ogen kon spreken. Zonder omwegen vroeg Pilatus nu aan Jezus of Hij echt de (messiaanse) koning van de Joden was, zoals de Joodse leiders hadden beweerd.

"... Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: 'Bent u de koning van de Joden?' Jezus antwoordde: 'Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?' 'Ik ben toch geen Jood,' antwoordde Pilatus. 'Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd - wat hebt u gedaan?' " (Johannes 18:33-35, NBV2004)

Jezus bevestigde dat Hij in zekere zin wel degelijk de koning van de Joden was, maar legde aan Pilatus uit dat het bij Hem niet ging om een opstand tegen de bestaande overheid:

"... Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier ... Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg." (Johannes 18:36-37, NBV2004)

Kort en bondig legde Jezus uit dat het Hem niet ging om aardse of politieke macht, maar dat Hij bezig was met met een hemels koninkrijk. Dat begreep Pilatus natuurlijk niet zo goed. En op de laatste opmerking van Jezus kon Pilatus alleen maar schouderophalend zeggen: "Wat is waarheid?" Zonder het te weten stond de Waarheid in eigen persoon voor hem (Johannes 14:6)! Pilatus keek de waarheid recht in de ogen, maar toch ZAG hij de waarheid niet. Maar ondanks zijn onbegrip toonde Pilatus wel respect voor Jezus. Trouwens, Jezus sprak ook steeds op een respectvolle toon tegenover Pilatus en erkende daarmee zijn (aardse) gezag.

Na dit gesprek was Pilatus overtuigd van Jezus' onschuld. Pilatus begreep dat de Joodse leiders Jezus uit de weg wilden ruimen om godsdienstige redenen. Hij vond het moeilijk om een standpunt in te nemen: de onschuldige Jezus vrijlaten of de Joodse leiders tegen zich in het harnas jagen door Hem vrij te laten gaan. Die Joden waren al lastig genoeg!

 Volgend onderwerp:  3.8.19. Jezus naar Herodes 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.