Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.8.19. Jezus naar Herodes

 

- Pilatus schuift Jezus door naar Herodes
- Herodes heeft niet veel op met Jezus
- Herodes ondervraagt Jezus
- Koning van de Joden?
- Herodes drijft de spot met Jezus
- Duivelse Herodes

 

 

Pilatus schuift Jezus door naar Herodes

"Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.' " (Lucas 23:4, NBV2004)

De Joodse leiders deden hun best om Pilatus ervan te overtuigen dat Jezus de mensen opstandig maakten en dat Pilatus dus verplicht was om deze oproerkraaier tot zwijgen te brengen door Hem te doden:

"Maar ze bleven hardnekkig beweren: 'In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!' " (Lucas 23:5, NBV2004)

Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam, waarop Jezus bevestigend antwoordde. Toen zag Pilatus een mogelijkheid om van Jezus af te komen:

"... toen hij besefte dat hij onder Herodes' gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef." (Lucas 23:7, NBV2004)

Koning Herodes Antipas was waarschijnlijk naar Jeruzalem gekomen vanwege het Pesachfeest. Niet dat hij de Joodse tradities wilde volgen, maar waarschijnlijk om bij de Joden in een goed blaadje te komen, want hij was zeer gehaat bij de bevolking. Misschien zou Pilatus zijn tamelijk gevoelige relatie met Herodes kunnen verbeteren als hij deze gevangene bij wijze van gunst door hem zou laten beoordelen. Op dat moment verbleef koning Herodes in zijn paleis, dat dichtbij het tempelcomplex stond.

 

Herodes heeft niet veel op met Jezus

Herodes Antipas was koning over Galilea en Perea. Tijdens zijn regering had hij Johannes de Doper gevangen gezet en later ter dood gebracht. Daar had hij kennelijk nog steeds nachtmerries over, want toen hij hoorde dat Jezus evenals Johannes massa's mensen trok met zijn onderwijs en wonderen, was hij bezorgd geworden.

"In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: 'Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.' " (Matteüs 14:1-2, NBV2004)

Een tijd later liet Herodes een paar farizeeën tegen Jezus zeggen dat hij Hem wilde doden. Als Herodes dat zo graag had willen doen had hij wel soldaten gestuurd. Dus waarschijnlijk wilde hij Jezus alleen maar dreigen in de hoop dat Hij ergens anders heenging. Als reactie had Jezus toen het volgende gezegd:

"... Herodes lijkt op een vos die aan het jagen is. Ga naar hem toe en zeg hem dat ik vandaag en morgen nog aan het werk ben. Ik jaag kwade geesten weg en ik maak mensen beter. Op de derde dag is mijn werk afgelopen. Dan zal ik hier weggaan." (Lucas 13:32, BGT2012)

In de tijd van Jezus stond een vos voor een sluw, maar tamelijk onschuldig dier, eigenlijk te onbelangrijk om er aandacht aan te besteden. Daarna viel Herodes Jezus niet meer lastig. Trouwens, een Joodse prediker vormde geen bedreiging voor hem.

En toen werd Jezus plotseling als gevangene bij hem gebracht.

 

Herodes ondervraagt Jezus

"En toen Herodes Jezus zag, werd hij erg blij, want hij had al lange tijd gewenst Hem te zien, omdat hij veel over Hem gehoord had; en hij hoopte één of ander teken te zien dat door Hem gedaan zou worden. En hij ondervroeg Hem met veel woorden, maar Hij antwoordde hem niets. En de overpriesters en de schriftgeleerden stonden Hem heftig te beschuldigen." (Lucas 23:8-10, HSV2010)

Al zijn vragen aan Jezus leverde niets interessants op voor Herodes. Jezus verspilde geen woorden aan de man die in geen enkel opzicht openstond voor wat Hij te zeggen had. Terwijl Pilatus Jezus serieus had genomen en Hem respectvol had behandeld, zien we hoe Herodes zich gedroeg als een nietswaardige flapdrol: Hij zag Jezus alleen als een vorm van vermaak. Toen Jezus geen wonder voor hem verrichtte was voor hem de lol er af.

 

Koning van de Joden?

Maar er was nog iets. Toen Herodes van de Joodse leiders hoorde dat Jezus zichzelf koning van de Joden noemde en zodoende beschuldigd werd van oproer, moet hij op een andere manier naar Jezus hebben gekeken. Het moet hem te binnen zijn geschoten dat zijn vader, Herodes de Grote, zo'n 30 jaar geleden had gehoord dat de lang verwachte koning van de Joden in Betlehem was geboren. Hij was toen zelf een jaar of 20 en hij wist nog goed dat zijn vader doodsbang was geweest dat dit de messias was die in zijn plaats koning over Israël zou worden. Dus deze Jezus uit Nazaret moest wel de persoon zijn die zijn vader had willen vermoorden.

 

Herodes drijft de spot met Jezus

Nu kreeg Herodes de kans van zijn leven om zich te wreken op de vijand van zijn vader die ook zijn vijand was. En zo verlaagde Herodes zich door Jezus op een platvloerse manier te bespotten, samen met zijn soldaten.

"Toen begonnen Herodes en zijn soldaten hem te vernederen en te bespotten. Herodes liet hem een staatsiemantel omdoen en stuurde hem zo terug naar Pilatus." (Lucas 23:11, GNB1996)

Die mantel was waarschijnlijk een afgedankte, rode staatsiemantel van hemzelf. Uit dit Bijbelgedeelte blijkt dat Herodes persoonlijk het initiatief nam voor deze bespotting en dat hij er zelf flink aan mee deed.

Toen Herodes er genoeg van had stuurde hij Jezus terug naar Pilatus. Hij kon niets beginnen met Jezus. Een belangrijk gegeven is wel dat Herodes Jezus niet schuldig verklaarde. En hij dreef de spot met de beschuldiging dat Jezus de lang verwachte koning van de Joden zou zijn door Hem zijn 'staatsiemantel' aan te laten houden. De boodschap aan Pilatus was duidelijk: dit is op zijn hoogst een nep-koning!

 

Duivelse Herodes

Deze koning heeft heel wat uitgehaald waaruit blijkt dat hij een verdorven persoon was en een uitgesproken tegenstander van alles wat van God komt. Hij bewees daarmee dat hij een gewillig instrument van de satan was:

  1. Herodes had eerder Johannes de Doper gevangen genomen en later liet hij hem onthoofden.
  2. Herodes bespotte de gevangen genomen Jezus op een onwaardige manier.
  3. Na de opstanding van Jezus liet Herodes een aantal volgelingen van Jezus mishandelen.
    "Omstreeks die tijd nam koning Herodes enkele leden van de gemeente gevangen en mishandelde hen." (Handelingen 12:1, NBV2004)
  4. Daarna liet Herodes de apostel Jacobus doden.
    "Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen." (Handelingen 12:2, NBV2004)
  5. Herodes wilde vervolgens ook de apostel Petrus doden.
    "Toen hij zag dat de Joden hier gunstig op reageerden, liet hij ook Petrus aanhouden ... met de bedoeling hem na het pesachfeest ten overstaan van het volk te berechten." (Handelingen 12:3-4, NBV2004)
    God voorkwam de executie van Petrus en zond een engel om hem op een spectaculaire manier uit de gevangenis te bevrijden (Handelingen 12:6-19).

Het levenseinde van Herodes was behoorlijk ontluisterend, als een oordeel van God die niet met zich laat spotten:

"Op de overeengekomen dag nam Herodes in zijn koninklijke gewaad plaats op zijn troon en sprak het volk toe. De mensen riepen luidkeels: ‘Hier spreekt een god, geen mens!’ Onmiddellijk werd Herodes geveld door een engel van de Heer omdat hij God niet de verschuldigde eer had bewezen, en door wormen aangevreten blies hij de laatste adem uit." (Handelingen 12:21-23, NBV2004)

 Volgend onderwerp:  3.8.20. Jezus of Barabbas 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.