Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.8.23. Jezus naar Herodes

 

- Herodes familie
- Pilatus schuift Jezus door naar Antipas
- Antipas heeft niet veel op met Jezus
- Herodes Antipas ondervraagt Jezus
- Herodes drijft de spot met Jezus

 

 

Herodes familie

In het Nieuwe Testament komen we de naam 'Herodes' op verschillende plaatsen tegen bij gebeurtenissen die ver uiteen liggen. Dat komt omdat Herodes een familienaam is, net zoals Pontius de familienaam van Pilatus was. Hier zijn de bekendste personen uit de Herodes familie:

  1. Antipater - Hij was de 'stamvader' van de Herodes familie. Hij was een vriend van Julius Caesar, die hem benoemde tot procurator van Idumea, een gebied ten zuiden van Jeruzalem.
  2. Herodes de Grote - Evenals zijn vader had hij een goede relatie met Julius Caesar, die hem aanstelde als koning over het hele gebied Palestina, met als meest bekende gebieden Judea, Samaria, Galilea, Perea. Hij droeg zorg voor het innen van de belastingen voor Rome, zonder militaire aanwezigheid van de Romeinen in zijn rijk. Hij heeft de stad Caesarea gebouwd (en toegewijd aan de Romeinse keizer) als een luxe Romeinse stad en tot bestuurlijke hoofdstad van het gebied Palestina gemaakt. Ook heeft hij de Joodse tempel in Jeruzalem een grote opknapbeurt gegeven. Dit is de Herodes uit de geschiedenissen van de magiërs uit het oosten en de kindermoord in Betlehem.
  3. Archelaüs - Na de dood van Herodes de Grote werd zijn zoon Archelaüs koning. Zijn naam wordt genoemd in Matteüs 2:22.
  4. Herodes Antipas - Hij was de jongste zoon van Herodes de Grote die zijn broer opvolgde. Niet als koning, maar slechts als viervorst over Galilea en Perea. Na de scheiding met zijn eerste vrouw trouwde Antipas met Herodias, de ex-vrouw van viervorst Herodes Filippus. Antipas heeft Johannes de Doper gedood en Jezus eenmaal ontmoet op de dag van zijn veroordeling.
  5. Herodes Agrippa I - Hij was de Herodes die enige tijd later de apostel Jakobus liet doden en de apostel Petrus gevangen liet nemen om hem ook te doden. (zie Handelingen 12)
  6. Herodes Agrippa II - Dit was de koning Agrippa waar de apostel Paulus mee te maken kreeg tijdens zijn gevangenschap in Caesarea. (zie Handelingen 25-26).

Herodes Antipas was waarschijnlijk naar Jeruzalem gekomen vanwege het Pesachfeest. Niet dat hij de Joodse tradities wilde volgen, maar om bij de Joden in een goed blaadje te komen, want hij was erg gehaat bij de bevolking.

 

Pilatus schuift Jezus door naar Antipas

"Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.' " (Lucas 23:4, NBV2004)

De Joodse leiders deden hun best om Pilatus ervan te overtuigen dat Jezus de mensen opstandig maakten en dat Pilatus dus verplicht was om deze 'oproerkraaier' tot zwijgen te brengen door Hem te doden:

"Maar ze bleven hardnekkig beweren: 'In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!' " (Lucas 23:5, NBV2004)

Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam, waarop Jezus bevestigend antwoordde. Toen zag Pilatus een mogelijkheid om van Jezus af te komen:

"... toen hij besefte dat hij onder Herodes' gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef." (Lucas 23:7, NBV2004)

Misschien zou Pilatus zijn tamelijk gevoelige relatie met Antipas kunnen verbeteren als hij deze gevangene bij wijze van gunst door hem zou laten beoordelen. Op dat moment verbleef Antipas in zijn paleis, dat dichtbij het tempelcomplex stond.

 

Antipas heeft niet veel op met Jezus

Tijdens zijn regering had Antipas Johannes de Doper gevangen gezet en later ter dood gebracht. Daar had hij kennelijk nog steeds nachtmerries over, want toen hij hoorde dat Jezus evenals Johannes massa's mensen trok met zijn onderwijs en wonderen, was hij bezorgd geworden.

"In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: 'Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.' " (Matteüs 14:1-2, NBV2004)

Een tijd later liet Antipas een paar farizeeën tegen Jezus zeggen dat hij Hem wilde doden. Als Antipas dat zo graag had willen doen had hij wel soldaten gestuurd. Dus waarschijnlijk wilde hij Jezus alleen maar dreigen in de hoop dat Hij ergens anders heenging. Als reactie had Jezus toen het volgende gezegd:

"... Herodes lijkt op een vos die aan het jagen is. Ga naar hem toe en zeg hem dat ik vandaag en morgen nog aan het werk ben. Ik jaag kwade geesten weg en ik maak mensen beter. Op de derde dag is mijn werk afgelopen. Dan zal ik hier weggaan." (Lucas 13:32, BGT2012)

In de tijd van Jezus stond een vos voor een sluw, maar tamelijk onschuldig dier, eigenlijk te onbelangrijk om er aandacht aan te besteden.

 

Herodes Antipas ondervraagt Jezus

En toen werd Jezus plotseling als gevangene bij hem gebracht.

"En toen Herodes Jezus zag, werd hij erg blij, want hij had al lange tijd gewenst Hem te zien, omdat hij veel over Hem gehoord had; en hij hoopte één of ander teken te zien dat door Hem gedaan zou worden. En hij ondervroeg Hem met veel woorden, maar Hij antwoordde hem niets. En de overpriesters en de schriftgeleerden stonden Hem heftig te beschuldigen." (Lucas 23:8-10, HSV2010)

Al zijn vragen aan Jezus leverde niets interessants op voor Antipas. Jezus verspilde geen woorden aan de man die in geen enkel opzicht openstond voor wat Hij te zeggen had. Toen Jezus geen wonder voor hem verrichtte was voor hem de lol er af.

 

Herodes drijft de spot met Jezus

Terwijl Pilatus Jezus serieus had genomen en Hem respectvol had behandeld, zien we hoe Antipas zich gedroeg als een nietswaardige flapdrol: Hij zag Jezus alleen als een vorm van vermaak. Hij verlaagde zich door Jezus op een platvloerse manier te bespotten, samen met zijn soldaten.

"Toen begonnen Herodes en zijn soldaten hem te vernederen en te bespotten. Herodes liet hem een staatsiemantel omdoen en stuurde hem zo terug naar Pilatus." (Lucas 23:11, GNB1996)

Uit dit Bijbelgedeelte blijkt dat Antipas persoonlijk het initiatief nam voor deze bespotting en dat hij er zelf flink aan mee deed. Die mantel was waarschijnlijk een afgedankte, rode staatsiemantel van hemzelf.

Toen Antipas er genoeg van had stuurde hij Jezus terug naar Pilatus. Hij kon niets beginnen met Jezus. Een belangrijk gegeven is wel dat Antipas Jezus niet schuldig verklaarde. En hij dreef de spot met de beschuldiging dat Jezus de lang verwachte koning van de Joden zou zijn door Hem zijn 'staatsiemantel' aan te laten houden. De boodschap aan Pilatus was duidelijk: dit is op zijn hoogst een nepkoning!

 Volgend onderwerp:  3.8.24. Jezus of Barabbas 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- Geloofsvragen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter' (nieuw)

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.2.