In het Nieuwe Testament komen we de naam 'Herodes' op verschillende plaatsen tegen bij gebeurtenissen die ver uiteen liggen. Dat komt omdat Herodes een familienaam is, net zoals Pontius de familienaam van Pilatus was. Hier zijn de bekendste personen uit de Herodes familie:
Herodes Antipas was waarschijnlijk naar Jeruzalem gekomen vanwege het Pesachfeest. Niet dat hij de Joodse tradities wilde volgen, maar om bij de Joden in een goed blaadje te komen, want hij was erg gehaat bij de bevolking.
"Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.' " (Lucas 23:4, NBV2004)
De Joodse leiders deden hun best om Pilatus ervan te overtuigen dat Jezus de mensen opstandig maakten en dat Pilatus dus verplicht was om deze 'oproerkraaier' tot zwijgen te brengen door Hem te doden:
"Maar ze bleven hardnekkig beweren: 'In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!' " (Lucas 23:5, NBV2004)
Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam, waarop Jezus bevestigend antwoordde. Toen zag Pilatus een mogelijkheid om van Jezus af te komen:
"... toen hij besefte dat hij onder Herodes' gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef." (Lucas 23:7, NBV2004)
Misschien zou Pilatus zijn tamelijk gevoelige relatie met Antipas kunnen verbeteren als hij deze gevangene bij wijze van gunst door hem zou laten beoordelen.
Tijdens zijn regering had Antipas Johannes de Doper gevangen gezet en later ter dood gebracht. Daar had hij kennelijk nog steeds nachtmerries over, want toen hij hoorde dat Jezus evenals Johannes massa's mensen trok met zijn onderwijs en wonderen, was hij bezorgd geworden.
"In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: 'Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.' " (Matteüs 14:1-2, NBV2004)
Een tijd later liet Antipas een paar farizeeën tegen Jezus zeggen dat hij Hem wilde doden. Als Antipas dat zo graag had willen doen had hij wel soldaten gestuurd. Dus waarschijnlijk wilde hij Jezus alleen maar dreigen in de hoop dat Hij ergens anders heenging. Als reactie had Jezus toen het volgende gezegd:
"... Herodes lijkt op een vos die aan het jagen is. Ga naar hem toe en zeg hem dat ik vandaag en morgen nog aan het werk ben. Ik jaag kwade geesten weg en ik maak mensen beter. Op de derde dag is mijn werk afgelopen. Dan zal ik hier weggaan." (Lucas 13:32, BGT2012)
In de tijd van Jezus stond een vos voor een sluw, maar tamelijk onschuldig dier, eigenlijk te onbelangrijk om er aandacht aan te besteden.
En toen werd Jezus plotseling als gevangene bij hem gebracht.
"En toen Herodes Jezus zag, werd hij erg blij, want hij had al lange tijd gewenst Hem te zien, omdat hij veel over Hem gehoord had; en hij hoopte één of ander teken te zien dat door Hem gedaan zou worden. En hij ondervroeg Hem met veel woorden, maar Hij antwoordde hem niets. En de overpriesters en de schriftgeleerden stonden Hem heftig te beschuldigen." (Lucas 23:8-10, HSV2010)
Al zijn vragen aan Jezus leverde niets interessants op voor Antipas. Jezus verspilde geen woorden aan de man die in geen enkel opzicht openstond voor wat Hij te zeggen had. Toen Jezus geen wonder voor hem verrichtte was voor hem de lol er af.
Terwijl Pilatus Jezus serieus had genomen en Hem respectvol had behandeld, zien we hoe Antipas zich gedroeg als een nietswaardige flapdrol: Hij zag Jezus alleen als een vorm van vermaak. Hij verlaagde zich door Jezus op een platvloerse manier te bespotten, samen met zijn soldaten. Hij liet Jezus optreden als een schertsfiguur.
"Toen begonnen Herodes en zijn soldaten hem te vernederen en te bespotten. Herodes liet hem een staatsiemantel omdoen en stuurde hem zo terug naar Pilatus." (Lucas 23:11, GNB1996)
Uit dit Bijbelgedeelte blijkt dat Antipas persoonlijk het initiatief nam voor deze bespotting en dat hij er zelf flink aan mee deed. Die mantel was waarschijnlijk een afgedankte, rode staatsiemantel van hemzelf.
Toen Antipas er genoeg van had stuurde hij Jezus terug naar Pilatus. Hij kon niets beginnen met Jezus. Een belangrijk gegeven is wel dat Antipas Jezus niet schuldig verklaarde. Antipas stuurde Jezus met koningsmantel naar Pilatus. De boodschap aan Pilatus was duidelijk: Herodes had Jezus niet serieus genomen, dus stond Pilatus er weer alleen voor. Ik denk dat Pilatus Jezus onmiddellijk van die bespottelijke mantel van Herodes afhielp.
Kennelijk had Herodes het op prijs gesteld dat Pilatus hem had ingeschakeld bij het proces met Jezus, want ...
"Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden, terwijl ze altijd elkaars vijanden waren geweest." (Lucas 23:12, NBV2004)