Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.8.4. Jezus in Jeruzalem

 

- Vervloeking van een vijgenboom
- Muntjes van een arme weduwe
- Onderwijs over de verwoesting van Jeruzalem

 

In de laatste week vóór zijn kruisiging bracht Jezus veel tijd door met zijn discipelen, in en rondom Jeruzalem.

"Overdag gaf hij onderricht in de tempel, maar ’s avonds vertrok hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar hem te luisteren." (Lucas 21:37-38, NBV2004)

In dit onderwerp worden enkele gebeurtenissen uit die week behandeld. De onderwerpen 'Tempelreiniging' en 'Lastige vragen' in dit hoofdstuk hebben ook betrekking op die laatste week.

 

Vervloeking van een vijgenboom

Deze gebeurtenis was een soort gelijkenis van Jezus, met niet alleen woorden maar ook met daden.

"Toen ze de volgende dag uit Betanië vertrokken, kreeg hij honger. Hij zag in de verte een vijgenboom die in blad stond en ging erheen in de hoop iets eetbaars te vinden, maar toen hij bij de boom gekomen was, vond hij geen vruchten; het was namelijk nog niet de tijd voor vijgen. Hij zei tegen de boom: ‘Nooit ofte nimmer zal er nog iemand vruchten van jou eten!’ Zijn leerlingen hoorden dit." (Marcus 11:12-14, NBV2004)

Op het eerste gezicht lijkt het erop dat Jezus de vijgenboom ten onrechte 'straft' omdat die geen vruchten droeg, terwijl het nog geen oogsttijd was. Jezus wist natuurlijk dat Hij van deze boom geen RIJPE vijgen kon verwachten, maar wel dat je de VIJGEN-IN-WORDING nu al moest kunnen zien. Maar die waren er dus ook niet.

Jezus was naar Jeruzalem gekomen, maar Hij wist dat Hij daar alleen maar lege godsdienstigheid zou tegenkomen. En geen openheid voor Hem als de messias. Evenals die vervloekte vijgenboom geen sporen toonde van beginnende vruchten, zo waren de harten van de meeste Joodse leiders zo hard geworden zodat bekering voor hen niet meer mogelijk was. Daardoor hadden ze als het ware een vloek over zichzelf afgeroepen. Daarvoor zou Jeruzalem ook een zware straf ondergaan in het jaar 70, toen de stad én de tempel zouden worden verwoest, vanwege hun afwijzing (zie ook Lukas 19:41-44).

"Nadat de avond gevallen was, gingen Jezus en zijn leerlingen weg uit de stad. Toen ze ’s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was. Petrus herinnerde zich het voorval en zei: 'Rabbi, kijk, de vijgenboom die u vervloekt hebt, is verdord.' Jezus zei tegen hen: 'Heb vertrouwen in God. Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt: Kom van je plaats en stort je in zee, en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren'. " (Marcus 11:19-23, NBV2004)

 

Muntjes van een arme weduwe

Jezus gaf op het tempelplein onderwijs aan een groep mensen. Jezus zei onder meer: 

"... Pas op voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het rondlopen in lange gewaden, op begroetingen op de markten, op de voorste plaatsen in de synagogen en op de ereplaatsen tijdens de maaltijden. Zij verslinden de huizen van de weduwen en voor de schijn bidden zij lang..." (Marcus 12:38-40, HSV2010)

Het opeten van huizen betekent dat er rijke Joodse leiders waren die van arme weduwen een veel te hoge huurprijs vroegen. Voor weduwen waren er bijna geen mogelijkheden om geld te verdienen, dus de meeste weduwen waren straatarm. En uitgerekend zij werden door aanzienlijke Joden uitgeknepen! Dat was algemeen bekend. Zo kwam Jezus wellicht op de gedachte om eens bij de offerkist te gaan kijken.

"Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist." (Marcus 12:41, NBV2004)

Jezus zag de innerlijke motivatie waarmee mensen hun geld in de offerkist deden voor het werk van God. Vooral de rijke offeraars vielen op, doordat ze duidelijk zichtbaar veel geld gaven. Ze maakten natuurlijk maar weinig indruk op Jezus, want Hij wist hoe ze aan hun rijkdom gekomen waren, met welke motivaties ze hadden gegeven en hoeveel geld ze nog overhadden. Jezus zei er niets over.

Er waren ook minder bedeelde offeraars:

"Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans." (Markus 12:42, NBV2004)

Hier werd Jezus helemaal enthousiast over en Hij vond dit zo belangrijk dat Hij zijn twaalf discipelen erop attendeerde:

"Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud." (Marcus 12:43-44, NBV2004)

Voor de weduwe waren die twee muntjes geen collectegeld, maar een offer. Het woord in de Griekse brontekst ('bios') dat met 'levensonderhoud' is vertaald, is eigenlijk het woord voor 'leven'. Deze weduwe liet door haar offer zien dat zij heel haar leven aan God toevertrouwde en dat Hij alles voor haar betekende.

Wat een schril contrast tussen haar liefdevolle toewijding en de giften van de zakkenvullers om op te vallen bij de mensen! Wat een voorbeeld van liefdevolle toewijding aan God tegenover zoveel lege godsdienstigheid. Haar toewijding doet denken aan God die ALLES over heeft om jou en mij gelukkig te maken:

"Hij heeft zijn eigen Zoon niet gespaard, maar hem uitgeleverd om ons te redden. Als hij zelfs zijn Zoon heeft gegeven, zal hij ons al het andere dan ook niet geven?" (Romeinen 8:32, GNB1996)

Deze gebeurtenis is een aansporing voor ons als gelovigen van nu om na te gaan wat onze motieven zijn om te geven voor het werk in Gods Koninkrijk.

Zie meer hierover in onderwerp 'Geven' in hoofdstuk 'Zegenende liefde'.

 

Onderwijs over de verwoesting van Jeruzalem

"Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: 'Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!' Jezus zei tegen hem: 'Die grote gebouwen die je nu ziet - wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.' " (Marcus 13:1-2, NBV2004)

Ik denk dat de twaalf discipelen erg waren geschrokken van wat Jezus zei over de tempel, de meest heilige en belangrijke plek op aarde, de plek waar God samenkwam met mensen. Ze liepen met elkaar over het pad naar de top van de Olijfberg. Toen ze onderweg ergens gingen zitten waar ze een prachtig uitzicht hadden op Jeruzalem, gingen vier van hen bij Jezus zitten en vroegen Hem of Hij daar iets meer over wilde vertellen.

"Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag: 'Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?' " (Marcus 13:3-4, NBV2004)

Jezus ging toen uitvoerig vertellen wat er ongeveer 40 jaar later zou gebeuren wanneer er Romeinse legers zouden komen om Jeruzalem te verwoesten. Kennelijk zijn er duidelijke overeenkomsten tussen de crisistijden rondom de verwoesting van Jeruzalem en de gebeurtenissen rondom de wederkomst van Jezus. Want Jezus beschreef deze twee crisistijden in één verhaal (zie Matteüs 24 Marcus 13 en Lucas 21). In dit onderwerp concentreren we ons op wat Jezus zei over de verwoesting van de tempel. Voor het overige, zie hoofdstuk 'Wederkomst van Jezus'.

"Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is." (Lucas 21:20-24, NBV2004)

In oorlogstijd vluchten mensen doorgaans naar de steden omdat die meer veiligheid bieden dan het platteland. Maar in dit geval waarschuwde Jezus zijn discipelen dat ze dat vooral NIET moesten doen. Zelfs onherbergzame bergen zouden meer bescherming bieden dan Jeruzalem omdat deze stad beslist zou worden ingenomen en er veel inwoners zouden worden gedood. Toen het zover was (in 70 na Chr.), vluchtten de meeste christengelovigen weg uit de buurt van Jeruzalem en zochten asiel in Dekapolis (gelegen in het huidige Jordanië). De andere Joden namen hen kwalijk dat ze niet meehielpen de stad te verdedigen. Dat was één van de redenen dat Joden en christenen daarna uit elkaar groeiden. Volgens ruwe schattingen zijn er toen ongeveer een miljoen mensen gedood.

Deze ramp over Jeruzalem en het hele Joodse land was Gods antwoord op de afwijzing van Jezus door de meeste Joden. Jezus had deze gebeurtenis enkele dagen eerder genoemd toen Hij had gehuild vanwege dit oordeel dat Jeruzalem over zich had uitgeroepen:

"En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar. Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient! Nu echter is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen, u zullen omsingelen en u van alle kanten in het nauw zullen brengen. En zij zullen u met de grond gelijkmaken en uw kinderen in u verpletteren. Ook zullen zij in u geen steen op de andere steen laten, omdat u het tijdstip waarop er naar u omgezien werd, niet hebt onderkend." (Lucas 19:41-44, HSV2010)

 Volgend onderwerp:  3.8.5. Tempelreiniging 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.