Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.6.2. Roeping van enkele discipelen

 

- Johannes en Andreas
- Simon Petrus
- Filippus
- Natanaël (Bartolomeüs)
- Simon en Andreas, Johannes en Jakobus
- Levi (Matteüs)
- Gespreksvragen

 

Dit onderwerp gaat over de manier waarop Jezus enkele van zijn twaalf discipelen heeft 'geroepen' om zijn naaste volgelingen te worden. Zij gaven al hun zekerheden op om voortaan overal heen te gaan waar Jezus heenging. Dat is discipelschap!

 

Johannes en Andreas

Twee vissers uit Galilea, Johannes en Andreas, hadden zich door Johannes de Doper laten dopen en vervolgens waren ze discipelen geworden van deze profeet. Van Johannes de Doper hadden ze veel geleerd en heel wat gehoord over Jezus, die de beloofde messias zou zijn.

En toen brak die dag aan dat Johannes en Andreas oog in oog met Jezus kwamen te staan. Ze kregen een onweerstaanbaar verlangen om Hem beter te leren kennen. Ze verlieten Johannes de Doper om levenslang discipelen van Jezus te worden. De apostel en evangelist Johannes heeft enkele details van die eerste ontmoeting voor ons opgeschreven:

"De volgende dag stond Johannes (=Johannes de Doper) er weer met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: 'Daar is het lam van God.' De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Jezus draaide zich om, en toen hij zag dat ze hem volgden, zei hij: 'Wat zoeken jullie?' 'Rabbi,' zeiden zij tegen hem (dat is in onze taal 'Meester'), 'waar logeert u?' " (Johannes 1:35-38, NBV2004)

Die vraag van Johannes en Andreas 'waar logeert u?' was een respectvolle manier om Jezus te vragen of ze met Hem kennis mochten maken.

"Hij zei: 'Kom maar mee, dan zul je het zien.' Ze gingen met hem mee en zagen waar hij onderdak had gevonden; het was ongeveer twee uur voor zonsondergang en ze bleven die dag bij hem." (Johannes 1:39, NBV2004)

Jezus nodigde de twee vissers op een vriendelijke manier uit om met Hem mee te lopen en met elkaar kennis te maken. Ze mochten ook de rest van de dag met Hem meereizen en overnachten waar Hij zelf de nacht doorbracht. In het volgende Bijbelvers komen we er pas achter wie deze twee discipelen waren:

"Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus." (Johannes 1:40, NBV2004)

Andreas wordt genoemd, maar de naam van de andere discipel niet. Dat was Johannes. Hoe weten we dat? In het evangelie dat afkomstig is van Johannes heeft hij bijna nergens zijn eigen naam vermeld. Overal waar hij zelf in het verhaal voorkomt, noemt Johannes zichzelf 'een discipel' of 'een andere discipel' of iets dergelijks. Verderop in zijn evangelie noemt hij zichzelf 'de discipel van wie Jezus hield'.

De volgende dag reisden ze verder naar Galilea waar zij woonden.

"De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan ..." (Johannes 1:43, NBV2004)

Nadat ze afscheid van Jezus hadden genomen, liepen Johannes en Andreas naar het vissersdorp Betsaïda dat een paar kilometer verderop lag, aan de rand van het meer van Galilea.

 

Simon Petrus

Andreas kon niet wachten om zijn broer Simon te vertellen over zijn ontmoeting met Jezus. Hij kreeg Simon zover dat hij ook kennis wilde maken met Jezus. Samen zochten ze Hem op en Andreas stelde zijn broer voor aan Jezus.

"Vlak daarna kwam hij (=Andreas) zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: 'Wij hebben de messias gevonden' (dat is Christus, 'gezalfde'), en hij nam hem mee naar Jezus. Jezus keek hem aan en zei: 'Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten' (dat is Petrus, 'rots')." (Johannes 1:41-42, NBV2004)

 

Filippus

Aangekomen in Galilea had Jezus een ontmoeting met Filippus.

"De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan en daar ontmoette hij Filippus. Hij zei tegen hem: 'Ga met mij mee.' Filippus kwam uit Betsaïda, uit dezelfde stad als Andreas en Petrus." (Johannes 1:43-44, NBV2004)

De roeping tot het discipelschap was waarschijnlijk niet het eerste wat Jezus tegen Filppus zei. Ik ga ervan uit dat ze eerst een gesprek hebben gehad. In de evangeliën worden veel inleidende details niet vermeld, alleen de belangrijkste momenten.

 

Natanaël (Bartolomeüs)

Natanaël wordt ook in de Bijbel ook wel Bartolomeüs genoemd (Lucas 6:14). In die tijd werden sommige mensen zowel met hun eigen naam als met hun familienaam aangesproken.

Natanaël was een boer uit Kana, een stadje ten westen van het meer van Galilea. Ongetwijfeld moest Filippus er een hele dag voor uittrekken om hem op te zoeken (afstand ongeveer 30 kilometer). Waarschijnlijk waren het goede bekenden van elkaar (hun namen worden in de Bijbel meestal naast elkaar genoemd) en verwachtte Filippus dat zijn vriend er wel oren naar zou hebben om Jezus te ontmoeten. Hij kende Natanaël als iemand die altijd serieus met de dingen van God bezig was!

"Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: 'Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.' 'Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' Maar Filippus hield vol: 'Kom mee en je zult het zien.' " (Johannes 1:45-46, WV2012)

Eerst was Natanaël nogal sceptisch, vooral omdat Jezus uit Nazaret kwam, want die plaats stond niet zo best bekend. Maar Filippus drong bij hem aan en uiteindelijk ging hij toch met zijn vriend mee om Jezus te spreken. Ongetwijfeld vertelde Filippus hem onderweg alles wat Hij over Jezus wist en wat hij bij de eerste ontmoeting had meegemaakt. Jezus begroette hem op een opmerkelijke manier, alsof Hij hem al eerder had ontmoet:

"... Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is." (Johannes 1:47, WV2012)

Jezus noemde hem een 'echte Israëliet', een toegewijde gelovige, iemand die met heel zijn hart God diende. Natanaël verbaasde zich over deze aanspraak.

" 'Waar kent U mij van?' vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.' " (Johannes 1:48, WV2012)

Dat betekent niet dat Natanaël onder een vijgenboom had zitten luieren, maar 'onder je vijgenboom zitten' was een uitdrukking van persoonlijke omgang met God of 'stille tijd houden'. Hij nam tijd om de woorden van God te overdenken en om te bidden. Dat zegt veel over hem. En daarom Jezus wilde hem wellicht als één van zijn naaste discipelen hebben.

Natanaël bleek een helder geestelijk inzicht te hebben want hij trok daarna onmiddellijk de conclusie: Jezus is een man van God met bovennatuurlijke kennis. Het kan niet anders: Hij is WERKELIJK de messias.

" 'Rabbi,' zei Natanaël, 'U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!' " (Johannes 1:49, WV2012)

Natanaël was de eerste van de twaalf discipelen die deze geloofsbelijdenis uitsprak. En zelfs bij zijn eerste ontmoeting met Jezus. Dat is heel opmerkelijk!

 

Simon en Andreas, Johannes en Jakobus

"Toen hij (=Jezus) langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. Hij zei tegen hen: 'Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.' Ze lieten meteen hun netten achter en volgden hem. Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden hem." (Matteüs 4:18-22, NBV2004)

Als je dit Bijbelgedeelte los van de voorgeschiedenis leest, is het alsof Jezus een keer langs het meer loopt, hier en daar een paar vissers iets toeroept en hoppa! ze gaan met Jezus mee. De werkelijkheid ligt iets anders. Dit Bijbelgedeelte gaat namelijk niet over de EERSTE ontmoeting met Jezus. Daarvoor hadden deze discipelen een bijzondere ervaring met Jezus gehad, die is beschreven in onderwerp 'Wonderbaarlijke visvangst' in hoofdstuk 'Wonderen van Jezus'. En aan het begin van dit onderwerp hebben we gezien dat Johannes, Andreas en Simon Petrus ook nog eerder een ontmoeting met Jezus hadden gehad.

Op grond daarvan mogen we ervan uitgaan dat de andere discipelen ook eerdere ontmoetingen met Jezus hadden voordat Hij hen definitief vroeg om zijn discipelen te worden en met Hem door het land wilden trekken. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Levi, die hierna genoemd wordt.

 

Levi (Matteüs)

Wanneer Jezus niet op reis was, woonde Jezus in Kafarnaüm (Matteüs 9:1; Marcus 2:1), een stadje in de noordelijke provincie Galilea. In zijn eigen woonplaats had Jezus kort daarvoor onderwijs gegeven aan een grote groep mensen, waarbij vier mannen een verlamde vriend door het dak naar beneden lieten zakken die vervolgens door Jezus was genezen.

"Daarna ging hij (=Jezus) naar buiten en zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette ... " (Lucas 5:27, NBV2004)

De woorden 'naar buiten' lijken mij een verkeerde vertaling. Tolhuizen stonden doorgaans langs buitenwegen, in ieder geval buiten de steden. Het was dus niet zo dat Jezus een huis uit kwam, maar dat Hij de stad uit liep, zoals ook blijkt uit Matteüs 9:9.

En daar zat Levi, bij zijn kantoortje, om tolgeld (of invoerrechten) te vragen van de mensen die langs kwamen. Alle mensen hadden een afkeer van tollenaars omdat ze voor de Romeinse bezetters belasting inden en zichzelf bovendien verrijkten door extra hoge tarieven te berekenen. De farizeeën beschouwden tollenaars als onreine mensen, vergelijkbaar met melaatsen, verstoten door hun medeburgers.

En uitgerekend deze onreine, diep verachte Levi werd door Jezus benaderd om zijn volgeling te worden, één van zijn twaalf naaste discipelen! Levi moet wel heel verbaasd en verrast hebben opgekeken. Hier stond iemand voor hem die hem nodig had, die hem vertrouwde voor een belangrijke taak. Hoe is het mogelijk! De reactie van Levi was duidelijk:

"... Hij (=Jezus) zei tegen hem: 'Volg mij!' Levi stond op, liet alles achter en volgde hem." (Lucas 5:28, NBV2004)

Ook hier moeten we goed opletten dat we door het woord 'achterlaten' niet denken dat Levi uit zijn tolhuis stapte en met Jezus en enkele andere volgelingen aan de wandel ging. Het betekent wel dat hij afstand deed van zijn functie als tollenaar en besloot om een volgeling van Jezus te worden en overal heen te gaan waar zijn Meester ging.

"Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren." (Lucas 5:29, NBV2004)

Daarmee gaf hij een prachtig getuigenis van zijn levenskeuze tegenover zijn vroegere collega's. Zijn leven als tollenaar liet hij achter zich en hij zou vanaf nu niets anders doen dan Jezus volgen, die hem meer waard was dan zijn carrière en zijn inkomen.

De andere naam van Levi was Matteüs, die ook het eerste Bijbelboek van het Nieuwe Testament geschreven heeft.

Zie ook onderwerp 'Jezus en tollenaars' verder in dit hoofdstuk.

 

Gespreksvragen

  1. Wat was het bijzondere van Andreas en Filippeus?
  2. Wat was het bijzondere van Natanaël?
  3. Waaruit blijkt dat Levi een duidelijke keuze had gemaakt

 Volgend onderwerp:  3.6.3. Jezus en zijn discipelen 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.