link naar Home Page  Bijbelstudies - startmenu  

 

 Helpdesk    Site info    Zoeken    Extra  

 

 

 

3.6.21. Slechte Joodse leiders

Inhoud:

- Huichelarij en een zondige levensstijl
- Onbarmhartigheid
- Trots en eerzucht
- Geestelijke blindheid
- Ongeloof en afwijzing tegenover Jezus
- Godslastering
- Waarom besteedde Jezus zoveel tijd aan zijn tegenstanders?
- Discussies tussen Jezus en Joodse leiders
- Gelijkenissen voor Joodse leiders
- Gespreksvraag


Bijna alle Joodse leiders in Jezus' dagen waren uitgesproken tegenstanders van Jezus. In dit onderwerp worden sommige van hun kwalijke eigenschappen bekijken. In de vier evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) kun je er nog wel meer vinden.

De belangrijkste voedingsbodem voor hun zondige praktijken waren de extreme wettische opvattingen die het Joodse geloofsleven grondig hadden verziekt.

Huichelarij en een zondige levensstijl

 

Huichelen doe je wanneer je jezelf beter voordoet dan dat je in werkelijkheid bent. Jezus ontmaskerde de Joodse leiders keer op keer dat ze tegenover God en mensen huichelden:

"Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid." (Matteüs 23:28, HSV2010)

"Huichelaars, wat is Jesaja's profetie toch toepasselijk op u: 'Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.' " (Matteüs 15:7-9, NBV2004)

"... De schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden." (Matteüs 23:1-2, NBV2004)

"Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid. Blinde farizeeër, spoel eerst de binnenkant van de beker om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon." (Matteüs 23:25-26, NBV2004)

Geen enkele vorm van huichelarij is verborgen voor God, want Hij ziet wie mensen in hun hart zijn.

"Maar Jezus zei tegen hen: 'U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.' " (Lucas 16:15, NBV2004)

Onbarmhartigheid

 

Het opvallende van het optreden van Jezus was dat Hij barmhartig en vol begrip was voor mensen aan de rand van de samenleving. Voorbeelden van Jezus' barmhartigheid vind je in de volgende onderwerpen van dit hoofdstuk:
- 'Jezus gezalfd door zondares'
- 'Overspelige vrouw'
- 'Zacheüs'
In tegenstelling tot Jezus waren de Joodse leiders NIET barmhartig tegenover mensen die niet in hun straatje pasten. Jezus probeerde de Joodse leiders diverse keren duidelijk te maken dat het omzien naar 'verloren mensen' belangrijk in Gods ogen is.

"En het gebeurde, toen Hij in het huis van Mattheüs (=een tollenaar die Jezus ging volgen) aanlag, zie, veel tollenaars en zondaars kwamen en lagen met Jezus en Zijn discipelen aan." (Matteüs 9:10, HSV2010)

Zulke mensen stonden wel open voor Jezus. Ze proefden gewoon dat Hij hen wel volledig accepteerde.

"En toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaars en zondaars? Maar Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars. " (Matteüs 9:11-13, HSV2010)

Niet voor niets zei Jezus een andere keer tegen de Joodse leiders:

"...Ik verzeker u, tollenaars en hoeren gaan u voor naar het koninkrijk van God." (Matteüs 21:31, WV2012)

Trots en eerzucht

 

Trotse mensen verheffen zich boven anderen en vinden dat zijzelf betere mensen zijn dan anderen. Tegelijk hebben zij een sterke behoefte aan waardering en dat gold zeker voor veel Joodse leiders:

"Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd." (Matteüs 23:5-7, NBV2010)

Een van de ergste vormen van hoogmoed is geestelijke hoogmoed. Toen enkele overpriesters en farizeeën een paar dienaren eropuit hadden gestuurd om Jezus gevangen te nemen, brachten ze verslag uit:

"... Toen hun werd gevraagd: 'Waarom hebben jullie hem niet meegebracht?' antwoordden ze: 'Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ Maar de farizeeën zeiden: 'Hebben jullie je ook al laten misleiden? Er is toch geen enkele leider of farizeeër tot geloof in hem gekomen? Alleen de massa die de wet niet kent - vervloekt zijn ze!' " (Johannes 7:45-49, NBV2004)

Ze keken diep neer op Joden die niet zo leefden als zijzelf. Wat een geestelijke hoogmoed. Veel mensen uit die 'vervloekte' massa leefden waarschijnlijk een zuiverder leven dan zij!

Ook christenen zijn nogal eens geneigd zich te verheffen boven anderen die in hun ogen minder geestelijk of minder zuiver in de leer dan zijzelf. Ook dat is geestelijke hoogmoed.

Geestelijke blindheid

 

De Joodse leiders waren erg godsdienstig, maar ze hadden geen geestelijke 'antenne' om te kunnen onderscheiden of iets van God was en wat niet van God was. Dat begon al bij de komst van Johannes de Doper. Het gewone volk herkende al gauw dat Johannes een door God gezonden profeet was, de wegbereider van de komende messias. Maar de Joodse leiders moesten niets van Johannes hebben omdat hij niet in hun straatje paste.

"... de Farizeeën en de wetgeleerden verwierpen het raadsbesluit van God met betrekking tot zichzelf, omdat ze niet door hem gedoopt wilden worden." (Lucas 7:30, HSV2010)

Jezus deed meer wonderen dan alle vroegere profeten bij elkaar. Maar de Joodse leiders waren zo verblind dat ze zelfs niet zagen (of niet wilden zien) dat Jezus een door God gezonden profeet was. De vooraanstaande schriftgeleerde Nikodemus had Jezus wel herkend als gezondene van God, want hij zei in zijn gesprek met Jezus:

"... Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen, die U doet, als God niet met Hem is." (Johannes 3:2, HSV2010)

In het gesprek tussen farizeeën met Jezus, na de genezing van een blindgeboren man in Kafarnaüm, lezen we het volgende:

"Jezus zegt: 'voor onderscheid-en-oordeel ben ík in deze wereld gekomen, zodat die niet kunnen kijken, gaan kijken en die kijken blinden worden!' Deze dingen horen uit de Farizeeërs diegenen die met hem zijn, en zij zeggen tot hem: 'zijn ook wij blinden? - nee toch!' Jezus zegt tot hen: 'wás u maar blind, dan zoudt ge geen zonde hebben!, maar nu ge zegt ‘wij kunnen kijken’ is uw zonde iets blijvends!' " (Johannes 9:39-41, Naardense Bijbel, 2014)

Ongeloof en afwijzing tegenover Jezus

 

De Joodse leiders hadden Johannes de Doper niet herkend als een door God gezonden profeet. Geen wonder dat ze ook niet konden zien dat Jezus een door God gezonden prediker en leraar was, omdat Hij niet paste in hun theologie.

"U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij, maar bij mij wilt u niet komen om leven te ontvangen. Niet dat de mensen mij moeten eren, maar ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u. Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? ..." (Johannes 5:39-44, NBV2004)

Het ongeloof van de Joodse leiders kwam voort uit het gebrek aan liefde voor God en het echte kennen van God. En de Joodse leiders geloofden helemaal niet dat Jezus de beloofde messias was. Maar Jezus had dat diverse keren gezegd, direct of indirect.

"In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. Daar kwamen de Joden om hem heen staan, en ze vroegen hem: 'Hoe lang houdt u ons nog in het onzekere? Als u de messias bent, zeg het ons dan ronduit.' Jezus antwoordde: ‘Dat heb ik u al gezegd, maar u gelooft het niet....' " (Johannes 10:22-25, NBV2004)

Toch heb ik er best begrip voor dat de meeste Joodse leiders en ook andere Joden Jezus niet konden accepteren als de messias (ofwel de Christus), want:

"Velen dan uit de menigte die dit woord hoorden, zeiden: Híj is werkelijk de Profeet. Anderen zeiden: Híj is de Christus. En weer anderen zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en uit het dorp Bethlehem, waar David was? Er ontstond dan verdeeldheid onder de menigte vanwege Hem." (Johannes 7:40-43, HSV2010)

Jezus kwam uit Nazaret in Galilea, terwijl de profeet Micha had geprofeteerd dat Hij in Betlehem in Judea zou worden geboren (Micha 5:1). Voor zover wij weten heeft Jezus nooit tegen de mensen gezegd: "Maar ik ben toch echt in Betlehem geboren hoor!" Nee, ik denk dat Jezus met opzet het wonderlijke verhaal van zijn geboorte heeft verzwegen. De mensen zouden het toch niet geloven.

Ook was de algemene verwachting dat de messias zou komen om een einde te maken aan de Romeinse overheersing (zie Daniël 7:13-14). Ook na zijn intocht in Jeruzalem maakte Jezus geen aanstalten om als koning van de Joden op te treden. Integendeel: Jezus liet zich kruisigen!

De volgende uitspraak deed Jezus nadat Hij gelijkenissen over een goede herder, een schaapskooi en schapen had verteld:

"... u wilt me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven... " (Johannes 10:26-28, NBV2004)

Geloof komt niet voort uit verstandelijke overwegingen, maar wanneer je de echtheid, de zuiverheid en de goedheid van Jezus in je hart proeft. Dan gaan je ogen open voor de waarheid en dan zie je voorbij aan de dingen die je niet over Hem begrijpt! Dan ontvang je dat nieuwe (eeuwigheids)leven waar Jezus over sprak.

Godslastering

 

De ergste belediging, die Joodse leiders Jezus ooit naar zijn hoofd hadden geslingerd, was dat Hij demonen uitdreef doordat Hij bezeten was van een hogere demonische macht.

"En de schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden: Hij heeft Beëlzebul, en: Door de aanvoerder van de demonen drijft Hij de demonen uit." (Marcus 3:22, HSV2010)

Hoe is het mogelijk dat ze de Heilige Geest, door wie Jezus demonen uitdreef uitscholden voor een demon! Het toppunt van geestelijke blindheid! Jezus zei over deze gruwelijke lastering van de Heilige Geest het volgende:

"... wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is schuldig en verdient het eeuwige oordeel. Want zij (=schriftgeleerden) zeiden: Hij heeft een onreine geest." (Marcus 3:29-30, HSV2010)

Waarom besteedde Jezus zoveel tijd aan zijn tegenstanders?

 

Op die vraag kunnen we de volgende antwoorden geven:

  • Jezus hield van hen en zou ook voor hén sterven. Jezus bewees hiermee dat Hij enorm veel tijd nam om deze diep verloren zondaren te redden.
  • Jezus liet daardoor zien dat Hij écht de Goede Herder was die omkeek naar ver afgedwaalde schapen.
  • Jezus heeft getoond dat Hij zijn vijanden liefhad en alles deed om hen te redden uit hun wettische verblindheid.
  • Er waren ook farizeeën die volgelingen van Jezus werden (zie het volgende onderwerp 'Gelovige farizeeën")

Jezus was soms wanhopig van verdriet vanwege de afwijzing van Joodse leiders:

"Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild!" (Matteüs 23:37, HSV2010)

Discussies tussen Jezus en Joodse leiders

 

Hier volgen enkele links naar verschillende discussies tussen Jezus en de Joodse leiders op het tempelplein in de week voorafgaande aan zijn lijden en sterven (in hoofdstuk 'Lijden van Jezus':

Gelijkenissen voor Joodse leiders

 

De vier evangeliën staan vol met voorbeelden waarbij Jezus het gedachtegoed van het koninkrijk van de Hemel vergeleek met de opvattingen en praktijken van zijn tegenstanders. Jezus vertelde diverse gelijkenissen waarin Hij hen confronteerde met hun dwalingen:

  • Barmhartige Samaritaan - (wetticisme) Barmhartigheid weegt zwaarder dan uitvoering van ceremoniële regels.
  • Farizeeër en tollenaar - (trots) Een farizeeër schept in zijn gebed erover op dat hij zoveel beter is dan een tollenaar.
  • Koninklijke bruiloft - (ongeloof) Bepaalde mensen ontvangen een uitnodiging van de koning voor het huwelijksfeest van zijn zoon, maar wijzen die af. De meeste Joodse leiders behoren tot Gods uitgekozen volk, maar wijzen Gods Zoon af.
  • Slechte pachters - (roofzucht, vijandigheid) De Joodse leiders gaan slecht om met een gepachte wijngaard (de Joodse gemeenschap): ze nemen de wijngaard in bezit en doden de zoon van de eigenaar (God).
  • Verloren zoon - (geestelijke blindheid) De jongste zoon komt verder dan de oudste zoon. De jongste zoon kwam tot inkeer na een slecht leven en ontdekte Gods goedheid; de oudste zoon begreep niets van zijn vader.

Gespreksvraag

 

  1. Waarom was het zo moeilijk voor de Joodse leiders om in Jezus als messias te geloven?

Volgend onderwerp:

 3.6.22. Gelovige farizeeën 

 

 

 

HELPDESK

 

HELPDESK

Site info
- Wat betekent herschepping?
- Wat vind je op deze site?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoeken
- Zoekmogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

 

 

Extra
- Geloofsvragen
- PDF bestanden downloaden
- Printklare pagina's
- Gespreksvragen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter'

 

Herschepping Bijbelstudies