Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.11.3. Discipelen bij het graf

 

- Rouwverwerking en ongeloof
- Petrus en Johannes naar het graf

 

 

Rouwverwerking en ongeloof

De discipelen treurden en huilden om de dood van Jezus en ze hadden de deuren dicht uit angst voor de Joden. Ze waren volledig in beslag genomen door hun rouwproces, vol van teleurstelling, verdriet en angst. Daarom konden ze niet geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan, toen de vrouwen het hen kwamen vertellen:

"En hun woorden leken hun kletspraat en zij geloofden hen niet." (Lucas 24:11, HSV2010)

Vergeet ook niet dat in die tijd getuigenissen van vrouwen niet als overtuigend bewijs werden beschouwd omdat hun verhalen inbeeldingen konden zijn. Maar Jezus had van tevoren ook al tegen de discipelen gezegd dat Hij na drie dagen zou opstaan. Als het goed was zouden de discipelen zich dat achteraf herinneren en dus hoorden ze te weten dat de vrouwen echt de waarheid hadden gesproken over de opstanding van Jezus.

 

Petrus en Johannes naar het graf

De mannenbroeders Petrus en Johannes gingen uiteindelijk toch naar het graf om de FEITEN te onderzoeken. Johannes schrijft er het volgende over:

"Petrus en de andere leerling (=Johannes zelf) gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. " (Johannes 20:3-7, NBV2004)

Het lijkt wel of Petrus en Johannes deden wie het eerst bij het graf aankwam. Johannes liep iets sneller, maar toen hij bij het graf gekomen was, aarzelde hij even om de grafruimte in te gaan. Petrus wist niet wat aarzelen was, dus hij stapte meteen naar binnen.

"Petrus ... bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was." (Lucas 24:12, NBV2004)

Petrus vond het allemaal erg wonderlijk, maar hij was nog niet zover dat hij geloofde dat Jezus zelf uit het graf was opgestaan. Dat is wel te begrijpen. Hij had Jezus immers verloochend en dat had hij innerlijk nog lang niet verwerkt. Het ging allemaal veel te snel voor hem. Daarna kwam Johannes in beweging.

"Toen ging ook de andere discipel, die het eerst bij het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde." (Johannes 20:8, HSV2010)

Johannes was er direct ervan overtuigd dat Jezus moest zijn opgestaan. Vooral de ordelijk opgevouwen lijkkleding sprak een duidelijke taal voor hem, vandaar dat hij het ook beschreef in zijn evangelie. Jezus' lichaam kon namelijk niet zijn geroofd, want rovers zouden nooit de moeite nemen om alles zo netjes achter te laten. Nee, Jezus moest nu ergens anders zijn. De vrouwen konden dus toch wel de waarheid hebben gesproken!

Ik vind het trouwens heel merkwaardig dat we de in Bijbel niet lezen dat de ANDERE discipelen bij het graf zijn geweest.

 Volgend onderwerp:  3.11.4. Verschijning aan Maria 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.3.