Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.11.4. Discipelen bij het graf

 

- Ze geloven niet wat de vrouwen vertelden
- Petrus en Johannes naar het graf
- Johannes is overtuigd van Jezus' opstanding
- Petrus ontmoet Jezus

 

 

Ze geloven niet wat de vrouwen vertelden

De discipelen wisten nauwelijks dat de vrouwen naar het graf waren gegaan. Ze hadden wel wat anders aan hun hoofd. Ze treurden om de dood van Jezus die zoveel voor hen betekende. Hun verwachtingen over een toekomst samen met Jezus een nieuw koninkrijk op te zetten waren uit elkaar gespat. Alles was weg en alles was voor niets geweest.

Ze hadden ook de deuren op slot gedaan uit angst voor de Joden. Want stel je voor dat zij ook opgepakt zouden worden. Die angst was heel reëel. De discipelen waren volledig in beslag genomen door hun rouwproces, teleurstelling, verdriet en angst. En toen kwamen de dames eraan: hijgend van het harde lopen en helemaal gestrest. Opgewonden vertelden ze hun belevenissen. Maar hun verhalen klonken zo absurd dat ze hun schouders erover ophaalden.

"En hun woorden leken hun kletspraat en zij geloofden hen niet." (Lucas 24:11, HSV2010)

Vergeet niet dat in die tijd getuigenissen van vrouwen niet als overtuigend bewijs werden beschouwd omdat hun verhalen inbeeldingen konden zijn. Maar Jezus had van tevoren ook al tegen de discipelen gezegd dat Hij na drie dagen zou opstaan. Als het goed was zouden de discipelen zich dat achteraf herinneren en dus hoorden ze te weten dat de vrouwen echt de waarheid hadden gesproken over de opstanding van Jezus.

 

Petrus en Johannes naar het graf

De mannenbroeders Petrus en Johannes gingen uiteindelijk toch naar het graf om de FEITEN te onderzoeken. Misschien was er toch iets waar van wat de vrouwen gezegd hadden. Johannes schreef er het volgende over:

"Petrus en de andere leerling (=Johannes zelf) gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. " (Johannes 20:3-7, NBV2004)

Petrus en Johannes deden wie het eerst bij het graf aankwam. Johannes liep iets sneller, maar toen hij bij het graf gekomen was, aarzelde hij even om de grafspelonk in te gaan. Hij had even tijd nodig om na te denken. Zodoende won Petrus de wedstrijd. En omdat hij niet wist wat nadenken was, stapte hij meteen naar binnen.

"Petrus ... bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was." (Lucas 24:12, NBV2004)

Petrus vond het allemaal erg wonderlijk, maar hij was nog niet zover dat hij geloofde dat Jezus zelf uit het graf was opgestaan. Kennelijk was er meer nodig om hem te overtuigen.

 

Johannes is overtuigd van Jezus' opstanding

Daarna kwam Johannes in beweging.

"Toen ging ook de andere discipel, die het eerst bij het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde." (Johannes 20:8, HSV2010)

Waarom was Johannes ineens ervan overtuigd dat Jezus moest zijn opgestaan? In die tijd werd het lichaam van een gestorvene gewikkeld in een linnen doek van wel 30 meter lang, vanaf de voeten tot en met de schouders. Het hoofd werd bedekt of omwonden met een veel kleinere doek, die ook zweetdoek werd genoemd. Johannes zag in de windsels duidelijk de vorm van een lichaam, als een mummie waarbij het lichaam zelf was verdampt of op een mysterieuze manier uit de windsels was verdwenen. Toen was Johannes ervan overtuigd van het FEIT dat Jezus uit de windsels was gestapt alsof Hij een geest was. De zweetdoek was op een ordelijke manier opgerold of opgevouwen. Het was dus onmogelijk dat het lichaam van Jezus uit het graf was geroofd, want dan was alles niet zo achtergelaten. Dus wist Johannes zeker: Jezus is lichamelijk opgestaan, zoals Hij diverse keren had gezegd. De vrouwen hadden dus toch de waarheid gesproken!

Petrus en Johannes gingen weer naar huis en vertelden wat ze hadden gezien. Ik denk niet dat Johannes de anderen toen heeft kunnen overtuigen van de opstanding van Jezus. Maar we lezen ook niet in de Bijbel dat die andere discipelen zelf naar het graf zijn geweest om het met hun eigen ogen te zien. Kortom: ze waren nog niet overtuigd.

 

Petrus ontmoet Jezus

Toch had Petrus later op die eerste dag een persoonlijke ontmoeting met Jezus. De Bijbel vermeldt er geen details over, alleen de woorden die de Emmaüsgangers hoorden toen ze hun verhaal deelden met de discipelen die bij elkaar waren:

"... De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!" (Lucas 24:34, NBV2004)

Petrus wordt hier 'Simon' genoemd en dat is opmerkelijk. Mogelijk had Petrus eerder tegen de anderen gezegd: "Noem mij vooral nooit meer Petrus, want ik heb Jezus driemaal verloochend. Ik ben die naam niet meer waard." Ongetwijfeld is het tijdens die ontmoeting weer goed gekomen tussen Jezus en Petrus. Vervolgens had Petrus aan de anderen verteld dat hij Jezus had ontmoet. Waarschijnlijk waren de anderen toen pas overtuigd van Jezus' opstanding.

 Volgend onderwerp:  3.11.5. Verschijning aan Maria 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- Geloofsvragen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter' (nieuw)

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.2.