Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.11.4. Verschijning aan Maria

 

- Maria bleef achter bij het graf
- Tuinman
- Het is Jezus!

 

De eerste persoon die een ontmoeting had met de opgestane Heer was een vrouw: Maria van Magdala.

"Toen hij (=Jezus) vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie hij zeven demonen had uitgedreven." (Marcus 16:9, NBV2004)

 

Maria bleef achter bij het graf

Maria was al eerder bij het graf geweest, maar nu was ze met Petrus en Johannes meegekomen. Toen die naar huis gingen, bleef Maria bij het graf achter, alleen met haar gedachten.

"De leerlingen gingen terug naar huis. Maria stond nog bij het graf en huilde ..." (Johannes 20:10-11, NBV2004)

Maria keek nog een keer in het graf en vroeg zich nog steeds af waar Jezus was. De engelen hadden gezegd dat Hij was opgestaan, maar hadden de engelen Hem ergens heen gebracht? Ze wist het allemaal niet meer en begon te huilen. En toen gebeurde er iets bijzonders.

"... Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 'Waarom huil je?' vroegen ze haar. Ze zei: 'Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.' " (Johannes 20:11-13, NBV2004)

De engelen gaven Maria geen antwoord op de vraag die haar bezig hield. Dat antwoord kwam namelijk op een andere manier naar haar toe...

 

Tuinman

Op dat moment hoorde Maria het geluid van naderende voetstappen achter zich. Ze keek achter zich en zag door haar tranen heen dat het niet NOG een engel was, maar een 'gewone' man.

"En toen zij dit gezegd had, keerde zij zich naar achteren en zag Jezus staan, maar zij wist niet dat het Jezus was. Jezus zei tegen haar: Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u? ..." (Johannes 20:14-15, HSV2010)

Weer diezelfde vraag: waarom huil je? Die man was zeker een tuinman. Wie anders zou op het idee komen om zo vroeg in de morgen naar de graftuin te komen? Maria dacht nog steeds dat het (dode) lichaam van Jezus ergens anders heen was gebracht. De woorden over de opstanding van Jezus waren kennelijk nog niet goed tot haar doorgedrongen. En Maria had helemaal niet door waarom zowel de engelen als de 'tuinman' haar hadden gevraagd waarom ze huilde. Achteraf zou ze weten dat ze bedoelden te zeggen dat ze helemaal geen reden meer had om te huilen omdat Jezus weer leefde. Maar zover was ze nog niet. Ze stond nog steeds bij het graf, met haar gezicht naar de grafspelonk terwijl de 'tuinman' achter haar stond. Ze keek Hem niet aan en zei op een droevige toon:

"... Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen." (Johannes 20:15, NBV2004)

Maria was behoorlijk in de bonen. Wat bedoelde ze met 'kan ik hem meenemen'? Wilde ze soms het lichaam van Jezus over haar schouder leggen en naar het graf terugbrengen?

 

Het is Jezus!

De 'tuinman' vond dat het tijd werd om haar uit haar nare droom wakker te maken. Jezus gaf haar geen antwoord op haar vraag, want Hij was ZELF het antwoord. Dat mocht Maria nu zelf ontdekken.

"‘Maria!’ zei Jezus tegen haar. Zij draaide zich om en zei in het Aramees: 'Rabboeni!'Dat betekent: ‘Meester!’" (Johannes 20:16, GNB1996)

Die stem en de manier waarop Hij haar naam uitsprak ... dat leek wel de stem van ... Ze draaide zich met een ruk om en keek de 'tuinman' in de ogen. En ineens ZAG ze het, ze zag HEM! "Rabboeni!" riep ze uit (mijn allerbeste Meester!) en ze greep Hem vast. De eerste keer had Jezus haar aangesproken met 'vrouw', nu noemde Hij haar naam, op de manier waarop Hij die zo vaak had uitgesproken: in het Aramees natuurlijk, want dat werd in Galilea gesproken (een mengsel van Grieks en Hebreeuws). Als in een reflex reageerde Maria Jezus ook in het Aramees. De evangelist vond dat detail belangrijk genoemd om dat erbij te vermelden. In Jeruzalem werd geen Aramees gesproken, wel Hebreeuws.

" 'Houd me niet vast,' zei Jezus. 'Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.' Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: 'Ik heb de Heer gezien!' En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had." (Johannes 20:17-18, NBV2004)

Jezus vond het niet erg dat Maria Hem vastpakte bij haar begroeting, maar zei wel dat ze zich niet aan Hem moest vastklampen, omdat Hij binnenkort de aarde zou verlaten. Ze moest er rekening mee houden dat dit wel eens de laatste of één van de laatste ontmoetingen met Hem kon zijn.

 Volgend onderwerp:  3.11.5. Emmaüsgangers 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.3.