Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.1.5. Jezus de messias

 

- Christus = messias, gezalfde
- De Messias is gekomen
- De Zoon van David is de messias

 

Dit onderwerp hangt nauw samen met de onderwerpen 'Jezus de Zoon van David', 'Jezus de koning' en 'Jezus de Zoon van God'.

 

Christus = messias, gezalfde

De naam 'Christus' betekent letterlijk 'de gezalfde' en dat is ook de betekenis van 'messias'. De naam 'Christus' komt in het Nieuwe Testament vaak voor, in de brieven zelfs vaker dan 'Jezus' en 'Heer'. Jezus was gezalfd met de Heilige Geest bij zijn doop door Johannes. Hiervan sprak de apostel Petrus later met de volgende woorden:

"U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij." (Handelingen 10:37-38, NBV2004)

In de eerste christengemeenten besefte iedereen natuurlijk dat Jezus op en top Joods was, de lang verwachte messias waar de Joden zo lang naar hadden uitgekeken. Na verloop van tijd kwamen Joden en christenen steeds verder uit elkaar te staan en beschouwden de christenen Jezus steeds meer als HUN geestelijke leider omdat Hij door de meeste Joden niet aanvaard werd. Zo werd Jezus in hun beleving steeds meer verchristelijkt en steeds meer ontJoodst. En tegenwoordig is de naam 'Christus' voor de meeste christenen eigenlijk zoiets als de achternaam of een tweede naam van Jezus, waarbij wordt voorbijgegaan aan zijn functie als messias, de komende koning van Israël.

Gelukkig heeft de NBV2004 vertaling op sommige plaatsen het Griekse woord 'christos' weergegeven als 'messias' , namelijk overal waar Jezus' rol als de beloofde messias duidelijk aan de orde was.

"Toen vroeg hij (=Jezus) hun (=discipelen): 'En wie ben ik volgens jullie?' Petrus antwoordde: 'U bent de messias." (Marcus 8:29, NBV2004)

Dat is correct, maar het zou nog correcter zijn om overal in het Nieuwe Testament de benaming messias te gebruiken, maar dat zou bij veel christenen waarschijnlijk een gevoel van vervreemding geven.

 

De Messias is gekomen

Gedurende de jaren van Jezus' bediening op aarde hield de volgende kernvraag alle mensen bezig: Is Jezus de beloofde messias, die God aan het volk Israël beloofd had om hen te redden van de vijanden en die een heilsstaat zal oprichten? Zijn discipelen geloofden dit al vanaf het begin. Toen Andreas Petrus aanspoorde om voor het eerst Jezus te ontmoeten zei hij:

" ... 'We hebben de Messias gevonden,' zei hij tegen hem. Messias betekent Christus, Gezalfde." (Johannes 1:42, GNB1996)

Toen Natanaël, die ook één van de twaalf discipelen zou worden, Jezus ontmoette zei hij:

"Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!" (Johannes 1:49, NBV2004)

Zelfs de demonische geesten, die door Jezus werden uitgedreven maakten overal bekend dat Jezus de messias was. Niet dat dit het soort reclame was waar Jezus op zat te wachten, maar hun getuigenis was wel hoorbaar voor de omstanders. Dit was één van de weinige keren dat demonen de waarheid hebben gesproken.

"Hij (=Jezus) dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: 'Jij bent de Zoon van God!' Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat hij de messias was." (Lucas 4:41, NBV2004)

De Joodse leiders en de farizeeën hebben steeds geweigerd Jezus te erkennen als de door God gezonden messias. Hierover is in de vier evangeliën veel geschreven. Na de opstanding van Jezus probeerden de apostelen hen ervan te overtuigen dat Jezus toch wel degelijk de beloofde messias was. De genezing van een verlamde man in de naam van Jezus de messias had dat immers bevestigd:

"Dus moet heel het huis Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld, deze Jezus, die u hebt gekruisigd." (Handelingen 2:36, WV2012)

 

De Zoon van David is de messias

Dat de messias een nakomeling van David zou zijn, daarover bestond in de dagen van Jezus geen twijfel. In zijn laatste discussie met de farizeeën gaf Jezus op een indirecte manier een duidelijk visitekaartje van zichzelf af:

"Nu de farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 'Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?' 'Van David,' antwoordden ze. Jezus vroeg: 'Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: 'De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'' Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen." (Matteüs 22:41-46, NBV2004)

Deze argumentatie is belangrijk, want hier bewijst Jezus vanuit de Schriften (Psalm 110:1) dat de messias iemand zou zijn met uitzonderlijk hoge goddelijke autoriteit. Jezus claimde de messias te zijn, de Zoon van God. De farizeeën hadden geen weerwoord tegen deze overtuigende woorden. Het was de laatste discussie die Jezus ooit met hen gevoerd heeft.

In de vroegchristelijke kerk gold dit als het meest duidelijke bewijs tegenover Joden dat Jezus de messias was.

 Volgend onderwerp:  3.1.6. Jezus de profeet 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.