Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

3.1.11. Jezus de tussenpersoon

 

- Bemiddelaar tussen God en mensen
- Jezus vertegenwoordigt God bij de mensen
- Jezus is de weg tot God
- Jezus vertegenwoordigt de mensen bij God
- Jezus pleit voor gelovigen - wat betekent dat?
- Alle zegeningen ontvangen we via Jezus
- Bidden in Jezus' naam

 

 

Bemiddelaar tussen God en mensen

Een tussenpersoon is iemand die overeenkomsten tussen twee partijen tot stand brengt, of vijandige partijen met elkaar verzoent zodat ze vreedzaam met elkaar kunnen omgaan.

"Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen ... " (1 Timoteüs 2:5-6, NBV2004)

Jezus heeft het losgeld betaald aan zijn Vader om de mensheid met Hem te verzoenen, namelijk zijn eigen bloed, zijn leven. Daardoor heeft Jezus de kloof tussen de heilige God en de zondige mensheid overbrugd. Een bemiddeling kan alleen succesvol zijn als beide partijen het met elkaar eens worden.

  1. God de Vader neemt genoegen met het offer van zijn Zoon.
  2. De mensen, die tot geloof zijn gekomen, hebben Jezus vol vertrouwen aangenomen als hun verlosser en Heer.
 

Jezus vertegenwoordigt God bij de mensen

In het Bijbelboek Openbaring wordt Jezus de betrouwbare getuige van God genoemd (Openbaring 1:5). Met andere woorden: Jezus is degene die de Godheid op aarde bekend heeft gemaakt en vertegenwoordigde. In Hebreeën 3:1 wordt Jezus de 'apostel van God' genoemd, dat wil zeggen: de uitgezondene, de vertegenwoordiger van de zender. Jezus wordt ook wel het 'mens geworden Woord' genoemd ofwel de levende boodschap van God:

"Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader." (Johannes 1:14, NBV2004)

Jezus was op aarde gekomen om de onzichtbare God zichtbaar te maken voor de mensen, door onder hen te gaan wonen.

"Niemand heeft God ooit gezien, maar de eniggeboren God, die rust aan het hart van de Vader, Hij heeft Hem doen kennen." (Johannes 1:18, WV2012)

 

Jezus is de weg tot God

Jezus vertelde zijn discipelen dat mensen alleen God kunnen benaderen door Jezus als tussenpersoon:

"... Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij." (Johannes 14:6, NBV2004)

Jezus leerde de mensen dus niet zozeer in God te geloven, maar in Hemzelf als Gods vertegenwoordiger. Dat blijkt erg duidelijk uit de volgende Bijbelgedeelten:

"Zowel Joden als Grieken heb ik opgeroepen zich te bekeren tot God en te geloven in Jezus, onze Heer." (Handelingen 20:21, NBV2004)

"Geloof in de Heer Jezus ... " (Handelingen 16:31, GNB1996)

 

Jezus vertegenwoordigt de mensen bij God

Jezus heeft ongetwijfeld veel gebeden voor zijn twaalf discipelen gedurende de jaren dat Hij met hen optrok. Zo bad Hij bijvoorbeeld voor Petrus, die wel eens gecorrigeerd moest worden:

"Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken ... " (Lucas 22:32, NBV2004)

In het hogepriesterlijke gebed van Jezus (Johannes 17) kunnen we lezen hoe intens Jezus tot God de Vader bad voor zijn discipelen. Hier volgen enkele van zijn woorden:

"Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij." (Johannes 17:9-11, HSV2010)

Veel christenen lezen in deze woorden dat Jezus bad om de eenheid tussen gelovigen. Maar als je goed leest zie je dat Jezus het had over de intieme verbondenheid tussen God en mens, dat Gods hoogste doel is voor de mens.

 

Jezus pleit voor gelovigen - wat betekent dat?

Jezus is ook een tussenpersoon die de rechtspositie van gelovigen ten opzichte van God veilig stelt:

"Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God? ... Christus is het die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, die ook voor ons pleit." (Romeinen 8:33-34, HSV2010)

"... Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige." (1 Johannes 2:1, NBV2004)

In de Hebreeënbrief lezen we dat Jezus in zijn hoedanigheid als hogepriester ook onze tussenpersoon is:

"... zijn priesterschap is onvervreemdbaar, omdat Hij in eeuwigheid blijft. Daarom is Hij ook in staat om hen, die door zijn tussenkomst tot God naderen, voor altijd te redden, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten." (Hebreeën 7:25, WV2012)

Het woord 'redden' in dit Bijbelgedeelte heeft een brede betekenis en omvat al het heil, al het goede dat God wil geven.

Betekent dit 'pleiten' dat God de Vader en God de Zoon voortdurend in discussie zijn over jou en mij: God, de strenge rechter die vertoornd is over elke zonde die we doen tegenover de vriendelijke Jezus die als advocaat een goed woordje voor ons doet? Ik denk dat de Vader en de Zoon wel wat beters te doen hebben dan zulke toneelstukjes opvoeren! Het woord in de Griekse brontekst voor 'pleiten' wijst ook niet in de richting van een eindeloos proces van discussie over zonde en schuld. Hoe zit het dan? Door zijn eenmalige offer aan het kruis heeft Jezus een eeuwige pleitgrond in de hemel verworven. Jezus heeft zijn bloed op het altaar in de hemelse tempel gebracht en dat bloed is de rechtsgrond voor onze vergeving. Dus het 'pleiten van Jezus' betekent naar mijn mening dat Jezus de pleitgrond IS voor vergeving en verzoening.

"Christus daarentegen is aangetreden als hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht: hij is ... voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven." (Hebreeën 9:11-12, NBV2004)

God de Vader en God de Zoon denken gelijk over jou en mij, ze zijn niet elkaars tegenstanders. Laten we ons niet laten verleiden om te denken dat God streng is en Jezus vriendelijk en dat ze voortdurend met elkaar in discussie zijn over jou en mij. Beiden zijn even streng en even vriendelijk! Jezus en de vader zijn één.

 

Alle zegeningen ontvangen we via Jezus

Op veel plaatsen in de Bijbel, en vooral in de brieven van de apostel Paulus, komen we uitdrukkingen als 'in Christus' of 'in verbondenheid met Christus' tegen. Dat betekent dat gelovigen ALLE zegeningen van God ontvangen vanuit de verbondenheid met Jezus als tussenpersoon. Een voorbeeld:

"Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer." (Romeinen 6:23, NBV2004)

In Efeziërs 1 lezen we een opsomming van geestelijke zegeningen die ons als gelovigen toekomen, vanwege Jezus die als tussenpersoon de weg heeft geopend. Het is een tamelijk moeilijk Bijbelgedeelte, maar hierin wordt duidelijk benadrukt dat God de Vader ons alle zegeningen niet rechtstreeks geeft, maar alleen via Jezus.

"Gezegend is de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelse regionen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. Want in Hem heeft Hij (=God) ons uitgekozen, al voor de grondlegging van de wereld, om heilig en vlekkeloos voor Hem (=God) te staan in liefde. Hij heeft ons voorbestemd om zijn kinderen te worden door Jezus Christus, volgens zijn wilsbesluit, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade, waarmee Hij ons begiftigd heeft in de geliefde. In Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de zonden, dankzij zijn rijke genade. Daarmee heeft Hij ons overladen in al zijn wijsheid en inzicht. Want Hij heeft ons het geheim van zijn wil bekend gemaakt, overeenkomstig het besluit dat Hij in Christus had genomen, ter verwezenlijking van de volheid van de tijden: alles in Christus onder één hoofd samen te brengen, alles in de hemelse regionen en alles op aarde, in Hem. In Hem hebben wij ook ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beslissing van Hem die alles tot stand brengt naar zijn wilsbesluit, opdat wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gevestigd, tot lof van zijn heerlijkheid zouden zijn." (Efeziërs 1:3-12, WV2012)

 

Bidden in Jezus' naam

Daarom mogen we als gelovigen onze gebedsverzoeken tot God richten in de naam van Jezus, die hier het volgende over gezegd heeft:

"... maar wat jullie zullen vragen in mijn naam, zal Ik doen, zodat de Vader verheerlijkt wordt in de Zoon." (Johannes 14:13, WV2012)

In Jezus' naam om iets vragen aan God betekent in de eerste plaats dat je als gelovige meent het recht te hebben om een beroep te doen op de verdienste van Jezus. Hij heeft immers door zijn lijden en sterven voldoende hemelse krediet verworven om daarmee elk geldig gebedsverzoek goed te keuren.

 Volgend onderwerp:  3.1.12. Jezus de koning 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.