Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

4.7.5. Gemeente als tempel

 

- Gods huis
- Fundament
- Hoeksteen
- Levende stenen
- Tempelbouw
- Priesterdienst

 

Het gaat hier om het doel van de Gemeente van Jezus: een plek waar God kan wonen en werken.

 

Gods huis

Er lopen drie mannen langs een mooi huis. De één zegt: dit is MIJN huis. De tweede zegt: maar dit is ook MIJN huis. De derde zegt: wacht eens even, dit is uiteindelijk MIJN huis. Wie van hen heeft gelijk? Het antwoord is: alle drie. De eerste man is de aannemer die het huis heeft gebouwd. De tweede man is de eigenaar, die het had gekocht. De derde man is de huurder die erin woont.

De Gemeente wordt op diverse plaatsen in de Bijbel afgebeeld als een bouwwerk: Gods tempel. Daarvan is God:

  1. de bouwer (God de Vader, als schepper)
  2. de eigenaar (God de Zoon, die voor de Gemeente heeft betaald met zijn leven
  3. de bewoner (God de Heilige Geest die in de gelovige woont)
 

Fundament

Paulus heeft veel gemeenten gesticht in Asia (ongeveer het huidige Turkije) en Europa. Als zodanig noemde hij zichzelf een bouwmeester naast God.

"Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd ... niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt - Jezus Christus zelf" (1 Korintiërs 3:10-11, NBV2004)

Toen Jezus aan zijn discipelen vroegen wie Hij in hun ogen was, zei Petrus meteen:

"U bent de messias, de Zoon van de levende God ..." (Matteüs 16:16, NBV2004)

De reactie van Jezus op deze woorden was verrassend, maar zijn woorden hebben tegelijk veel discussie opgeleverd:

"... vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen ..." (Matteüs 16:17-18, NBG1951)

Om de aangehaalde woorden van Jezus goed te begrijpen moeten we beseffen dat in de brontekst niet het woord 'petra' staat (=rots, een vrouwelijk woord) maar 'petros' (een vermannelijkte vorm van het woord), waardoor Jezus duidelijk Petrus zelf moet hebben bedoeld. Toch heeft God zijn Gemeente niet gebouwd op een menselijk fundament, want de Bijbel leert dat Jezus zelf het fundament van zijn Gemeente is.

"Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus." (1 Korintiërs 3:11, HSV2010)

Op dat fundament bouwt God verder met een 'laag' van apostelen en andere geestelijke leiders. De apostel Paulus schreef dat de Gemeente is ...

"gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is." (Efeziërs 2:20, HSV2010)

Alles bij elkaar genomen geloof ik dat Jezus het fundament is van de Gemeente, en dat de Gemeente zich zou ontwikkelen vanuit de twaalf apostelen van Jezus waarbij Petrus in eerste instantie een leidende rol zou hebben.

 

Hoeksteen

In Bijbelse tijden begon men een fundament te bouwen vanuit een zogenaamde hoeksteen. Dat was een bijzondere steen waarvan de buitenste vlakken precies aangaven in welke richting de muren van een rechthoekig bouwwerk gebouwd moest worden. Een verkeerd geplaatste hoeksteen kon leiden tot een scheef gebouw. In geestelijke zin is Jezus de belangrijkste persoon, de hoeksteen van het tempelgebouw. Zijn volgelingen zijn geroepen om het voorbeeld van Jezus te volgen.

"De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden. Dit is het werk van de HEER, een wonder in onze ogen." (Psalm 118:22-23, NBV2004)

Jezus citeerde dit Bijbelgedeelte aan de vooravond van zijn lijdenstijd (Lucas 20:17) en vergeleek zichzelf met een hoeksteen. Hij werd afgekeurd door de Joodse leiders, zoals de apostel Petrus eens de Joodse Raad voorhield:

"Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt." (Handelingen 4:11-12, NBV2004)

 

Levende stenen

We gaan het nu hebben over de bouwstenen van Gods tempel: de individuele volgelingen van Jezus

"Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel ..." (1 Petrus 2:4-5, NBV2004)

In dit gedeelte wordt teruggegrepen op de hoeksteen (=Jezus) en die hier DE 'levende steen' wordt genoemd, die de norm is voor het christenleven, waarnaar iedereen zich hoort te richten.

Levende stenen zijn gelovigen die met elkaar optrekken als een geloofsgemeenschap. In Bijbelse tijden werd er voornamelijk gebouwd met natuurstenen die allerlei verschillende vormen en afmetingen hadden. Dat past goed in het beeld van de Gemeente, want alle gelovigen zijn verschillend van karakter, van levenservaring en van geloofservaring. Bouw daar maar eens een rechte muur van! Om er toch een mooi tempelgebouw van te bouwen werden de grote stenen wel bijgewerkt totdat hun vorm geschikt was voor de bouw. Bij de bouw van de eerste tempel, gebouwd onder leiding van koning Salomo wordt hierover een interessant detail genoemd:

"Bij de bouw van de tempel werden alleen stenen gebruikt die al in de groeve waren afgewerkt; in de tempel was tijdens de bouw geen enkel geluid van hamers, houwelen of andere ijzeren gereedschappen te horen." (1 Koningen 6:7, NBV2004)

Bij dat afwerkingproces verdwenen de hinderlijke uitsteeksels of de onbruikbare rondingen van de stenen en daardoor werden ze geschikt voor de bouw. Om als gelovigen geschikte bouwstenen te worden voor de geestelijke tempel voor de Heer moeten we worden 'bijgewerkt' door de invloed van het kruis van Jezus in ons leven. Dat betekent het afleggen van hinderlijke gewoonten en eigenschappen zoals trots, roddel of gebrek aan vergevingsgezindheid, zodat je karakter meer gaat lijken op dat van Jezus. Als gelovigen met elkaar optrekken is er vaak heel wat te schuren en glad te maken. Het kan ook goed werken als de ene steen een uitstulping heeft die past in een holte van de naastgelegen steen. Zo kunnen gelovigen in de Gemeente elkaar aanvullen: wat de één niet heeft, dat heeft de ander vaak wel.

 

Tempelbouw

Zoals eerder gezegd is God de bouwer van de geestelijke tempel, de Gemeente van Jezus. God zelf bouwt aan de tempel door mensen toe te voegen aan de Gemeente, via het proces van bekering en wedergeboorte. Het is een levend gebouw met een levende Hoeksteen (=Jezus) en levende stenen (=gelovigen). En al die stenen groeien naar elkaar toe om er steeds mooier uit te zien.

"Vanuit hem (=Jezus, de hoeksteen) groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest." (Efeziërs 2:21-22, NBV2004)

Het geheim van het samenvoegen van al die weerbarstige levende stenen, die maar nooit helemaal de juiste vormen aannemen, ligt in het cement waardoor ze toch goed kunnen worden samengevoegd. Dat cement is de liefde, de zelfopofferende, zichzelf niet zoekende, zegenende liefde die van God komt en in werking treedt waar mensen vol zijn van Gods Geest. We hebben het hier niet over sociale liefde of lief doen, maar over dezelfde soort liefde die God ook heeft tegenover de mensen. Hoe meer deze liefde regeert in de Gemeente (en in onze plaatselijke gemeenten) hoe mooier Gods tempelgebouw eruit ziet.

 

Priesterdienst

In het Oude Testament lezen we dat de vroegere tempeldienst werd uitgevoerd door priesters. Zij hadden tot taak om offers te brengen aan God, om Hem namens het volk Israël te eren en de relatie tussen God en zijn volk te onderhouden.

In het Nieuwe Testament lezen we ook over priestertaken van nieuwtestamentische gelovigen.

"... Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn. (1 Petrus 2:5, NBV2004)

Onder het Nieuwe Verbond geldt dus het priesterschap voor alle gelovigen. Omdat onder meer in de rooms-katholieke kerk de gedachte heerst dat alleen de kerk de bevoegdheid heeft om Gods genademiddelen te hanteren en uit te delen, mogen daar bijvoorbeeld alleen door de kerk gewijde personen zegenende handelingen verrichten. In protestantse kerken wordt het priesterschap van alle gelovigen met de mond beleden, maar in de praktijk ligt er in veel kerkelijke kringen een taboe op bepaalde handelingen die alleen door predikanten verricht mogen worden, zoals het uitspreken van een zegen aan het begin en einde van een kerkelijke samenkomst.

In het Oude Testament lezen we over de dierenoffers die alleen door priesters werden uitgevoerd. Nieuwtestamentische gelovigen worden uitgedaagd om in plaats van dierenoffers geestelijke offers aan God te brengen. Een geestelijk offer is in de eerste plaats een overgegeven wil om te leven zoals God het wil:

"Broeders en zusters, omdat God zo goed voor ons is, roep ik u op, uzelf aan te bieden als een levende en heilige offergave die hij graag aanvaardt. Dat is úw ware eredienst." (Romeinen 12:1, GNB1996)

Ook mogen we God onze lofoffers aanbieden, dat wil zeggen: tijd nemen voor oprechte dankzegging, lofprijzing en aanbidding, waarin we onze liefdevolle toewijding aan Hem kunnen uiten.

"En door Jezus willen wij God voortdurend een lofoffer brengen, de hulde namelijk van lippen die zijn naam prijzen." (Hebreeën 13:15, WV2012)

Een andere priesterlijke taak is van nieuwtestamentische gelovigen is: voorbeden doen voor andere mensen.

Zie ook onderwerp 'Nieuwtestamentische offers' in hoofdstuk 'Zegenende liefde'.

 Volgend onderwerp:  4.7.6. Gemeente als lichaam 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.