Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

4.5.3. Wachten op de Heilige Geest

 

- DE belofte van Jezus
- Wachten op de Heilige Geest
-  
- Wachten is moeilijk
- Twaalfde apostel
- Gespreksvragen

 

 

DE belofte van Jezus

De apostelen en ruim honderd andere volgelingen van Jezus waren sinds de hemelvaart van Jezus bij elkaar gebleven om biddend te wachten op de komst van de Heilige Geest, zoals Jezus gezegd had (Handelingen 1:12-14). Ze hadden alleen geen idee HOE dat zou gebeuren. Het enige wat ze wisten dat de komst van de Heilige Geest erg bijzonder zou zijn, een nieuwe mijlpaal in hun leven. Het was DE belofte van Jezus geweest voor de tijd die komen zou.

"Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed." (Lucas 24:49, NBV2004)

In de Bijbel komen we talloze beloften van Gods kant tegen. Toch is er maar één belofte die DE belofte wordt genoemd (Zie ook Handelingen 1:4, Handelingen 2:39). De actieve inwoning van Gods Geest in het hart van gelovigen is dan ook het allerbelangrijkste verschil tussen oudtestamentische en nieuwtestamentische gelovigen. Daarom is het thema van dit hoofdstuk van het allergrootste belang.

 

Wachten op de Heilige Geest

Kort voor zijn hemelvaart had Jezus duidelijke instructies gegeven om in Jeruzalem te wachten totdat de Heilige Geest zou komen om hen te bekrachtigen en toe te rusten voor de taak die voor hen lag.

"Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’" (Handelingen 1:4-5, NBV2004)

Er was een groep van ongeveer 120 personen die na de hemelvaart van Jezus bij elkaar bleven om te wachten op de komst van de Heilige Geest:

"Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers." (Handelingen 1:13-14, NBV2004).

Behalve de personen die in dit Bijbelgedeelte genoemd zijn moeten er nog meer trouwe volgelingen van Jezus zijn geweest, die zich hadden aangesloten bij de apostelen en de familieleden van Jezus.

 

 

Wachten is moeilijk

Kennelijk duurde dit wachten te lang voor de ongedurige Petrus, die optrad als de onbetwiste leider van de apostelen. Hij hield een uitvoerige toespraak voor de groep van gelovigen. Daarin stelde hij voor dat er iemand gekozen moest worden om de plaats van de verrader Judas in te nemen (Handelingen 1:15-26).

"Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. Daarna baden ze als volgt: 'U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die u gekozen hebt om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.' Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd." (Handelingen 1:23-26, NBV2004)

Het was goed bedoeld van Petrus, maar hij had er niet aan gedacht dat Jezus zijn twaalf discipelen persoonlijk had geroepen om Hem te volgen en opgeleid te worden tot apostelen. Nu liet Petrus de groep nadenken over mogelijke kandidaten en hoopte dat Jezus zelf door het lot zou bepalen wie van hen de twaalfde apostel zou worden.

Maar ik geloof niet dat Mattias de keuze van Jezus was. In het Bijbelboek Handelingen komt de naam van deze gekozen apostel daarna niet meer voor. Er is dus geen Bijbels getuigenis waaruit we kunnen concluderen dat Jezus deze verkiezing bevestigd heeft. Integendeel: later riep Jezus Saulus tot apostel. Petrus had waarschijnlijk voor zijn beurt gesproken en gehandeld vanuit zijn eigen inzicht, en niet gewacht op de komst van Heilige Geest die WEL namens Jezus iemand zou kunnen aanwijzen.

 

Twaalfde apostel

Enige tijd later zou Jezus persoonlijk de grootste vijand van de christengelovigen, Paulus van Tarsus roepen tot het apostelschap. Jezus had deze roeping kort na zijn bekering door de Heilige Geest bevestigd aan Ananias in Damascus, die deze boodschap vervolgens aan Paulus doorgaf. Jezus zei tegen hem:

"... hij (=Paulus) is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten." (Handelingen 9:10-15, NBV2004)

Later, toen Paulus en Barnabas daadwerkelijk werden uitgezonden als zendelingen, bevestigde de Heilige Geest het nog een keer tegenover een aantal leiders van de christengemeente in Antiochië:

"Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei de heilige Geest tegen hen: 'Stel mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak die ik hun heb toebedeeld.' " (Handelingen 13:2, NBV2004)

Meer over Paulus vind je in hoofdstuk 'Karakter van Paulus'.

 

Gespreksvragen

  1. Waarom zou Jezus bij zijn vertrek naar God de Vader de Heilige Geest niet meteen hebben 'overgedragen' aan de apostelen, maar hen eerst tien dagen laten wachten?
  2. Wat zijn de verschillen tussen de aanstelling van Mattias en de roeping van Paulus?

 Volgend onderwerp:  4.5.4. Komst van de Heilige Geest 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.