Omdat de Bijbel voor christenen geen heilig relikwie uit het verleden is, maar een levend boek dat waarheid communiceert, hechten christenen er veel belang aan dat zij de Bijbel zelf kunnen lezen. Tot in de late Middeleeuwen bestonden er geen Bijbelvertalingen in enige volkstaal. De geestelijken, die zelf wel toegang hadden tot de Latijnse Bijbelvertaling, wilden het monopolie op de waarheid niet verliezen, want daarmee zou hun macht over het volk verminderen.
John Wycliffe, een professor aan de universiteit van Oxford, was geen slaafse navolger van kerkelijke leerstellingen. Hij bestudeerde de Bijbel en bestreed door zijn colleges, geschriften en preken de dwalingen die hij in de kerk ontdekte. Voor Wycliffe was de Bijbel de enige norm voor geloof en leven. Hij vond dat iedere christen het recht had om de Bijbel in zijn eigen taal te lezen. Hij zag zijn visie werkelijkheid worden toen de Bijbel vertaald werd in het Engels. Vanaf 1380 werd er aan de vertaling gewerkt, waarbij werd uitgegaan van de Vulgaat, de Latijnse Bijbelvertaling uit ongeveer 400 na Chr. Er waren toen nauwelijks Griekse en Hebreeuwse handschriften beschikbaar. John Wycliffe was de grote stimulator achter dit gewaagde vertaalproject. De eerste vertaling was enkele jaren later klaar, maar die was nog heel letterlijk en daardoor onbegrijpelijk. Daarom werd direct aan een herziening begonnen, die in 1388 verscheen. Wycliffe heeft deze uitgave niet met zijn eigen ogen gezien, want op oudejaarsdag van 1384 stierf hij aan een beroerte.
De interkerkelijke, internationale organisatie van de Wycliffe Bijbelvertalers is genoemd naar John Wycliffe. Deze organisatie legt zich vooral toe op het vertalen van Gods Woord voor taalgroepen die het nog niet in hun eigen taal hebben.
Het doel van een Bijbelvertaling is om de oorspronkelijk opgeschreven boodschap zo helder mogelijk uit te drukken in andere talen. Dat is geen eenvoudige opgave. Er is kennis van de oorspronkelijke talen (Hebreeuws, Aramees, Grieks) nodig om de oorspronkelijke tekst te kunnen begrijpen. Ook is het nodig de culturele achtergronden te kennen, want woorden en uitdrukkingen van duizenden jaren geleden betekenen niet altijd hetzelfde als wat wij ons er nu bij voorstellen.
Er zijn ook uitdrukkingen in de oorspronkelijke taal, die niet begrijpelijk zijn voor ons als ze te letterlijk vertaald worden. Dat zou hetzelfde effect hebben als wanneer je een brief uit Engeland zou krijgen met de zin: 'Today it is raining cats and dogs' en je dan die zin vertaalt als: 'Er regenen vandaag katten en honden' terwijl het een Engelse uitdrukking is voor 'stortregen'. Wanneer Bijbelvertalers bepaalde uitdrukkingen op die manier letterlijk vertalen, kan de boodschap behoorlijk onduidelijk overkomen. Denk eens aan letterlijk vertaalde Bijbelgedeelten als:
"... hun spruiten zijn voor hun ogen." (Job 21:8, NBG1951)
"Omgord daarom de lendenen van uw verstand ..." (1 Petrus 1:13, HSV2010)
Kunnen zulke woorden of uitdrukkingen niet beter worden vervangen worden door woorden of uitdrukkingen die wij in zulke gevallen zouden gebruiken? Zijn bovenstaande vertalingen zuiverder en dus beter omdat het letterlijke vertalingen zijn? Dat is maar de vraag!
Een van de meest bijzondere feiten van de eerste Pinksterdag was dat alle omstanders in hun eigen taal over God hoorden spreken:
"Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: 'Dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan ieder van ons hen dan horen in zijn moedertaal?" (Handelingen 2:7-8, GNB1996)
De omstanders hadden een vraag:
"...Ze zeiden tegen elkaar: 'Wat zou dit betekenen?' " (Handelingen 2:12, GNB1996)
Het antwoord op die vraag is dat God ieder mens in principe wil aanspreken in zijn eigen moedertaal, de taal van het hart. Daarom moet het geschreven Woord van God, de Bijbel, worden vertaald om begrepen te worden. Als we het hebben over de rechten van de mens zou ik willen zeggen dat het meest fundamentele recht voor ieder mens is dat hij de woorden van zijn Schepper in zijn eigen taal kan lezen, zodat hij zijn Schepper kan leren kennen.
Bij elke vertaling gaat iets van de oorspronkelijke inhoud verloren, omdat alle nuances van de oorspronkelijke woorden niet altijd in een andere taal kunnen worden overgebracht. Het blijft een moeilijk proces waarbij de vertalers voortdurend afwegingen moeten maken. Er zijn verschillende manieren van vertalen en elk vertaalteam moet bepalen wat de doelgroep van de lezers is, waarvoor de vertaling gebruikt wordt, en vervolgens de bijpassende vertaalprincipes vastleggen.
Enkele kenmerken voor Bijbelvertalingen:
Geen enkele Bijbelvertaling kan tegelijk én maximaal nauwkeurig én maximaal begrijpelijk én maximaal vlot leesbaar zijn. De criteria 'begrijpelijk' en 'vlot leesbaar' liggen in de praktijk dicht bij elkaar.
Taal is een communicatiemiddel en het Woord van God moet vooral goed worden gecommuniceerd. Hoe beter de spreker en de toehoorder op elkaar afgestemd zijn, hoe meer er van de oorspronkelijke boodschap bij de toehoorder overkomt. Omdat de taal voortdurend verandert, zijn er in de loop der tijd nieuwe vertalingen nodig om de boodschap zo goed mogelijk te blijven communiceren naar de lezers.
Elke Bijbelvertaling heeft zijn sterke en zwakke kanten. Het Woord van God is geïnspireerd, maar dat geldt niet voor de vertalingen ervan, want vertalen is en blijft mensenwerk.