Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

5.5.3. Zonde en schuld

 

- Zondeschuld vanaf de geboorte?
- Zonde leidt tot schuld
- Zonden die niet worden toegerekend
- God kent onze worsteling met de zonde
- Gods oplossing: het kruis van Jezus

 

 

Zondeschuld vanaf de geboorte?

De Bijbel maakt het overduidelijk dat elk mens op zijn eigen zonden wordt aangesproken en niet op die van zijn voorgeslacht:

"De vaders mogen niet ter dood gebracht worden om de kinderen, en de kinderen mogen niet ter dood gebracht worden om de vaders. Ieder zal alleen om zijn eigen zonde ter dood gebracht worden." (Deuteronomium 24:16, HSV2010)

Jij en ik kunnen dus niet schuldig zijn vanwege onze voorouders en we zijn dus niet geboren met een zondeschuld. Wel leert de Bijbel dat de slechte invloed van zondige ouders in het nageslacht kan doorwerken:

"... want Ik, de HERE, uw God, ben een na-ijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten ..." (Exodus 20:5, NBG1951)

Daarbij gaat het niet om een overgedragen zondeschuld, maar om het ondergaan van de schadelijke gevolgen van de zonden van de ouders voor het nageslacht. Bedenk bijvoorbeeld maar aan het effect van drankverslaafde of gescheiden ouders op hun kinderen.

 

Zonde leidt tot schuld

Er is een verschil tussen zonde en schuld, hoewel de begrippen vaak door elkaar gebruikt worden. Schuld is een verplichting tot genoegdoening, een verantwoordelijkheid om goed te maken wat je verkeerd hebt gedaan hebt. Schuld is dus het gevolg van zonden, tenzij er een gegronde reden is waarom die zonde niet wordt toegerekend.

Er is verschil tussen niet toerekenbare en wel toerekenbare zonde. Als bijvoorbeeld een kind van anderhalf jaar al spelend een vaas omgooit, dan doet hij zonde, want hij heeft een bezitting van zijn ouders vernield en dat is gewoon fout. Maar zal hem die zonde aangerekend worden? Als het goed is niet, want zo'n klein kind heeft nog niet het vermogen om altijd voorzichtig te zijn. Hij kan ook de regels van goed en slecht gedrag nog niet goed begrijpen en opvolgen. Als een tiener hetzelfde doet in een kwade bui als rebellie tegenover zijn ouders, is die zelfde zonde wel toerekenbaar en is hij schuldig. Afhankelijk van de omstandigheden zijn er dus zonden die NIET worden toegerekend en er zijn zonden die WEL worden toegerekend.

 

Zonden die niet worden toegerekend

Er is een belangrijke verzachtende omstandigheid als iemands geweten niet volledig ontwikkeld is, zoals bij onvolwassen kinderen of bij mensen met een verstandelijke beperking. Bij psychisch gezonde kinderen ontwikkelt zich het geweten pas na een aantal jaren. Ik geloof dat degenen, die nog niet 'tot de jaren des onderscheids' zijn gekomen naar Gods maatstaven, ook niet schuldig verklaard worden vanwege hun overtredingen van Gods leefregels. De Bijbel spreekt over jonge kinderen als:

"... uw kinderen, die nu nog geen goed van kwaad kunnen onderscheiden ..." (Deuteronomium 1:39, WV2012)

In de Joodse traditie geldt dat kinderen jonger dan dertien jaar niet verantwoordelijk worden gehouden voor hun daden, maar hun vaders. Nadat jongeren Bar Mitswa of Bat Mitswa hebben meegemaakt, worden ze zelf verantwoordelijk geacht voor hun daden en gelden zij in dat opzicht als volwassen mensen. Deze gedachte onderstreept het feit dat vaders verantwoordelijkheid zijn voor een goede opvoeding.

"Kinderen doen snel domme dingen. Je moet ze straffen, dan leren ze van hun fouten." (Spreuken 22:15, BGT2012)

Ook het al of niet kennen van Gods wil ofwel Gods levenswet speelt een rol bij de toerekening van zonden. Jezus zei eens tegen zijn tegenstanders onder de Joodse leiders:

" 'Was u maar blind,' zei Jezus, 'dan zou u zonder zonde zijn. Maar u beweert dat u kunt zien, en dus blijft uw zonde.' " (Johannes 9:41, NBV2004)

Zonden zijn dus pas toerekenbaar als er voldoende kennis is van goed en kwaad. De volgende Bijbelgedeelten zeggen daar ook iets over:

"Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde." (Jakobus 4:17, HSV2010)

"... zonder wet is er ook geen overtreding." (Romeinen 4:15, NBV2004)

Iemand doet dus toerekenbare zonden wanneer hij:

  1. een voldoende ontwikkelend geweten heeft en
  2. weet wat men behoort te doen en wat wel en niet mag.
 

God kent onze worsteling met de zonde

God weet natuurlijk heel goed dat we als mensen allemaal geneigd zijn om te zondigen. Daar zal God vast wel rekening mee houden, hoe dan ook. Maar toch, we weten best dat we zonden hebben gedaan, waarvoor we geen enkel geldig excuus kunnen aandragen. Er blijven dus genoeg toerekenbare zonden over, waardoor we schuldig zijn tegenover God. Daarom zegt de Bijbel:

"Allen zijn afgeweken, tezamen ontaard, er is niemand die goed doet, zelfs niet één." (Psalm 53:4, NBG1951)

Er zijn geen uitzonderingen, zodat niemand kan beweren dat hij nooit gezondigd heeft.

"Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons." (1 Johannes 1:8, HSV2010)

Alle mensen zullen na het einde van hun aardse leven door God worden beoordeeld en hun bestemming in het hiernamaals hangt af van hun daden tijdens hun leven op aarde:

"Iedereen die het slechte doet wacht leed en ellende ... Iedereen die het goede doet wacht glorie, eer en vrede ..." (Romeinen 2:9-10, NBV2004)

Zoals gezegd worden we niet beoordeeld op grond van wat we niet kunnen weten, maar op grond van wat wij wel weten. Joden en christenen weten vanuit Gods Woord welk gedrag God van hen verwacht. Veel andere mensen hebben daar geen weet van, maar kunnen met hun geweten vaak heel goed het verschil tussen goed en kwaad onderscheiden:

"Wanneer namelijk heidenen, die de wet niet hebben, de wet van nature naleven, dan zijn ze zichzelf tot wet, ook al hebben ze hem niet. Ze bewijzen door hun daden dat wat de wet eist in hun hart geschreven staat; en hun geweten bevestigt dit ..." (Romeinen 2:14-15, NBV2004)

Ieder mens wordt beoordeeld op grond van wat hij gedaan heeft met de kennis die hij heeft. En geen mens voldoet aan de maatstaven van zijn eigen geweten, laat staan aan de maatstaven van Gods levenswet.

 

Gods oplossing: het kruis van Jezus

Zo hebben we allemaal als het ware onze eigen zondeval meegemaakt en zijn we schuldig geworden voor God, tenzij.

"... Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven, van wie de zonde bedekt is. Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent ..." (Psalm 32:1-2, HSV2010)

Jezus is naar de aarde gekomen om die vergeving mogelijk te maken. Door het plaatsvervangend sterven van Jezus aan een kruis is de zondeschuld van de gehele mensheid tegenover God vereffend. De apostel Paulus schreef hierover:

"Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven ... dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat" (1 Korintiërs 15:3, NBV2004)

Jezus heeft de schuld van de gehele mensheid dus op zich genomen en heeft de bijbehorende straf gedragen op het kruis. De onschuldige, volkomen reine Zoon van God onderging de toorn van God vanwege de zondeschuld van de hele mensheid.

Dat betekent niet dat elke zondeschuld van ieder mens bij voorbaat is vergeven. Maar wel dat iedereen die met berouw over zijn zonden bij God komt, persoonlijk vergeving van zonden ontvangt.

Zie daarvoor onderwerp 'Zondebesef' in hoofdstuk 'Bekering en wedergeboorte'.

 Volgend onderwerp: 5.5.4. Straf op de zonde 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.