Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

7.2.8. Autoriteit als geestelijk wapen

 

- Autoriteit van Jezus
- Goddelijke autoriteit ontvangen
- Elia sprak met autoriteit
- Spreken en handelen vanuit de autoriteit van Jezus
- Autoriteit om te zegenen
- Autoriteit om zo nodig te vervloeken

 

 

Autoriteit van Jezus

Gedurende de eerste ongeveer dertig jaar van zijn leven had Jezus op een onopvallende manier bij zijn ouders in Nazaret gewoond. Jezus ontving zijn zalving pas toen de Heilige Geest op Hem kwam bij zijn doop in de Jordaan. Pas bij die gebeurtenis werd Jezus bekleed met de autoriteit van God de Vader en kon Jezus optreden als de door God gezonden Mensenzoon.

Direct na zijn doop bracht de Heilige Geest Jezus naar de woestijn om kennis te maken met zijn tegenstander, de satan. Bij de derde van de drie verzoekingen in de woestijn zei Jezus op het laatst: "Ga weg, satan." en de satan kon niet anders dan met zijn staart tussen de benen weggaan. Hier stond de Mensenzoon, vervuld met Gods Geest en dus vervuld met goddelijke autoriteit.

De satan begreep dat de volledige power van de almachtige God achter Jezus stond en daar kon hij onmogelijk tegenop: hij was verslagen en verdween van het toneel. Laten we hierin het voorbeeld van Jezus volgen:

"Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten." (Jakobus 4:7, HSV2010)

 

Goddelijke autoriteit ontvangen

Een mens kan geen goddelijke autoriteit hebben tenzij hij die van God ontvangt, die de macht heeft over de hele schepping. In het Oude Testament lezen we dat uitsluitend profeten hebben gesproken en gehandeld vanuit goddelijke autoriteit. Bekende profeten zijn Henoch, Mozes, Elia, Elisa en later Johannes de Doper.

Bij het koninkrijk van de hemel heeft elke ware gelovige bij zijn wedergeboorte een zalving ontvangen door de inwoning van de Heilige Geest. Daardoor hebben zij in verbondenheid met Jezus een positie gekregen in de geestelijke wereld.

"Hij heeft ons samen met hem (=Jezus) uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus." (Efeziërs 2:6, NBV2004)

Vanuit die positie in verbondenheid met Jezus heeft de gelovige een indrukwekkende autoriteit gekregen. Door te handelen in geloof kan de gelovige vanuit die autoriteit allerlei bijzondere dingen doen, want geloof is altijd de sleutel om Gods beschikbare kracht in werking te stellen.  

Elia sprak met autoriteit

In de geschiedenis van de profeet Elia zien we veel voorbeelden van handelen vanuit Gods autoriteit. Ik vraag me af of Elia alles in opdracht van God deed of dat hij zelf zo nu en dan een initiatief nam en eenvoudigweg handelde 'in de geest van God' en erop rekende dat God achter hem stond. Laten we eens een paar voorbeelden bekijken van zijn optredens in Gods autoriteit:

  1. Elia kondigde een periode van droogte aan om Israël tot inkeer te brengen (1 Koningen 17:1).
  2. Elia beloofde vuur uit de hemel op het altaar op de berg Karmel om aan te tonen dat Israëls God de levende God is (1 Koningen 18:20-24).
  3. Elia deed vuur uit de hemel neerdalen om soldaten te verteren die hem gevangen wilden nemen (2 Koningen 1).
  4. Elia sloeg met zijn mantel op het water van de Jordaan om een droge doorgang te krijgen (2 Koningen 2:8).

God honoreerde al Elia's optredens en Elia wist dat. Ongetwijfeld was er sprake van een uitstekende afstemming van Elia's hart met God. En mens kan niet zomaar zeggen wat in zijn bol opkomt en verwachten dat God het spel meespeelt, zoals de geest uit de lamp van Aladdin. God heeft alle autoriteit. God gaat soms heel ver in het honoreren van initiatieven van gelovigen wanneer ze in zijn autoriteit handelen. Zelfs die keer dat Mozes op een rots sloeg om er water uit te laten komen, terwijl God had gezegd dat hij tegen de rots moest spreken (Numeri 20:2-13).

De Bijbel nodigt ons uit om Elia's voorbeeld te volgen.

"Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig had gebeden dat het niet zou regenen, is er drie-en-een-half jaar lang geen regen gevallen op het land. Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen, en het land bracht zijn vrucht weer voort." (Jakobus 5:17-18, NBV2004)

 

Spreken en handelen vanuit de autoriteit van Jezus

Kort voor zijn hemelvaart zei Jezus tegen zijn discipelen:

"... Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit." (Johannes 20:21, NBV2004)

Nu Jezus niet meer op aarde is, zijn wij als gelovigen zijn vertegenwoordigers op aarde geworden. Dat houdt in dat wij in zijn naam de volgende autoriteit hebben:

  • voorbede doen in de naam van Jezus (Johannes 16:23-24)
  • genezingen uitvoeren in de naam van Jezus (Marcus 16:18; Handelingen 3:1-10)
  • demonen uitdrijven in de naam van Jezus (Marcus 16:17; Handelingen 16:18)
  • doden opwekken in de naam van Jezus (Handelingen 9:35-43; Handelingen 20:7-12)
  • andere wonderen doen in de naam van Jezus (Marcus 16:17-18; Handelingen 5:12)
  • andere gelovigen de handen opleggen in de naam van Jezus om daarmee hun autoriteit over te dragen (Handelingen 13:3)

Deze autoriteit is beschikbaar voor alle ware gelovigen, dus niet alleen aan kerkelijke leiders of predikanten.

 

Autoriteit om te zegenen

Gelovigen hebben ook de opdracht om te zegenen, zoals blijkt uit het laatste deel van de volgende Bijbeltekst:

"... als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen." (1 Petrus 3:9, NBV2004)

Door anderen te zegenen (altijd in de naam van Jezus en niet uit onszelf natuurlijk) plaatsen we hen onder Gods invloedsfeer om iets in hun leven te doen dat hen dichter bij het doel van God met hun leven brengt. Dat kunnen we zien als een stukje geestelijke strijd, namelijk de bevordering van de invloedsfeer van Gods koninkrijk en het terugdringen van de invloed van de duisternis in hun leven.

Zegenen kan praktisch gemaakt worden bij een groepsgebed door iemand gezamenlijk de handen op te leggen en een zegen over die persoon uit te spreken. Ook als je alleen in gebed bent voor iemand, kun je een zegen over die persoon uitspreken in de zekerheid dat God deze zegen gaat uitwerken.

Zegenen is dus:

  • geloven in de ontvangen autoriteit en opdracht van God om mensen te zegenen
  • daadwerkelijk een zegen uitspreken over de ander (vanuit de autoriteit van Jezus)
  • geloven in Gods werkzaamheid om zijn zegen in de ander te realiseren (op Gods manier en op Gods tijd)

Zie meer hierover in onderwerp 'Zegenen' in hoofdstuk 'Zegenende liefde'.

 

Autoriteit om zo nodig te vervloeken

Het tegenovergestelde van zegenen is vervloeken. In de Bijbel lezen we voorbeelden van vervloekingen door mensen die in de dienst van Gods stonden. In vrijwel alle gevallen gaat het dan om bestraffingen om duidelijk te maken dat het weerstaan van God tot ellende leidt en het doen van Gods wil zegen tot gevolg heeft. Dit is niet het leukste onderwerp uit de Bijbel, maar als we recht willen doen aan Gods Woord mogen we dit niet uit de weg gaan. Enkele voorbeelden:

  • De profeet Elia kondigde een hongersnood af vanwege de zonde van het tienstammenrijk van Israël onder leiding van koning Achab:
    "De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab: 'Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.' " (1 Koningen 17:1, NBV2004)
  • De profeet vervloekte een stel straatjongens die hem uitscholden. Het effect was verbijsterend, waarschijnlijk ook voor Elisa zelf:
    "Elisa keek om, en toen hij de kinderen zag, vervloekte hij ze in de naam van de HEER. Meteen kwamen er twee berinnen uit het bos, die tweeënveertig van de kinderen verscheurden." (2 Koningen 2:24, NBV2004)
  • De apostel Paulus sprak een vloek uit over Elymas omdat hij probeerde tegen te houden dat zijn baas tot geloof zou komen:
    "Let op: de hand van de Heer zal u treffen, u zult blind zijn en voorlopig geen zonlicht meer zien.' Onmiddellijk werd alles donker om hem heen, zodat hij tastend zijn weg moest zoeken ..." (Handelingen 13:11, NBV2004)
  • De apostel Paulus zegt dat bepaalde mensen, die het werk van God dwarsbomen, uit de gemeente moeten worden gezet, verwijderd uit de omgeving waar Gods zegen heerst, zodat hij kwetsbaar is voor wat de satan hem kan aandoen:
    "... leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren." (1 Korintiërs 5:5, NBG1951)

Het uitspreken van een vloek is niet bedoeld als vijandige daad tegenover iemand, maar als laatste redmiddel wanneer die persoon niet op andere manieren tot inkeer is te brengen. Het doel is uiteindelijk dat mensen daardoor gaan openstaan voor Gods zegen.

 Volgend onderwerp:  7.2.9. Liefde als geestelijk wapen 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.1.