Start    Inhoud    Zoekmogelijkheden  

 

 

7.4.4. Toegewijd aan Jezus

 

- Jezus is Heer
- Andere positie van Jezus
- Jezus heerst als koning in eeuwigheid
- Koning of dienstverlener?
- Onverdeeld hart

 

 

Jezus is Heer

Als je tot geloof komt, heb je voldoende vertrouwen in Jezus dat je je leven aan Hem wil toevertrouwen. En toch blijkt later pas dat het best moeilijk is om in de praktijk Jezus de Heer van je leven te laten zijn. Want van nature wil je het liefst zelf de controle over je leven houden en alleen Jezus volgen voor zover het jou uitkomt.

Geliefden beloven elkaar op hun huwelijksdag levenslange trouw, maar die toewijding moeten ze gedurende de daarop volgende huwelijksjaren uitwerken. Zo gaat het ook met de toewijding aan Jezus. Het gaat tenslotte om de volgende indringende vragen:

  • In hoeverre laat ik mijn leven leiden door Jezus of door mijzelf?
  • Wie of wat beheerst mijn leven?
 

Andere positie van Jezus

Uit de Bijbel kennen wij Jezus vooral als de Mensenzoon die de mensen het karakter van God de Vader liet zien. Dat deed Hij door:

We moeten goed bedenken dat dit allemaal betrekking heeft op wat vroeger gebeurd is en dit zal niet worden herhaald. Sinds zijn hemelvaart is Jezus de koning van het hemelse koninkrijk, dat nu nog alleen een geestelijk koninkrijk is, maar uiteindelijk de hele schepping zal omvatten. In het hier en nu en in de toekomst staat bij Jezus zijn koningschap centraal. Dit is een belangrijke gedachte en ik denk dat de meeste christenen hun beeld van Jezus daarop moeten bijstellen. De Jezus die wij later in de hemel zullen tegenkomen en de Jezus die wij uit de hemel terug verwachten is een andere Jezus dan die we uit de evangeliën kennen. Natuurlijk is zijn karakter niet veranderd, maar zijn positie wel en dat maakt een groot verschil! Hij is en zal altijd zijn: de allerhoogste koning.

Zie ook onderwerp 'Jezus de koning' in hoofdstuk 'Wie is Jezus?'.

 

Jezus heerst als koning in eeuwigheid

Toen de apostel Johannes tijdens zijn verbanning op het eiland Patmos was, verscheen Jezus aan hem. Toen Jezus op aarde rondwandelde, was Johannes degene die de sterkste vriendschappelijke band met Jezus had. Maar toen Jezus aan hem verscheen zag Hij er totaal anders uit dan het beeld van Jezus dat hem was bijgebleven.

"... Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen waren als een vlammend vuur. Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s. In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon." (Openbaring 1:13-16, NBV2004)

De reactie van Johannes was dat hij doodsbang voor Jezus neerviel. Ik denk dat hij zijn leven lang nog nooit zo was geschrokken. En toch, het was niet Jezus' bedoeling om zijn geliefde vriend en trouwe apostel de stuipen op het lijf te jagen. Het was juist om hem te laten zien dat Hij nu de verheerlijkte Heer van hemel en aarde was en dat zijn koninklijke macht onbeperkt was. De visioenen die Johannes daarna kreeg hadden te maken met de toekomstige overwinning van het koninkrijk van God over het rijk van de satan. Jezus wilde met zijn verschijning duidelijk maken aan Johannes dat hij zijn beeld van Jezus moest bijstellen: Jezus is niet langer de dienende Heer op aarde, maar de heersende Heer in de hemel.

 

Koning of dienstverlener?

In onze tijd zien we onze landelijke overheid meer als een dienstverlenende instantie dan als het ultieme gezag over ons volk. Ook ons staatshoofd oefent nauwelijks koninklijke macht uit. Wij voelen ons als christengelovige het beste bij het prettige beeld van een dienstverlenende Heer die er is om voor ONS te zorgen. Daarom lezen we zo graag Psalm 23 over God die zijn schapen heerlijk in de watten legt. Dat spreekt ons wel aan. Veel christenen doen wat ze zelf willen, maar eisen wel dat God hen op hun wenken bedient door hun zelfzuchtige gebeden te verhoren. En als ze niet van God krijgen wat ze verlangen, worden ze boos op God en menen daarbij in hun volste recht te staan.

Ik denk dat we ons moeten wapenen tegen de denkwijze van deze tijd. We moeten leren om het koningschap van Jezus serieus te nemen. Jezus is namelijk geen koning zoals in het Europa van deze eeuw. Die heeft vooral een representatieve functie en nauwelijks bevoegdheden of macht. Jezus is een echte koning met echte macht over zijn onderdanen. Niet voor niets vergeleek Jezus zijn relatie met zijn volgelingen vaak met die tussen een meester en zijn slaven of dienaren, de bekendste gezagsverhouding uit die tijd. Lees maar eens de volgende woorden van Jezus:

"Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land,toch niet tegen hem zeggen: 'Ga maar meteen aan tafel?' Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: 'Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken?' Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen? Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: 'Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.' " (Lucas 17:7-10, NBV2004)

We voelen ons wat minder gevleid als de Bijbel ons knechten of slaven van Jezus noemt in plaats van strijders, erfgenamen en koningskinderen, maar we moeten wel de HELE Bijbel lezen, niet alleen de teksten die ons het prettigste gevoel geven.

Jezus is onze koning, die zich ook als een dienstbare knecht gedragen heeft. Hij heeft zelfs zijn leven voor ons gegeven en heeft ons ongekende beloften in het vooruitzicht gesteld voor heden en toekomst maar ... Hij is wel onze koning. Laten we ernst maken met de woorden van Jezus:

"Waarom roepen jullie 'Heer, Heer' tegen mij, maar doen jullie niet wat ik zeg?" (Lucas 6:46, NBV2004)

 

Onverdeeld hart

"Mijn hart zij onverdeeld in uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde." (Psalm 119:80, NBG1951)

"... Neig mijn hart, en voeg het saam tot de vrees van Uwen Naam ..." (Psalm 86:6, oude berijming)

"... Mijn diepst verlangen is, dat nergens in mijn hart verborgen liefdes zijn ..." (Opwekkingslied 257)

Dit is een diepe wens van elke toegewijde volgeling van de koning: een onverdeeld hart dat geheel en al uitgaat naar Jezus en waar geen plaats is voor de 'verborgen liefdes', zaken die niet samengaan met het dienen van Hem.

Zie ook de volgende onderwerpen in hoofdstuk 'Relatie met God':
- 'Relatie met Jezus'
- 'Vertrouwelijke band met Jezus'

 Volgend onderwerp: 7.4.5. Discipelschap 

HELPDESK

 

Beschrijving van allerlei bijzonderheden over de Herschepping Bijbelstudies.

- Wat is Herschepping?
- Achtergrond
- Vier aspecten
- Wijzigingen
- Copyright

 

 

 

 

Helpdesk

Zoekmogelijkheden
- Overzicht zoek­mogelijkheden
- Tips voor zoektermen
- Populaire zoektermen
- Inhoudsopgave (kort)
- Inhoudsopgave (lang)
- Trefwoord index
- Bijbeltekst index

 

 

 

Helpdesk

Diversen
- Geloofsvragen
- PDF bestanden
- Vragen voor Bijbelkringen
- Thema's voor Bijbelkringen
- Thema's kerkelijk jaar
- Cursus 'Gods karakter' (nieuw)

Herschepping Bijbelstudies - versie 3.2.