Laten we eerst een paar termen benoemen die in dit hoofdstuk van belang zijn.
Sommige karaktereigenschappen springen eruit doordat ze voor een groot deel erfelijk zijn. Voorbeelden daarvan zijn:
De opvoeding door ouders of verzorgers was één van de belangrijkste invloeden op de ontwikkeling van je karakter. Maar ook onderwijzers en het sociale milieu spelen er een rol in. En niet te vergeten de kerkelijke kring waarin je opgroeit. Ook is je karakter beïnvloed door het land en zelfs de streek waar je bent opgegroeid. In elke samenleving gelden immers verschillende normen en waarden en de bijbehorende regels over gewenst en ongewenst gedrag. Ook je opleiding, opgedane ervaringen en bijzondere gebeurtenissen kunnen invloed hebben op je karakter. Een opgewekt, open persoon kan door intens verdriet of oorlogsgeweld bijvoorbeeld veranderen in een gesloten, somber persoon.
Maar hoe je karakter zich ook ontwikkelt, je oorspronkelijke temperament blijft altijd herkenbaar. Je temperament is dus het belangrijkste 'startkapitaal' dat je van je Schepper hebt gekregen. Het ligt voor een belangrijk deel aan jezelf wat je ermee doet. Afhankelijk van de keuzes die je maakt kun je uiteindelijk een goed karakter of een slecht karakter hebben.
Voor christengelovigen zorgt het leven in verbondenheid met Gods Geest voor een voortdurend proces van karakterontwikkeling. Het doel daarvan is dat je karakter steeds meer kenmerken van Gods karakter gaat krijgen. De vruchten van de Geest worden dan steeds meer zichtbaar in je levensstijl. De resultaten van geloofsgroei worden zichtbaar in de verandering van je karakter. Daarom is dit thema over karakter en karakterontwikkeling van gelovigen zo belangrijk.